Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 3
VALVAS — 27 AUGUSTUS 1982
istellingen onder druk om toelating tot tweede fase te beperken
niversiteiten lerarenopleidingen Inemen als stok achterde deur Ifi ons laatste nummer vóór academische vakantie konden we nog juist melding maken van de geruchten over een mogelijke overheveling van de universitaire lerarenopleidingen naar de NLO's (de nog steeds op , experimentele basis werkende Nieuwe Lerarenopleidin1) zoals bijvoorbeeld de Vrije Leergangen VU. Nadat de VU het UR-lid de hoogleraar onderwij skimde f Schouten in de universiteitsraad al ongerust aan de bel had getrokken, is hier en op de andere universiteiten df ongerustheid over de kennelijke voornemens van lE^nister Deetman nog steeds niet weggenomen. Er w^rdt hier en daar zelfe boos gereageerd, nadat ook de Academische Raad al had geprotesteerd tgen de manier waarop vanuit het departement van O en W bekendheid egeven aan de plannen. Zo'n ingrijpende maatregel het aan de universiteiten ontnemen van de mogelijkheid tot het verlenen van de eerstegraads onderwijsbei#|egdheid vereist immers wel een wat zorgvuldiger Ifii^ze van informeren dan het verspreiden van geruchten door het ministerie zelf (tijdens een PAO-overleg poor de topambtenaar Vredevoogd op 11 mei). Nog p>edenkeüjker wordt het als vervolgens de minister zelf |jn de vaste Kamerkonmiissie weigert op de geruchten in té' gaan en verwijst naar een notitie die op komst is en waarschijnlijk volgende maand wordt vrijgegeven.
t
ji
Na gesprekken met onderwijskundigen op VU en VLVU en kennisneming van het verslag van de laatste vergadering van de Tweede Kamerkommissie van Onderwijs en Wetenschappen dr|ngt zich de gedachte op dat de * ister die geruchten niet zonopzet het land heeft ingerd. De indruk bestaat dat de ster de overheveling vooral een stok achter de deur gekt om het overleg over een. lerking in de toelating van toraal-studenten naar de «de fase onder druk te zetten, zijn er financiële argimaenmogelijk, maar beperkte toeg tot de tweede fase dient mdelijk hetzelfde financiële ng. |t is het geval? Het interdeparentaal overleg over de toe te n doorstroompercentages de tweede fase is nog steeds de en zal mogelijk zelfs leitot een toelatingsrecht voor torandi die de eerste fase met d gevolg hebben doorlopen, gl minister vreest waarschijnlijk straks met veel te hoge aantallen studenten te komen zitten, die in de tweede fase hun eerstegraads onderwijsbevoegdheid willen gaan halen. In verschillende in voorbereiding zijnde universitaire ontwikkelingsplannen wordt met doorstromingsgetallen gewerkt, die nota bene 100 procent hc^er zijn dan de vermoedelijk wel wat laag geschatte capaciteit in Jiet beleidskader voor de invoering van de twee fasen. De beëijferingen in de ontwikkelingsplannen over de kennelijke Voornemens over de te verwacht^studentenaantallen ook voor dtitweede fase lijken gewoon een soirt extrapolatie te zijn van de bestaande aantallen. Beperkingen, däär schijnen de universiteitei| niet aan te willen. Als je de voornemens in diverse onderwijsnola's als de nota herstrukturering salarissen, de nota voortgezet basisonderwijs en het HBOwetsontwerp naast de ontwikkelingsplannen van de universiteiten legt, dan blijken die plarmen aardig voorbij te gaan aan allerlei te verwachten verschuivingen. Ook al wordt er in het HBOwetsontwerp bijvoorbeeld helemaal niet vanuit gegaan dat alle lerarenopleidingen op de universiteiten blijven, er is geen universiteit die niet vindt dat alle lerarenopleidingen tot haaf vaste" uitrusting behoren. Wat op zich-
Jaap Kamerling zelf ook wel te begrijpen is, want wat moet je nu als Letterenfaculteit, wanneer je aankomend studenten niet eens kunt garanderen dat ze ook een onderwijsbevoegdheid kunnen halen," zoals op dit moment het geval is voor de nieuwste lichting studenten. Laat staan datje als subfaculteit zelfs een lerarenopleiding zou missen. Op die manier lijkt de toekomst voor menig faculteit niet rooskleurig.
