Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 279
AD VALVAS — 11 FEBRUAR11983
„Equal misery is not good.... „Equal misery is not good for the university." Een geliefd motto in deze tijden en volgens kritici een nieuwe verpakking voor het oude „verdeel en heers". Het gemiddelde bezuinigingspercentage voor alle Britse universiteiten is vijftien, maar de federale London University werd voor 25 procent aangeslagen. Binnen die federatie kreeg het Chelsea College, klein, jong en machteloos, 33 procent op zijn boterham. En binnen dit kollege werden de technische vakken ontzien, maar de alphavakken en wiskunde gehalveerd. Sociologie en psychologie werden, inklusief de 17 docenten, uit het programma geschrapt. Vijftien van hen vertroken, n a meer of minder beleefd aandringen van het bestuur. Ray Holland, socio- en psycholoog, is een van de twee medewerkers die weigeren te gaan. Hij
heeft weinig solidariteit ontmoet in zijn streven, de sociologie te redden. „We hébben de beslissing tot de hoogste rechtsinstantie toe aangevochten, zelfs alternatieven gemaakt om de bezuinigingen te spreiden. Maar we stonden tegenover tweehonderd kollega's die hun werk allemaal even belangrijk vinden, en daarin worden bevestigd door uitspraken van de minister en het Grants Committee. Bovendien stond- onse direkteur niet achter ons. Die deed alles wat de bezuinigers van hem vroegen in de hoop sijn kollege te redden. En een lintje krijgen." Zolang de bonden hem steunen zal Holland geen ontslag nemen. „Ik ben negenenveertig. Wat moet ik? Het alternatief is vijftien jaar werkloosheid, ik heb geen keus." Het is niet overal kommer en kwel. Sommige universiteiten
»
sponnen garen bij de nieuwe toestand. Een van de eerste maatregel van de nieuwe regering was het afschaffen van de subsidie voor onderwijs aan buitenlanders. Bijna tien procent van de Britse studenten komt van „overzee". Tot 1980 betaalden ze evenveel als de Britten, een fraktie dus van de werkelijke kosten. „GrootBrittannië is trots, so'n grote bijdrage te leveren aan het internationale onderwijs" schreef in 1975 nog het Foreign Students Handbook. In 1980 was het uit met de gulheid. Aan studerende buitenlanders werd voortaan de kostprijs berekend. Op sommige instellingen daalde door die maatregel het aantal buitenlanders met niet minder dan 30 procent. De Londen School of Economics, de oude school van Pierre Trudeau, Mick Jagger en menig
Britse studentenbeweging in de overgang
Aktievoeren of onderneminKje stichten om te overleven „De politici zullen zich het gevaar realiseren van een jonge generatie die geen kansen krijgt. Als ze een hele generatie verwaarlozen en kwaad maken, zal die generatie de rest van haar leven kwaad blijven". Aldus verwacht Neil Stewart, president van de National Union of Students (NUS). De Britse studentenvereniging ziet zich voor de tweede keer geconfronteerd met plannen van de regering-Thatcher om studiebeurzen gedeeltelijk te vervangen door rentedragende leningen. De eerste keer werd uitvoering voorkomen. Stewart rekent daar n u wederom op. Hij weet zich verzekerd van brede steun binnen de studentenbevolking. Ztelfs student-leden van de Conservatieve Partij hebben zich tegen de regeringsvoomemens uitgesproken. „The people are swinging away from this government", jubelt Stewart, vervolgend: „Dit betekent overigens niet dat ze Labour zullen stemmen. Veel studenten hebben daar evenmin vertrouwen in. Ze zijn bang dat de socialisten.
