Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 199
3
ADVALVAS—10 DECEMBER 1982
Symposium Eurocentrisme en wetenschap
RAWB over voorontwerp nieuwe TNO-wet
Homerus in de Tropen Enige tijd geleden vond in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een discussie plaats. Aan de orde was de herdenking van de ontdekking van Amerika. Moest men, zo werd gevraagd in 1992 het feit herdenken dat Columbus vijfhonder jaar geleden dit werelddeel ontdekte? Ja, zeiden de Spanjaarden, het is algemeen bekend dat hij Amerika ontdekte. Nee, zeiden de Ieren, wij waren eerder: uit kronieken blijkt dat een Ierse monnik al in 1000 in Amerika is geweest. Ierland kondigde dan ook aan een herdenking van dit feit aan te vragen voor het jaar 2000. In deze discussie, die serieuzer gevoerd werd dan men zou verwachten, heeft men de stem van de Indianen niet gehoord. Vreemd, want zij zijn de eigenlijke ontdekkers van zowel Noord- als Zuid-Amerika. Een gebeurtenis als hierboven beschreven is te verklaren uit het feit dat men meestal vanuit het westen de wereldgeschiedenis bekijkt. Voor dat verschijnsel bestaat een term: Eurocentrisme. Over de relatie tussen eurocentrisme en wetenschap belegt de NUFFIC (Netherlands Universities Foundation For International Cooperation) in samenwerking met het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit een symposium op 16 en 17 december. Wetenschappers uit een keur van vakgebieden zullen zich die twee dagen afvragen of en zo ja in welke mate hun respectievelijke vakgebieden besmet zijn geraakt met het verschijnsel van eurocentrisme. Over het hoe en waarom van het symposium had Ad Valvas een gesprek met Mineke Schipper, wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep algemene Uteratuurwetenschap en initiatiefneemster van het symposium, en Bert Musschenga, studiesecretaris van het Bezinningscentrum.
Teveel bevoegdheden voor overheid
dagen durende symposium. De eerste dag zullen lezingen gehouden worden door de rector van de universiteit der Verenigde Naties in Tokio, dr. Soedjatmoko, prof. Van Peursen (VU), P. Moediko (Utrecht) en prof. Isidore Okpewho uit Nigeria. Zij allen zullen het eurocentrisme in internationaal verband aan de orde steUen. De tweede dag zijn workshops georganiseerd. Zy bestrijken diverse vakgebieden. Van theologie, psychologie, medicijnen via economie en letterkunde tot rechten. Een discussiegroep over de internationale samenwerking tussen universiteiten is hieraan toegevoegd.
Wetenschap in context
Hidüe van der Veen Centraal op het symposium staan deze drie soorten van eurocentrisme. De vraag of ze bestaan zal gesteld worden, maar ook de vraag waar ze voorkomen. In discussiegroepen zal besproken worden of eurocentrisme onvermijdelijk is en hoe het vóórkomen gewaardeerd moet worden.
Klassieke
talen
Mineke Schipper, die het idee van het symposium lanceerde; „Mij is het bestaan van eurocentrisme voor het eerst opgevallen
ring van het epos. Dat werd in. het westen bestudeerd voorzover Terug naar het gesprek over het er overeenkomsten waren met eurocentrisme: Homerus, ons eigen grote epos. Musschenga: „Als je het over eu- Men ontkende in zo'n benadering rocentrisme hebt, dan spreek je het bestaan van het Afrikaanse over het verschijnsel dat weten- epos. Nu de Afrikaanse epen schapsbeoefening altijd in een langzamerhand bekend worden, bepaalde context plaatsvindt; in omdat men ze op papier vastlegt, ons geval de context van de wes- kan men daar niet meer omheen terse cultuur. Dat is een gegeven, en weUicht werpt dat weer een maar dat gegeven wordt een ver- nieuw Ucht op het epos van Howerpelijke zaak als je meent dat merus. Misschien komt men op wetenschapsbeoefening in de grond van wat in Afrika te vinden context van de westerse cultuur is, wel op geheel nieuwe theode enige vorm van wetenschap is. rieën over genres. Zolang je uitMineke Schipper. „Vroeger werd sluit dat iets bestaat, zie je het het woord eurocentrisch of euro- niet." pees niet aan onze wetenschaps- Goed, je probeert eurocentrisme theorieën toegevoegd. Er werd te vermijden, voorzover mogelijk. gepretendeerd dat wat wij dach- Kom je dan niet vamelf op een ten algemeen was. Een goed hoger niveau van ethnocentrisvoorbeeld daarvan is mijn eigen me?
