Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 429
AD VALVAS — 20 ME11983
7
Gesprek met exvoorzitter werkgroep doelstelling
»»Doelstelling VU funktioneert niet op werkplek'* „Aan de VU heerst nog te veel de gedachte dat instemming met de doelstelling een strikt individuele aangelegenheid is. Ik vind dat een wat 19e eeuws liberaal denk beeld." Aldus prof. dr. E. H. van Olst, wijsgerig antropoloog en tot voor kort voorzitter van de werkgroep doelstelling. Hij is niet be paald tevreden over de wijze waarop de christelijke doelstelling aan de VU funktio neert. Met name wetenschappers, voor het overgrote gedeelte instemmers met de doel stelling, weten volgens hem maar bitter weinig af van wat hij noemt de grondstruk turen van de bijbelse theologie. De doelstel ling dan dus maar af te schaffen, acht hij echter een te overhaaste konklusie. Een ge sprek. Van Olst is vanaf de oprichting, in 1974, lid geweest van de werk groep en vanaf 1977 tot afgelopen j a n u a r i heeft hij de voorzitters funktie erin bekleed. I n 1974 zat de VU midden in de turbulente jaren van de invoe ring van de WUB. Hoogleraren, die tot dan toe grotendeels de gang van zaken bepaalden, moes ten macht inleveren ten bate van demokratisch gekozen raden en besturen. Dat ging zeker aan de v u als bijzondere instelling niet zonder problemen. „Het denken in de werkgroep werd in de beginjaren als het ware bepaald door de aktualiteit van het moment," herinnert Van Olst zich. De werkgroep moest namelijk naast het aloude p u n t van de benoembaarheid van we tenschappers zich n u ook bezig houden met de verkiesbaarheid voor WUBorganen in verband met de doelstelling. Want daar over waren aan de VU heftige konflikten. De zaak spitste zich toe op de vraag of studenten met CPN sympathieën aan een christelijke universiteit bestuurlijke verant woordelijkheid mochten dragen. Professoren als Diepenhorst, Oos tenbrink en Verkuyl haalden tal rijke juridische en theologische argumenten van stal om de vraag negatief te beantwoorden. Pro gressieve studentenorganisaties spraken van politieke diskrimi natie, en n a diverse akties en be zettingen wonnen ze het konflikt. Van Olst: „Die zaak heeft ons toch zo'n twee ä drie jaar werk verschaft. De tegengestelde op vattingen die hierover aan de VU aanwezig waren, zaten eigenlijk ook in onze werkgroep; de diskus sies die wij in de groep voerden, waren een afspiegeling van de de batten in de universiteitsraad. We hadden het idee dat wij in onze club een modus vivendi zou den kunnen bereiken, dat dan ook in de universiteitsraad moge lijk zou zijn. Dat eerste is gelukt: wij vonden met alle nuancerin gen onderling dat het lidmaat schap van een politieke partij nooit een kriterium zou mogen zijn om te beslissen wie wel en wie niet aan het universitaire be s t u u r mag deelnemen. Als ie m a n d zelf in een gesprek duide lijk maakt dat hij of zij de doel stelling resjiekteert, dan moet je dat serieus nemen. Het woord van degene die dat woord geeft, is het enige kompas waar je op vaart, totdat uit iemands daden anders blijkt, vonden wij." Binnen de universiteitsraad la gen de tegenstellingen echter scherper. Maar degenen die het lidmaatschap van de CPN en het besturen van de VU onverenig
Olst heeft het gevoel dat de werk groep veelal in de marge van het universitaire bedrijf werkt. ,, Vaak krijg je het idee dat de zaak niet zo erg leeft. Verbaal n a t u u r lijk wel, in de zin dat niet zoveel mensen de doelstelling willen af schaffen. Maar je moet het afme ten aan de tijd en energie die men ervoor beschikbaar wil stellen, en dat was nooit erg veel." „Het viel en valt ons op dat we tenschappers aan de VU in het algemeen weinig afweten van zeg m a a r de grondstrukturen van de bijbelse theologie. Zeker in verge lijking tot de kennis die men heeft v a n zijn of h a a r vakgebied. Tij dens gesprekken die we als werk groep hadden, vielen veel weten schappers terug op traditionele geloofsopvattingen, als zou dat een k a n t en klaar pakket 2ajn." Een door de werkgroep opgericht leerhuis, dat trachtte in dit tekort t e voorzien, trok echter weinig be langstelling. „Ik ben de laatste om te zeggen dat de bijeenkom sten van het leerhuis voor ieder een verplicht zouden moeten zijn,
gevolgen van dien. Dan is het in teressant om je daarmee vanuit de doelstelling bezig te houden. W a n t in het bijbelse denken is v a n oorsprong de n a t u u r niet iets dat zonder meer door de mens ten eigen bate geëxploiteerd kan wor den. Wij, moderne mensen, hebben een soort vijandige houding ge kregen ten opzichte van de na t u u r : die moet bedwongen wor den met onze wapens." „Hou me ten goede hoor! 't Is vol gens mij niet zo dat deze vragen alleen aan de VU gesteld kunnen worden. Maar de VU heeft mo menteel wél die mogelijkheden. We hebben als bijzondere univer siteit als het ware meer hande lingsvrijheid dan rijksuniversi teiten om onderzoek te doen n a a r het grensvlak van wetenschap, k u i t u u r en levensbeschouwing. Laten we die vrijheid dan gebrui ken!"
