Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 128
AD VALVAS — 29 OKTOBER 1982
6
Prof. D ürrer op congres gezondheidszorg: ff
Medici poiitielie debielen
Men kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat de beperkingen waartoe de tegenwoordige economische recessie leidt, vooral hard aankomenin die imiversitaire laboratoria in ons land, waarin medischbiologisch onderzoek een zekere vlucht had genomen. Hierbij wordt dit onderzoek getroffen op haar kwetsbaarste punt, namelijk de mogelijkheid tot een relatieve snelle verjonging van de staf met bekwame en gemotiveerde jongeren. Deze constatering deed dr. H.H. Cohen, direk teurgeneraal van het Rijksinstituut voor de Volksge zondheid op het op 22 oktober door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen georgani seerde symposium. Medisch wetenschappelijk onder zoek in tijden van economische recessie. Gezien de leeftijdsopbouw van de aanwezige fundamenteelwe ten schappelijke onderzoekers geen, overbodige constate ring. Cohen leidde een viertal sprekers in, die van de (één na) laatste ontwikkelingen op het gebied van het biomedisch onderzoek verslag deden. Dit alles was be doeld om, zoals voorzitter prof Van Loghem het verwoordde, miljoenen en miljoenen extra van de overheid los te krijgen om fundamenteel medisch' onder zoek blijvend mogelijk te maken. Daarom waren in ruime mate politiek en pers uitgenodigd om het standpunt van de medisch wetenschappelijke top van ons land uit te dragen. Omdat de diskussie beperkt moest blijven tot de noodzaak van het ftindamenteel medisch onderzoek en omdat de overheid vertegenwoordigd werd door de ambtelijke top van de ministe ries van Volksgezondheid en On derwijs, konden er geen politieke conclusies van enige importantie
getrokken worden. De inleider van de dag, prof Que rido, hoogleraar inwendige ge neeskunde te Leiden, schetste in het kort welke ontwikkelingen de medische wetenschap na de oor log heeft doorgemaakt. Hij legde er de nadruk op, dat die ontwik kelingen geleid hebben tot een aanmerkelijke verhoging van de levensverwachting tot halverwe ge de jaren vijftig. Daarna heeft de geneeskunde zich ontwikkeld in het vlak van de persoonlijke gezondheid. De resultaten daar van zijn niet of nauwelijks meer terug te vinden in de nationale statistieken, die tot dan toe de resulaten overduidelijk aantoon den. De medische praktijk is dan ook veranderd: „Het gaat in een rijk land om de „cure" en „care' van het individu." Het belang van medisch onder
f9
zoek ligt in de visie van Querido voornamelijk in het leren om gaan met de technieken die in de loop der tijd ontwikkeld zijn. De enige manier om de kwaliteit van medische zorg te behouden, is in de opleiding het rationeel den ken over het lichaam in stand te houden. Voorwaarde hiervoor is, dat opleiders dat hebben geleerd door eigen ervaring, namelijk door het zelf doen van weten schappelijk onderzoek. Dit gege ven achtte Querido vooral van belang voor de ontwikkelingslan den, waar specxilatief denken een goede gezondheidzorg nog vaak in de weg staat. De consensus werd doorbroken toen dr. J. van Londen, direkteur generaal voor de Volksgezond heid, de medische inspanning in een breder perspektief zette. Naar aanleiding van een kosten baten analyse van prof Van Bek kum, direkteur van het Radio biologisch instituut TNO, die voorrekende hoe voordelig fun damenteelmedisch onderzoek eigenlijk is, merkte Van Londen op dat het aanbeveling verdiende ook eens naar de positie van de huisarts te kijken, die immers de patiënten naar de tweede lijn doorstuurt. Dat hij daarbij ook op irrationele factoren wees, die daarbij een rol spelen, kon in dit gezelschap niet op enige waarde ring rekenen.
