Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 229
AD VALVAS — 14 JANUAR11983
Christelijke sollicitant bevoordeeld Enorme bevoorrechting op de arbeidsmarkt van een bepaalde groep door discriminatie op grond van levensovertuiging, politieke of ideologische gezindheid, sexuele voorkeur danwei samenlevingsverband vindt waarschijnlijk in weinig ontwikkelde landen op zo'n grote schaal plaats als in Nederland (Zuid-AMka en staatstotalitaire landen uitgezonderd). Uiteraard is discriminatie helaas een wijdverspreid verschijnsel, maar toch komt het in westerse democratieën niet veel voor dat dit openlijk, doelbewust, systematisch en met actieve medewerking van de overheid plaatsvindt. Het kernprobleem is namelijk dat door de toepassing van de eis dat kandidaten een zogenoemde „positief-christelijke beginselverklaring" onderschrijven op een krimpende of gelijkblijvende arbeidsmarkt een groot aantal extra kansen ontstaat voor christelijke sollicitanten om (weer) deel te nemen aan het arbeidsproces en dat deze bevoordeling precies gelijk is aan de afname van kansen voor niet-christelijke werkzoekenden. Dit is, in vaktaal, een „zero-sum problematiek". Laat ik dit toelichten met een indicatieve, doch reële berekening. (Tweederde van het kleuter- en basisonderwijs is bijvoorbeeld verzuild, maar elders zijn er weer andere verhoudingen.) Stel dat er honderd gekwaliflceerde werkzoekenden zijn voor twintig vacatures en dat beide cijfers gelijkelijk verdeeld zijn. (Dus vijftig sollicitanten kunnen aantonen dat zij christelijk zijn, terwijl er in zowel de bijzondere als openbare instellingen tien vacatures zijn). Een christelijke werkzoekende heeft dan ten eerste al (vijftig gedeeld door tien) twintig procent kans binnen het bijzondere circuit, maar kan bovendien meedingen in het openbare circuit en heeft daar dan (10:100) tien procent kans: in totaal dus dertig procent kans. Het resultaat is dat de niet-christelijke werkzoekende slechts tien procent kans heeft op zo'n betrekking (10 :100). Deze „zero-sum problematiek" geldt nu voor vele honderdduizenden banen. Sinds de zestiger jaren hebben er namelijk weliswaar allerlei veranderingen in mentaliteit en gedrag plaatsgevonden die aangeduid worden met deconfessionalisering en ontzuüing, maar in bepaalde opzichten is de verzuiling juist enorm toegenomen als gevolg van de gelijktijdige drastische verschuivingen in de structuur van de arbeidsmarkt. De verzorgende bednjfsklassen (kwartaire sector) groeiden van minder dan een kwart van de totale werkgelegenheid tot meer dan een derde daarvan. Bovendien waren het binnen deze kwartaire sector juist de bij uitstek verzuilde subsectoren zoals onderwijs, gezondheids- en bejaardenzorg die gigantisch expandeerden en percentueel dubbel zo snel groeiden als de daarop volgende kwartiare groeikern, namelijk het openbaar bestuur. Gemeten naar het aantal arbeidsplaatsen en aandeel van het nationale inkomen dat "besteed wordt aan instellingen waar men onderschrijving van de „eigen identiteit" verplicht mag stellen, was er dus in feite een sluipende verzuilingsgroei. In de gezondheidszorg verdienen momenteel maar liefst 300 duizend mensen hun brood, waarvoor ver over de 30 miljard gulden opgebracht moet worden door de overheid en ziekenfondsen. Veertig procent van de totale loonsom van de rijksbegroting wordt besteed aan het onderwijs en van het totale budget (21 miljard) gaat 83 procent naar de 270 duidend werknemers. Ter vergelijking: de totale opbrengst van de zes „vermageringsvoorstellen" voor de sociale uitkeringen zal in 1983 zo'n 3,4 miljard moeten opleveren en de recente massale acties in het onderwijs betroffen een eenmalige kortingsoperatie van 288 miljoen gulden. Pas nog verklaarde minister Deetman echter dat het hem jaarlijks best 1 miljard gulden waard is, indien dit de extra kosten zouden zijn om het onderwijs
verzuild te houden zoals professor Ritzen berekend heeft. Volgens een recent opinieonderzoek vindt echter 51 procent van de kiesgerechtigden onderwijs op levensbechouwelijke grondslag een achterhaalde zaak. Indien het stelsel daardoor bovendien duurder zou zijn, dan vindt 70 procent dit het niet waard en nogal verrassend wordt deze melüng gedeeld door 58 procent van de CDA-stemmers. Ofschoon openbaar beleid gebaseerd zou moeten zijn op de voorkeuren van de kiezers, is deze discrepantie, waarbij de belangen van de verschaffers van de diensten dus in feite voorop staan, in het geheel niet nieuw. Ook eerdere studies hadden al aangetoond dat, indien ze echt konden kiezen, de gebruikers van zulke ^voorzieningen zich slechts in beperkte mate Ueten leiden door de „identiteit" en veel meer door factoren zoals reistijd e.d.
