Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 275
3
AD VALVAS — 11 FEBRUARI 1983
Ook aan de UvA niet alles rozegeur en maneschijn
Wetenschapswinkel moeizaam van de grond Dat de status van wetenschap en wetenschappelijk on derzoek al weer enige tijd aan inflatie onderhevig is, mag als een bekende zaak verondersteld worden. Nog altijd wordt er onderzoek afgeleverd, waarvan men zich kan afvragen wie om de geleverde conclusies gevraagd heeft en, wat belangrijker is, wat men met die conclusies aan moet. Het besef dat niet al het onderzoek aansluit bij maatschappelijke behoeften leidde ertoe dat kritische studenten naar manieren zochten om die maatschappe lijke behoefte binnen de universiteit een rol te geven. Een van die manieren was het oprichten van de weten schapswinkels, loketten waar instanties en personen die de financiële middelen ontberen, vragen aan de univer siteit kunnen deponeren. Het initiatief werd aan veel universiteiten overgenomen door de colleges van be stuur, waardoor de wetenschapswinkels nu een officiële status hebben. De VU heeft sinds september 1982 een centrale wetenschapswinkel. Daarnaast bestaan facul taire winkels bij chemie en biologie en is een facultaire geneeskundewinkel in oprichting. Mede onder invloed van de stroom van bezuinigingen ont stonden ook de transferpunten, wetenschapswinkels voor het midden en kleinbedrijf, waar over Ad Valvas twee weken terug kon berichten. Kort geleden werd het besluit genomen aan de VU, in samenwerking met de Univer siteit van Amsterdam en de ge meente Amsterdam, zo'n trans ferpunt op te richten. De wetenschapswinkels vervul len een reële behoefte. Zoals zo vaak richten wij bij het beschrij ven van een nieuwe ontwikkeling onze blikken n a a r de Amster damse zusteruniversiteit. De we tenschapswinkel aldaar functio neert al meer dan vijf jaar en kreeg in die periode gemiddeld één vraag per dag voorgelegd. Vragen die op alle mogelijke za ken betrekking hebben. Van de 1526 vragen die tot september 1982 binnenkwamen, konden 726 beantwoord worden, werden 51 doorverwezen en waren meer dan driehonderd in behandeling.
Beeldschermen De gestelde vragen beslaan een breed geschakeerd spectrum. De onderwerpen variëren van arbeid en milieu tot volkshuisvesting en onderwijs. Veel vragen hebben betrekking op samenstelling van materialen die in produktiepro cessen worden gebruikt, maar op het gebied van de arbeidsomstan digheden treffen we ook een vraag aan van de Nederlandse vereniging van journalisten n a a r de gevolgen voor de werkgelegen heid van de invoering van beeld schermen. Een andere veel voorkomende vraag is die n a a r de bodemge steldheid van terreinen en de ef fekten van het gebruik van insec ticiden op het milieu. Vragen hebben over het algemeen een eenvoudige probleemstelling, zo als de vraag van de buurtraad Amstelveld die vroeg of honde poep voor de mens schadelijke or ganismen herbergde. Een biolo giestudente snuffelde wat in de aanwezige literatuur en kon con stateren dat slechts bij uitzonde ring hondepoep besmettelijk was. Zij deed enkele aanbevelingen om die besmetting te voorkomen. De meeste vragen waren van twee grote groepen afkomstig: buurt groepen, huurdersgroepen en verkeersaktiegroepen enerzijds en de vakbeweging anderzijds. Goede derde waren milieugroe pen, terwijl het aandeel van vrou wengroepen de laatste jaren groeiende is. De aard van de ge stelde vragen brengt met zich mee dat het vooral bètaweten schappen zijn die ingeschakeld worden (50%). Ook in de sociale wetenschappen worden veel vra gen beantwoord (20 %), terwijl let terenstudenten (want het zijn vaak studenten die ingeschakeld, worden d.m.v. stage of scriptie) veel vertaalwerk doen.
Hidde van der Veen Het zou overigens onjuist zijn de wetenschapswinkel UvA te veel professionalisme toe te dichten. Bij mijn exemplaar van het laat ste jaarverslag is vergeten voor het binden de bladzijden op de juiste plaats te leggen. Het huls orgaan De Wetenschapswinkel opent de vierde jaargang met een onderling interview van de re daktie. Missers die niet met het begrip kinderziekten afgedaan k u n n e n worden. Erger is dat in het bemiddelings werk ontoelaatbaar amateurisme opduikt. Zo is het geval van een biologiestudente bekend die een onderzoek deed n a a r beroepsmo gelijkheden van een Noordhol landse milieuorganisatie. De door de wetenschapswinkel aan h a a r geleverde vraag leverde een antwoord op. Pas toen dat ant woord geformuleerd was, nodigde de wetenschapswinkel de vragen steller uit. Het bleek dat de mi lieuorganisatie iets heel anders gevraagd en bedoeld had dan uit de registratie van de weten schapswinkel bleek. Gebrek aan bemiddeling derhalve.