Goedkoper De minister is echter bang dat er straks te veel dure universitair opgeleide eerstegraads leraren i^aan komen, zeker in verhouding tot de toegelaten aantallen tweede- en derdegraads leraren. De toelating van die laatste twee categorieën heeft hij volledig in de hand. De NLO's die deze leraren opleiden vallen immers onder een experimentenwet wat enerzijds die instellingen de kans geeft vrij te experimenteren.
maar anderzijds de minister de gelegenheid om naar believei. de teugels aan te halen zo strak als hy wil. Als je nu de universitaire eerstegraads opleiding overhevelt naar de NLO's, kun je als minister exact de gewenste aantalsverhoudingen regelen. De universiteiten heeft de minister veel minder in zijn greep, doordat het financieringssysteem van die instellingen nu eenmaal zo is dat de toegewezen pot met geld vrij besteed kan worden. Met behulp van de geruchtenmachine probeert de minister nu de instellingen op het hart te binden die vryheid niet te misbruiken. Overheveling zou financieel voordelig voor het Ryk zyn, omdat het aantal eerstegraadsleraren beter beheersbaar wordt en die eerstegraads leraar is natuurlijk duurder dan een tweede of derdegraads. Verder is de universitaire staf die een lerarenopleiding op een universiteit straks in de tweede fase begeleidt duurder dan die op een NLO en is ook de lerarenopleiding per student op een NLO iets goedkoper.
onderwijs (zoals de middenschool inmiddels heet) gaat opleiden op de pedagogische academies, wat in feite overheveling van de derdegraadsopleiding van NLO's naar Pabo's impliceert. En zo is het plaatje rond en kan de totale opleidingskoek goedkoper gebakken worden. Immers een leraar opgeleid op een Pabo is goedkoper dan één op een NLO en een leraar op een NLO weer goedkoper dan één op een universiteit. En een nieuwe wet op alle opleidingen (die Van Kemenade in 1981 aankondigde) zou een plaatje van ongeveer die contouren kimnen gaan inkaderen.
Slechte ruil Voor de NLO's zou een eventuele ruil van derdegraads lerarenopleiding met universitaire lerarenopleiding overigens een zeer ongimstige zijn als het om de getallen gaat. Het binnenhalen van die eerstegraads opleiding zou weliswaar een stukje erkenning betekenen - al in 1965 was die opleiding de NLO's beloofd -
WU Deetman bet totale opleidingsniveau naar omlaag drukken? Overheveling van de lerarenopleidingen naar de NLO's zou voor die instellingen een pleister op de wonde kunnen zijn als een ander nog niet uitgewerkt plan zou doorgaan om de huidige derdegraads opleiding van de NLO's op hun beurt weer over te hevelen naar de Pedagogische Academies. Minister Van Kemenade wilde in zijn eerste ministersperiode het aantal Pabo's (Ped. Academies) terugbrengen van 65 tot zo'n 35, omdat de toeloop naar die academies nogal afneemt, als gevolg van stagnatie in de bevolkingsgroei. Z'n opvolger Pais echter kwam daar weer op terug, maar dat betekende wel dat die Pabo's wat erg ruim in hun jasje kwamen te zitten. Dat nu zou weer verholpen kunnen worden, als je de toekomstige leraren van het voortgezet basis-
maar bij de opleiding van toekomstige VBO-leraren (voor de middenschool) gaat het om een veel grotere onderwijsmarkt die onderwijskundig trouwens ook erg interessant is in verband met de invoering van de middenschool. Binnenhalen van de universitaire lerarenopleiding zonder afstoting van de derdegraads opleiding zou tegen de achtergrond van die erkenning achteraf zeker de NLO-docenten van het eerste uur welkom zijn. Het zou ook de samenwerking tussen NLO's en universiteiten minder vrijblijvend maken en de integratie van HBO en WO dienen. Aan de andere kant echter zou afbreuk worden gedaan aan de NLO-onderwijsfilosofle van verwevenheid van vakgerichte opleiding en de vorming tot leraar. Er zou immers vanuit de univer-
Minister Deetman -toen nog staatssecretaris- sloeg begin dit jaar de eerste paal voor de nieuwbouw van de VLVU. Ook als staatssecretaris liep hij toen al met overhevelingesplannen in het hoofd al weten we niet precies aan noiens brein ze het eerst ontsproten: dat van Van Kemenade zijn baas of misschien toen al aan dat van Deetman zelf.