Accent „De vraag kan worden gesteld in hoeverre de oncontroleerbaar heid van de medische sector en de onbeheersbaarheid van de ge zondheidszorg zelf aan de reces sie hebben bijgedragen. Vast staat, dat het beslag op de collec tieve middelen onaanvaardbaar
groot is geworden. De totale kos ten staan niet meer in verhou ding tot de premies die door de verzekerden worden opgebracht. Via de algemene middelen wordt derhalve van alle Nederlanders een „stille premie" geheven die, uitgedrukt in een duidelijk als zodanig herkenbaar verzeke ringstarief, tot heftige protesten zou leiden." Met deze woorden bracht de plaatsvervangend di rekteur Wetenschapsbeleid, mevr. dr. A.D. WolffAlbers, de diskussie terug op een terrein waar de keuze gemaakt moet worden. Zij bepleitte een nadere evaluatie van de maatschappelij ke baten van de gezondheids zorg. De overheid moet om twee rede nen het initiatief nemen waar het het bezuinigen en heroriënteren van medischwetenschappelijk onderzoek betreft. Ten eerste omdat in het onderzoek grote sommen overheidsgeld omgaan en ten tweede omdat het onder zoeksveld zelf te weinig initiatie ven heeft ontwikkeld. De over heid moet daarbij zorgvuldig te werk gaan, want zo zei zij: „Goed onderzoek is alleen mogelijk in een niet als bedreigend ervaren omgeving. Een gerenommeerd onderzoeksinstituut is eerder af gebroken dan opgebouwd." Om die zorgvuldigheid te garanderen is een sectorraad in oprichting, die de verschillende vaak tegen
Sterrenkunde Vervolg van pag. 5 Wij hebben in ieder geval het idee dat zij dat niet veel beter kuimen doen dan wij dat kunnen." Overigens is hij wel van mening, dat als er in Nederland zo veel bezuinigd wordt en van mensen offers gevraagd worden, het wel eens goed is dat er bekeken wordt of onderzoeken niet dub bel gedaan worden, of dat ondei; zoeken heel weinig betekenis hebben. „Als het daarbij blijft, vind ik het prima. Maar velen zijn bang dat er rigoureus gehakt gaat worden. We hebben natuur lijk vergaderd over dat proefdis ciplineplan, maar wij zien niet in dat we zo veel dingen erg veel anders kunnen doen."
Verwet
Medische onderzoekers ogen somber op het symposium over de gevolgen van de recessie. Aan het woord prof. Querido uit Leiden.
Opbrengst: 150 mUjoen
Rekenexercitie over nóg kortere inschrqvingsduur De inschrijvingsduur voor stu denten zou gelijk kunnen wor den aan de studieduur. Zo'n be perking van de inschrijvings duur van zes tot vier jaar voor de eerste fase zou 150 miljoen gulden kunnen opleveren. Van een soortgelijke maatregel voor het hoger onderwijs is een be sparing van 220 miljoen te ver wachten. Deze rekenoefeningen komen van een kommissie die de koliek tieve uitgaven „heroverweegt". En ze hebben nog status ook, want deze klub van hoge ambte naren en externe cijferaars advi seert dergelijke zaken recht streeks aan de minister. Allerwe gen wordt op het ogenbUk in Den Haag „heroverwogen" om te kij ken of het goedkoper kan. Dat gebeurt los van historisch ge groeide en vastgelegde verhou
dingen. Het gelijkstellen van in schrijvings en kursusduur zou betekenen dat iedere student na vier jaar een diploma ontvangt. Wie aan alle eisen van de oplei ding heeft voldaan, krijgt het ofB cièle diploma; anderen een dos sierdiploma, waarop staat welke onderdelen ze wèl en welke ze niet met goed gevolg hebben af gelegd. Bezitters van een dossier diploma kunnen op eigen kosten nog een aantal „modulen" volgen om zo alsnog in het bezit te komen van een volledig einddi ploma. Kan zoiets nog wel? „U moet dit zien als gedachtenvor ming", vertelt een voorlichter van het ministerie van onderwijs en wetenschappen, „zeker niet als meer. Wèl is dit advies belang rijk, gezien tegen de achtergrond van de financiële situatie. De gro te lijn is dat de wetenschappelij
ke studie beperkt moet worden." Voorlopig is de mogelijkheid die de kommissie oppert, de enige die zij heeft kuimen bedenken voor het wetenschappelijk onder wijs. „Maar we zijn er nog niet", voegt de voorlichter er troostend aan toe, „er komt nog een hele reeks van dit soort aanbevelin gen, is het niet van deze kommis sie dan wel van een andere." Andere heroverwegers hebben intussen him kritisch oog laten vallen op de positie van de arts assistenten in dienst van de me dische fakulteiten. Die zijn in opleiding en zouden eigenlijk voor die opleiding moeten beta len in plaats van een salaris op te strijken, vinden zij. De artsassis tenten zouden voortaan heel goed him opleiding kuimen be kostigen uit de opbrengst van de nota's, betaald door de door hen behandelde patiënten. „Het markt en prijsmechanisme." Het gaat om 950 medici, die jaarlijks ongeveer 70 miljoen aan salaris kosten Een vraag is of die nog een poot zullen uitsteken voor de hun toevertrouwde coassisten ten als ze daarvoor geen stuiver ontvangen. (UP, UK, Groningen)
gestelde belangen zal moeten be hartigen. De overheid ziet dan ook als belangrijke taak van zo'n Raad voor het Gezondheidson derzoek dat hij voorkomt dat kwaliteit als enige norm gehan teerd wordt bij het bedienen van de geldkraan. Het ligt overigens wel in de be doeling internationaal erkend onderzoek van topkwaliteit te sparen voor ingrepen, evenals voor Nederland onvervangbaar onderzoek. Het accent zal ver schoven moeten worden van klassiek medisch onderzoek naar gezondheidsonderzoek. De sa menleving heeft op het moment meer behoefte aan „indrukwek kende prestaties op het gebied van organisatie en manegement van de gezondheidszorg, aan prestaties die gericht zijn op de aanpak van het begin van ziekte processen dan aan medischwe tenschappelijke topprestaties. Het antwoord ia deze kwestie is aan de politie. Daarin moeteh de medici zelf ook hun rol spelen, hoewel ze in de woorden van prof. Dürrer, cardioloog U.V.A., „poli tieke debielen" zyn. En weinigen zal het daarbij een troost zijn dat mr. Willem Bilderdijk, wiens beeltenis de vergaderzaal sierde, in hetzelfde Trippenhuis eens voordroeg: „Ach de dagen onzer plagen, lieve broeders, gaan voor bij." (H.v.d.V.)