Proefperiode Tot zover de wetenschapswinkel UvA. Wij richten onze blikken weer op de VU, waar sinds vijf maanden Ingrid Riphagen coör dinatrice van de wetenschaps winkel is. De winkel verkeert
voorlopig nog in een proefperiode van twee jaar, n a afloop waarvan een beshssing genomen moet worden over de continuering van het werk. Het bestuur van de we tenschapswinkel werd in m a a r t van het vorig jaar geïnstalleerd n a een lange periode van voorbe reiding. Het idee werd indertijd aangedragen door de initiatief groep wetenschapswinkel die al vijf jaar geleden met plannen in die richting n a a r het college van bestuur kwam. De afgelopen periode is vooral ge bruikt om het werk van de weten schapswinkel bekendheid te ge ven en om de interne organisatie op poten te zetten. Daar in heeft Ingrid Riphagen moeten ervaren hoe moeilijk het is om vanaf een n u l p u n t te beginnen. Het gebrek a a n ervaring op dit gebied binnen de vugemeenschap is een groot probleem. Doordat de stichting van de wetenschapswinkel zo lang op zich heeft doen wachten, een aan de VU niet onbekend ver schijnsel als we de gang van za ken rond vrouwenstudies en crèche in herinnering roepen, is de knowhow die de initiatief groep verzameld had, verloren ge gaan. Een deel van de groep haakte af, een ander deel ver dween naar de UvA en een deel studeerde inmiddels af. De coör dinatrice moet het n u dus hebben van de ervaringen in andere uni versiteitssteden en die van de we tenschapswinkel van de UvA. Omdat er maar weinig formatie ruimte beschikbaar is (Ingrid Riphagen werkt halve dagen, de totale formatieruimte is 0,7. Ter vergelijking: De wetenschaps winkel UvA heeft een ruimte van 7,0), heeft de oriëntatie tot dusver verreweg de meeste tijd opgeslokt. E r wordt op het ogenblik gewerkt a a n een folder, die de mogelijkhe den van de winkel aan potentiële klanten bekend moet maken. Een andere belemmering voor het functioneren is het tot dusverre uitblijven van een juridische on derbouwing van het werk. Daar a a n is wel gewerkt, maar zaken als de aansprakelijkheid voor de resultaten en de verantwoorde lijkheid van de individuele onder zoeker zijn daardoor nog niet ge regeld, reden waarom bijvoor beeld de chemiewinkel tot n u toe niet van stapel is gelopen.
Proülering Gezien de grote aktiviteiten van de wetenschapswinkel UvA moet
denk voorlopig dan toch meer a a n andersoortige groepen, groe pen die niet voldoende weten schappelijke contacten hebben."
Beperkingen #
'"^.;*t?i:W
> \
Ingrid
Riphagen
de winkel van de VU een nieuwe m a r k t zien aan te boren. Een van de belangrijke potentiële klanten is het CNV. Deze organisatie m a a k t weliswaar deel uit van het bestuur van de wetenschapswin kel UvA, maar blijkt in de prak tijk niet in aanmerking te komen voor bemiddeling. Ingrid Ripha gen vermoedt dat het CNV al wel contacten aan de VU heeft en poogt n a te gaan welke vragen zoal voorgelegd worden, maar ook welke vragen voortdurend gene geerd worden. „Ik zou me kunnen voorstellen dat de vragen van kleinere groepen, zoals bedrijfsle dengroepen, niet door de univer siteit behandeld worden. Daarop zouden wij ons kunnen richten." Een andere groep waaraan Ingrid Riphagen denkt, zijn buitenlan ders in Nederland, vooral illega len en vluchtelingen. Een terrein waaraan eveneens te bemiddelen valt, is het werk van vredesgroe pen. Twee problemen doen zich in het algemeen voor. Ten eerste is het moeilijk juist deze groepen te bereiken, omdat ze zich niet altijd doeltreffend georganiseerd heb ben en ten tweede is het moeilijk a a n te geven wat de VU precies a a n onderzoeksmogelijkheden in huis heeft. Alleen het inventari seren daarvan zou, aldus Ingrid Riphagen, al twee jaar in beslag kunnen nemen. Wel is overigens het eerste door de wetenschapswinkel bemiddel de onderzoek begonnen. Politico logen houden zich bezig met een vraag van de stichting VNjaar voor de sancties tegen ZuidAf ri ka n a a r wetenschappelijke con tacten tussen Nederlandse en Zuidafrikaanse geleerden. Voor een tweede onderzoek, n a a r het opstellen van een leerplan voor welzijnswerkers, wordt op het moment bemiddeld. Dat wil niet zeggen dat er niet meer onderzoek in het kader van de wetenschaps winkel verricht wordt. Al in het verleden, en ook n u nog steeds, komen vragen binnen die door andere wetenschapswinkels doorverwezen zijn. Omdat de wetenschapswinkel UvA al een belangrijk deel van de binnenstad bedient, zoekt Ingrid Riphagen de toekomstige klan ten vooral in de regio buiten Am sterdam: Amstelveen en Haar lemmermeer, Het Gooi etc. Een andere belangrijke doelgroep zijn de aan de VU gelieerde instellin gen in den lande: groepen met een kerkelijke achtergrond, kritische groepen en basisgemeenten.
