Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 457
ADVALVAS —10JUN11983
7
Academische ziekenhuizen geloven niet erg in taakverdeling De academische ziekenhuizen zijn bereid het hun door de minister toegedachte aandeel van 44 miljoen gulden in de taakverdelingsbezuinigingen te leveren. Taakverdeling en concentratie vinden ze echter geen goed middel. Dit blijkt uit de reaktie die deacademische ziekenhuizen samen met de medische faculteiten naar minister Deetman hebben gestuurd. Ook het idee om twee faculteiten en ziekenhuizen zich te laten toeleggen op de gezondheidszorg buiten het ziekenhuis verwerpen ze. Taakverdeling en herverdeling van middelen moet volgens hen worden bezien in het Ucht van het hele onderwijs- en volksgezondheidsbeleid. Ook voor de academische ziekenhuizen worden de bezuinigingen n u werkelijkheid. Een deel van die bezuinigingen proberen ze door te schuiven n a a r andermans bord. Overigens ligt het voor de h a n d dat de kosten van de medische beroepsopleidingen ook in academische ziekenhuizen in de toekomst door de gezondheidszorg zelf gedragen worden. En wat betreft de specialismen „kan de vraag worden gesteld of bij de tarieven in voldoende mate rekening is gehouden met een vergoeding voor de aanwezige infrastructuur." Behalve a a n taakverdeling staan de academische ziekenhuizen
bloot a a n maatregelen vanuit volksgezondheid, zoals de beddenreductie en het nieuwe „budgetterings"-systeem van financiering. Een onlangs ingestelde projectgroep onder voorzitterschap v a n oud-staatssecretaris Kruisinga moet in al deze bezuinigingen lijn brengen. Het ligt voor de hand, vinden de ziekenhuisbesturen, deze projectgroep ook de taakverdeUngsbezuinigingen te laten meenemen. Althans een derde daarvan, want vijftien miljoen gulden is al gekort op de rijksbijdrage en wordt plaatselijk vertaald in structurele maatregelen, en veertien miljoen gulden wordt bespaard door h e t opsporen van ongelijkheden i n de toedeling per instelling. M a a r in concentratie zien de ziekenhuisbesturen weinig. „De k r a c h t van het academisch ziekenhuis is gelegen in de multidisciplinaire behandeling van moeilijke ziektebeelden," schrijven ze. Daarom k a n zo'n ziekenhuis bijn a geen siiecialismen missen. Wel aanvaardbaar zou zijn het samenbrengen in academische ziekenhuizen van specialismen e n specialistenopleidingeh die n u nog in gewone ziekenhuizen zijn ondergebracht. Een herstructurering van de specialistenopleiding tot een soort tweefasens t r u c t u u r zou dan de academische ziekenhuizen ontlasten: in een „perifeer" ziekenhuis kan de aanstaande specialist zyn ervaring opdoen, in het academisch ziekenhuis maakt hij kennis met onderzoek en nieuwe ontwikkelingen. De plannen van de minister om de eerstelijns gezondheidszorg, huisartsgeneeskunde en andere medische activiteiten buiten het
ziekenhuis, te versterken juichen de ziekenhuisbesturen toe. Dat k a n echter alleen, vinden ze, als de band met de klinische gezondheidszorg wordt verstevigd. Die twee taken van de gezondheidszorg hebben elkaar nodig en versterken elkaar. Tot elke prijs moet daarom vermeden worden d a t twee soorten academische ziekenhuizen ontstaan, waarbij de betere klinici wegtrekken uit bepaalde plaatsen en elders de eerste lijn verschrompelt. Integendeel, in alle acht ziekenhuizen dient de eerste lijn te worden versterkt. Daarvoor zou zelfs vijf miljoen gulden uit de budgetten vrijgemaakt kunnen worden. Als dan de Vrije en de Limburgse universiteit daarvan iets extra's krijgen is dat prima. Deze twee ziekenhuizen zouden zelfs in ruil daarvoor h u n kUnische voorzieningen kunnen bevriezen op het peU van nu, maar verdere reductie van die voorzieningen is onaanvaardbaar. De reactie van de medische faculteiten is veel vager. De plannen van het departement worden niet afgewezen, maar de faculteiten willen dat over de eerstelijns- en m e t name over de huisartsenopleiding eerst overleg gevoerd wordt met de voor die opleiding verantwoordelijke instanties, de afdelingen van de KoninkUjke Nederlandse Maatschappij voor Greneeskunde. Uitgangspunt voor taakverdeling wordt de zogenaamde rompfaculteit, de nog vast te stellen minimumopvang voor een opleiding tot basisarts, uitgebreid op onderdelen die hoogwaardig onderzoek, landeUjk belang of bijzondere taken in de patiëntenzorg hebben. (UP, Lin Tabak)
