Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 203
7
ADVALVAS —10 DECEMBER 1982
CvB in voorstellen voorwaardelijke ünanciering onderzoek:
Landelijke toetsing richtinggevend voor eigen universitaire beoordeling Landelijke beoordeling door externe toetsingsinstanties zal in het nieuwe systeem van voorwaardelijke financiering richtinggevend zijn voor beoordeling op universitair en facultair niveau. Als onderzoeksprogramma's namelijk in laatste instantie door die externe instanties niet „aan de maat" worden bevonden, komen de benodigde gelden vrij voor alternatieve besteding zonder dat de betreffende instelling bij voorrang aanspraak kan maken op dat vrijkomende geld. Met het oog op die beoordeling van programma's door externe instanties in de laatste fase, zal op universitair niveau reeds een zorgvuldige en adekwate beoordeling moeten plaatsvinden, een betrekkelijk nieuw verschijnsel.Aldus het CvB in zijn voorstellen voor vormgeving van de tweede „tranche" voorwaardelijke financiering die dinsdag in de universiteitsraad aan de orde komen. Van kardinaal belang bij die universitaire beoordeling acht het CvB dat twee garanties worden bereikt: in de eerste plaats dat de universiteit geen middelen mag verliezen. Dit kan gebeuren als er gekort wordt op grond van het niet accepteren door het ministerie van ingediende programma's vanwege gebrek aan wetenschappelijke kwaliteit. En gesteld dat voor een bepaald type programma's (met name in de alpha - en gamma-sector) voorlopig of zelfs uiteindelijk geen extem toetsende instantie kan worden gevonden, dan moet de universiteit tegenover het ministerie goed kunnen verdedigen dat deze op grond van de kwaliteit van de universitaire beoordeling aanvaard moeten worden. Worden deze garanties niet verkregen, dan wordt het universitaire onderzoeksbudget en dus de m gelijkheden voor onderzoek em ïig geschaad. Zoals bekend is programm ifinanciering de universitaire re iktie op de landelijk in te voe.en voorwaardelijke financiering. Beide zijn er op gericht in een krappe tijd, kwalitatief goed onderzoek bij voorrang veilig te stellen. Wie als imiversiteit zelf eerst goed via eigen beoordeling orde op zaken stelt, zo redeneert het CvB, hoeft voor externe toetsing niet meer zo bang te zijn en behoudt zelf zijn greep op het onderzoek. Die eigen universitaire beoordeling laat overigens de verantwoordelijkheid van de faculteiten onverlet. Voorstellen voor programmafinanciering kunnen dan ook slechts op facultair ni-
Jasip Kamerling veau worden gedaan. De rol van het universitaire bestuur is meer toetsend en reagerend dan zelf beleidsvoerend. Die faculteiten zullen overigens wel stevig hun best moeten doen om kwalitatief goede programma's op tafel te krijgen, want slagen zij er niet in hun aandeel te vullen, dan kunnen ze een navenant deel van de hun toegewezen middelen verspelen. Waaruit dan weer een ruimte ontstaat waaruit andere faculteiten die wel in staat zijn programma's met kwaliteit te presenteren, kunnen putten. Het is overigens maar de vraag of je hier gebrek aan kwaliteit bij sommige faculteiten de oorzaak mag noemen van hun magere presentatie tot nog toe. Bij de eerste tranche van de voorwaardelijke financiering, die al meer dan een derde van de voor de VU gereserveerde onderzoeksruimte opsoupeert, is namelijk gebleken dat de nogal grove landelijke kriteria voor programma's sommige faculteiten flink in de problemen brengen. Zij zijn niet gewend samenhangend onderzoek te doen in de grootte die de minister wenst. Het gehanteerde programmabegrip is ongeschikt voor individueel onderzoek en voor kleinere vakgroepen, zo hoor je in de facultaire wereld. Medewerkers bijvoorbeeld die aan een proefischrift werken, zijn niet altijd inpasbaar in een programma. Onderzoek wordt, zo redeneert men, bij Letteren, theologie en de CIF, van oudsher individueel verricht. De PKV-fi-aktie in de UR stelt daarom dat ieder de kans moet krijgen programma's te schrijven volgens normen van de bijbeho-
rende faculteit, die dan als dat enigszins haalbaar is, weer aan landelijke kriteria moeten voldoen. Goede programma's die landelijk niet worden gehonoreerd, zouden dan universitaire bescherming moeten krijgen. Ook nieuwe Projekten (startonderzoek) en Projekten met een direkte maatschappelijke relevantie moeten worden aangemeld. Voor die klassen programma's gelden dan andere normen en juist ^zij vereisen aparte universitaire bescherming. Omdat faculteiten soms toch al moeite hebben hun deel van de poet te claimen, (sommige faculteiten hebben nog geen enkel programma ingeleverd), wil het CvB alle faculteiten een gelijkwaardige startpositie geven. Het heeft daarom voor elke faculteit een taakstelling berekend op basis van het VU-begrotingsmodel en de daarin opgenomen richtbedrag;en voor de verhouding WP en niet-WP en de uitsplitsing van de formatie naar onderwijs en onderzoek. In het komend bestuurlijk overleg met de faculteiten kurmen deze kommentaar leveren op die berekening. De taakstelling is bovendien geba-
seerd op de voorlopige formatieprognose voor 1988. Voor haast alle faculteiten is die propose lager dan de formatietoewijzing in het begin van de planperiode, zodat realisering van die taakstelling wordt vergemakkelijkt.
