Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 415
5
AD VALVAS — 13 ME11983
Advies commissie Academische Raad over invulling doctoraalperiode in eerste fase
Arbeidsmarkt centraal bij de herinrichting van studies De toenemende financiële druk op de universiteiten noodzaakt hen het onderwijs te extensiveren (d.w.z. meer studenten per docent). Dat zal echter niet ten koste van de kwaliteit van dat onderwijs mogen gaan. Een planmatige opbouw van de eerste-fase-opleiding is derhalve geboden. Omdat de eerste fase in de eerste plaats moet voorbereiden op een toekomstige werkkring, moeten vooral de opleidingen die voorheen hun studenten opleidden voor het leraarschap - wat nu onder de nieuwe structuur niet meer kan - nieuwe perspectieven ontwikkelen. Dit staat te lezen in een onlangs door de commissie onderwijsvraagstukken W.O. (COVWO) van de Academische Raad gepubliceerd rapport over de invulling van dé doctoraalfase van de twee-fasenstructuur. I n het rapport worden twee richtingen genoemd waarin het doctoraalexamen zich kan ontwikkelen. Dat is in de eerste plaats een examen met de nadruk op specialisatie en onderzoek en in de tweede plaats een examen dat zo breed mogelijk gehouden is. In beide gevallen moet de eerste fase een afgeronde opleiding zijn, omdat voor de meeste studenten een tweede-fase-opleiding niet weg-
Hidde van der Veen gelegd zal zijn. Ook zullen beide vormen van doctoraalexamen hetzelfde niveau moeten hebben. De invoering van de twee-fasens t r u c t u u r heeft diepgaande gevolgen voor het beroepsperspectief van de doctorandi nieuwe stijl. Afgestudeerden zullen als
onderzoeker een nieuw fenomeen op de arbeidsmarkt worden; zij zullen immers moeten concurreren met diegenen die een tweede fase-onderzoeksopleiding hebben gevolgd. Verder zullen afgestudeerden in vooral de alfa-vakken h e t moeten stellen zonder onderwijsbevoegdheid; voor hen zullen hele nieuwe delen van de arbeidsm a r k t opengelegd moeten worden. Dit alles betekent overigens wel dat de afgestudeerde doctor a n d u s in heviger mate met H.B.O.-afgestudeerden zal gaan concurreren. O m de nieuwe studie-inrichting zoveel mogelijk beroepsperspectief mee te geven raadt de commissie dan ook aan in een vroegtijdig stadium een inventarisatie van de wensen van overheid en bedrijfsleven te maken. Verder zullen de differentiatiemogelijkheden groter moeten worden om aansluiting te kunnen vinden bij nog te verwachten nieuwe beroepen. Een derde mogelijkheid is de studie zo breed te houden dat voor afgestudeerden alle mogelijkheden openblijven. De studie krijgt dan het karakter van een algemeen oriënterende opleiding.
Om toekomstige werkgevers zoveel mogelijk inzicht te geven in de capaciteiten van afgestudeerden moet bij de doctoraalbul een dossiergetuigschrift bijgevoegd worden. Hierop moet aangegeven worden welke examenonderdelen de doctorandus met goed gevolg doorlopen heeft. Aan hen die vroegtijdig h u n studie staken zou een dossierverklaring meegegeven moeten worden. „Dat zal k u n n e n bijdragen aan de positieve waardering van gedeeltelijk gevolgde universitaire opleidingen," voegt de commissie daaraan toe in het rapport dat vooral bedoeld is als handleiding voor de faculteiten bij het vaststellen van h u n studieprogramma's. De universiteiten moeten, gezien de teruglopende middelen, h u n onderwijs extensiveren en h u n rendement vergroten. Daarbij zal gelet moeten worden op het behoud van kwaliteit. In het rapport wordt aangegeven dat het moeilijk is kwaliteit te omschrijven. Toch is er een mogelijkheid de kwaliteit te benaderen door drie uitingsvormen te bekijken: „de eindtermen", de doeltreffendheid en de doelmatigheid. De „eindtermen" geven aan wat de afgestudeerde weet en kan aan h e t eind van zijn studie. De doeltreffendheid heeft betrekking op h e t aantal kandidaten dat aan de eisen voldoet en de doelmatigheid blijkt uit de verhouding tussen middelen en resultaat. De extensivering kan op verschillende manieren gestalte krijgen. O m d a t dat in veel gevallen tot een verzwaring van de studielast of een verschraling van de opleiding kan leiden, wordt gepleit voor een planmatige extensivering. Het is noodzakelijk het stu-