,wCS
Buitenlandse werknemers en hun arbeidsomstandigheden, een van de problemen die op het bord van de wetenschapswinkelierster komen.
Zou het ICTO (interkerkelijk co mité tweezijdige ontwapening, te genhanger van het IKV) met een vraag mogen komen? Ingrid Rip hagen (aarselend): „Ik weet het n i e t . . . Misschien zou je in het begin niet te veel moeten selecte ren. Ja, daar krijg je al de proble men. Als er polarisatie is op een bepaald p u n t . . . wat kies je dan? In de praktijk is het wel zo dat bepaalde groepen niet komen. Ik
Niet alle vragen zijn geschikt voor behandeling door de weten schapswinkel. Belangrijke voor waarde is dat de vragensteller zelf het onderzoek niet kan betalen. Een ander criterium is dat het resultaat aan meer dan één per soon ten goede kan komen. Alleen wetenschappelijke nieuwsgierig heid is dus geen voldoende voor waarde. Ook mag het onderzoek niet eerder zijn uitgevoerd, een voor de hand liggende voorwaar de, waarvan echter afgeweken wordt in het geval van een con traexpertise, het controleren van een vorig onderzoek. Dit laat ste is een mogelijkheid die zich in het algemeen voordoet bij rappor ten van de verschillende overhe den. Ingrid Riphagen: „Je moet van te voren goed praten. Wat wil men met een onderzoek? Wat heeft men tot n u toe gedaan? Waarom werkt hetgeen men tot dan toe gevonden heeft niet en, wat ik heel belangrijk vind, of het über h a u p t wel zin heeft dat een pro bleem met behulp van de weten schap wordt aangepakt. Je dient een heel goed doel met een weten schapswinkel, namelijk mensen die wetenschappelijke ondersteu ning nodig hebben en die niet k u n n e n krijgen, die ondersteu ning proberen te bieden. Maar er zit ook een nadeel aan: je wekt de indruk dat alles met behulp van de wetenschap op te lossen is. Het is dan ook belangrijk dat een on derzoeker zelf al aangeeft dat hij weliswaar op een beperkt gebied deskundig is, maar dat dat ook beperkingen met zich meebrengt. Dat is ondertussen een mooi ne vendoel: de al te hoge verwachtin gen die men over het algemeen van de wetenschap heeft wat af te zwakken." Het laatstelijk opgerichte t r a n s ferpunt lykt op het eerste gezicht niet onder de duiven van de we tenschapswinkel te schieten. Transferpunten bemiddelen eveneens bij het zoeken van we tenschappelijke ondersteuning, m a a r het daaruit voortvloeiende onderzoek moetworden betaald. De bemiddeling zelf is gratis. In Utrecht is echter al gebleken dat er veel instanties zijn die bü het transferpunt tevergeefs aanklop pen. Als bepaald onderzoek in de ogen van de overheid niet innove rend genoeg is, is de hulp die transferpunten kunnen bieden vaak te duur, want niet gesubsi dieerd. Het daardoor ontstane gat in de dienstverlening zou door de wetenschapswinkel opgevuld kunnen worden. Ingrid Ripha gen hoopt dan ook op een nauwe samenwerking met de transfer punten. Vanouds worden wetenschaps winkels gerund door vrijwilligers. I n veel gevallen is dat nog steeds zo, al is een verschuiving te con stateren van studentenvrijwilli gers n a a r werkloze vrijwilligers. Met het aanstellen van personeel dreigt het gevaar van de profes sionalisering, terwijl de verwach ting is dat het aantal studenten vrijwilligers afneemt naarmate •de studiedruk toeneemt. De van hogerhand opgelegde voorwaar delijke financiering is een tweede bedreiging voor het werk van de wetenschapswinkel. Alleen de Universiteit van Amsterdam en de Leidse rijksuniversiteit heb ben de wetenschapswinkel in die constructie ingebed d.m.v. inter ne voorwaardelijke financiering. De VU heeft zulks tot n u toe niet gedaan. Er zijn al met al dus nog al wat hindernissen te nemen, voordat ook de VU een volwaardi ge, optimaal functionerende, we tenschapswinkel rijk zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's