Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 470

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 470

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 17 JUN11983

Werken is niet leuk, niet werken vaak nog minder Dat er grote werkloosheid heerst is genoegzaam bekend. Maar ook de waarde die we aan werk toekennen is dalende. Onder de titel „Werken is niet leuk" doet Stan van Houcke verslag van een serie van twaalf radio-uitzendingen die STAD/Radio Amsterdam in de eerste helft van '82 over dit onderwerp uitzond. Bijgevolg bevat dit boek geen consistente, hecht doortimmerde analyse, maar biedt het een journalistieke collage van 'autonome gedachten en opvattingen'. Natuurlijk over arbeid, maar ook over de krisis in de sociaal-demokratie, de nieuwe sociale bewegingen, de droom van grootindustrieel Henry Ford, pulplectuur en de atoombewapening. Van Houcke signaleert, in navolging van de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills, het einde van de Moderne Tijd: de belangrijkste stromingen waarop we ons

oriënteren - liberalisme en socialisme - hebben praktisch afgedaan als adekwate verklaringen voor de werkelijkheid en voor onszelf. Want beide ideologieën veronderstellen dat meer rationaliteit meer vrijheid inhoudt, terwijl de praktijk leert dat dit geenszins het geval is. Voor Van Houcke gaat het bij de enorme werkloosheid van dit moment daarom niet primair om een economische crisis, maar veeleer om een culturele crisis. Werklozen zijn van kindsbeen af voorgeschoteld dat juist materiële welvaart de maatstaf bij uitstek is van de culturele vooruitgang en de kwaUteit van hun bestaan. Hen is geleerd dat werk alleszaligmakend is en dat er zonder werk geen toekomst is. Daarom is men zelfs bereid het meest irrationele 'alternatief' te accepteren: oorlog. Want door oorlog komt er wel weer werk, zegt een

Het succes van Italiaans ijs Het Italiaanse ijs is niet meer weg te denken uit het Nederlands consumptiepatroon. Wie loopt zomers niet eens een keer te likken aan een hoomtje of wafel met vruchtenijs. Wat velen zich niet zullen realiseren is dat Italiaanse ijsbereiders al meer dan vijftig jaar hun ijs aan de man brengen in Nederland. Aan het einde van de twintiger jaren komen de eersten naar ons land. In pakhuizen wordt iJs gemaakt en vervolgens met karretjes uitgevent. De eerste ijssalons worden geopend en langzamerhand raakt het Nederlandse publiek vertrouwd met de koude lekkernij. In de loop der jaren worden de ijsbereiders sue-, cesvolle middenstanders. De levensverhalen van ongeveer 40 Italiaanse families in het ijs hebben Frank Bovenkerk, Anne Eijken en Wiesje BovenkerkTeerink gebruikt als basis voor het beschrijven van de sociale geschiedenis van de Italiaanse ijsbereiders in Nederland. Aange-

vuld met interviews met anderen, waaronder de Nederlandse concurrenten, en de bestudering van bronnenmateriaal heeft dat een boeiend en goed leesbaar boek opgeleverd. De eerste ijsbereiders waren afkomstig uit de Noorditaliaanse bergdalen in de provincie Belluno. Later volgen familieleden, dorpsgenoten en mannen die men in militaire dienst heeft leren kennen de pioniers naar Nederland. In de dertiger jaren gaan ook beeldenverkopers uit Toscane die hier al verblijven, zich toeleggen op het maken van vruchtenijs. De meeste Italiaanse ijsbereiders begonnen met weinig kapitaal. Er moet door familie en Italiaanse knechten hard en lang gewerkt worden. Zolang het zomerseizoen duurt zijn er geen vrije dagen. Door hard werken en spaarzaamheid wordt langzamerhand een economisch bestaan opgebouwd.

