Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 113
AD VALVAS — 22 OKTOBER 1982
3
Commissie onderzoekt mogelijkheid Dom Helder Gamara-Ieerstoel in 1986
Jaarlijks Gamara-lezing over gerechtigheid op de VU Te beginnen met het nu lopende academisch jaar zal jaarlijks een Dom Helder Camara-lezing over de problematiek van gerechtigheid en bevrijding aan de VU worden gehouden. Het college van dekanen heeft hiertoe besloten naar' aanleiding van het vimge pleidooi dat de Braziliaanse aartsbisschop en eredoctor van de VU twee jaar geleden tijdens het VU-Eeuwfeest deed voor de instelling van een leerstoel voor onderwijs in gerechtigheid, bevrijding en vrede. De inmiddels voor de organisatie gevormde commissie „Dom Helder Camara" onderzoekt de wenselijkheid en mogelijkheid om een leerstoel aan de VU te vestigen. De leerstoel zou er in 1986 kurmen komen, eventueel in samenwerking met andere Nederlandse universiteiten, bijv. de katholieke universiteit van Nijmegen. Dom Helder Camara vroeg twee jaar geleden tijdens een gastcollege op de VU klemmend aandacht voor de onrechtvaardigheid van de verspillende consumptiemaatschappij en de zwakke positie van de derde wereldlanden, die meer en meer in de greep van de moderne technologie met haar schone beloften raken, wat leidt tot onaanvaardbare stijging van hun schulden-
last en van werkloosheid. Bevrijdingsoorlogen kuimen slechts met hulp van de grootmachten worden gevoerd, aldus de aartsbisschop, maar het grijpen naar de wapens zal zelfmoord betekenen voor derde wereldlanden. Actieve geweldloosheid is de enige uitweg en de instelling van een gerechtigheidsleerstoel kan daaraan meewerken, zei Camara. Aan de rooms-katholieke universiteit van Notre Dame in Michigan, Verenigde Staten, bestaat een dergelijke leerstoel sinds april 1980. Die wordt bezet door dr. Denis A. Goulet. In verband met de financiële consequenties van een leerstoel heeft het college van dekanen vooralsnog geconcludeerd tot een vaste jaarlijkse lezing, te houden door een gastdocent. Maximaal ƒ 10.000,— zal het fonds vormen dat de commissie Dom Helder Camara" jaarlijks ontvangt. Het fonds wordt gevoed door de VU, de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag, waar de VU van uitgaat, en de room.skatholieke Radboudstichting Wetenschappelijk Onderwijsfonds te 's-Hertogenbosch, die o.a. bijzondere leerstoelen beoogt in te stellen. De commissie „Dom Helder Camara" bestaat uit vijf leden uit de VU- gemeenschap en een aantal vertegenwoordigers van de overige fondsvormende instanties, terwijl er daarnaast plaats is
voor enige deskundigen op het gebied van bevrijding en vrede en mensen uit de mediawereld. Momenteel wordt de commissie gevormd door prof. dr. H. Verheul (in zijn kwaliteit van rector magnificus), C. Zeijlemaker en J. Snoek (benoemd door de universiteitsraad), de hoogleraren dr. J. Menges en dr. J. Schoorl (benoemd door het college van dekanen), mr. T. Vroon (voor de VU-Vereniging) en prof. dr. J. Nuchelmans en P.B. van den Biggelaar (beiden namens de Radboudstichting, waarvan de laatstgenoemde directeur is). Wie de eerste Camara-lezing zal houden en wanneer is nog niet bekend. Met de invoering van de Camaralezingen telt de VU nu twee jaarlijks terugkerende wetenschappelijke lezingencycli. De andere is de reeks Kuyper-voordrachten, waarmee het vorige academisch jaar begonnen kon worden dank zij een gift die de VU-Vereniging de imiversiteit deed bij haar eeuwfeest in 1980. Dat cadeautje houdt de financiering in van zes lezingen per jaar, voorlopig gedurende vijfjaar, op het gebied van de staatkxmde. De VU-Vereniging bekostigt de lezingen uit de rente van het fonds „KuyperKatheder", dat ooit bedoeld was voor een leerstoel anti-revolutionaire staatkunde, een van de geschenken die de VU-stichter dr. A. Kuyper bij zijn tachtigste verjaardag werd aangeboden.
