Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 396
AD VALVAS — 29 APRIL 1983
2
Brieven Houd uw reakties kort. Over bijdragen langer dan 300 woorden is kontakt met de redaktie nodig. De redaktie kan bijdragen bekorten.
Doelstelling en universitair beleidsplan P r o t dr. P. A. E. Sillevis Smitt, decaan subfaculteit tandheelkunde, ging 15 april 1.1. in op mijn ingezonden stuk van 1 april. Hij geeft weer hoe de subfaculteit de verwantschap van h a a r werkprog r a m m a met de doelstelling van de Vrije Universiteit ziet. Elke faculteit of subfaculteit zou iets dergelijks moeten doen zodat nagegaan kan worden wat daarbij specifiek is voor een christelijke universiteit. Het ging mij er echt e r om dat het College van Bes t u u r zelf een plan moet hebben waarin zij aangeeft hoe zij de doelstelling in het universitaire reductiebeleid gestalte wil geven. Het werken in een organisatie dient immers altijd gericht te zijn op de realisering van de doelstelling. Dat is de grondregel voor goed bestuur. Mijn kritiek zet zich in op het p u n t waar de voorzitter van het College van Bes t u u r zei dat het leggen van een relatie tussen doelstelling en taakverdeling „buitengewoon moeilijk, zo niet gevaarlijk is" (Ad Valvas 11 m a a r t 1983). Formeel is die uitspraak in strijd met de tekst van de doelstelling, omdat daarin sprake is van „al h a a r arbeid". Materieel betekent deze uitspraak dat de taakverdelingsvoorstellen door iets anders bepaald werden dan de doelstelling: ministeriële bedoelingen, subjectieve inzichten, toevallige machtsverhoudingen e.d. Mij lijkt zoiets funest voor de universiteit, die reeds a a n bureaucratisering lijdt. Politisering komt d a a r dan bij. N a a r mijn inzicht functioneert de doelstelling het duidelijkst in h e t personeelsbeleid. Inzake het onderwijs en onderzoek bestaan e r vele vragen. Op facultair niveau zouden standpunts-bepalingen over de verwantschap met de doelstelling uitgediept moeten worden, met name of een sociaalh u m a n i t a i r programma specifiek genoeg is voor een bijzondere universiteit. Inzake de algemene filosofische en theologische uitwerking van de doelstelling is de Vrije Universiteit veelal in verlegenheid gebleven. Bovendien doet zich de laatste twintig jaar een algemene geloofs- en identiteitscrisis voor. Deze zeer globale analyse loopt tenslotte uit op de constatering d a t het College van Bestuur geen duidelijke relatie ziet tussen doelstelling en universitair reductiebeleid. Er is in feite geen universit a i r beleidsplan, terwijl zoiets juist erg nodig is om, bijvoorbeeld, de investering van miljoenen in een universiteitsbibliotheek te k u n n e n verantwoorden. Om alsnog te komen tot een universitair beleidsplan dient het taboe doorbroken te worden dat d a a r u i t bestaat dat de bestuurlijke instanties binnen een universiteit niet spreken en zich een oordeel vormen over de relatieve betekenis van de éne of de andere studierichting, subfaculteit of faculteit. Wie dat taboe handhaaft laat het beleid over aan de minister, c.q. het ministerie, eventueel met behulp van randvoonvaarden en een landelijke commissie. Volgens Prof. Sillevis Smitt berokken ik de subfaculteit ernstige schade als ik mij beperk in het noemen van de verdiensten van de subfaculteit tandheelkunde. Ik meen dat op te moeten vatten als een retorische opmerking om zelf gelegenheid te vinden deze verdiensten breder uit te meten. De taakverdeUng berokkent schade aan enkele subfaculteiten
e n a a n de V.U. door een verkeerde rangorde van belangen. Ik heb daarby de subfaculteit tandheelkunde genoemd om vermeld taboe te doorbreken en om een alternatief aan te geven. Het College van Bestuur heeft de subfaculteit tandheelkunde bij het ministerie voldoende aanbevolen, en n a a r de sociale geografie en sociologie geen helpende hand uitgestoken, om de eventuele schade door het publiceren van mijn oordeel te compenseren. Afgezien van het aantal studenten en de kwaliteit van het kader, a c h t ik het voor de V.U van wezenlijk belang om vast te houden a a n onder meer de sociale geografie. De taak van de V.U. ligt niet alleen in de Nederlandse polder. Wij moeten onze universitaire a a n d a c h t aan de gehele wereld in ontwikkeling geven. Daarbij is de sociale geografie een basiswetenschap. Is het niet wenselijk en noodzakelijk om een ordening aan te brengen, die het relatieve belang aangeeft van de verschillende subfaculteiten voor een zichzelf christelijk-noemende universiteit? Zelf heb ik in de loop van de j a r e n zo'n ordening gemaakt. Als de bestuurlijke organen dat niet doen in de vorm van een universit a i r beleidsplan, zijn en blijven we overgeleverd aan ministeriële richtlijnen. De minister heeft in zijn rede te Tilburg een opening geboden, waarvan de Vrije Universiteit geen gebruik heeft gemaakt. Hij heeft daarna geconstateerd dat hem van de zijde der bijzondere universiteiten geen belemmeringen in de weg zijn gelegd. Zo blijkt ook van ministeriële zijde dat de Vrije Universiteit wel een doelstelling heeft, maar dat deze niet functioneert op het niveau van het universitaire reductiebeleid. J. Stellingwerf/ Bibliothecaris.