Eümocentrisme Eurocentrisme is te beschouwen als een grootschalige vorm van eümocentrisme, een begrip dat de laatste jaren bekend is geworden en nogal een negatieve lading heeft gekregen. Ethnocentrisme is een groepshouding waarvan het belangrijkste kenmerk is, dat men zichzelf een centrale plaats toekent ten opzichte van andere groepen. Men beoordeelt en waardeert de eigen prestaties en eigenschappen als positief en gebruikt deze als uitgangspunt voor het bestuderen van anderen; bovendien worden die anderen op grond van de eigen normen beoordeeld. In een notitie over de probleemstelling van het symposium onderscheidt Musschenga drie soorten eurocentrisme in relatie tot de wetenschap. Ten eerste stelt hij dat waarnemen, denken en handelen altijd door iemands culturele achtergrond bepaald wordt. Die achtergrond bepaalt en beïnvloedt de begripsvorming evenals de wetenschappelijke praktijk. Warmeer men wetenschap beoefent vanuit de westerse cultuur en men bovendien die cultuur als norm hanteert, is er sprake van eurocentrische wetenschapsbeoefening. Ten tweede is de moderne wetenschap, vooral de natuurwetenschap, gebaseerd op de westerse conceptie van rationaliteit. Musschenga noemt het eurocentrisch, wanneer men ervan uitgaat dat er maar één wetenschappelijke methode geldig is: de op westerse rationaliteit gebaseerde. Tenslotte gaat hij nog verder: In onze cultuur wordt alleen wetenschappelijke kennis geaccepteerd. Andere kenvormen, als religie en kunst worden als minderwaardig beschouwd. Is het niet eurocentrisch om uit te gaan van de vanzelfsprekende superioriteit van het westers wetenschappelijk denken? Dit zou een vorm van sciëntisme, het verabsoluteren van wetenschap, genoemd kunnen worden.
De Baad van Advies voor het Wetenschapsbeleid vindt dat het in juli 1982 gepubliceerde voorontwerp voor de nieuwe TNOwet de weg opent tot een ingrijpende overheidsbemoeienis met de programmering en de interne organisatie van TNO. In zijn zojuist gepubhceerde advies over dit voorontwerp zegt de RAWB dat dit zich moeihjk laat rijmen met de zelfistandigheid die aan een grote onderzoekorganisatie als TNO moet worden toegekend. „In het bijzonder de zeer ruime bevoegdheid die de overheid zich bij of krachtens de TNO-wet toeeigent om nadere regels te geven, ontmoet bij de Raad bezwaren. Veel zaken dienen slechts in interne reglementen van TNO te worden vastgelegd. Er moet voor worden gewaakt dat de positie van TNO als zelfstandige organisatie en van de Raad van Bestuur van TNO als verantwoordelijk orgaan niet wordt uitgehold", schrijft de RAWB in zijn advies aan minister Deetman van onderwijs en wetenschappen. De mogelijkheid tot de gedetailleerde overheidsinvloed spreekt volgens de RAWB ook uit het te hanteren financieringsmodel. De RAWB vindt het niet juist dat de overheid óók met behulp van de basissubsidie voor de organisatie een eigen programmabeleid zou kunnen voeren. Van de in het voorontwerp voorgestelde procedures moet bovendien worden verwacht dat deze zullen leiden tot langdurige touwtrekkerij tussen de betrokken departementen. In plaats daarvan beveelt de RAWB aan de regeling rond de vaststelling en bestemming van de basissubsidie zo te veranderen dat die basissubsidie als zogenaamde „lump sum" aan TNO wordt verstrekt.