dieprogramma als één geheel te heroverwegen. Wel zal dit voor de docent betekenen dat er hoge eisen a a n zijn didactische bekwaamheden zullen worden gesteld en voor de student dat er meer zelfwerkzaamheid en meer zelfstandig werken worden gevraagd, „vaardigheden die voor een groot deel in de studie moeten worden aangeleerd". I n het rapport wordt verder een a a n t a l organisatorische adviezen t.a.v. planning, sturing en evaluatie gegeven. Bovendien geeft m e n praktische adviezen om vroegtijdige uitval van studenten t e voorkomen en tijdverlies te vermijden. T e n slotte wordt nader ingegaan op de mogelijkheden die het vrij doctoraal examen en de vrije studierichting bieden. Het vrij doctoraal examen geeft de student gelegenheid binnen een studierichting een vakkenpakket n a a r eigen keuze samen te stellen; de vrije studierichting geeft deze gelegenheid voor het onderwijsaanbod van één of meer faculteiten. Vanwege h u n vernieuwend karakter zullen het deze twee vorm e n van onderwijs zijn die het beste op veranderingen op de arbeidsmarkt kunnen inspelen. Wel moeten deze twee examens de mogelijkheid van het volgen van een tweede-fase-opleiding open laten. W a t betreft de vrije studierichting wijst de commissie er nog op dat voor misbruik gewaakt moet worden. Het is niet toegestaan d.m.v. het instellen van een vrije studierichting via de achterdeur een nieuwe studierichting binn e n de faculteit te beginnen. Voor dit laatste is de experimentele studierichting bedoeld.
Gemeenschappelijke geologie-expeditie UvA en VU
Werkgroep ontdekt nieuwe aardlaag bij Kreta
kf
^ I.
-i
Een aantal leden van de r4*werkgroep marinegeolo- Piet Verhoeven gie, een samenwerkingsverband van de VU en de Van 21 m a a r t tot en met 14 april het schip over de MiddelUvA, heeft tijdens een ex- cruiste landse Zee. Het volgde een aantal peditie op de Middellandse routes tussen Afrika en Kreta. Naast staf en studenten van de Zee, een belangrijke ont- beide universiteidekking gedaan. Bij een ten en Amsterdamse geochemici van de Rijksubodemonderzoek ten zui- niversiteit Utrecht, waren er mensen aan boord die technische den van Kreta, ter hoogte bijstand verleenden. Die mensen van de zogenaamde Strabo waren verbonden aan het NederInstituut voor Onderzoek Trog, stuitten ze op een lands Zee (NIOZ), de Rijks Geologiaardlaag, de Sapropels. De op sche Dienst (RGD) en van het wetenschap dacht dat zo'n centrum voor marine geofysica laag in deze tijd niet in de (VML). Het Nederlandse expeditieschip Tyro aan de kade bij Kreta. (Foto: dr. A. R. Fortuin) Middellandse Zee gevormd werd. Nu dit wel het geval Strabo Trog dellandse Zee gevonden. Het kan zoekers willen de situatie daar De laatste twintig jaar heeft een blijkt, kan precies bestu- revolutie volgens dr. Jongsma best zijn dat vergelijken met die in de Middelplaatsgevonden op het Sapropels deerd worden hoe moeder- gebied van bodemonderzoek op Na onderzoek bleek dat in het wa- dit proces op meerdere plaatsen landse Zee. Ook dat onderzoek is aldus dr. Jongsma. De conti- ter een aantal organische stoffen, a a n de gang is. De werkgroep is belangrijk om te weten te komen gesteente voor aardolie zee, nenten Afrika en Europa „lopen" afgesloten van zuurstof lagen te bezig met de organisatie van een hoe olie gevormd wordt. Dr. ontstaat. Projektleider Dr. n a a r elkaar toe, met een