TVC-procedure I n Ad Valvas 29 van 1 april j.l. is een reactie opgenomen van de heer Stellingwerff op de TVCprocedure. Een vrij groot gedeelte v a n dit stuk is gewijd a a n een afweging tussen tandheelkunde en sociale geografie voor wat betreft het belang van deze studierichtingen voor de VU. De „Doelstelling" speelt daarbij een belangrijke rol. Ondanks het onweerlegbare belang van de Doelstelling voor de VU, is de gevolgde wijze van redeneren gevaarlijk en zeker niet constructief. Het gevaarlijke zit in het gebruik v a n de Doelstelling om uit te maken wat goed is en wat minder goed, om te schiften en te oordelen. Middel en doel worden hierbij verward. En de bestudering van de geschiedenis (één der basiswetenschappen immers) leert dat het gebruik van doelstellingen op deze wijze doorgaans niet in de meest verheffende tyden der kerkhistorie plaatsvond. Ten tweede het niet constructief zijn. Het afwegen van sociale geografie en tandheelkunde op de wijze zoals n u gebeurd is, komt overeen met het vergelijken van de slager en de bakker. Om vervolgens te zeggen dat de slager beter is, want die levert vlees van viervoeters, terwijl de bakker slechts gebakken graan levert. Het is gemakkelijk bü deze situatie een bijbeltekst te citeren. Zonder dat moge het echter ook al duidelijk zijn dat ieder zijn eigen verdiensten heeft, die door vergelijking op deze wijze niet minder of meer worden. Het College van Bestuur en de Vereniging kunn e n voor de Doelstelling uitko-.
men, maar dat is dan niet de doelstelling gebruikt als heksenwaag. P. F. van der Stelt, Van Weerden Poelmanlaan 27 Amstelveen
Publish and perish Op de achterpagina van Ad Valvas (15 april 1983) stond als reaktie op een onlangs verschenen 'hoogleraren hitparade' dat de citatietellingen zoals verricht door van Rooyen c.s., onvolledig zijn uitgevoerd, waardoor mogelijkerwijze ik - als niet op deze hitparade voorkomende kroondocent gedupeerd zou zijn. Hoewel ik geen volledige citatieanalyse van mijzelf heb kunnen berekenen, is mijn 'score' over het tijdsvak 1975-1979 geen 100 of meer. In die periode - waarin het onderzoek nog in een opbouwfase verkeerde - heb ik van alle artikelen waarvan ik eerste of mede aut e u r ben een citatietelling van ongeveer 65. In de jaren 1980 en 1981 is dit opgelopen tot resp. 30 en 50 (op vijf jaar basis resp. 150 en 250). Van de artikelen die binnen mijn afdeling zijn geschreven ben ik hooguit voor de helft mede-auteur, en in minder dan 10% eerste auteur, zodat een huidige schatting is, dat - wederom op de door van Rooyen gehanteerde vijfjaar basis - mijn afdeling (vier wetenschappelijke stafleden) een totaal score heeft van ca. 500, en ikzelf als eerste en mede-auteur 250, m a a r als eerste auteur ca. 50 ä 60. Hieruit blijkt al dat de RAWB methode (het bekijken van onderzoeksgroepen als geheel) beter is d a n de wijze waarop van Rooyen zijn telling heeft uitgevoerd. Ik heb echter een fundamenteler bezwaar tegen het gebruik van citatietellingen als het een toegepast technologische onderzoeksgroep betreft zoals de mijne. In de technische wetenschappen zijn publicaties niet de enige en vaak ook niet de belangrijkste uitlaatklep. Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk gemaakt in het boek „Pat e n t Policy" (ACS Symposium Series 81, published by American Chemical Society Washington 1978). In het hoofdstuk met de veelzeggende titel „University Technology Transfer - Publish and Perish" wordt beschreven hoe publicatie van alle onderzoeksresultaten in strijd kan zijn met de doelstelling van een toegepast (medisch-)technologische onderzoeksgroep. Wat is bijvoorbeeld het doel van onze afdeling Biomaterialen? Ons doel is niet alleen het vervaardigen van nieuwe en verbeterde biomaterialen en technieken voor medische doeleinden, m a a r ook er voor te zorgen dat de omstandigheden om tot daadwerkelijke industriële produktie te komen zo gunstig mogelijk zijn. Openbaarmaking van alle onderzoeksresultaten via publikaties in de serie-literatuur is daarvoor de slechtst denkbare methode: geen enkel bedrijf zal risicodragend investeren in een onbeschermd Produkt. Dit n u is het zogenaamde „Publish and Perish Syndrome" zoals dat in het eerder genoemd boekwerk genoemd wordt. Derhalve is een groot deel van onze bevindingen niet gepubliceerd maar in patent-aanvragen vastgelegd of als know-how overgedragen aan bedrijven waarmee overeenkomsten zijn gesloten. (Zo zijn momenteel reeds in produktie een serie nieuwe tandheelkundige cementen, botvervangingsmaterialen, en enkele implantaten, en zijn in de toekomst afspraken te verwachten over meerdere biomedische materialen en technieken waaronder een drug-release systeem en piethodes tot cariespreventie.) Uit het feit dat onze kleine groep, vier vaste stafleden, per jaar gemiddeld zes ä zeven uitnodigingen ontvangt om voordrachten te houden op internationale congressen en per jaar voor ongeveer zes ton aan tweede en derde geldstroom en licenties verwerft, blijkt dat we ons doel, het bedrijven van op innovatie gericht toe-
gepast medisch-technisch onderzoek, op bevredigende wijze inhoud te geven. Samenvattend: citatietellingen, mits goed uitgevoerd, geven een redelijk inzicht in de prestaties v a n onderzoeksgroepen die alleen de vakliteratuur gebruiken om h u n bevindingen te verspreiden, m a a r niet in die van afdelingen als de mijne waarin toegepast technologisch onderzoek in de vorm van patenten, Produkten en licentieovereenkomsten tot result a t e n leidt (naast de in het begin gememoreerde citaties). Prof. dr. K. de Groot materiaalkundige, subfaculteit tandheelkunde
ten, halve en hele leugens en insinuaties. Zo wordt er gesuggereerd d a t de QBD-kandidaten meegewerkt zouden hebben aan het opstellen van de tien vragen cüe door het fakulteitsblad Status Q u o a a n de lijsttrekkers van beide frakties voorgelegd zijn. Dit is slechts één voorbeeld van de onwaarheden waarmee het pamflet volstaat. Wij betreuren het dat Rechten '80 meent op deze manier kampagne te moeten voeren. Wij willen ons dan ook hierbij v a n deze methodes distantiëren. Namens de QBD-kandidaten, Paid Ermers Manneke Spanninga
Bibliotheek
Rechten '80 (2)
I n tijden van economische recessie treedt het eigenbelang meer op de voorgrond: b.v. binnen de EG verdedigen de afzonderlijke landen meer en meer het nationale belang, de tolerantie t.a.v. etnische minderheden neemt af. Ook n.a.v. het advies van de TVC komt dit n a a r voren: elke universiteit vecht voor het behoud van de „eigen winkel". Binnen het lager onderwijs is de „nieuwe schoolstrijd" opgelaaid. Uit de brief van de heer Stellingwerff blijkt dat hij die strijd ook voor h e t wetenschappelijk onderwijs wil doen oplaaien. In zijn boek „Inleiding tot de universiteit" (Amsterdam, 1971) schreef hij: „Via de bibliotheek heeft in principe ieder mens toegang tot alle wetenschap. In dat opzicht is er geen democratischer, algemener, objectiever en neutraler funktie i n de wetenschap mogelijk dan h e t ambt van bibliothecaris van een universiteit." Uit een vergelijking van dit citaat met de brief van de heer S. blijkt maar weer dat principes en feitelijk gedrag u i t elkaar kunnen liggen!