Ottderwijsresearcb publiceert brochure over doelmatigheid
Briljant geleerde is niet persé goede leermeester Een niet onaanzienlijk aantal studenten, dat ooit aan een wetenschappelijk opleiding begonnen is, verlaat voortijdig de universiteit. Cijfers van een aantal jaren geleden schatten het aantal gesjeesden op zo'n veertig procent. Het aantal studenten dat veel langer studeert dan volgens het officiële programma de bedoeling is, ligt nog veel hoger. Het zijn de meesten. Alom wordt erkend dat de doelmatigheid van het Wetenschappelijk Onderwijs niet erg groot is. H. Weimers van de afdeling Onderwijsresearch aan de VU heeft onlangs in een brochure een aantal problemen en mogelijke oplossingen geïnventariseerd. „Bij de bespreking van doelmatigheidsbevorderende maatregelen dient men in gedachten te houden dat eigenijk een aantal aspekten van het universitaire onderwijssysteem fundamenteel gewijzigd moet worden om tot een grotere doelmatigheid te kunnen geraken", schrijft H. Weimers in zijn brochure die onlangs onder de titel Doelmatigheid in het Wetenschappelijk Onder-
wijs" verschenen is. In die brochure maakt de auteur een rondreis door de vakliteratuur op zoek naar bruikbare inventarisaties en oplossingen van problemen die tot studie-uitval of vertraging leiden. Doelmatigheid is een nogal technisch aandoende term voor de beschrijving van problemen, die vaak met veel menselijk leed gepaard gaan. Ook kan het de indruk wekken, dat het probleem alleen maar om het geld draait. Tenslotte roept de grote bezuiniger in Den Haag ook permanent dat het doelmatiger, dus met minder centen moet. Weimers waarschuwt tegen zo'n benadering „Ziet men doelmatigheid als een puur economische aangelegenheid en koncentreert men zich op de kosten per arbeidsplaats of de kosten per student, dan komt men niet verder omdat er uiteindelijk ook iets gezegd moet worden over de kwaliteit van de output en op dit punt falen ook de economen volledig." In een gesprekje naar aanleiding van dit werkstuk zegt Weimers dat in de eerste plaats een mentaUteitsverandering birmen de universiteit nodig is. Die verandering moet inhouden dat vanuit studenten bezien de imiversiteit in de eerste plaats een onderwijsinstelling is, waar hoge eisen gesteld moeten worden aan de didaktische kwaliteit van de programma's en de docenten. Momenteel wordt de kwaliteit van het universitaire bedrijf meestal primair afgemeten aan de wetenschapsbeoefening en de kwalificaties van de staf op hun vakgebied. En helaas, een briljant geleerde is nog niet persé een goede leermeester. De orièntatie van de
universiteit op wetenschappelijke hoogstandjes leidt bijvoorbeeld nogal eens tot de neiging de meeste aandacht en energie in de beste studenten te steken. Onderwijskundig zouden juist de middelmatige en zwakke broeders en zusters die extra aandacht moeten krijgen.
Expeditie In navolging van P. Buis, die in 1979 het toonaangevende rapport studiemislukking en studievertraging schreef, äoemt Weimers drie belangrijke tekortkomingen op in het universitaire onderwijssysteem. De informatie over studievoortgang en problemen komt veel te laat beschikbaar. Daardoor zijn er te weinig mogelijkheden om tijdig in te grijpen en het leerproces in positieve richting om te buigen; Er bestaat een grote mate van academische vrijblijvendheid bij zowel de docenten als studenten, waardoor niemand zich verantwoordelijk voelt voor het wel of niet bereiken van onderwijsdoeleinden; en ten derde het verschijnsel, dat birmen het onderwijs permanent sprake is van selektie. Vooral-dit laatste vindt Weimers een belangrijke oorzaak van de grote uitval. Hij schrijft in de brochure: „dat ongeacht de voorselektie die heeft plaatsgehad, docenten de tendens vertonen om de prestaties van ruwweg 50% van de studenten voldoende te achten, 25% als „boven het gemiddelde" en 25% als „onder de maat" te kwalificeren". Dit noemt Weimers het hordenmodel. In zijn visie zou dat vervangen moeten worden door een expeditiemodel, nadat via een
De Braziliaanse aartsbisschop Dom Helder Camara tijdens zijn gastcollege op de VU in oktober 1980, waarin hij opriep een gerechtigheidsleerstoel in te stellen. In de jaren '81 tot en met '83 worden lezingen gehouden over „De politieke consequenties van de Reformatie". De Amerikaanse filosoof prof. dr. N. WolterstorfT (Calvin College, Grand Rapids)
beet de spits af met de eerste reeks lezingen in het studiejaar '81-'82. Over wie de tweede voor zün rekening zal nemen is nog geen duidelijkheid. (J.v.d.V.)
