Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 402

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 402

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 29 APRIL 1983

„De universiteitsstudent is in het onderwijs-leerproces weliswaar de zwakste, maar zeker niet een rechteloze partij." Dat schrijft de Tilburgse studentendekaan Dr. Danny Backx (42) in zijn net verschenen boek Studeren in het Hoger Onderwijs. Het werkstuk draagt de ondertitel „studentenhandboek" en wil voor niet-juristen een inventaris geven van de rechtspositie van de onderwijsvragers op universiteiten en hogescholen. Die positie is, aldus Backx, sterk veranderd door de invoering van de tweefasenstructuur. Andere bepalende factoren zijn de WUB, de Machtigingswet en de (Backx: „Het valt mij moeilijk hierover sereen te blijven") studiefinanciering. Een vraaggesprek met de auteur.

Tilburgse studentendekaan dr. Danny Backx schreef handboek

„studenten moeten zelf wet dekanen en studieadviseurs. De student moet zelfstandig in staat zijn om uit te zoeken welke middelen hem ter beschikking staan". De beperking van de inschrijvingsduur als onderdeel van de tweefasenwet is volgens Backx wel de belangrijkste recente verandering in de rechtspositie van studenten: „De gevolgen daarvan zullen vooral gaan doorwerken in vragen over de kwaliteit van het onderwijs. Ik zie het al gebeuren. Een student stapt volgende week n a a r het College van Bestuur en zegt: nou College, moetje 's luisteren, ik heb twee jaar inschrijvingsduur voor mijn propedeuse, m a a r ik kan dat examen n a t u u r lijk niet doen want dat onderwijs hier is zo belabberd en het sluit helemaal niet aan op mijn vooropleiding. Dat soort vragen k u n je krijgen. Ik denk dat de vraag van de student n a a r een doelmatig en kwalitatief hoogstaand onderwijs steeds vaker aan de orde zal komen. De algemene beginselen van behoorlijke examinering zijn wél pasgeleden veranderd, die van behoorlijk onderwijs niet. De discussie daarover zal zeker binnenkort losbranden," Zoals gezegd, bij de bepaling van de deugdelijkheid van de examinering staat de student sterker in zijn schoenen dan wanneer hij een vinger wil leggen op de kwaliteit van het door hem genoten onderwijs.

De rechtspositie en vooral de rechtsbescherming van de student worden binnen het totaal v a n het studentenbeleid steeds belangrijker. Het studentenbeleid is in het verleden teveel beperkt geweest tot een voorzieningen- en welzijnsbeleid. Maar de veranderingen die zich allang aankondigden in de Wet Herstructurering en die zijn ingevoerd met de Wet Tweefasens t r u c t u u r hebben de positie van de student ingrijpend gewijzigd." Toen Danny Backx in 1981 een p u n t zette achter een zesjarig voorzitterschap van de Tilburgse Hogeschoolraad, besloot hij zijn sabbatsjaar te gebruiken voor een inventarisatie van de rechtspositie van de student in het Hoger Backx: „Bij de examinering wordt Onderwijs. Vooral door de invoe- getoetst of de studie-inspanning ring van de tweefasenstructuur die de student heeft geleverd volvoorzag Backx een grondige her- doende is. Of hij dus aan de geziening van deze rechtspositie en stelde eisen heeft voldaan. Denkt daarmee een groeiende behoefte de student dat hij tijdens een exam e n in strijd met de wet, de redea a n informatie hierover by stu- lijkheid of de billijkheid wordt denten, aankomende studenten, ' behandeld, dan kan hy n a a r het schooldekanen en medewerkers universitair College van Beroep v a n universiteiten en hogescho- toestappen. Die regeling geldt len. Backx: „Er is begrijpelijker- sinds september 1981. Als een stuvindt dat hü onrechtvaardig wijs een groot gat in de kennis dent of anders dan anderen is beoorover deze materie. Het wordt voor deeld dan kan hy by het beroepsstudenten steeds moeilijker om te college zyn beklag doen. Of hy achterhalen waar ze precies aan- dan z'n geiyk haalt is natuuriyk afhankelyk van de vraag of zyn spraak op kunnen maken." klacht gegrond is of niet. Maar je ziet toch uit de gevallen die zich hebben voorgedaan dat excesbestryding in deze mogeiyk is. In dit belangryke opzicht is de stuHet boek vertrekt, zo verraadt het zeer dus zeker niet rechteloos." voorwoord, vanuit een juridische dent student," zo preciseert Daninvalshoek maar richt zich tot n„De y Backx de mogeiykheden van een niet-juridisch publiek. iemand die zich gedupeerd voelt Backx: „Je moet de student zo on- door de uitslag van een examen of afhankelijk mogelijk maken van