straks in het ziekenhuis geen dokter krijgt, ziet ze misschien wél de waarde van de universiteit." Een vakbondslid uit Sheffield betwijfelt of de bevolking door dit alles warmere gevoelens voor het onderwijs zal krijgen. „En zelfs dan?", vraagt hij zich af. „Zal dit de regering op andere gedachten brengen? We hebben dank zij een links stadsbestuur in Sheffield goedkoop openbaar vervoer. De regering wil dat veranderen, ondanks een massale steunkampagne die meer dan een half miljoen handtekeningen opleverde." Die regering ondertussen zit keurig op schema. Volgens een recent rapport van het Grants Committee is al 45 procent van de vóór 1984 te elimineren arbeidsplaatsen verdwenen. De AUT gedraagt zich redelijk tevreden, maar heeft zij zoveel reden om zicj(i op de borst te slaan? Tegenstanders van het beleid rest nog maar één hoop: winst voor Labour bij de volgende verkiezingen. Wie haalt 1984, Margaret Thatcher of het wetenschappelijk onderwijs? (UP, Utrecht)
die nu op onze lijn zitten, hun belogen niet nakomen. Ik denk dat veel studenten bij de komende verkiezingen niet stemmen."
Sympathie Stewart, zelf Labour-lid, zegt er van overtuigd te zijn dat zijn partijgenoten, eenmaal aan de macht, de studiefinanciering zullen verbeteren in de zin die de NUS voorstaat: een maximumbeurs voor elke student. Nu is de beurs afhankelijk van het inkomen van de ouders. Het NUSvoorstel kost natuurlijk veel geld, m a a r Stewart heeft de indruk dat het publiek steeds milder denkt over studenten: „De mensen krijgen langzamerhand door dat studenten hard moeten werken, vaak onder slechte omstandigheden wonen, weinig geld hebben en na hun afstuderen moeilijk aan de slag komen. Na de antipathie sinds het eind van de jaren zestig is er nu meer sprake van sympathie." Vorige maand bekend geworden cijfers tonen aan dat de vooruitzichten op werk voor academici minstens even somber zijn als voor andere beroepsgroepen: vijftien tot twintig procent heeft geen baan (gemiddeld is de werk-
loosheid in Groot-Brittannië vijftien procent). Geen wonder dat deze regering de studentenaantallen wil verminderen, stellen critici vast. Ann Robinson van de NUS-afdeling i n Cambridge: „De regering opteert voor een klein, efficiënt arbeidsleger, waarvoor minder mensen hoeven te worden opgeleid." Terwijl het aantal aanmeldingen voor hoger onderwijs nog steeds groeit, heeft het Grants Committee de instellingen laten weten dat in 1984 de instroom van nieuwe binnenlandse studenten teruggebracht moet zijn tot 95 procent van het niveau van 1979. De Britse universiteiten selekteerden al op eindexamencijfers, een recht op hoger onderwijs bestaat er niet. Deze nieuwe maatregel betekent dat schoolverlaters nog harder om een plaats op de universiteit moeten vechten. Samen met de vakbeweging heeft de NUS een nationale petitie opgesteld tegen de onderwijsbezuinigingen. In m a a r t gaan ze in optocht n a a r het parlement. Sommige NUS-afdelingen willen tot bezetting van akademische gebouwen overgaan. Hardere strijdmiddelen zullen de studenten niet gebruiken, omdat die het
„wereldleider" en bankdirekteur, heeft er alleen maar méér gekregen. Het buitenland was er altijd al goed vertegenwoordigd, en n a de maatregel was men dan ook genoodzaakt het roer om te gooien. Die koersverandering heeft de school geen windeieren gelegd. Bestuurder Pike: „Om ome konkurrentiepositie ten - opzichte van Oxford en Cambrid^ ge niet te verliezen, hebben we het kollegegeld voor buitenlanders aanvankelijk zo laag mogelijk gehouden. Tegelijkertijd probeerden we hun aantal op te voeren." Er kwamen speciale eenjarige kursussen die geen enkele erkende graad opleverden maar uitstekend pasten in het studiepatroon van rijke Amerikanen en Arabieren. Pike: „De toeloop overtrof de stoutste verwachtingen. Toen hebben we ook de kollegegelden overleg op politiek niveau zouden k u n n e n schaden. De NUS-president Stewart: „We ontmoeten regelmatig de regering, de parlementsleden en de pers. Ze luisteren naar ons. Verder krijgen we vaak geheime stukken toegespeeld vanuit het departement. Dat moeten we houden zo." De NUS is als organisatie moeilijk te vergelijken met Nederlandse Studentenbonden. Niet alleen universitaire studenten, maar ook leerlingen in het voortgezet onderwijs en aan polytechnische scholen zijn - automatisch - bij de bond aangesloten. De NUS telt dan ook 1,2 miljoen leden. De overheid financiert een uitgebreide staf en huisvesting voor de nationale organisatie en de plaatselijke afdelingen. Alle studentenvoorzieningen, van gezondheidszorg en welzijn tot carrièreplanning, ressorteren onder de NUS. Dankzij het bureaükratische apparaat is er een grote mate van continuïteit.