Bedrijfsspel voor economen goede brug naar de praktijk studenten bedrijfseconomie spelen in het eindstadium van hun studie het zogenaamde Vrije Universiteit Management Simulation (VUMAS) spel. Een bedrijfsspel waarin het nemen van beslissingen omtrent inkoop, produktie, verkoop, personeel en financiering centraal staat. Het spel is een goed didactisch instrument om theoretische kennis toe te passen in de praktijk en om te leren samenwerken. Aalt Klaassen, werkzaam aan de economische faculteit van de VU en VUMAS spelleider, vertelde ons wat meer over het spel en de volgens hem positieve gevolgen ervan, zowel voor de studenten als voor de faculteit. De spelleiding bestaat geheel u i t mensen van de economische faculteit van de VU. Zdj spelen het spel niet alleen met studenten van h u n eigen faculteit maar ook met studenten van het Instituut voor Bedrijfskunde Nüenrode en het Management Opleidingscent r u m de Baak van de Vereniging voor Nederlandse Ondernemers, het VNO. De verschillende opleidingen betalen a a n de VU voor de organisatie en de begeleiding van h e t snel.
Geïnspireerd door het Amerikaanse Business Game kwam in Nederland een soortgelijk spel tot stand: VUMAS.'Het basisidee was van mensen van de Universiteit van Amsterdam en is in samenwerking met VU-medewerkers speelrijp gemaakt. Vanaf 1972 is de VU alleen doorgegaan met de ontwikkeling van VUMAS, waardoor het spel een ander karakter heeft gekregen. E r zijn op dit moment drie vakgroepen die samen de werkgroep VUMAS vormen. Deze vakgroepen, Financiering, Kosten- en Winstvraagstukken en Informatica, leveren de know-how en de leiding voor het spel. Het spel wordt gespeeld op vier achtereenvolgende dagen. Afhankelijk van de grootte van de groep, concurreren een aantal bedrijven met elkaar in een markt voor chemische Produkten. Het uitgangsp u n t voor het spel is het bedrijfsmodel dat het meest voorkomt in h e t bedrijfsleven. Elk bedrijf bestaat uit een team v a n vijf directeuren, te weten: één directeur marketing én verkoop, één voor produktie, één voor personeelszaken en één voor de financiën. De geschiedenis van de bedrijven is volkomen identiek, iedereen begint met dezelfde gegevens. Het is de bedoeling dat binnen een bepaald tijdsbestek beslissingen worden genomen over de gang van zaken in het bedrijf, dus bijvoorbeeld over de aankoop van grondstoffen, de omvang van de produktie, de hoogte van de investeringen en de omvang van het personeelsbestand.
steeds bekort. De eerste dag hebben de teams V/2 u u r de tijd, de laatste dagen slechts een kwartier. Elk team vult zijn beslissingen in op een formulier. Dit formulier leveren ze in bij de spelleiding, die n a verwerking van de gegevens door de computer, de precieze resultaten van elk bedrijf bekend maakt.
Het tijdsbestek waarbinnen de beslissingen genomen moeten worden, wordt gedurende het spel
Het spel slaat goed aan, zowel bij studenten van theoretische opleidingen als de VU en Nijenrode,
Het doel is natuurlijk een zo goed mogelijk bedrijfsresultaat, maar n e t als in de praktijk zijn de bedrijven a a n een aantal regels en afspraken gebonden. De spelleiding vervult namelijk ook de rol v a n bank en vakbonden. O m niet in een p u u r cijfermatige aangelegenheid te vervallen, zijn e r allerlei externe invloeden op economisch en sociaal terrein in h e t spel verwerkt. Regelmatig vinden bijvoorbeeld CAO-onderhandelingen plaats, stakingen, prikacties, stagnatie van de grondstoffenaanvoer en veilingen. „De CAO-onderhandelingen leveren nog wel eens verhitte discussies op," aldus Aalt Klaassen. „Als bijvoorbeeld één van de bedrijven achter de rug van de anderen een CAO-voorstel ondertekent, neemt de rest van de bedrijfstak hem dat niet in dank af natuurlijk." Naast het nemen van beslissingen in een kort tijdsbestek en het toepassen van theorie in de praktijk, zijn ook samenwerken en het voeren van onderhandelingen belangrijke leeraspecten van dit bedrijfsspel.