Vooral in tijd van krlsis In gunstige economische tijden kunnen echter veel problemen en onbillijkheden weggemasseerd worden met de door de economische groei gecreëerde financiële middelen. Bovendien stelden de besturen zich tegenover sollicitanten meestal soepel op, omdat men al genoeg problemen had om professioneel gekwaliflceerde mensen te vinden. Met de economische depressie en demografische verschuivingen trekken de nevelen op en ziet de situatie er geheel anders uit. Verliezen moeten verdeeld gaan worden en elke voorsprong is dan goud waard. Immers, van hen die zich op de arbeidsmarkt aandienen, heeft
Om de leesbaarheid van Ad Valvas te verhogen, heeft de redaktie besloten een diskussie-rubriek te starten. Eens in de drie weken wordt iemand uitgenodigd een bijdrage te leveren, al zijn ook initiatieven van buiten de redaktie welkom. Verder wil de redaktie steeds een lezer uitnodigen in het nummer na verschijning van een bijdrage, daarop te reageren. Spontane reakties zullen in de regel worden opgespaard voor het derde nummer volgend op een bijdrage, waarnaast dan tevens een nieuwe bijdrage verschijnt. Van aan te snijden onderwerpen wordt verwacht dat zij voor een breed publiek interessant zijn en zo actueel mogelijk. Zie voor het overige het vaste kadertje. De eerste diskussie-bijdrage is van de vergelijkend politicoloog Ilja Scholten. Scholten studeerde aan de Indiana University, het Europa Instituut, de Universiteit van Amsterdam en de Carleton Universiteit in Ottawa, waar hij zich onder meer specialiseerde op het gebied van multiculturele verhoudingen. Hij publiceerde o.m. een kritiek op de „paciflcatiepolitiek-theorie" van prof. A. Lijphart. Platform is een open forum voor meningen over actuele In een recente aflevering van De Gids ^)analyseerde onderwerpen. Als regel nodigt deze politicoloog fundamentele problemen rond het de redaktie zelf mensen uit verschijnsel „verzuiling", welke vooral ontstaan in om bijdragen te leveren die tot diskussie prikkelen. een tijd van economische recessie. Hij betrok daarbij Eigen initiatief is echter ook ook de verplichting van sollicitanten om een christelijwelkom. Bijdragen en reakke beginselverklaring te onderschrijven. Daarbij heties worden geschreven onder kelde hij onder meer het aanstellingsbeleid aan de VU. eigen verantwoordelijkheid; dat geldt ook voor journalisAls kernprobleem signaleert Scholten in zijn bijdrage ten van Ad Valvas als die zich op deze pagina dat door toepassing van de eis dat op persoonlijke titel in de diskandidaten een „positief-christelijke" beginselverklakussie willen mengen. De artikelen zijn bij voorkeur niet ring onderschrijven op een krimpende of gelijkblijvenlanger dan plm. 1200 woorden. de arbeidsmarkt een groot aantal extra kansen ontEindredaktie: Jaap Kamerstaat voor christelijke sollicitanten om (weer) deel te ling. nemen aan het arbeidsproces. Deze bevoordeling is volgens Scholten precies gelijk aan de afiiame van maar liefst 70 procent een op de kansen voor niet-christelijke werkzoekenden.
Platform
kwartaire sector gerichte opleiding genoten, meestal van relatief hoog niveau, maar terwijl het aantal arbeidsplaatsen afneemt, zal het arbeidsaanbod volgens het Centraal Planbureau in 1985 met zo'n 27 procent zijn toegenomen. Daarom zullen er in 1990 in deze sector zo'n 268.000 werkzoekenden zijn naast de 493.000 gelukkigen die dan wel een baan
hebben. (En dan te bedenken dat deze prognoses gebaseerd zijn op veel gunstiger verwachtingen dan de laatste cijfers van de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking, OESO, waarin voorspeld wordt dat Nederland volgend jaar al het hoogste percentage werklozen zal hebben van alle westerse industrielanden, namelijk 17 procent.
