Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 190
6
AD VALVA;
Instnimentmakerij en
Het instrumentmaken als am bachtelijke be2agheid, ten dien ste staand van de wetenschap, heeft een lange geschiedenis. Eeuwen geleden reeds waren er natuurwetenschappers die, ter ondersteuning van hun onder zoeken, instrumenten ontwikkel den. Leonardo da Vinci en Miche langelo ontwierpen zelf hun werktuigen, en Gallilei vervaar digde dermate verfijnde instru menten, dat hij met de daarmee ontdekte gegevens de toenmali ge wetenschappelijke wereld ver steld deed staan. In de achttiende eeuw belegde de gegoede maatschappij haar geld onder meer in natuurkundige ka binetten, die dienden ter „leering ende vermaak". Instnmientma kers kregen opdracht apparaten te ontwikkelen, waarmee vrien den en kennissen werden onder houden. De instrumenten waren van zeer uiteenlopende aard. Gallilei deed zijn waarnemingen met de „Hollandse kijker", voor hem gemaakt door de Middel burgse briUenmaker Hans Lip pershy. In 1619 werd in Londen
Overlegorgaan zonder glasbewerkers
'È
Om de onderlinge kommuni katie tussen de verschillende instrumentmakerijen te be vorderen, is zeven jaar gele den het Overlegorgaan in strumentmakerijen in het le ven geroepen. Onder voorzit terschap van L. Mars, chef instrumentmakerij van het Cyclotron, wordt zes tot acht maal per jaar overleg ge voerd tussen de hoofden van de verschillende instrument makerijen. In het overlegor gaan hebben ook zitting de instrumentmakers van de AZVU en een vertegenwoordi ger van de technische werk plaatsen, zoals iedere fakul teit die heeft. Volgens de heer Mars ,funktioneert dat over legorgaan heel behoorlijk". Opvallend is dat de glasin strumentmakers ontbreken. Mars: „Dat werkterrein ligt zo verschoven van het onze, die hebben onderling vrij nauwe kontakten." Dat het logisch zou zijn dat in een dergelijk overlegorgaan ook de glasin strumentmakers vertegen woordigd zijn kan J.M.M. Tes selaar, hoofd glasinstrument makerijen, niet volledig on derschrijven: „Het is de vraag of die noodzaak er is. Op het Radio Nucleïden C entrum (RNC) zit één man. Als die problemen zou hebben zijn we kind aan huis bij elkaar, dat is geen punt. Wij maken werk voor hun, en zij komen bij ons om van de machines gebruik te maken. Maar om echt over alle problemen te praten, dat gebeurt gewoon niet." Overi gens gaat dit niet ten koste van een goede verstandhou ding met de andere instru mentmakerijen. Tesselaar: „Daar mankeert helemaal niets aan. Wij zien elkaar va ker dan de instrumentmake rijen elkaar op het periodiek overleg zien." (F.H.)
^
de eerste mikroscoop tentoonge steld, en een halve eeuw later werden de beide instrumenten algemeen gebruikt. In tegenstelling tot nu waren er veel natuurwetenschappers die hun instrumenten zelf vervaar digden. Antoni van Leeuwen hoek was zo'n „doe het zelver".' Zijn microscopen verkregen alom waardering vanwege de verfijnde kwaliteit, omdat ze slechts één sterk vergrotende lens bevatten, in tegenstelling tot de samengestelde lenzenstel sels in andere modellen. Chris tiaan Huygens die niet alleen natuurlnmdige, maar ook wis kundige en astronoom was, sleep zelf de lenzen voor zijn telesco pen. Ook ontwierp hij een model voor een buisloze telescoop. Een beroemde instrumentma kersfamilie was het geslacht Musschenbroek. De Leidse hoog leraar 's Gravesande liet Jan van Musschenbroek ongeveer twee honderd instrumenten vervaar digen waarmee hij proeven deed en natuurkimdige verschijnselen demonstreerde. Bekend zijn het emmertje van 's Gravesande, waarmee hij de wet van Archime des aanschouwelijk maakte, en de bol en ring vaii 's Gravesande.
