Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 432
AD VALVAS — 20 ME11983
10
Meer nascholing academici De behoefte aan nascholing van academici neemt sterk toe. Dit is de ervaring van het instituut post-academisch onderwijs bedrijfs- en bestuurswetenschappen (PAO-BB). De groeiende belangstelling schrijft men toe aan een aantal factoren. De economische teruggang speelt een belangrijke rol. Bedrijven die tot voor kort hun managers zelf bijschoolden besteden die bijscholing nu, om financiële reden, uit. Ook zijn er ondernemingen die menen dankzij de bijscholing van hun leidinggevende medewerkers uit de problemen te kunnen komen. De nascholing is ook noodzakelijk om in te kunnen spelen op de nieuwe ontwikkelingen, zoals de automatisering. Daarnaast komt het steeds vaker voor dat werkloze academici een cursus gaan volgen om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Vanwege de grote belangstelling moest het PAO-BB verhuizen van de accommodatie op het terrein van de TH-Twente naar een gebouw in Hengelo. Directeur drs. J. Michalides verwacht echter dat deze nieuwe ruimte binnen enkele jaren ook weer te klein zal zijn.
Rechten in Deventer
De rijksuniversiteit Utrecht wil met ingang van het komend studiejaar academisch juridisch onderwijs geven in Deventer. Het zou dan de eerste keer zijn, dat een faculteit in Nederland buiten de grenzen van de vestigingsplaats van de universiteit treedt. Het gaat om een experiment van de faculteit der rechtsgeleerdheid, die na wU gaan of het mogelijk is op deze manier regionaal onderwijs te verzorgen. Deventer is uitgekozen, omdat de stad en het achterland geïsoleerd Uggen ten opzichte van de universiteiten. Het college van bestuur zal de universiteitsraad voorstellen 300.000 gulden beschikbaar te stellen voor het project. Op 25 mei beslist de raad daarover.
Civiele techniek
De Technische Hogeschool Twente heeft plannen voor een studierichting civiele techniek. Naast technische vakken krijgen
in deze opleiding ook bestuurswetenschappelijke en bedrijfskundige vakken aandacht. Een dergelijke opleiding wordt noodzakelijk geacht voor toekomstige directeuren en stafmedewerkers van gemeentewerken, bijvoorbeeld, waar naast de technische kant het bestuurlijke aspect en het management een primaire bezigheid is. Deze opleiding past ook in het streven van de THT naar-een combinatie van technische en maatschappijgerichte studies. Op landelijk niveau voert de THT op het ogenblik overleg over het instellen van deze nieuwe studierichting.
Winst Progressieven
De verkiezingen voor de hogeschoolraad en de faculteitsraad aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen bracht de groepering „Progressief Personeel" één zetel winst in de hogeschoolraad. In de geleding riiet-wetenschappelijk personeel zal deze groepering vanaf september drie van de totaal negen zetels bezetten. Ook bij het wetenschappelijk personeel wonnen de progressieven, maar de kleine vijf procent konden zich niet in een zetel omzetten. Voor de studenten bleef de vertegenwoordiging gelijk, met in de hogeschoolraad vijf progressieven, drie democraten en een Christen-politicus.
Eerste Kamer en lerarenopleidingen Senator Zoutendijk (VVD) stelde dat de eindverantwoordelijkheid voor de lerarenopleidingen bij de universiteiten moet blijven. Hiermee was hij de eerste politicus die een uitspraak deed over het voorstel van Deetman die verantwoordelijkheid bij de Nieuwe Lerarenopleidingen te leggen.
Eerste Kamer en medische faculteiten Senator Zoutendijk (VVD) betoogde dat twee medische faculteiten in Nederland meer is dan de „maatschappelijke behoefte". Hij stelde voor deze twee in te schakelen voor „hulpactiviteiten" aan andere instellingen, met name in de tweede fase. Deetman toonde zich bereid deze suggestie nader te overwegen.