Aktiebereidheid De aktiebereidheid van de studenten verschilt echter aanzienlijk per plaats. Paul Blomfield, staflid van de studentenvereniging in Sheffield, komt, als wij hem spreken, juist terug van een studentenbijeenkomst tegen de bezuinigingen. „Er waren maar honderdvijftig van de zevenduizend studenten aanwezig", zegt hij teleurgesteld. De studentenvereniging in Sheffield is akkoord gegaan met een zelfde bezuinigingspercentage als de universiteit: vijftien procent. Tot n u toe is er gekort op sport, toneel en de krant. Aan de technische universiteit van Salford, een buitenwijk in
H-I
verhoogd, en nog steeds blijven de buitenlanders komen. We moeten zelfs uitkijken dat ze niet gaan overheersen." De Londen School of Economics heeft op het ogenblik 2000 buitenlandse studenten (de beperking van de instroom met 5 procent geldt slechts de gesubsidieerde Britse studenten). Dat is bijna de helft van het totaal en meer dan ooit in h a a r geschiedenis. H u n bijdragen zijn samen met de giften van dankbare wereldleiders goed voor ruim zestig procent van de inkomsten. De rest betaalt het rijk. Vijf jaar geleden was de verhouding nog omgekeerd. De school is h a r d op weg zichzelf te bedrui-' pen. „Met alle risikos van dien" nuanceert Pike de suksesstory. „ We moeten, meer dan ooit, de kwaliteit bewaken om onze konkurrentiepositie te handhaven." En bijvoorbeeld niet specialiseren in sociologie. (UP, Utrecht) Manchester, zijn de studenten ook solidair met de instelling, die met 44 procent het grootste bezuinigingspercentage van alle universiteiten kreeg opgelegd. Stanistaw Chobrzynski-Rawicz, verantwoordelijk voor de financiën van de studentenvereniging in Salford: „Veel studentenverenigingen vinden dat we de bezuinigingen moeten bestrijden. Wij denken echter dat er in de toekomst steeds minder geld te besteden is. Protesteren helpt in dat geval weinig. Wij zinnen liever op alternatieven om de bezuinigingen te overleven." Binnenkort zullen er in de binnenstad van Manchester commerciële bedrijfjes verrijzen, gedreven door studenten en beroepskrachten. Gredacht wordt a a n een bar, winkel en reisbureau. Nu al zijn er soortgelijke acciviteiten op de campus, naast een disco en een speelbal. Zo wordt de studentenbeweging voor financiering van h a a r activiteiten steeds minder afhankelijk van de overheid. Hoezeer de NUS-afdelingen ook verschillen in tactiek (actievoeren of onderneminkje spelen), er is één grote overeenkomst: op bijn a elke campus is een filiaal van een grote bank. Vooral met de National Westminster wordt nauw samengewerkt. Onlangs heeft deze bank een wetenschappelijk onderzoeker gestationeerd op het nationale secretariaat van de NUS. Zijn taak is een onderzoek te doen n a a r de inkomenspositie van de Britse student. Ken staaltje van klantenbinding, waarvan concurrerende banken kunnen leren. Bijvoorbeeld Barclay's Bank, die door de NUS wordt geboycot wegens investeringen in Zuid-Afrika. (UP, Utrecht)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's