Mineke Schipper: „Toen ik in Zaïre werkte realiseerde ik me pas datje ook op een heel andere manipr kunt denken dan alleen vanuit het westerse standpunt! toen ik in Zaïre werkte. Daar realiseerde ik mij pas dat je ook op een heel andere manier kunt denken dan alleen vanuit een westers standpunt. Ik had tijdens mijn universitaire opleiding nooit het gevoel gehad dat die opleiding in algemene zin niet objectief zou zijn. Maar toen ik in Zaïre een professor hoorde beweren dat je onmogelijk geschiedenis kon studeren zonder kennis van de klassieke talen, dacht ik, dat is te gek. Dat zou betekenen dat je als Afrikaan of als Chinees alleen vanuit onze manier van wetenschapsbeoefening zou kunnen werken" „Toen ik teruggekomen was naar de vu, na tal van zulke ervaringen, heb ik een tijd lang met het idee rondgelopen om iets over eurocentrisme te organiseren. De commissie Studium Generale, by wie ik dat het eerste aankaartte, vond het onderwerp niet relevant genoeg, maar later bleek de NUFFIC wel belangstelling te hebben en zo is het toch bij de VU gebleven." Het Bezinningscentrum verrichtte op verzoek van de NUFFIC enig denkwerk t.b.v. het twee
vak, de Uteratuurwetenschap. De westerse literatuur werd altijd als dé literatuur gezien. Dat was vanzelfsprekend, maar de Uteratuur werd wel gedefinieerd vanuit één waardensysteem, zonder dat men erbij stil stond dat dat slechts één van de vele was." „Ik geef nog een voorbeeld uit Afrika: In boeken over toneel wordt vaak beweerd dat het toneel daar pas werd geïntroduceerd met de komst van de kolonialen. Dat is maar ten dele waar. Er bestonden uiteraard al lang vormen van toneel, alleen in andere vormen, zoals die van het totaaltheater, een vorm die tegenwoordig hier zo populair is. Men bedoelde dus eigenlijk: Het westers toneel werd pas ingevoerd met de komst van de kolonialen." '
Nieuw licht op Homerus Is zo'n benadering niet vanzelfsprekend, gezien het gebrek aan informatie? „Ja, maar het zou goed zijn erbij te zeggen dat dat dan ook een benadering vanuit het westen is. Hetzelfde geldt voor de benade-
Bert Musschenga: „Geen enkele wetenschapper is in staat zich buiten de context van zijn cultuur te plaatsen. Het enige watje kunt doen is proberen je ervan bewust te zijn, dat je wetenschappelijk bezig zijn tot in de wortels wordt beïnvloed door je eigen cultuur. De grootste fout die je kunt maken is te denken dat je eigen vorm van wetenschapsbeoefening de enige zou zijn." „In een andere culturele context zou die wetenschap zich wel eens langs geheel andere lijnen kvmnen ontwikkelen en toch evenwaardig kunnen zijn. Een goed middel om je van deze processen op de hoogte te steUen is dan ook een voortdurend contact met wetenschappers uit andere culturen. Mogeiyk kuimen wij elkaar in die contacten aanviülen en
Voorts vindt de RAWB dat in het voorontwerp onvoldoende aandacht wordt geschonken aan de marktgerichtheid van TNO. Duidelijk moet worden vastgelegd, vindt de raad, dat de zorg en de verantwoordelijkheid voor de marketingfunctie bij de hoofddirecties thuishoren. Raad van Bestuur en Raad van Toezicht moeten terughoudendheid betrachten ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van de in goed overleg met de klanten tot stand gekomen hoofdgroepprogramma's.
Tenslotte heeft de RAWB bezwaar tegen de voorgestelde constructie waarbij de hoofdgroep defensie-onderzoek birmen TNO vrijwel apart staat van de rest van de organisatie. Daarmee worden volgens de raad noch de belangen van TNO noch die van het defensie-onderzoek gediend. De RAWB vindt dat het defensieonderzoek onderdeel van TNO moet zijn onder de hoogste leicomgeren." ding van de Raad van Bestuur, De lezingen op de eerste dag, 16 met voldoede garanties voor gedecember, vangen, in tegenstel- heimhouding, samenwerking en ling tot eerdere berichten, om afstemming op de wensen van de 9.30 uur aan in 5A-05. Anders dan krijgsmacht. Om dat soort dinhet programma van de tweede gen goed te regelen, is geen apardag, is dit deel van het sympo- te positie noodzakelijk, aldus de sium voor iedereen toegankelijk. RAWB.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's