ontredderde moeder van een omdat ze dan geen zinvol werk meer kimnen doen, maar omdat werkloze zoon in het boek. In een openhartig gesprek plaatst ze weten dat ze, eenmaal werkCees Schelling, voorzitter van de loos, afgeschreven zijn. voedingsbond FNV, duidelijke vraagtekens bij de heersende ar- Over dat laatste gaat de fraai gebeidsethiek: „Aanvankelijk wer- schreven „Brief aan een nieuwe den de mensen vrijer omdat ze werklose" van Ewald Vanvugt. werk en inkomen kregen. Maar De brief is geschreven, als een geleidelijk aan werd werk een riem onder het hart, aan de werkdogma, een doel in zichzelf. Zo erg loos geworden broer van de auzelfs dat werklozen zich in feite teur, maar elke andere lezer zou gedeisd moeten houden. Men zich door de brief toegsproken wordt beschouwd als een meevre- kunnen voelen. „Je onbezorgdste ter, een profiteur die parasiteert jaren werden voor een deel goed op een ander. Met als gevolg dat verpest, omdat je met hardhandiwerklozen zich niet vrij kunnen ge en subtiele hersenspoelingen ontplooien. Ze worden met de nek het harnas van een werker moest aangekeken, terwijl degenen die worden aangedaan, en toen je werken, gezien worden als"^ elite- daaraan was gewend, is het je volk. Op hun beurt hebben dege- wreed weer afgepakt. Zo vaak nen met werk weliswaar status. kreeg jij'klappen tot je aan de Maar ook zij moeten zich ver- zweep gehecht bent geraakt, zoals schrikkelijk gedeisd houden, Slsjrphus aan zijn steen." want er is zo'n groot aanbod op de In de Brief wordt de arbeidsmoarbeidsmarkt dat er voor elke raal zoals die door de geschiedenis werkende twee of drie werklozen heen zich gevormd heeft, kritisch klaar staan. Dus ook zij moeten gevolgd: van het Inca-rijk via de zich rustig houden en netjes in Romeinen tot in onze moderne het gareel blijven lopen. Daartoe tijd. heeft onze arbeidsethiek geleid." In de twee boeken wordt met verEven verder merkt de vakbonds- ve afgerekend met de opvatting man op dat mensen bang zijn dat werkloosheid per definitie een werkloos te worden, niet zozeer ramp is, en met de 'neurotische

Makkelijk is het niet; de Nederlandse concurrenten zijn de Italiaanse ijsbereiders niet welgezind en ook de oorlog is een heel moeilijke tijd. In de vijftiger jaren komt dan de opleving: de ijssalon wordt de ontmoetingsplaats voor de gegoede middelbare schooljeugd, voor wie het café taboe is. Het Italiaanse ijsbedrijf krijgt erkenning, men kan zich permitteren boven discriminatie en belediging vanwege de eigen nationaliteit verheven te voelen. En hoewel de laatste jaren de economische vooruitzichten minder zijn geworden, zijn er nog genoeg mensen, niet aUeen Italianen, die er brood in zien tjs te maken en te verkopen. Momenteel zijn er ongeveer 150 ijssalons in Nederland en alleen al in Amsterdam meer dan 60 Italiaa.nse ijsventers.

hier als middenstander vestigen. Dat blijkt echter nogal moeilijk te zijn. De Italiaanse ijssalon behoort tot 'e'en tjTJe van etnisch bedrijf en bovendien heeft de eerste generatie ijsbereiders zich in een andere historische periode opgewerkt. Tot slot: het boek is gebaseerd op interviews. Hoeveel boeiend materiaal dat ook opgeleverd heeft.

BOEKENTIJDSCHRIFTEN fixatie op werk' (Van Houcke). Maar toch. Moeten werklozen zich troosten met de gedachte dat werken niet leuk is en dat het 'luilekkerland van het ware nietsdoen' (Vanvugt) voor hen het wenkende perspektief is? Een vriend van mij is werkloos. Als ik bü hem op bezoek kom, pakt hij vaak Nietzsches Herinneringen en draagt voor: „Het voordeel van een vaste betrekking is dat het enigszins afstompt en daardoor het lijden verzacht." Mijn vriend zet dan zijn bril af, wrijft vermoeid over z'n ogen en zegt dat het leven hem zwaar valt. Werken is niet leuk. Niet werken vaak nog minder. (W.C.) Stan van Houcke, Werken is niet leuk. Citg. Pamflet, 199 biz. ƒ 24,-. Ewald Vanvugt. Brief aan een nieuwe werkloze. Uitg. In de Knipscheer, 135 blz. ƒ19,50.