Een belangrijk fenomeen vooral binnen de exakte wetenschappen zijn de instrumentmakerijen. Ten be hoeve van wetenschappelijk onderzoek in deze sector wordt vaak gebruik gemaakt van instrumenten, varië rend van zeer eenvoudige tot bijzonder ingewikkelde. Het is niet altijd mogelijk die instrumenten bij een Industriële instrumentmakerij te bestellen, soms dood gewoon omdat het gevraagde instrument nog helemaal niet bestaat, of omdat de kosten te hoog zijn. De Vrije Universiteit telt op het moment ongeveer honderd instrumentmakers, verdeeld over negen instrumentma kerijen, die hun vakkennis en vakmanschap ten dienste stellen aan het wetenschappelijk onderwijs en onder zoek aan de VU. Bovendien zijn er nog een aantal glasinstrumentmakerij en. De instrumentmakerijen zijn verspreid over verschillen de fakulteiten en subfakulteiten. Voor geneeskunde is een instnmientmakerij beschikbaar, evenals voor biolo gie en tandheelkunde. Voorts één voor de aardweten schappen, natuurkunde, scheikunde, een aparte werk plaats voor het cyclotron, één voor het radio nucleïden centrum en tenslotte een werkplaats voor de psycholo gie. De laatste valt wat uit de toon als enige niet exakte wetenschap. Maar door de opmars van de elektronika en door het gebruik daarvan biimen de psychologie, is de instnmientmaker ook binnen deze wetenschap door gedrongen.
Frans Hoogendoom omvangrijk. Meestal gaat het kleinere instrumenten, waant de opdrachten voor het meri deel komen van drie vakgroep biimen de subfakulteit Natui kunde en Sterrenkunde: expi mentele kemfysika, vaste si fysika en biofyskia.
I
I
Jan Snijders, sinds 1970 wa zaam op de instrumentmake Natuurkunde, vertelt hoe de aa vraag tot vervaardiging van instrument, meestal verloop „Een opdracht voor een imtli ment komt binnen by de instrumentmakerij. Die legtij voor aan de beleidsgroep, die voor het betreffende werksl geschikte instrumentmaker zoekt. De instnunentmaker kijkt vervolgens de opdracl Dat kan een onooglijke schets een kladblaadje 'zijn waar tekei technisch niet veel van klopt, instrumentmaker bestudeert opdracht, en maakt een werl kening. Dan gaan we met werktekening en eventuele merkingen over de praktiscl uitvoerbaarheid van het insl ment naar de opdrachtgever
Leidscbe fles In het midden van de achttiende eeuw werd er veel onderzoek ver richt naar elektrische verschijn selen, en uit die tijd dateert het experiment met de Leidsche fles door Petrus van Musschenbroek. In de Leidsche fles kon elektrici teit tijdelijk opgeslagen worden, waarna dan weer hevige schok ken opgewekt konden worden. De Leische hoogleraar Van Mus schenbroek had overigens niet alleen positieve ervaringen met zijn vinding. Tijdens een van de eerste proefnemingen kreeg hij zelf een hevige schok, waarna hij verklaarde het experiment niet te willen herhalen, „al zou hij in ruil daarvoor het gehele Franse konirikrijk verwerven". Met de ontwikkeling van het natuurwe tenschappelijk onderzoek ont wikkelde ook de instrumentma kerij zich. Er ontstonden bedrij ven, die zich geheel toelegden op het ontwikkelen en fabriceren van instrumenten ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Rond 1800 bestond er in Delft een fabriek, opgericht door Jacob Hendrik Onderdewjjngaart Can zius, waar op grote schaal appa raten werden vervaardigd. Het bedrijf had de beschikking over 27 gespecialiseerde produktieaf delingen, waaronder een glassUj perij, een weerglasmakerij, een buizentrekkerij, een geelgieterij, een koperslagerij, een spiegelsUj perij en een schrijnwerkerswin kel. Terzelfdertijd konstrueerde Ca mlnada in Delft kompassen en barometers. Vanaf het begin van deze eeuw vestigden zich meer dere instrumentmakerijen in Ne derland, vrijwel allemaal indus trieel van aard en met een grote verscheidenheid aan te fabrice ren apparatuur. Maar dan heeft zich aan de imiversitalre instel lingen reeds de eigen instrument makerij gevestigd, ten behoeve van de onderzoekingen van de wetenschappers.