snelheid rotten. Een gesteldheid die be- nieuwe expeditie n a a r Indonesië. Jongsma hoopt meer te weten te staat onder de naam Sapro- D a a r doet zich namelijk eenzelfde komen over de vorming van deze D. Jongsma, marinegeo- van 1 centimeter p e r jaar. De kend werkgroep marinegeologie was pel (sapro is het griekse woord situatie voor als tussen Afrika en sapropel-laag, zodat de kennis loog aan de VU, vertelde n u benieuwd wat er gebeurt met voor verrot). Verbazing alom. Europa; het n a a r elkaar toe „lo- bruikbaar wordt voor de maatwat meer over de expeditie h e t tussenliggende gebied, de bo- Dergelijke lagen zijn wel bekend, p e n " van continenten. De onder- schappij. a a r geologen wisten niet dat en de resultaten die daar- dem van de Middellandse Zee. m deze sapropel zich ook in deze tijd bij naar voren zijn gekoin de Middellandse Zee aan het Hóe werkt die bodem en wat ge- ontwikkelen is. De nieuwste van men. b e u r t er met de sedimenten die de al bestaande zes lagen (81) is «t4^ifrii»)id^
De werkgroep marinegeologie Amsterdam bestaat al enige tijd. Sinds kort is daar de T H Delft bij gekomen, die de technologie gaat verzorgen. Dit jaar had men voor het eerst de gelegenheid een bodemonderzoek te doen aan boord van een Nederlands expeditieschip, de Tyro. Tot n u toe werden Spaanse of Franse schepen voor expedities gebruikt. De Academie voor Wetenschappen heeft n u de Tyro gekocht en opgeknapt, zodat er n u ook een Nederlands schip ter beschikking staat. Tyro was trouwens de maitresse van Poseidon, de god van de zee. Het beheer van de Tyro is in handen van de Nederlandse Raad voor Zeeonderzoek.
d a a r liggen (modder, zand, beestjes etc). Door middel van het maken van seismische profielen (een profiel van de lagen onder de bodem, gemaakt via het zenden van geluidsgolven in het water, n a a r de bodem) ging de bemanning van de Tyro bekijken welke lagen e r aanwezig zijn en hoe die ten opzichte van elkaar liggen en/of verschuiven. De interesse ging vooral uit n a a r de zogenaamde Strabo Trog, een trog ten zuiden v a n Kreta. Een trog is een lang smal bekken in de zeebodem, met relatief style kanten. Bij deze trog n a m men een monster van de bodem. Dat mislukte de eerste keer, m a a r er kwam wel een enorme stank vrij bü het ophalen van het water. Dit bracht de onderzoekers op een ander spoor.
volgens schattingen ongeveer 8000 jaar geleden gevormd. Nu blijkt dat er een zevende laag bijkomt, een laag die de onderzoekers SO hebben genoemd.
Konsekwenties
Het belangrijkste gevolg van deze ontdekking is dat het n u mogelijk wordt het proces, wat bij de vorming van sapropels gaande is, te bestuderen. Het ontstaan van deze lagen hangt namelijk samen m e t de ontwikkeling van moedergesteente voor aardolie. Nu kan bekeken gaan worden welke stoffen in de sapropels werken, hoe ze werken en welk organisch materiaal erbij betrokken is. De vorming van sapropels is tot n u toe alleen op die ene plaats in de Mid-
Nog een week voor opgave van adreswijzigingen studenten
Het Bureau Studentenadministratie maakt de studenten erop a t t e n t dat in verband met het verzenden van de herinschrijvingsformulieren het juiste adres bij het Bureau bekend dient te zijn. De adreswijzigingen kunnen tot en met 20 mei 1983 worden ingeleverd (Hoofdgebouw kamer OA-13). In de periode van 20 mei tot en met 15 juli worden door het Bureau Studentenadministratie geen adreswijzigingen meer verwerkt. U k u n t de wijzigingen invullen op het herinschrij vingsformuUer, welke u medio juni k u n t verwachten. Deze wordt n a a r het op 20 mei bij het B u r e a u Studentenadministratie bekend zijnde studieadres verzonden. Na 15 juli worden de adresmutaties weer gewoon in behandeling genomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's