Leesbaar boek

tentamen, „kan allereerst gebruik maken van het inzagerecht. Het academisch statuut schryft voor dat de student het recht heeft om zyn copy in te-kyken. Vroeger kon dat niet of nauwelyks. Na die inzage kan er onenigheid ontstaan over de juistheid van 'n bepaald antwoord. De docent moet kunnen motiveren waarom hy dat p u n t gegeven heeft. Heeft de student daar geen vrede mee, dan kan hy n a a r het College van Beroep gaan. E r zyn inmiddels uitspraken geweest die de student in het gelyk stelden. Het komt voor dat het College een door de docent als fout aangemerkt antwoord na getuigenverhoor of deskundigenbericht toch goed rekent. Die gevallen zyn trouwens niet talryk m a a r dat komt ook door de verplichting tot minneiyke schikking. De voorzitter van het College van Beroep moet namelyk de student, nadat deze gebruik heeft gemaakt van zyn inzagerecht, en de docent samen in een hok jagen om hen tot overeenstemming te laten komen. Zo worden de meeste gevallen geschikt. Lukt dat niet dan gaat het College zich ermee bemoeien."

Utrechts voorbeeld

„Een bekend Utrechts voorbeeld. I n de aanhef van een examenformulier stond: Antwoord zo volledig mogeiyk. Maar by een specifieke vraag werd gevraagd om diverse voorbeelden. De student gaf vyf voorbeelden terwyi het er i n totaal acht waren. De docent zei: dat is niet volledig. De student zei: ja maar daar staat toch diverse? En de student is tenslotte i n het gelyk gesteld. Zulke gevallen worden wel bekend. Als de studenten daarvan op de hoogte zyn en de docenten ook, dan kan De auteur van „Studeren in het Hoger Onderwijs" ar. Danny Backx. (fotoR dat de kwaliteit van de examens verbeteren. En ook de kwaliteit niet eens zo verkeerd. Maar ik meer werk krygen." v a n de rechtsbescherming. Het is denk dat er toch meer gebruik H e t boek Studeren in het Hoger m y n ervaring dat docenten daar- van zal worden gemaakt naarma- Onderwijs stelt by de beschryin heus niet onwelwillend zyn. De te beter bekend wordt wat die ving van de rechten en plichten angst van de student voor repre- universitaire beroepscolleges van de student achtereenvolgens sailles van de kant van de docent precies doen en naarmate de be- de toelating en toegang tot de is vaak ongegrond. Het gaat ten- perking van de inschrijvings- universiteit, de studierfechten, de slotte ook om een zakeiyke aange- d u u r meer studenten in de knel positie van de student als onderlegenheid, het is geen persoonUj- brengt. Als je vroeger afging voor wysvrager en de studiefinancieke kwestie tussen die twee." een tentamen, dan deed je het ring aan de orde. Onder het Toch kent de onderwysvrager drie maanden later op je gemak hoofdstuk studierechten rangzyn rechten op dit gebied nog on- 'nog eens over. P u n t uit. Maar n u schikt Backx onder meer de posivoldoende, aldus de Tilburgse zit je je inschrijvingsduur te ver- tie van de student als lid van de studentendekaan. „De student bruiken en dan zul je eerder ge- universitaire en facultaire gezal die aarzelingen voorlopig ook neigd zyn om je recht te halen. De meenschap, zoals die is geregeld wel houden en misschien is dat beroepscolleges zullen dus zeker in de experimentele Wet op de

Natuurkundig lab werkt aan verbetering techniek

Laserstraal ruimt wijnvlek op Wijnvlekken zijn het gevolg van een huidaandoening. Ze kunnen mensen veel overlast bezorgen, vooral als ze zich op in het oog vallende plaatsen als gezicht en handen bevinden. Sinds kort wordt in het natuurkundig laboratorium van de Vrije Universiteit geëxperimenteerd met een nieuwe therapie. Met laserstralen worden wijnvlekken stukje bij beetje verwijderd. De resultaten zijn zeer bemoedigend. Echter, financiële nood in de gezondheidszorg zal toepassing op grote schaal van deze therapie voorlopig wel in de weg staan. wynvlekken worden veroorzaakt door een te ryke bloeddoorstroming in de lederhuid, de huidlaag direkt onder de buitenste huidlaag, de opperhuid. De afwyking ontstaat vóór de geboorte en heeft de neiging te verhevigen, naarm a t e de leeftyd vordert. Laserstralen schieten de bloedvaten in de huid kapot, waardoor een normaal doorbloede huid ontstaat. Over de oorzaken van dit laatste verschynsel tasten de onderzoekers nog in het duisters.

