Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 271
11
AD VALVAS — 4 FEBRUAR11983
Dr. Sütamo op tbemadag „De VU in verlegenheid"
Universitaire ontwikkelingssamenwerking moet je baseren op wederzijdse behoefte Onder het motto „De VU in verlegenheid?" werd afgelo pen zaterdag een VUSA themadag gehouden, waarop de samenwerking tusen universiteiten uit het Westen met de Derde Wereld centraal stond. Voor een beperkt aantal toehoorders werd in de kerkzaal een dag lang boeiend gediscussieerd over universitaire ontwikke lingssamenwerking: wat is de reden van universitaire ontwikkelingssamenwerking, wat zijn de wensen van de partners in de Derde Wereld, met wie worden er kontak ten gezocht, wat zijn de effekten? Zoals het motto aangeeft, stond de Vrije Universiteit centraal in de inleidingen, de groepsdiskus sie en de afsluitende forumdis cussie. De verlegenheid moet in dit verband tweeledig worden op gevat. In de eerste plaats wordt de Vu in verlegenheid gebracht door opmerkingen van de part ners in de Derde Wereld waarmee wordt samengewerkt. Van die kant wordt er op aangedrongen dat de aangeboden hulp en sa menwerking recht moet doen aan de specifieke situatie zoals die in het betreffende land be staat en niet op een manier die het voor het land nog moeilijker maakt. Aan de andere kant staat de kritiek uit Nederland, die er kortweg op neerkomt dat, wan neer je streeft naar strukturele veranderingen in de Derde We reld, je niet met je natuurlijke partners moet samenwerken. Volgens die krtiek maken zij deel uit van de gevestigde orde en werken dus niet aan de basis, of zijn niet gebaat bij veranderin gen. De VU neemt deel aan vijftien verschillende Projekten, verdeeld over vijf verschillende universi teiten in vier landen: Indonesië, Botswane, Swaziland en Leso tho. Volgens de Beleidsnota In terantionale Samenwerking uit 1978, waarin uitgangspunten en beleid van het bvu'eau buitenland worden verwoord, komt in de keuze van de partners en de spe cifieke Projekten „de eigen iden titeit van de Vrije Universiteit als christelijke universiteit tot uit drukking." Hierbij kan de kombi natie van eigenbelang, solidari teit en dienstverlening omvat tend gevangen worden inhet be grip „samenwerking". Dat de VU veel waarde hecht aan die samenwerking, bleek uit het openingswoord van rector mag nificus prof. dr. H. Verheul. Hij wees op een afbrokkelen van al gemene aanvaarding van ontwik kelingssamenwerking. Deson danks blijft de personele bezet ting van het bureau buitenland van de VU ondanks de druk van de bezuinigingen en de tweefa sen struktuur, op dezelfde sterk
Frans Hoogendoom te. Nadat drs. R.C.E. Kapteyn, hoofd bureau buitenland van de VU voor het gehoor van betrok kenen en geïnteresseerden een inleiding had gehouden over wat de VU aan ontwikkelingssamen werking doet en waarom, gooide dr. J.M. Nchabeleng, specialist in de filosofie van de ontwikkeling, de knuppel in het hoenderhok.
Gelfjkwaardigbeid Nchabeleng, afkomstig uit Zuid Afrika en als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de VU, sprak zijn twijfel uit over een gelijkwaardig partnerschap tus sen het Westen en de Derde We reld, zolang er nog sprake is van donor en ontvanger. Hij vroeg zich af wat de winst van de VU was bij die samenwerking. Ook wees hij er op dat de aktiviteiten van de westerse universiteiten in de Derde Wereld gebaseerd zijn op doelstellingen, die deels door de overheid in het (westerse) land worden bepaald. Ir. Tom Draisma, ontwikkelings deskundige t.a.v. onderwijs in de Derde Wereld, wees erop, dat het eredoktoraat dat de VU aan dr. Beijers Naudé heeft verleend, de keuzen van de VU symboliseert. Maar, zo vroeg Draisma zich af, hoe gaat het in de praktijk? Hij is van mening, dat hoger onderwijs en vormingswerk een rol kunnen spelen bij het verwerven van een grotere nationale autonomie, het vestigen van nieuwe externe rela ties (hij denkt daarbij bijvoor beeld aan nieuwe groepen van landen binnen de Derde Wereld), en het rechtvaardiger verdelen van bezit, kennis en macht. Maar dan moeten die onderwijsvormen daar wel op ingericht worden. De verhouding donorontvanger werd ook belicht door dr. Ph. Quarles van Ufford. Zijn opmer tóngen baserend op „Lege han den", een uitgave van de Wereld raad van Kerken, benadrukte hy, dat de donorontvanger relatie afgebroken moet worden: „Die is
Reaktie op Diepenhorst Vervolg van paß. 5 werk zal zijn, maar dat er daar naast zo'n 300.000 op zoek naar werk zullen zijn in deze sektor. (Herverdeling van arbeid daarge laten).