Dat het terrein van de geschiedenis der geneeskunde en der natuurwetenschappen belangrijke overlappingen kent, kan worden geillvstreerd met liet „anatomisch fornuis", een concept van Paracelsus (1493-1541), waarmee hij de chemische samenstelling van het menselijk lichaam probeerde te verduidelijken. In plaats van het klassieke „piskijken" (uroscopie) stelde Paracelsus voor de urine te destilleren in een cylinder, waarvan de afmetingen corresponderen met die van het menselijk lichaam; de plaats waar de ziekelijke urinedelen neerslaan sou overeenkomen met de setel van de siekte.
Expositie „Beta Historiael" ,,Beta Historiael" is de titel van een tentoonstelling van de Historische Commissie VU over de geschiedenis van de geneeskunde en de natuurwetenschappen, die, eind mei begonnen, tot eind juni i n het VU-hoofdgebouw te zien is. De tentoonstelling, die is samengesteld door het Medisch Encyclopedisch Instituut (geneeskundefaculteit) en de sectie geschiedenis van de vakgroep Algemene Vorming (faculteit wiskunde en natuurwetenschappen), laat iets zien van beide instituten. De oprichters ervan, resp. prof. dr. G. A. Lindeboom en prof. dr. R. Hooykaas, staan centraal. Verder geven de instituten een beeld van hoe er op dit ogenblik wordt gewerkt en met welke onderzoeken zij bezig zijn. Het Medisch Encyclopedisch Ins t i t u u t gaat n a hoe in de 17e eeuw de theorie over de bloedsomloop van de Engelse medicus William Harvey in ons land werd ontvangen. De sectie Geschiedenis der
Wiskunde en Natuurwetenschappen onderzoekt o.a. de bijdragen van Nederlandse geleerden a a n de verspreiding van de opvattingen op scheikundig gebied van de 18e eeuwse Franse chemicus en fysicus Lavoisier. Ook is te zien hoe de beide instituten samenwerken, bijvoorbeeld in een onderzoek naar leven en werk van de 19e eeuwse Nederlandse geleerde Gerrit J a n Mulder die van 1828 tot 1840 lector was aan de Klinische School te Rotterdam en daarna tot 1868 hoogler a a r scheikunde a a n de Universiteit van Utrecht. Naast teksten, foto's en publicaties vindt men op deze tentoonstelling oude drukken en enkele historische medische en n a t u u r kundige instrumenten. De expositie is te bezichtigen in de vitrines en op het wandbord op de eerste verdieping van het VUhoof dgebouw op werkdagen van 9-20 u u r en op zaterdagen van 916 uur.
als bij mensen van praktijkopleidingen. Dat blijkt uit het enthousiasme waarmee het spel gespeeld wordt en uit de evaluaties die n a afloop worden gehouden. Aalt Klaassen: „De spelers zijn erg betrokken bij het spel. Een mooi voorbeeld daarvan was het tijdstip van het ontbijt. We speelden VUMAS in de Baak van het VNO waar we ook sliepen. Na de eerste nacht zaten er 's morgens om acht u u r nog maar een paar mensen a a n het ontbijt. De volgende morgen echter zat de hele zaal om acht u u r al vol, iedereen was vast a a n het bespreken hoe h e t met h u n bedrijf n u verder moest. De ochtend n a het spel zat er zo vroeg nog helemaal niemand." De opleidingscentra die het spel
op h u n instituut willen spelen betalen daarvoor a a n de VU. In eerste instantie komt het geld, n a aftrek van de kosten, ten goede a a n de verdere ontwlkkeUng en promotie van VUMAS. Uiteindelijk is het de bedoeling de rest van de opbrengst terug te sluizen n a a r de vakgroepen die d a t dan kunnen gebruiken voor onderzoek of voor andere activiteiten aan de faculteit. Het effect van het VUMAS-spel is dus tweeledig. Aan de ene kant levert de universiteit een geschikt didactisch instrument om wetenschap toe te passen in de praktijk en a a n de andere kant komt er geld binn e n wat ten goede komt aan het onderwijs en onderzoek a a n de economische faculteit. ^ (P.V.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's