goed opgezette selektieve propedeuze de schapen van de bokken gescheiden zijn. In zo'n expeditiemodel is geen sprake meer van selekteren van de goede en de slechte, maar van in gezamenlijk overleg en verantwoordel^kheid van student en docent bereiken van vastgestelde leerdoelen. Als die doelen niet bereikt worden via de in eerste instantie aangegeven weg, moet er naar andere wegen gezocht worden. Daarby is, als de student de aangegane verplichtingen nakomt althans, de docent mede verantwoordelijk voor het falen. Uitwerking van zo'n expeditiemodel is bijvoorbeeld kontraktonderwijs, waarmee ook op verschillende fakulteiten op de VU geëxperimenteerd is. Helaas constateert Weimers, dat fakulteiten nogal eens terugschrikken voor de investeringen in tijd en geld, die in eerste instantie gedaan moeten worden om tot onderwijsverbetering te komen. Volgens hem verdienen de investeringen, mits goed voorbereid en doordacht, zich meestal binnen een aantal jaren terug.
plan en het feitelijk verloop van het onderwijsproces zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Want verschillende verwachtingen ten aanzien van beoogde leerdoelen zijn een van de belangrijkste bronnen van mislukkingen. Zo pleit Weimers ervoor, dat voor een tentamen niet meer dan een van tevoren vastgelegd percentage onvoldoendes mag vallen. Is dat toch het geval, dan moet de vakgroep of docent niet schromen de normering bij te stellen en te zoeken naar oorzaken van het grote aantal onvoldoendes binnen de opzet van het onderwijs en de wijze van tentamineren. (DdH)
Ook van de met de invoering van de wet Tweefasen verpUcht gestelde registratie van studieresultaten verwacht Weimers positieve effekten, hoewel hij erkent, dat het in eerste instantie een formele benadering is. Maar, zegt hij, het is al enorm belangrijk dat de problemen zichtbaar gemaakt worden, zodat onvolkomenheden in programma's bijgesteld kunnen worden. Het systeem van studievoortgangregistratie heeft echter alleen maar echt effekt, als het gekoppeld wordt aan goede studiebegeleiding. Waar fakulteiten ook alert op moeten zijn, is dat er verschil bestaat tussen het onderwijsprogramma zich op papier en hoe het onderwijsprogramma in de leersituatie werkelijk afspeelt. Tussen het formele programma en het informele of verborgen leerplan, bestaat vaak een redelijk groot verschil. Bestuurlijk wordt meestal alleen naar het formele leerplan gekeken, terwijl juist het informele leerplan bepalend is voor de resviltaten. Via goed opgezette evaluaties moet getracht worden het officiële
Voor geïnteresseerden is de brochure te bestellen bij Onderwijsresearch, telefoon 548 3806
Vrouwen VU-hulp Vrouwen VU-hulp bestaat vijftig jaar. Ter gelegenheid hiervan is er op zaterdag 6 november om 14.00 uur in de aula van het vu-hoofdgebouw een feestelijke herdenking. Het bedrag dat de aktie voor het beter toegankelijk maken van de VU-gebouwen voor gehandicapten heeft opgebracht zal dan tevens bekendgemaakt worden. Inl.: mevr. G. Schuitemaker-van Asselt, tel. 020-5482677. Advertentie
DIKS Autoverhuur bv Géneraal Vetterstraat 55 (aan de Coentunnelweg) Tel. 178505 V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: FORD - VW - DATSUN - OPEL NIEUWE tvtERCEDES VRACHTWAGENS TOT 42 m3 EN 9 TON (groot en klein rijbewijs) ' Lage prijzen en studenten 10 procent korting
'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's