de problemen die een dergelijke methode met zich mee brengt, met name rond de betrouwbaarheid, hadden best wat meer aandacht kunnen krijgen. (L.E.) Frank Bovenkerk, Anne Eijken en Wiesje Bovenkerk-Teerink; Italiaans ijs, de opmerkelijke historie van de Italiaanse ijsbereiders in Nederland; Boom Meppel; prijs ƒ28,-

(Foto Bram de Hollander)

De auteurs beogen met dit boek meer dan de reconstructie van de geschiedenis van de Italiaanse ijsbereiders. Gepoogd wordt factoren voor het slagen of mislukken van het sociale stijgingsproces van deze etnische groep te analyseren, met het doel een vergelijking te maken met hedendaagse etnische groepen die zich

Nieuwste boek van sociologe/psychotherapeute Lillian Rubin

Intieme vrienden vaak vreemden De in de jaren zestig en zeventig ontbrande methodenstrijd in de " sociale wetenschappen begint langzaam wat te verflauwen. De aanvankelijke voorkeur voor kwantitatieve methoden, via grote steekproeven verkregen empirische gegevens veelal met behulp van de computer toetsen, begint op sommige terreinen plaats te maken voor de meer kwalitatieve methode. Voorstanders van kwalitatieve methoden gaven als argument vaak de onderzoeken van de Amerikaanse sociologe en psychotherapeute Lillian Rubin. Haar eerste boek, „Pijn en moeite" (1976), beschreef het leven van Amerikaanse arbeidersgezinnen, hun verwachtingen vóór het huweUjk en de vaak desillusionerende werkelijkheid, zy sprak daarover met vijftig gezinnen, en kwam via de methode van het diepte-interview méér te weten dan via een simpele standaard-enquête mogelijk zou zijn geweest. Haar tweede boek, „Vrouwen van zekere leeftijd", kwam eveneens via deze methode tot stand. Rubin ontdekte dat vrouwen wier kinderen de deur uit zijn, helemaal niet met een leeg gevoel achterblijven zoals meestal werd aangenomen, maar biy waren nu eens tyd voor zichzelf te hebben. Rubin's nieuwste boek, „Intieme vreemden", ^Y?rifcheep.-- ,xp?ise

maand, gelijktijdig met de Amerikaanse uitgave. Haar populariteit in Nederland schijnt snel toe te nemen. „Intieme vrienden" gaat over vriendschappen en de onmogelijkheid van vriendschappen tussen mannelijke en vrouwelijke partners. Rubin schetst de verandering in de samenleving waarbij de rigide mannen- en vrouwenrollen enigszins worden doorbroken, en vraagt zich af: „Hoe komt het dat veranderingen zo moeizaam verlopen?" Uit de gesprekken die zij met 150 (echt)paren voerde, bleek namelijk dat de meesten er wel van overtuigd zijn dat mannen en vrouwen samen de opvoeding van de kinderen en de huishoudelijke taken moeten delen. In de praktijk werd echter duidelijk dat zij er niet in slaagden de by hun rol behorenden eigenschappen te veranderen. Emotionaliteit bijvoorbeeld, een eigenschap die bij vrouwen meer ontwikkeld is dan bij mannen, en ook een verklaring biedt voor de meer intense vriendschappen tussen vrouwen dan die tussen mannen onderling. Of onafhankelijkheid, een in mannen hogelijk gewaardeerde, maar bij vrouwen negatieve eigenschap. Waarom is het zo moeilijk ons daarvan los te maken? Rubin bas e ^ l^aaj yer^ngg,op<^t \?^k '. If. r :-l if ü il nr, U \ i'. 9 i c

van de Amerikaanse sociologe Nancy Chodorow. Het feit dat alle kinderen (vrijwel) alleen door de moeder worden opgevoed, heeft vérstrekkende gevolgen. Het meisje identificeert zich met haar moeder, haar gelijke, maar slaagt er niet in zich van haar moeder los te maken. Zij zal zich altijd in relatie tot anderen blijven definiëren en zo afhankelijk blijven. Het jongetje, dat in de gaten heeft dat hij anders is dan zijn moeder, moet zich met een - afwezige vader identificeren. Vader is het tegenovergestelde van moeder, zodat het jongetje zich zal identificeren met zijn vader door zich af te zetten tegen zijn moeder. Naast de minachting voor vrouwen die hiervan het gevolg is, slaagt het jongeije er wél in zich onafhankelijk van anderen te ontwikkelen.