Sceptisch Pratend over de bezuinigingen en de TVCoperatie blijkt Van Olst niet erg geporteerd van de nei ging n u juist sociologie en andra gologie als identiteitsgebonden studies te verdedigen. „Afgezien v a n een enkel hypertechnisch specialisme vind ik dat je, vanuit de doelstelling redenerend, zo'n prioriteitsstelUng niet k u n t ma ken. Is theologie voor de VU, in houdelijk gezien, belangrijker d a n natuurkunde? Dat zie ik niet zo, want de natuurwetenschap pelijke wijze van kennen heeft in deze tijd een geweldige impact. D u s moeten we ons daarover aan de VU bezinnen. Dat kan je niet
van in m'n o g e n . . . ontroerend. Als ik nou heel eerlijk ben dan klinkt het beroep op de doelstel ling als argument tegen de bezui nigingen me wat hypocriet in de oren", zegt Van Olst verbeten. „Ik vraag me dan af: waar waren al die mensen toen we aktiviteiten hadden van de werkgroep doel stelling en het bezinningscen trum? Mensen die n u zeggen dat de VU als christelijke universiteit eigenlijk geen studierichting kan missen, heb ik vaak niet gezien toen wij diskussieerden over de toekomst van de VU. Als de zaken w a t moeilijker gaan, wordt de doelstelling er opeens bij ge sleept."
Viering Moet de doelstelling dan niet af geschaft of minder zwaar gefor muleerd worden? Van Olst: „Ik denk dat je daar over vrij nuchter moet zijn. Als er a a n de VU alleen m a a r mensen zijn die verbaal instemmen met de doelstelling, en daar verder niets mee willen doen, dan moetje de VU als christelijke universiteit gewoon opheffen." Van Olst acht h e t in dat geval niet ondenkbeel dig dat de VU dan een rijksuni versiteit met een wat verder uit gebouwd bezinningscentrum wordt. M a a r de tijd daarvoor is volgens h e m nog niet aangebroken, want de mogelijkheden zijn nog niet volledig afgewogen en uitgepro beerd. „Je hebt ook wel mensen die iets zouden willen doen met de doelstelling, maar in de verste verte niet weten hoe en wat. Die mensen moet je inspireren. We = > : ^ ^
Wim C rezee b a a r vonden, moesten uiteinde lijk bakzeil halen. „De marxistische visie is de mijne niet," zegt Van Olst. „Maar tege lijkertijd zie ik in die visie elemen ten die van groot belang zijn. En wat nog belangrijker is en wat destijds te weinig gezien is: het ging om jonge mensen die hier een paar jaar gestudeerd hadden, vaak bevlogen waren van een be paald ideaal en op basis daarvan een politieke keuze maakten. Als werkgroep doelstelling hebben we talloze gesprekken met kommu nistische studenten gevoerd. Ze vertoonden vaak een geweldige inzet voor maatschappelijke za ken, waarvan wij ook zeiden dat ze van belang waren. Voor de vra gen die zij aankaartten, zagen wij h e t marxisme niet als antwoord. Maar in h u n vraagstelling en in h u n behoeftes en verlangens her kenden wij toch zoveel, dat we niet één, maar wel twee mijlen met hen mee konden gaan. Sommige mensen hebben dit konflikt op een formele en juridi sche toer proberen uit te vechten. Maar het leven is toch meer dan logica?!" Volgens Van Olst domineerde binnen de VU echter waardering voor het werk van de werkgroep doelstelling.