Eerste Kamer en taakverdeling Senator Zoutendijk (VVD) betoogde in het debat met minister Deetman, dat de minister zich bij zijn voorstellen met betrekking tot de taakverdeling dicht bij de
Europees verzet W.O. II Vervolg van pag. 9
Relatie repressie-verzet
fascistische bewegingen leverde een debat op tussen Oost- en Westeuropese historici. De Oostduitse historicus Pech bestreed de stelling dat de sociaal-democraten en communisten in Duitsland in de dertiger jaren weinig tegen het fascisme zouden hebben gedaan. Volgens Groeneveld, medewerker van het RIOD, maakten de communisten tot het laatste moment de sociaal-democraten echter uit voor sociaalfascisten. Mede hierdoor kwam er van samenwerking niets terecht, waarvan Hitler uiteindelijk profiteerde. De Oostduitse historicus en verzetsstrijder Scheel merkte vervolgens op dat de communisten inderdaad een dergelijke fout maakten maar aan de andere kant de sociaal-democraten ook niets van samenwerking moesten hebben omdat daarmee een deelname aan een regering bemoeilijkt werd.
Verschillende historici benadrukten het feit dat de kleine groep van actieve verzetsstrijders niet zonder een groot deel van de bevolking konden voor bevoorrading, onderdak, verzorging e.d. Zo wees de Poolse historicus DuninWasowicz er op dat er in Polen naast het actieve verzet een illegale pers bestond, een heel leger van informanten, een heel systeem van ondergronds onderwijs, medische hulptroepen, enz. Dat waren ook leden van de verzetsbeweging. Maar liefst een kwart van het aantal volwassenen in Polen moet zodoende volgens hem tot het verzet gerekend worden. Veel tijd besteedde de conferentie aan de relatie tussen onderdrukking en verzet. Volgens Madajczyk nam in het Westen van Europa het verzet toe naarmate de repressie ook toenam. In het Oosten lag dat anders. Daar werd de bevolking direct na het begin van de oorlog al hevig en zonder onderscheid geterroriseerd. Lipgens
voorstellen van de Taakverdelingscommissie zou moeten houden, gezien de moeilijke positie van de Colleges van Bestuur tussen de minister en de universiteits- en hogeschoolraden in. Senator Mastik (PvdA) vroeg in dit verband om „zorgvuldigheid".
Eerste Kamer en overheidsbemoeienis Vertegenwoordigers van CDA en VVD zien een toenemende overheidsbemoeienis met het wetenschappelijk onderwijs. Deetman stelde dat die bemoeienis juist met de loop der jaren globaler was geworden. Senator Vis (D'66) stelde daar tegenover dat juist de globale opdrachten van de minister voor veel bureaucratie op de instellingen zorgen.
Leeuwarden blijft wetenschappelijk De universitaire vestiging in Lieeuwarden blijft in de een of andere vorm bestaan. Die conclusie kan worden getrokken uit het kamerdebat over het derde voortgangsverslag van het Integrraal Structuurplan Noorden des Lands. De Taakverdelingscommissie had voorgesteld om „Leeuwarden" maar niet voort te laten bestaan. Minister Deetman deed daarop de suggestie de juridische faculteit van Groningen over te plaatsen naar Leeuwarden. Die gedachte is nu van de baan. Deetman noemde het afdwingen van die overplaatsing zinloos, omdat de uitvoering daarvoor te complex is. In moties werd de regering verzocht het draagvlak voor wetenschappelijk onderwijs in Friesland te versterken en regionale economie tot één van de studierichtingen te maken. Spieker (PvdA) en Jacobse (VVD) drongen aan op het behoud van de technische wetenschappen in Groningen, met name in verband met het tot stand komen van een science park in Groningen.