Tot onze grote verbazing lazen wij in het verkiezingspamflet van jullie kiesvereniging de suggestie dat het mentoraat aan de Juridische Faculteit een „sterk wapen" v a n QBD, c.q. de PRL zou zijn. De mentoren echter worden per j a a r door de Juridische Faculteit aangesteld n a een geheel open sollicitatieprocedure en het mentoraat heeft als zodanig geen enkele band met welke kiesvereniging dan ook. De mentoren proberen in h u n voorlichting over de verkiezingen zo objectief mogelijk informatie te geven, niet beïnvloed door enige politieke voorkeur. Wij hopen dat Rechten '80 zich in toekomst zal onthouden van dergelijke ongenuanceerde uitlatingen. Namens het mentoraat aan de Juridische Faculteit René Band Huib Nieuwenhuis
Sannie Hoogervorst medew. bibliotheek sociologie/politicologie VU
Celibaat N a a r aanleiding van uw artikel in Ad Valvas 15 april jl. over de opvolging van Pater van Kilsdonk, zou ik uw opmerking, waarin het u als merkwaardig voorkomt, dat in tegenstelling tot andere studentensteden gehuwde voorgangers in Amsterdam nog steeds geen usance zijn, willen corrigeren: het komt mij als merkwaardig voor dat gehuwde voorgangers (in de Katholieke Kerk) door u als usance moeten worden opgevat. Voor een juist beeld echter van de „voorganger" in de Katholieke Kerk, ook wel ambtsdrager of priester genoemd, moet ik u erop wijzen dat het nog altijd „usance" is, dat deze voor de ongehuwde staat kiest. De door u genoemde polarisatie treedt op als „voorgangers" in de Katholieke Kerk zich niet meer gebonden voelen aan de gelofte van een celibatair leven, evenwel h u n priesterambt willen blijven uitoefenen. Behalve dat zij door deze daad zich buiten de Kerk plaatsen, stichten zij tevens grote verwarring in de geloofsgemeenschap. Het is te hopen dat de benoeming van de aanstaande studentenpastor spoedig te verwachten valt en dat hij/zij ten eerste pastor, herder kan zijn voor de gehele (katholieke) studentengemeenschap in Amsterdam. Misschien zal hij/zij dan ook in staat zijn de elkaar wantrouwende groeperingen nader tot elkaar te brengen. Jan van der Wal, student filosofie
Bechten '80 (1) I n het kader van h a a r verkiezingskampagne op de rechtenfakulteit heeft Rechten '80 onder studenten een namaak Ad Valvas verspreid. Dit pamflet kenmerkt zich door verdraaiingen van fei-
Personalia Voor de hem aangeboden intieme afscheidsreceptie op 30 maart j.l. - n a 33 VU-dienstjaren en 40 overheidspensioenjaren - zegt de heer P. A. Jansen hartelijk dank.
ATW-Nieuwsbrief
Als linguïsten in de pen klimmen, komen zij meestal erg hoog, maar vangen daardoor vaak veel w i n d . . . : De Nieuwsbrief is weer ,uit, boordevol pennevruchten: wie het hoogst in de pen klimt krijgt de lekkerste, of niet? Lees en beoordeel zelf. Zie de postvakjes!
^Mi.m Redaktie-adres: De Boelelaan 1106 of Postbus 7161, 1007 MC Amsterdam, tel. 020-5484330, b.g.g. 5486930. Redaktiebureel: kamer OD-01, hoofdgebouw VU. Redaktw J a n van der Veen (hoofdredakteur), Jaap Kamerling, Wim Crezee, Marianne Creutzberg (redaktieasslstente). Medewerkers: Leo Endedljk, Aart Bouwmeester, Roeleke Vundennk, Hldde van der Veen, Frans Hogendoom, Harry Endendijk, Bemadlne MacLean, Piet Verhoeven en (niet red.) dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Steve de Reus, Peter Wolters, Kees Keuch (Audiovisueel Cent r u m VU), Bram de Hollander. Tekenaar Aad Meijer. Universitaire Pers: Ad Valvas werkt met andere universiteits- en hogeschoolbladen samen m de „Universitaire Pers". Coordinatie-adres: Wagenings Hogeschoolblad. Salverdaplein 11, 6701 DB Wageningen. Beleidsraad: mevrouw T. A. van Bottenburg (vrz.), drs. C. J. M. van Gerven, P. Hanng, G. H. de Jong, J. Paardekoper, prof. J. van Putten, dr. J. N. Zaal. Sekretanaat beleidsraad: ir. B. G. K. Krijger, kamer 2D-05, hoofdgebouw VU, tel. 020-5482696. Advertenties: opgave bij Bureau Van Vliet BV, Postbus 20,2040 AA Zandvoort, tel. 02507-14745, behalve „Adjes". Adjes: max. 30 woorden, kosten /7,50 ä kontant. Alleen voor VU-personeel en studenten. Opgaven vóór maandag 10.00 u u r t.b.v. nr diezelfde week. Produktie: Randstad-Handelsdrukkerij BV (Perscombinatie), Stationsweg 38, 1431 EG Aalsmeer, tel. 02977-25141.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's