Verbaal Mét het beslechten van de kon flikten rondom de verkiesbaar heid van progressieve studenten, verdween ook iets van het elan a a n de VU om over de doelstelling t e praten. „De stoom was van de ketel," zegt Van Olst. Volgens hem is desondanks het denken over de doelstelling bin n e n de werkgroep wel door ge gaan. „Steeds meer werden we er ons van bewust dat je nooit de idee van een christelijke universi teit zult kunnen realiseren als je die universiteit beschouwt als een losse verzameling van indivi duele leeropdrachthouders. Wat nodig is, is een programmatische benadering van de doelstelling per werkeenheid. J e zult het met elkaar moeten hebben over wat je rondom of vanuit die doelstelling wilt doen. W a n t als je dat alleen laat afhangen van ieders per soonlijke motivatie dan verschil j e niet van een rijksuniversiteit." De werkgroep doelstelling kreeg d a n ook vanuit de universiteits r a a d een 'aanjaagfunktie' mee: namelijk bevorderen dat de doel stelling ook op de werkplek een betekenis zou hebben. Dat is tot n u toe maar ten dele gelukt. Van
Prof. E. H. van Olst...
vierende dimensie is
m a a r het geeft natuurlijk wel iets a a n als van de tweeduizend VU wetenschappers er maar één pro cent respons geeft op zo'n initia tief."
Exploitatie Een ander initiatief van de werk groep is de oprichting van het be zinningscentrum. De naam zegt al genoeg: daar wordt niet ge p r a a t over verkies en benoem baarheid, maar gaat het om die per gravende vragen. Wat zijn de vooronderstellingen van de we tenschap? Waar liggen de gren zen van het wetenschappelijk denken? In hoeverre is het dage lijks leven niet eenzijdig beïn vloed door de logischanalytische schema's van de wetenschap? Volgens Van Olst zijn deze zaken niet alleen interessant voor socia le wetenschappers, theologen en filosofen. Ook bijvoorbeeld na tuurkundigen kunnen volgens h e m niet om deze vragen heen. „Achter het fysisch onderzoek ligt een, in de loop der eeuwen gegroeide, benadering van de werkelijkheid. Een bepaalde op vatting van die n a t u u r heeft de westerse mens de legitimering ge geven zo om te gaan met het mi lieu zoals we n u doen met alle
onderontwikkeld..
overlaten aan alleen sociologen of filosofen, want dan wordt het ge sprek te eenzijdig: je mist dan be langrijke aspekten van de werke lijkheid." Van Olst staat overigens scep tisch tegenover de wijze waarop de doelstelling a priori wordt in gezet tegen de bezuinigingsmaat regelen: „Dat kan volgens mij al leen in gevallen waar je in concre to kan aangeven waar je als VU een bijdrage hebt geleverd aan die diskussies over achtergrondvra gen en grensgebieden. Het den ken over de doorwerking van bij belse perspektieven in het weten schappelijke bedrijf is te weinig gevorderd om op dit moment er direktieven aan te ontlenen om te zeggen: die k a n t willen we uit met de VU en dat en dat is een romp die we nodig hebben om als chris telijke universiteit te blijven voortbestaan." Wordt de doelstelling momenteel d a n niet opportunistisch ge bruikt? „Kijk, bij het beleidsruimteon derzoek (een speciale universitai re onderzoekspot, red.) moeten onderzoekers aangeven wat de re latie tussen h u n projekt en de doelstelling is. Ik heb wel 'ns een p a a r van die aanvragen gelezen. Nou, daar kreeg ik soms tranen
(fotoAVCJ zitten volgens mij nog in die fase." „In het oorspronkelijke christelij ke denken zitten vele elementen over mens, maatschappij en n a t u u r die nog niet doordacht zijn", vindt Van Olst. Als voorbeeld noemt hij de bijbelse gedachte v a n de mens als vierend wezen een gedachte die in de westerse k u i t u u r onder tafel is verdwenen. W a n t de mens zou in zijn rationa liteit zijn hoogste bestemming ge vonden hebben. Terwijl de bijbel van oorsprong een liturgisch boek is: het is in hoge mate ge struktureerd rondom feesten en vieringen. In de vieringen leert de mens zijn taak en bestemming vinden. Van Olst: „Over zaken als liefde, gerechtigheid en vrede kan je op een rationele wijze veel zinnige dingen zeggen. Maar toch zul je die zaken nooit via een theore tischlogische weg in het mense lijk bestaan kunnen verankeren. E r zijn dingen in het menselijk bestaan waarover je alleen m a a r k a n zingen, of dichten. Dat zijn diepere motieven die in een ge meenschap van gelovigen vier den aanwezig zouden moeten zijn. Maar die dimensie is in het westen, ook a a a d e VP, Qnderont wikkeld.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's