Laserstralen zyn miniem kleine bundels licht. Omdat de golflengte van een laserstraal binnen het spectrum van het zichtbare licht valt, is de laserstraal relatief energiearm ten opzichte van andere, veel gebruikte, stralingstechnieken, zoals de röntgenstraal. Het lichtvermogen in een laserstraal is van dezelfde grootte als dat van een gewone gloeilamp. De kracht van de laserstraal schuilt in het kleine oppervlak waarop zy zich richt.

vu-onderzoeker Wim Hogervorst werkt in boyengenoemd project samen met een klinisch fysicus van het St. Jozefziekenhuis in Eindhoven, Martin van Gemert. Het Amsterdamse laseronderzoek is gebundeld in het LAICA (Laser Applicatie Informatica Cent r u m Amsterdam), een samenwerkingsverband van v u , Universiteit van Amsterdam en de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM). LAICA functioneert, in de woorden van Hogervorst, als een soort transferpunt en doet derhalve fundamenteel natuurkundig en medisch onderzoek ook onderzoek ten behoeve van het bedrijfsleven. De huidige behandelingsmethoden van wynvlekken, plastische chirurgie, röntgentherapie en tatouage, zyn niet bevredigend. Meestal laat de behandeling sporen na. Er ontstaan lidtekens, soms verandert de huid en wordt leerachtig. Het voordeel van de

lasertherapie is dat de behandeling geen sporen nalaat en dat, gezien de betrekkeiyk geringe hoeveelheid stralingsenergie, de behandeling ongevaarlyk is. De therapie is in de Verenigde Staten bekend sinds 1963 en wordt sinds 1970 klinisch toegepast. De vragen waarop de onderzoekers n u antwoord willen hebben zyn, met welke intensiteit en in welke tydseenheden een optimaal resultaat wordt bereikt. Van Gemert stelde by soortgeiyk onderzoek in Rotterdam al vast dat de meest gebruikte laser, de Argonlaser, niet de meest effectieve hoeveelheden energie voor dergeiyk werk levert. De Argonlaser geeft blauw-groen licht, terwyl geel licht beter door bloed geabsorbeerd wordt. In de experimentele opstelling in het VU-laboratorium wordt voorlopig gebruik gemaakt van Argonlicht. De nadruk in het huidige onderzoek valt dan ook op de duur van de bestraling. We spreken in dit geval dan over perioden van een duizendste (milli-)sekonde tot een miljoenste (micro-)sekonde. De bestraling vindt in fasen plaats. Het is niet zo dat een wynvlek in één keer verwyderd kan worden. Steeds worden kleine puntjes bestraald. Er ontstaat dan een raster. Na enige tyd

wordt de behandeling herhaald, totdat alle delen bestraald zyn. Een maand later is te constateren dat de wynvlek verdwenen is.

Voorrang vlek in gezicht

wynvlekken leveren patiënten in de eerste plaats psychische en sociale problemen op. Vooral patiënten met niet d.m.v. kleding te verbergen vlekken kunnen veel b a a t by behandeling hebben. Prioriteit hebben vooralsnog dan ook mensen met wynvlekken in het gezicht. Zoals gezegd wordt het verschynsel ernstiger naarmate men ouder wordt. Ook is gebleken dat de therapie beter werkt, naarmate de kwaal ernstiger is. De reden hiervan is, dat de jonge huid zich beter herstelt en dat daarmee het vernietigende werk van de laserstraal geneutraliseerd wordt. Om deze redenen behandelt men geen kinderen. Pas vanaf 15 jaar is behandeling zinvol. Over de toepassing van de nieuw verworven en nog te verwerven inzichten is Van Gemert niet erg positief gestemd: „Als je eenmaal weet hoe het werkt, moet de volgende stap zyn dat de verbeterde a p p a r a t u u r in de ziekenhuizen komt. Dat is moeiiyk genoeg, de centen zyn immers op." (H. v.d. V.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 402

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's