Uttiversitaire toetsingskommissie Mocht straks blijken dat de faculteiten in hun ijver om programma's binnen te slepen, het voor het VU geldende maximum voor de tweede tranche dreigen te overschrijden, dan wordt vooral de toetsing op universitair niveau interessant. Je kunt daarbij het kwaliteitscriterium, dat van de maatschappelijke relevantie en bestuurlijke kriteria onderscheiden. De eerste twee zullen overigens vooral op facultair niveau geoperationeerd moeten worden, vindt het CvB. Op universitair niveau zal de toetsing hier meer formeel zijn. Wie neemt die universitaire beoordeling voor zijn rekening? Begin november bleek de UR er weinig voor te voelen die beoordeling te laten doen door een
Werkgroep CAVWO over voorwaardelijke BnanelerlBg:
Risico: verschraling en conserverend effect Dat voorwaardelijke financiering van onderzoek een conserverende werking zal hebben en tot verschraling van onderzoek zal leiden, acht de werkgroep van de Commissie Algemene Vraagstukken Wetenschappelijk Onderzoek van de Academische Raad die hierop heeft gestudeerd een reëel gevaar. Onderzoek dat zich ooit heeft bewezen blijft, wat nieuw of risicodragend is kan alleen al daardoor in het afwegingsproces in moeilijkheden raken, aldus de werkgroep in haar eindrapport. Zij acht daarom in de komende jaren verschillende typen evaluatie voor het funktione-
ren van voorwaardelijke financiering noodzakelijk. De omvang van een onderzoeksprogramma en de mate van programmeerbaarheid van het onderzoek kan tussen wetenschapsgebieden en ook erbinnen sterk wisselen. Voor een aantal gebieden is daarom een minimale omvang van één mensjaar in plaats van vijf noodzakelijk. Essentieel is dat onderzoeksprogramma's een natuurlijke en in economische zin verantwoorde omvang hebben en een duidelijke samenhang vertonen. Het samenvoegen echter van betrekkelijk onafhankelijke programma's tot een weinig samenhangend geheel is alleen maar zinvol als overzicht of
voor het bevorderen van interacties. Beoordeling en landelijke afstemming van zulke programma's als zodanig zullen echter moeilijk zijn. Een goede regeling van de beoordeling is essentieel voor het slagen van voorwaardelijke financiering. Het beoordeUngssysteem moet funktioneel zijn, met minimale procedures en zo kort mogelijke besluitvormingslijnen. De minister zou zich moeten beperken tot marginale toetsing: erop toezien dat de instellingen goede procedures voor intra-universitair beleid volgen. De minister heeft verder slechts een voorwaardenscheppende taak. De verantwoordelijkheid voor het uni-
versitaire onderzoek ligt bij de betrokken vakgroepen. Het grondrecht van vrijheid van onderzoek dient gehandhaafd te blijven. Beoordeling van onderzoeksprogramma's kan alleen goed en voor de onderzoekers geloofwaardig worden uitgevoerd door vakgenoten. Ten aanzien van de rechtspositie van de onderzoeker die betrokken is bij voorwaardelijk gefinancierd onderzoek bestaan nog veel onduidelijkheden, meent de werkgroep. De mogelijkheden om aan onderzoek deel te blijven nemen worden immers niet alleen bepaald door iemands kwaliteit en inzet, maar bijvoorbeeld ook door overwegingen van
centrale kommissie van alleen leden van het College van Decanen zoals dit college voorstelde. Het CvB nam dat standpunt ter harte en stelt nu een kommissie voor van uitsluitend universitaire onderzoekers van onbetwist gezag en landelijke reputatie." Bij de samenstelling ervan zal het CvB zowel het CoUege van Decanen als de UR raadplegen. De kommissie beoordeelt alle programmavoorstellen op kwaliteit en kan vooraf faculteiten adviseren voorstellen alsnog aan te passen. Op grond van het advies van de kommissie stelt het CvB voorstellen op voor de UR die de uiteindelijke besluiten neemt, nadat hij zelf eventueel ook nog adviezen heeft ingewonnen. De PKV noemt in zijn reaktie „inhoudelijke toetsing op universitair niveau een ormodige inbreuk op de verantwoordelijke faculteiten. Voorwaardelijke financiering wordt zo een aantasting van het demokratisch recht en geeft weer een hoop extra rompslomp. Ook bevordert zij in sterke mate de scheiding van onderwijs en onderzoek. Dat leidt ertoe dat je twee soorten wetenschappers krijgt: lesboeren en onderzoeksmanagers aan de ene kant en jonge talentvolle onderzoekers aan de andere. Een splitsing die funest is voor het onderwijs. De studentenfraktie laakt ook de enorme haast waarmee het hele systeem wordt ingevoerd. In het algemeen trouwens luidt als kritiek dat de landeüjke ontwikkelingen al zover zijn gevorderd, dat een principië-
Vervolg op pag. 11
bestuuriyke aard. Daardoor veroorzaakte risico's mogen niet op individuele onderzoekers worden afgewenteld. Als onderzoekers die deelnemen aan voorwaardelijk gefinancierd onderzoek hierdoor in een nadelige rechtspositie komen ten opzichte van andere onderzoekers, worden met voorwaardelijke financiering niet de doelstellingen bereikt die de beleidsnota universitair onderzoek van het eerste kabinet Van Agt op het oog had. Tijdelijk wetenschappelijk personeel dat deelneemt aan voorwaardelijk gefinancierd onderzoek tenslotte dient in principe perspectief op een loopbaan in het universitaire onderzoek geboden te kunnen worden. Het ontbreken van dit perspectief voor mensen die geschikt zijn voor kwalitatief hoogwaardig onderzoek zal op den duur het universitaire onderzoek onherstelbare schade berokkenen. (J.K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's