UvA tegen lagere beurzen „Het inkomen van de student wordt hierdoor op onaanvaardbare wijze aangetast." Met deze bewoordingen keerden het College van Bestuur en de Universiteitsraad van de UvA zich fel tegen de plannen van de regering om op de studiebeurzen te bezuinigen. Het bevriezen van de maximale studiebeurzen in het studiejaar 1983/84 en de verlaging van de beurzen voor studenten onder de 21 jaar moet 53 miljoen gulden opbrengen. Ook de plannen van minister Deetman om onderschreef deze stelling. In West-Polen en van 1939 tot 1941 in Oost-Polen was de terreur zelfs zo direct dat er geen ruimte was voor verzet. In het Westen van Europa daarentegen ontstonden er in de eerste maanden van de bezetting nauwelijks verzetsgroepen. Lipgens sprak zelfs van een zekere vorm van „collaboratie": men wilde meehelpen aan de opbouw van een nieuw Europa, zü het niet direct in fascistische zin. Later ontstond er meer verzet. Pech bestreed dit. In Fïankrijk bijvoorbeeld was al vanaf het midden van de jaren dertig een anti-fascistische stemming merkbaar, in 1940 vormen zich de eerste verzetsgroepen en gaan studenten de straat op. Bovendien kostte het tijd om een ondergrondse organisatie op te bouwen. Deze opmerkingen kwamen Pech op een reprimande van Michel te staan. De onderdrukking in Frankrijk was helemaal niet brutaal en er was weinig verzet. Een verzetsbeweging zou ook totaal geen weerklank gevonden hebben bij de bevolking omdat die in het begin van de bezetting één en ander gelaten over zich heen liet komen. Ook het probleem van de relatie tussen verzet en de geallieerde machten kreeg veel aandacht.
het aantal nieuwe studenten voor medicijnen en tandheelkunde te beperken tot respectievelijk 1700 en 420 eerstejaars, viel bij de UR in slechte aarde. Men wil dat het College van Bestuur zo mogelijk juridische stappen onderneemt tegen de minister, die uiterlijk 1 juni een definitief besluit zal nemen inzake de studentenstops voor het studiejaar 1983/84.
Cameretten Eind oktober vindt in Delft weer het jaarlijkse Camerettenfestival plaats. De Opzet is ongewijzigd: vier voorronden 's avonds in het Waagtheater en een finale op 4 november in de aula van de TH Deht. Insdhrijving is nog mogelijk. In aanmerking komen Nederlandstalige groepen of solisten, die zich bezig houden met cabaret en aanverwante theatervormen. Voor inschrijving of informatie wende men zich tot de Stichting Conamus, tel: 03519018.
Japan in Studio K Van 16 tot en met 29 juni vindt er in het kader van het Holland Festival een Japans filmfestival plaats in Studio K. Voor de 60 te vertonen films is een passe-partout ä ƒ 50.- op de kaartenmarkt in Carré, 14 mei a.s. te verkrijgen.
Misdaadliteratuur „Fictie en feit is misdaadliteratuur, in het bijzonder in de achttiende eeuw" is de titel van het colloquium dat wordt gehouden ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van de werkgroep strafrechtgeschiedenis, op 10 juni. Het colloquium vindt plaats in het gebouwencomplex ARA/KB, Willem Alexanderhof 20, Den Haag. Inl.: S. Faber, tel: 020-548 4698/2652/2602.
Bezem door adviesorganen Uit een nog niet gepubliceerd rapport van een ambtelijke werkgroep voor de reorganisatie van de rijksdienst blijkt dat deze werkgroep 50 van de 65 permanente adviesorganen bij onderwijs op wil heffen. Het Ministerie van Onderwijs zelf heeft ook al plannen gemaakt om de sterk uitgebreide adviesstructuur van dit departement te beperken. De ambtelijke werkgroep stelt verder voor om ook de Onderwijsraad op te heffen. Er komen namelijk nieuwe adviesraden voor het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs. De projectgroep wil óf de Onderwijsraad óf de drie nieuwe raden laten bestaan, niet alle vier. Verder wil de werkgroep de advies-
Volgens de Italiaanse historicus Vaccarino moet daarbij onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende gealUeerde machten. In tegenstelUng tot Stalin moedigde de Engelse regering bijvoorbeeld het verzet niet echt aan en probeerde ze in Italië de macht van gewapende groepen te beperken. Michel wees ook op het verschil tussen de politiek van Engeland en de Verenigde Staten. De Engelsen hebben zeer lang alleen de last voor de ondergrondsen gedragen. De Amerikanen werden pas veel later in de strijd betrokken. Bovendien begrepen ze niets van het verzet; toen ze in Normandië landden dachten ze dat iedere burger voor Duitsland was. De eerste burgers die ze tegenkwamen bleken echter juist de verzetsstrijders te zijn. Volgens Madajczyk had de geallieerde politiek ook consequenties voor de na-oorlogse situatie. De geallieerden steunden verzetsgroepen in die landen die later in hun invloedssfeer kwamen te liggen.