Het verwijt dat een vak als ster renkunde nog wel eens treft, als zou het buiten de maatschappij staan en niet wezenlijk bijdragen tot het algemeen nut, kan de astronoom Hovenier niet onder schrijven. Verschillende argu menten draagt hij aan om het tegendeel te bewijzen: „Bij heel veel mensen heeft altijd een heel diepe nieuwsgierigheid geleefd naar wat de plaats is van aarde in het geheel, de ruimte, naar wat de plaats is van de mens in de ruimte. Dat is een soort grond vraag die bij kinderen opkomt, die in allerlei kuituren bij men sen opgekomen is. Wil je daar een antwoord op geven, dan heb je echt wel sterrenkunde nodig. Ik denk dat een hele hoop mensen daarin geïnteresseerd zijn en dat ze het heel prettig vinden als ze daar iets meer over te weten kunnen komen. Dat kan voortko men uit een filosofische belang stelling, het heeft ook wel reli gieuze aspekten. Voor anderen geen van tweeen, maar het is een soort natuurlijke vraag. Dus als je zegt: heeft het nut, die sterren kunde, dan heeft het in ieder geval nut voer de beantwoording van die vraag die bij heel veel mensen leeft." Maar ook indirekt ziet luj voorde len in het bestuderen van de materie in het heelal. Prof Hove nier wijst op de positieve kanten van natuurkundig onderzoek die, vanwege de eerder aangehaalde wisselwerking tussen fysika en astronomie, vaak zijn oorsprong kent in de sterrenkunde. „Je hoeft maar te gaan kijken in een akademisch ziekenhuis. Veel on derzoek wordt daar verricht met allerlei apparaten, waar heel veel fysisch onderzoek voor nodig is geweest. Maar daaraan vooraf is
soms de sterrenkundige kant ge gaan. Vaak zijn het de natuur kundigen die met de eer gaan strijken en niet eens zozeer de natuurkundigen zoals we die hier kennen, maar dan weer meer in de sfeer van de techniek. Want die techniek gebruikt weer een hoop natuurkunde, die weer voor een deel van de sterrenkunde komt."
Negatief Dat het onderzoek zoals dat wordt verricht binnen de natuur kunde en binnen de sterrenkun de, soms ook negatief wordt ge bruikt vindt professor Hovenier bijna ondermijdelijk. „Als fysi kus kun je soms wel vermoeden of iets goede of kwade toepassin gen gaat hebben. Toch is dit heel moeilijk „want vooral in het vin den van kwade toepassingen is de mens heel ingenieus. Het is het dUemma waar bijna elke we tenschapper voor staat. Maar niet alleen de wetenschap. Een wegenbouwer vindt het waar schijnlijk ook prettiger als er een ambulance over zijn weg rijdt dan veertig tanks. Het is, denk ik, een algemeen menselijk pro bleem. Je invloed reikt niet ver." Hoewel het onderzoek op de VU voornamelijk theoretisch gericht is, beschikt de subfakulteit over een sterrenkijker, gesitueerd in de koepel op het dak van het natuurkundig laboratorium. Stu denten kunnen zich daar oefenen in de vaardigheid van het om gaan met een teleskoop. Meer wetenschappelijke waarnemin gen vinden echter plaats in Zwit serland, waar de universiteiten van Nijmegen, Utrecht, de Uni versiteit van Amsterdam en de VU een eigen sterrenwacht heb ben. Prof Hovenier: „Het doel van de Sterrenwacht in Zwitserland is wetenschappelijk werk te doen, goede waarnemingen te krijgen, maar ook voor een deel om stu denten te trainen. Het voordeel voor hen is dat de reiskosten lang niet zo hoog zijn als bijvoorbeeld naar sterrenwachten in Chili of de Verenigde Staten. Ze kunnen daar leren met vrij geavanceerde apparatuur om te gaan." Het Projekt in Zwitserland is ge deeltelijk ook noodgedwongen tot stand gekomen. „Vooral de luchtvervuiling (sic) is een toene mend probleem. Het gebruik van de kijker op het dak van de subfakulteit wordt van jaar tot jaar moeilijker en slechter. Er wordt steeds meer gebouwd, steeds meer verlicht. Een forse energiekrisis zou wat dat betreft voor ons wel eens te pas kunnen komen", aldus prof Hovenier.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's