siteit een stroom studenten komen die nä de vakgerichte opleiding van df eerste fase op de universiteit apart daarvan op de NLO nog een pedagogisch-didactische scholing komt halen. Bekijken we nu even overheveling van de universitaire lerarenopleiding zoals die gepland is in de tweede fase naar de NLO's. We gaan daarbij uit van overheveling uitsluitend van de lerarenopleiding in de tweede fase, omdat dat het meest waarschijnlijk is: óók becijferingen die op verzoek van het ministerie op NLO's zijn gemaakt gaan daarvan uit. Een gevolg van ook deze beperkte overheveling zou niettemin kunnen zijn dat ook de eerste op de vakinhoud gerichte eerste fase van de umversitaire opleiding minder studenten gaat trekken. Als je immers na verloop van tijd toch op de NLO belandt voor het halen van je pedagogisch-didactische aantekening waarom dan niet meteen naar de NLO gegaan? De inkrimpende arbeidsmarkt voor leraren kan hier een belangrijke rol gan spelen. Is het niet veel veiliger eerst zo snel mogelijk een onderwijsbevoegdheid (de tweedegraads bijvoorbeeld) te halen en een baan te bemachtigen dan een universitaire studie te doen die misschien niet eens uitmondt in toelating tot de tweede fase. Je kunt na het behalen van een tweedegraads bevoegdheid altijd een parttime baantje nemen en daarnaast alsnog met een MO-B opleiding (de NLO's werken nauw samen met de MO-opleidingen) je eerstegraads bevoegdheid halen. Zelfs kun je in tweede instantie nog een universitaire studie doen. Met andere woorden: ook beperkte overheveling kan grote gevolgen gaan krijgen. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat ook zonder overheveling de NLO's steeds interessanter worden voor studenten zolang een toelatingsrecht naar de tweede fase ontbreekt: nu al zie je na een korte inzinking de toeloop naar bijvoorbeeld de VLVU weer wat groter worden.
Nieuwe macbtigingswet Er doet zich overigens een mogelijkheid voor om zonder overheveling toch te voorkomen dat er te veel universitaire eerstegraders komen, die de markt voor tweede en derde graders verpesten, waarbij echter studenten de zekerheid blijven missen dat ze kunnen doorstromen naar de lerarenopleiding van de tweede fase: een nieuwe machtigingswet voor de capaciteitsbeheersing bij het HBO en het WO die voor het WO met name ook de doorstroming naar de tweede fase regelt. De minister heeft, om de universiteiten tot rede te brengen, zo'n wet al in het vooruitzicht gesteld. Trouwens ook nu al kan de minister via algemene maatregel van bestuur universiteiten die tot een te hoge instroom naar de tweede fase besluiten, achteraf corrigeren en vastpinnen op een lagere instroom. Het is niet onmogelijk dat minister Deetman met zijn „dreigement" van overheveling de universiteiten vast zover wil krijgen in elk geval een strakkere regulering van de instroom vanuit Den Haag te accepteren. Of hij erg onder de indruk zal zijn van alle onderwijskundige argumenten tegen overheveling die nu te vernemen zijn is overigens de vraag. Genoemd wordt bijvoorbeeld het
Vervolg op pag. 11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's