Naar eigen instnmentmakerii Waarom die ontwikkeling van
het gespecialiseerde toeleve ringsbedrijf naar de eigen imiver sitalre instrumentmakerij nood zakelijk was, verklaart de heer L. Afars, instrumentmaker op het cyclotron aan de subfakulteit na tuurkimde en sterrenkunde: „Vroeger waren er een aantal fir ma's duidelijk gespecialiseerd als toeleveringsbedrijf voor labora toriuütngebruik en voor kollege gebruik. Dat ging om hele mooie apparaten. Maar naarmate het onderzoek zich heeft voortgezet is die instrumentmaker meer no dig geworden, domweg omdat de winkel het niet leverde. Men is begonnen met een handjevol in strumentmakers, en dat is uitge groeid tot de honderd die we nu hebben. En dat is mede gekomen door de specialisatie van het on derzoek. Je kunt wel grote brok stukken kopen, maar de aanpas sing moet altijd weer in eigen huis plaatsvinden." Dat geldt bijvoorbeeld voor het experimenteel bestralingssta tion, een instrument voor isoto penproduktie, geheel geautoma tiseerd door middel van een mi croprocessor. Het apparaat is ge heel op de eigen werkplaats van het cyclotron ontworpen en ver vaardigd. Daarbij zijn diverse on derdelen, die kant en klaar gele verd konden worden door de in dustrie, aangeschaft. De instru mentmakers bij het cyclotron verrichten hun werkzaamheden ten behoeve van het onderhoud, de reparatie en de verdere verfij
ning van het cyclotron. Het cy clotron wordt onder meer ge bruikt als versneller van geladen deeltjes en voor toepassing van vakuümtechniek. De instru mentmakers, die overigens onder uitzonderlijke omstandigheden werken omdat veel van het mate riaal radioaktief is, moeten thuis zijn op uiteenlopende terreinen als elektronika, elektrotechniek, radiologische technieken van va kuümtechnieken.
Eerste pionent Eén van de grotere werkplaatsen is die van natuurkunde, waar 22 mensen werkzaam zijn. Hier wor den instrumenten gekonstrueerd van zeer uiteenlopende moeilijk heidsgraad en afinetingen. In stnmienten of onderdelen van in strumenten die door één man in één of twee uur kimnen worden gemaakt, maar ook apparaten die een veel langere konstruktie tijd vergen. Op deze werkplaats is het pionenkanaal ont^kkeld, een apparaat ten behoeve van kernfysisch onderzoek. Vijf men sen hebben viereneenhalf jaar ge werkt aan het pionenkanaal, dat intussen geïnstalleerd is in het gebouw van het Nikhef, het Na tionaal Instituut voor Kemfysika en Hoge Energiefysika, in Am sterdam. Kort geleden, 18 no vember 1982 werden de eerste pionen uit het pionenkanaal waargenomen. Niet ieder werkstuk echter is zo
overleggen met hem. Meesl verloopt dat overleg soepel neer de opdrachtgever akkooi gaat met de definitieve werktel» ning wordt begonnen met de ver vaardiging." Volgens de heer Mars denkt di instrumentmaker mee met de op drachtgever (dikwijls een promi vendus) over het definitieve ort werp: „Vaak komt iemand dif met een onderzoek bezig is mej een gedachte, of met een artikf of met iets dat hij gezien heeft,' de instnmientmaker en z( moet je luisteren, ik heb dit en dij nodig. Denk met me mee, ik zaljf een paar voorwaarden geven: tel mag niet oxyderen, het mag gef ferrometalen bevatten, enz.' geeft dus een aantal voorwaai] den aan. Dan gaan we meest samen aan de gang om een opl( sing te zoeken. Dat is meestal* praktijk: de wetenschapper koiil met een idee, en de technikus,* instrumentmaker, werkt dat uit en samen praten ze er dan wat er gevonden is. Zo ontstaat door een hele hechte samenweij king een goed werkend stuk otj derzoeksapparatuur. Ze moet eikaars taal leren verstaan: bedoelt de wetenschapper als iets zegt, en wat bedoelt de strumentmaker als hij iets zegt.
Samenwerking Over die samenwerking tusseij degene die het instrument"'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's