Karikatuur Dat professor Diepenhorst dit al lemaal zo onbelangrijk vond, dat hij er geheel aan voorbij gaat, is wellicht zijn zaak, maar indien hij een met beschuldigingen en insinuaties gelardeerde karika tuur maakt van nujn betoog, dan wordt het mijn zaak om één en ander recht te zetten. Bij mijn gebruik van cijfers be schuldigt hij mij van schadelijke overdrijving en noemt verder eenzijdig en zelfe scheef kiezen van voorbeelden. In de uitsteken
de recente studie van het Vor mingscentrum van de VU door A. Luiten kan hij echter op p. 47 lezen: ..(men) kan niet meer van een „gereformeerde" universiteit spreken. De streekfunctie is be langrijker.... bijna 60% heeft geen religieuze afäniteit. (en) een kwart van de „reUgieuze" studen ten voelt zich niet of nauwelijks verbonden met het kerkgenoot schap... zodat slechts 3 van de 10 VU studenten een tamelijk ster ke affiniteit met een kerkgenoot schap heeft. Dit cijfer komt over een met een nietchristelijke uni versiteit als Utrecht". Niet mijn betoog waarin ik de drie hoogleraren aanhaalde is „te bar", maar Diepenhorsts weerga ve daarvan. Met hun opvattingen over ontslag van leerkrachten op politieke gronden illustreerde ik het opiniespectrum aan de VU wat betreft één strijdpunt(dat is toch geen kritiek) en gaf ook geen
er niet, al lijkt het door de hulpre( latie vaak anders. Dat betekentt niet dat de hulp niet gegevenIl moet worden, integendeel. Maarr de wijze waarop, de besluitvor ming, moet aan bepaalde eisen1 voldoen. Van Ufford opperde het idee van1 een leerstoel „waar docenten uitt de Derde Wereld hun inzichten in1 onderwijs en onderzoek aan onss kunnen meedelen". Ook vindt hijj de besluitvorming in Nederlandi op het terrein van interuniversi taire samenwerking te log. Voor al de verhouding tussen de Nuffic3 (de stichting van de Nederalndse3 Universiteiten en hogescholen1 voor internationale samenwer king) en universiteiten moet op nieuw bezien worden. Hij denktt daarbij aan een subsidiemodel1 zoals de NCO en medefinancie ringsorganisaties die kermen. Tijdens de daaropvolgende groepsdiscussies werden de aan; wezigen uitgenodigd om vragen1 op te stellen over wat in de diver se inleidingen ter sprake was ge bracht. In een afsluitende forum discussie zouden die zoveel mo gelijk worden beantwoord. Door het aantal vragen en de diepgang^J was dat echter niet helemaal mo gelijk. Opvallend was dat de vraag „wat is eigenlijk ontwikkeï ling?" nauwelijks ter sprake kwam. Hoewel het voor de meesi
te aanwezigen duidelijk was waarover het gaat wanneer er over ontwikkeling gesproken wordt, waagde niemand van de aanwezigen zich aan een nadere uitleg. Dr. Sutamo, rektor van de Christelijke Universiteit Satya Wacana in Indonesië, ging wat dieper in op de vraag hoe je dienstbare leiders opleidt. Satya Wacana is één van de vijf univer siteiten waar de VU deelneemt in enkele Projekten. Ze is vooral gericht op samenwerking met kleinschalige bedrijven. Sutamo meent, dat zich op elk niveau in de samenleving leiders bevinden. Op de universiteit kun je de jeugd stimuleren in him houding ten opzichte van de maatschap pij en op die manier kapabele leiders ontwikkelen. De rektor van Satya Wacana wil de studen ten zodanig motiveren, dat zij die motivatie weer kuimen overbren gen op anderen. Hij benadrukte dat dit niet verward moet worden met het „trickUng down" princi pe. Omdat er niet zoiets bestaat als één beste methode van ont wikkeling, is het vervolgens Su tamo mogeUjk, ontwikkeling op elk niveau, op elk pxmt in de samenleving te beginnen. Ook Sutamo ging dieper in op het wezen van de samenwerking. Volgens hem moet een evenwich