Nieuwe schoolstrijd Nu al wordt met de uitdrukking „nieuwe schoolstrijd" verwezen naar de pogingen van confessionele instellingen om actief kinderen van mohammedaanse gastarbeiders of Surinaamse hindoesta-
nen te recruteren om zo hun subsidies veilig te stellen. Voor ziekenhuizen e.d. is het uiteraard ook geen punt meer of ze al dan niet joden of moslims zullen opnemen, tenminste als patient, maar niet als staflid. De situatie aan de volledig door de staat gesubsidieerde Vrije Universiteit is al niet anders. Slechts een kleine minderheid van de studenten aldaar is van protestantschristelijke huize en volgens een studie door het VU-Vormingscentrum over him politieke, sexuele en religieuze overtuigingen en gedrag zegt zo'n herkomst ook niet veel. Niettemin, ongeacht of men een theoloog zoekt dan wel een sterrekundige voor uitzending naar een universiteit in een overwegend islamitisch ontwikkeImgsland, weert de VU soUlcitanten die de evangelische doelstelling niet kunnen onderschrijven. Tenzij opportuim voor de VU, want dan kan dispensatie verleend worden. Elders wordt natuurlijk niet by voorbaat getwijfeld aan de goede trouw van de kandidaat om naar beste kunnen de functie te vervullen en veranderingen op geen andere wijze dan door overreding plaats te willen laten vinden. De dispensatie moet daarom opgevat worden als een verklaring dat de persoon betrouwbaar geacht wordt ondanks het niet voldoen aan de gewenste hoge christelijke normen. Dat is uiteraard krenkend, maar wat is eigenlijk de inhoud van zulke christelijk geïnspireerde normen? Volgens professor Verkuyl onder meer dat aanhangers van legale maar nogal linkse politieke partijen ontslagen moeten worden en volgens professor Van Putten, dat zeer rechtse lieden geweerd moeten worden. Anderen, zoals professor Van Hulst, willen (potentiële) werknemers doorlichten met zeer vage en misbruik-uitlokkende criteria zoals „innerlijke mentaliteit", terwijl weer anderen sexuele geaardheid of samenlevingsverband als een doorslaggevend criterium van christelijkheid beschouwen. Racisme daarentegen werd tot niet al te lang geleden door vele protestants-christelijken helemaal niet als onchristelijk gezien, terwijl het nu nota bene officieel „ketterij" is. Volgens mij doorstaat de verplichting van het onderschrijven
van de christelijke doelstelling hierdoor niet de experimentele toets, omdat immers niet uitgegaan wordt van een zogenoemde nul-hypothese (geen verband tussen „eigen identiteit" en morele waarden), maar van de stelling dat een direct en positief verband zou zijn met zeer hoogstaande morele waarden. Signaleerde ik hierboven de neiging tot soepelheid en tolerantie in gunstige economische tijden, een omgekeerde tendentie verschijnt als de economie verslechtert. Juist dan wil men blijkbaar niet langer zelf-identiflcatie als criterium gebruiken, maar kandidaten wegen op hun christelijkheid. Maar welke factoren zijn dan het belangrijkste? Bijbelkennis, of bijvoorbeeld gedrag zoals naastenlefde, opkomen voor verdrukten en minderheden, strijdzaam tegen anti-semitisme of racisme, enz.? Indien dit laatste, dan is het nogal tergend dat personen die bijvoorbeeld actief racisme e.d. bestreden hebben, maar zich niet met een christelijk etiket willen of kunnen tooien al bij voorbaat ongeschikt beschouwd worden. Daarbij worden zij achtergesteld aan personen die eerder in deze strijd wellicht him tegenstanders waren. Dus aan heden die zich ongetwijfeld christelijk noemen, maar met hun nieuwe houding wellicht vooral met de heersende wind zijn meegedraaid. Maar hoe waait die wind volgend jaar of over tien jaar? Het zijn juist jonge mensen, die geconflronteerd worden met al die hier besproken problemen. Voor hen betekent afwijzing of verwijdering jarenlange stigmatisering en wellicht nunering van hun carrière en levensgeluk. Later eerherstel, omdat ze een voorloper bleken te zijn, helpt dan erg weinig meer. (Aangezien ik zelf ooit verwijderd ben uit een universiteit om artikelen en activiteiten die door vooral rechtse christenen als links en te veel tegen oorlog en racisme beschouwd werden, spreek ik met enige ervaring). Is het wegen van iemands gedrag en opvattingen dus een precaire zaak, bijbelvastheid schiet helemaal tekort als een criterium. Immers, de Bijbel
Vervolg op pag. 6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's