Wisselwerking

Hóe vast deze verhoudingen liggen blijkt uit de gesprekken die Lillian Rubin voerde, en waarvan veel citaten in het boek te vinden zijn. Haar conclusie: „Maatschappij en persoonlijkheid staan in voortdurende wisselwerking met elkaar." Ze constateert in verband daarmee dat veranderingen in gedrag bij de arbeidersklasse vaak voorlopen op veranderingen in het bewustz[ylJ^J„'^Jl ^v,rouw. ]^qo]jtit|iu^ py r 3 21 ( J 3

ï

f '. !\

j i ., t 13 :s

de kinderen - zo zie ik dat,' gromt een man die in ploegendienst werkt" - om vervolgens zijn kind van de kleuterschool te halen omdat zijn vrouw ook een betaalde baan heeft. In gezinnen in de hogere en vrije beroepen zien we vaak het tegenovergestelde: in theorie mooie woorden, maar de praktijk blijft er bij achter. Uit enkele voorbeelden uit het boek blijkt dat veel vrouwen - met tegenzin - hun baan opgeven om aan de carrièredrang van hun man te voldoen. Bij eerste lezing een wat deprimerend boek: de strijd van de vrouwenbeweging lijkt zo langzamerhand hopeloos geworden. Deprimerend óók omdat het zo ontzettend herkenbaar is. Op sommige punten is het ook hoopvol. Veranderingen blijken mogeUjk, en hoewel Rubin geen concrete strategie aangeeft, bUjkt uit haar boek dat zij het meest ziet in de gedeelde verantwoordelijkheid tussen mannen en vrouwen voor de opvoeding van de kinderen, maar ook in structurele oplossingen in de maatschappij zoals verkorting van de betaalde arbeidsdag. Hiermee sluit ze zich aan bij Chodorow. Mooie idealen, die vooralsnog niet op de Nederlandse situatie van toepassing zullen zijn. In de VS werkt de helft van de gehuwde vrouwen ttuitei}iäiyis.'in-iN,eder^4id ia^dat ctv ' ï '( i. 5 f. 3 X i\ i u <! )• s ;

ruim twintig procent. En ook op andere punten is de emancipatie van vrouwen in de VS verder gevorderd dan in Nederland. Onze weg is dus nog langer. „Het" kritiekpunt op het werk van Nancy Chodorow betreft het feit dat zy uitsluitend aandacht heeft voor heterosexuele relaties. Dat geldt ook voor Lillian Rubin, al is dit misschien ook inherent aan haar onderzoek. Toch zou het interessant zijn je af te vragen hoe door homofiele en lesbische echtparen opgevoede kinderen zich in deze samenleving stand houden. Het boek is vlot geschreven en leest gemakkelijk weg, niet in het minst dank zij de vele citaten van ondervraagde paren. Toch dreigt af en toe het gevaar dat^Rubin „afglijdt" naar die enge populairwetenschappelijke Amerikaanse onderzoeken die met een enkel citaatje bewijzen leveren. Dat zou jammer zijn omdat het boek daarvoor te gedegen in elkaar zit en belangrijk genoeg is om door veel vrouwen én mannen gelezen te worden. Bovendien blijkt hieruit dat ook met kwalitatieve methoden uitstekend onderzoek te doen is.

(R.V.)

Liillian B. Rubin, Intieme vreemden. Oorspronkelijke titel: ,4ntimate strangers", vertaald door Stanneke Wagenaar en René b vjiQ^e.Weijerj XIit»«yerij fisteo, iSéanH C •; d I i -3 \ ä > a j {; 3 si I .libu'f-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 470

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's