karikaturale weergave van pro fessor van Hulsts ideeën, maar een direct citaat (en verder 3 / 4 pagina in De Gids). Met de vol gende zin over het racisme, waar mee ik volgens Diepenhorst een malicieus verband legde met het voorgaande (hetgeen volstrekte onzin is), illustreerde ik een an der strijdpimt, maar nu vanuit een diachronisch perspectief be licht. Relevant omdat de omslag in slechts ongeveer tien jaar plaatsvond. De subtiele formulering wat be treft mijn persoonlijke ervarin gen is professor Diepenhorst, blij kens ^ n samenvatting daarvan in de aanhef, ontgaan. Hij be vooroordeelde daarmee echter wel het debat door het opplak ken van een links etiket; argu mentum ad hominem dus. Ik ver wees echter niet naar verwijde ring uit een universiteit vanwege te Unkse uitingen, maar vanwege vooral artikelen welke door rechtse christenen als te Unks beschouwd werden, want te veel gericht tegen (Vietnam) oorlog en racisme. In deze context verwees
ik naar gevallen, zoals de onder wijzers Pronk en Los, waaruit blijkt dat men ineens onderuit gehaald kan worden omdat men, volstrekt binnen de grenzen van ons rechtsbestel blijvend, maat schappelijke en poUtieke activi teiten verricht. Ontslag (of niet aanstelling) is toch vooral in deze tijd een van de meest ingrijpende dingen die iemand aangedaan kuimen worden. Toch wordt dit van harte ondersteund door pro fessor Verkuyl en is het enige Icwaad dat Diepenhorst hier sig naleert mijn „kwetsende" ^ui^ drukking „pseudoreligieuze ob stakels". Is deze dimensie van vrijheid dan niet in het geding, professor Diepenhorst? Diepenhorst meent ons te moe ten wijzen op twee omissies in mijn betoog. Zo toon ik nergens enige waardering voor het vrij wiUigerswerk dat christenen ver richten. Mijn bescheid: zoals zo veel andere dingen stond het niet ter discussie, maar hij impliceert wel dat nietchristenen niet zulk werk verrichten kom nou. Ook de grondwet was niet ter sprake.
tige samenwerking gebaseerd zijn op twee faktoren: behoefte en solidariteit. Die behoefte, zo betoogde Sutamo is niet geba seerd op eenrichtingsverkeer. De opvatting van het Westen dat zij geen behoefte heeft aan samen werking, dat zij slechts geeft en niet ontvangt, vindt hij paterna listisch en ziiiloos. Solidariteit moet gebaseerd zijn op gemeenschappelijke idealen en opvattingen. Daarvoor is een voortdurende dialoog nodig, al dus Sutamo.
Inpatby Dr Nchabeleng sloot de dag af door ook enkele kanttekeningen bij de begrippen samenwerking en solidariteit te plaatsen. Vol gens hem betekent samenwer king voor de Derde Wereld: geef ons tijd en ruimte om te diskus siëren, maar als het ons uitkomt. Nu is het vaak zo dat we bij Projekten betrokken worden die al geheel uitgewerkt zijn. Dan krijgen wij één of twee weken om er over te oordelen. Dat is een opgelegde samenwerking. Aan sluitend bij wat Sutamo daar over zei, stelde Nchabeleng dat soUdariteit geen kwestie is van sympathie, maar, zoals hij het noemde „inpathy"
maar zie hierover pp. 343346 in mijn „Does Consociationalism Exist"? *waar ik de uitruil bedis cussieer die in 1917 plaatsvond, met behulp van de „nonpossu mus" taktiek, waarbij „links" het algemeen maimeUjk kiesrecht verkreeg en „rechts" de subsidië ring van hun scholen. Op veel plaatsen in Diepenhorsts betoog zou een docent in de kant lijn van een studentenmanus cript aangetekend hebbeen „on zuivere discussie"; lees Copi's in troduction to Logic of De Groots Minimale Methodologie". Al met al geen goede bevu:t. Jammer. Ilja Scholten
Mn Richard Rose, Electoral Par ticiation. Londen/Beverly Hills 1980.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's