Invloed verzet na de oorlog Waarmee men bij het laatste discussiepunt kwam, namelijk de vraag naar de invloed van het verzet op de na-oorlogse ontwik-
taak van de Academische raad en de HBO-raad afschaffen als er een adviesraad voor het hoger onderwijs komt.
UvA: winst voor links
/ Uit een steekproef üit de stembiljetten voor de verkiezing van de Universiteitsraad van de UvA blijkt een vriendelijke winst voor links. De uitslag van de verkiezingen wordt pas eind mei verwacht. Deze steekproef uit iets minder dan tien procent van de stemmen wordt betrouwbaar genoeg geacht om een juiste prognose te kunnen maken. De opkomst was boven verwachting: 11.500 mensen brachten een stem uit, waarvan 9000 studenten. Onder de studenten ligt de opkomst daarmee rond de veertig procent, een voor de UvA normaal aantal. Bij de studentenfracties wist de ASVA er een zetel by te krijgen, NASA verloor er één en de andere fracties blijven op de zelfde sterkte als voor de verkiezingen. Bij de personeelsfracties was er winst voor de nieuwkomer WOW, een „vakbondsvriendelijke club". Dat betekende één zetel verlies voor de rechts-geöriënteerde AUB, terwijl verder geen verschuivingen optreden. „Alternatief Image", een vereniging van economiestudenten die dit jaar voor het eerst aan de verkiezingen mee deed heeft geen zetel in de wacht weten te slepen.
Geen toetsing VU door overheid Bij het laatste Eerste Kamer-debat over het onderwijs heeft PvdA-senator De RiJk een uitvoerig pleidooi gehouden voor een soort marginale toetsing door de overheid van beslissingen van bijzondere instellingen, dat een bepaalde voorziening aan zo'n instelling moet bestaan gezien de aard van die instelling. In dit verband dus met name de VU en de Katholieke Universiteit Nijmegen. Deetman wees het idee van marginale toetsing echter van de hand. Zoiets behoort tot de autonomie van de bijzondere instelling zelf. Hij herhaalde daarbij dat hem gebleken was dat bij de bijzondere instellingen bereidheid bestaat om volop mee te draaien in de taakverdelingsoperatie. (UP, Bert Bakker, Red.) kelingen. Volgens Lipgens gaat daaraan vooraf de vraag waaróp men precies invloed wilde. Verzetsgroepen hebben in de oorlog niet alleen tegen het fascisme gevochten maar ook voor een betere wereld na de oorlog. Zeker in het Westeuropese en het Poolse verzet is veel aandacht besteed aan plannen voor een betere toekomst: herstel van vrijheid en democratie, sociale gerechtigheid, decentralisering en vervanging van een zwakke Volkerenbond door een echt krachtige internationale autoriteit waren daarbij belangrijke elementen. Volgens Lipgens moet aan dit punt meer aandacht besteed worden omdat het bovengestelde vraag scherper stelt. Verschillende historici probeerden deze vraag voor hun eigen land te beantwoorden maar al spoedig moest de discussie afgebroken worden omdat de bus naar het Amsterdamse Historisch Museum te wachten stond voor een ontvangst aldaar door het gemeentebestuur van Amsterdam. Waarmee een einde kwam aan een middag waarin ondanks alle tekortkomingen toch een begin was gemaakt met een vergelijking van het verzet in de verschillende Europese landen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's