Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 487
9
AD VALVAS — 24 JUN11983
Psycholoog onderzocht problemen in populaire onderzoeksmethode
nMensen laten zich niet zomaar in keurslijf van standaardenquête persen" Zeker veertig procent van de antwoorden die mensen in een enquête of interview geven, komt op inadequate wijze tot stand. De interviewer laat in de formulering van de vraag, vaak onbedoeld, een suggestie doorklinken over het juiste antwoord. Mensen snappen de vraag maar half. Of de interviewer interpreteert het antwoord op een.verkeerde manier. Psycholoog dr. Wil Dijkstra promoveerde enkele weken terug aan de VU op een onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de bij interviews verkregen antwoorden. „De sociale werkelijkheid van een gesprekssituatie zit veel ingewikkelder in elkaar dan vaak verondersteld wordt." Het ondervragen van personen over hun meningen en gewoontes is in de sociale wetenschappen een uiterst populaire methode om gegevens te verzamelen. Uit een analyse van toonaangevende vakbladen op het gebied van de sociologie en de politicologie bleek dat 50 tot 70 procent van de onderzoekingen gebaseerd waren op deze registratietechniek. De populariteit van de enquête, of met een Engelse term het survey, is niet zo verwonderlijk. Om gegevens te verkrijgen over houdingen, meningen, gevoelens en andere zaken die niet direct waarneembaar zijn, is het een betrekkelijk eenvoudige methode. Althans, op het eerste gezicht. Want al jaren lang zijn belangrijke foutenbronnen in het surveyonderzoek bekend. Zo zijn geïnterviewden, of respondenten, geneigd onder bepaalde condities sociaal wenselijke antwoorden te geven of hebben er een handje van zich te conformeren aan de mening van de interviewer. Dergelijke oneigenlijke effecten hebben ertoe geleid dat sommige onderzoekers het survey van het lijstje van betrouwbare onderzoeksmethoden schrappen. 2k)ver gaat Dijkstra niet. Juist omdat voor het verkrijgen van bepaalde gegevens nu eenmaal de ondervraging de enige weg is, heeft hij onderzoek gedaan naar het verloop van het interactieproces tijdens het interviewgesprek, om daar vervolgens aanbevelingen voor verbeteringen uit te destilleren.
Wim Crezee
reaus, worden afgenomen door werkstudenten tegen stukloon. Is het niet zo dat juist omdat bij het voorbereiden en opzetten van vragenlijsten geen rekening wordt gehouden met interactieprocessen tussen respondent en interviewer je kunt vermoeden dat de interviewer het soms genant vindt de hele vragenbattenj af te werken en zelf dan maar de vragenlijst inviilt? Ze zien er tegenop om als ware verhoorders de mening over alles en nog wat van mensen te ontfutselen. Dijkstra denkt dat dat nogal meevalt. Onderzoeksbureaus nemen steekproeven bij respondenten om te kijken of de interviewer inderdaad is langsgeweest. Fraude kan gemakkelijk voorkomen wor-
Dijkstra is van mening dat on- Aan deze ontwikkeling zitten volderzoekers die uitsluitend ge- gens Dijkstra ook negatieve kanbruik maken van vragenlijsten ten. De betrouwbaarheid van geeen vertekend beeld van de socia- rapporteerde onderzoeksresultale werkelijkheid krijgen. „Kijk, ten in de sociale wetenschappen het is altijd een Unke zaak om je hangt negatief samen met de hoeop één bron van informatie te veelheid computer-outputs, alverlaten. Zo is een respondent in dus stelling 6 bij het proefschrift. een interviewsituatie zich ervan Dijkstra: „Sinds de invoering van bewust dat hem of haar naar een de computer is het uitvoeren van mening gevraagd wordt en dat berekeningen dermate gemakkekan allerlei vertekeningen ople- lijk, dat onderzoekers soms ongeveren. Omdat mensen niet altijd richt zomaar wat uitproberen. In zeggen wat ze denken of doen, , mijn eigen onderzoek had ik zo'n moet de onderzoeker creatief zijn vijfhonderd vragen. Je kan dan in het hanteren van verschillen- bij wijze van spreken de computer de informatiebronnen. Een be- een levensgrote correlatiematrix kend voorbeeld: wanneer je als van 500 bij 500 laten ophoesten, onderzoeker wilt weten welk en daar zitten ongetwijfeld wel schilderij in een museum het aar- wat significante verbanden bij. digst gevonden wordt, kan je Maar het is de vraag of die nou gaan kijken voor welk doek het een betrouwbaar beeld geven van wat er werkelijk aan de hand is. tapijt het meest versleten is." Er komen hier bij de vakgroep (methoden en technieken van sociaal-wetenschappelijk onderPonskaarten zoek, red.) wel eens mensen langs Het afgelopen deccenium is het met een stapel data en die vragen gebruik van de computer in de ons „Kan ik hier wat mee doen? sociale wetenschappen enorm Kan ik hier wat leuks uit krijtoegenomen. Het beeld van we- gen?" Dat is een treurige zaak! tenschappers die in de buurt van Het denkwerk vooraf, de prouniversitaire rekencentra met bleemstelling en de formulering dozen ponskaarten en sheets zeu- van de hypotheses, blijft erg van len, is inmiddels vertrouwd ge- belang". worden.
De lastige respondent
Interviewer: Zou u wat sociale contacten met buurtgenoten betreft liever in een andere wijk wonen? Respondent: Wat sociale... Interviewer: Wat sociale contacten met buurtgenoten betreft? Kind: Mijnheer, mag ik hier ook op schrijven? Respondent: Dus de mensen waar ik dus graag mee ergens anders zou willen wonen op sociaal vlak? Interviewer: Nee, op z'n, in z'n algemeenheid. Respondent: In z'n algemeenheid. Interviewer: Kwa sociale contacten, zou u dan liever in een wat... Respondent: In een andere wijk dus, als schooljuffrouw, maar die kan ik niet meenemen, die zou ik wel in een nieuwe andere wijk willen hebben. Als ik dus in een nieuwbouwwijk, eh, bedoel je dat? Kind: Mijnheer, kijk eens wat de kat heb geschreven! Interviewer: Nee, maar ik bedoel, het gaat nu om u zelf. Respondent: Om mezelf. Interviewer: Of u zelf liever in een andere wijk zou wonen wat betreft de sociale contacten in vergelijking met deze wijk. Kunt u daar eens wat over zeggen? Kind: Mijnheer, kijk eens wat de kat geschreven heb. Mijnheer, mijnheer, dit heb de kat geschreven! Interviewer: Wat u daarvan denkt, of een voorstelling heeft of waarom u dat zou willen. Respondent: Nou, gewoon omdat ik het prettig naar mijn zin heb, dan. Interviewer: In een andere wijk... Respondent: Hetzelfde wat je hier hebt eigenlijk... dan dus eigenlijk een voldoening geeft om om om dat eigenlijk mee te nemen naar een andere wijk. Interviewer: Ja, en e h . . . maar dat betekent dan wel dat u niet noodzakelijk zou hoeven te, te verhuizen. Respondent: Nou, het is niet noodzakelijk. Interviewer: Nee. Dat was dus de vraag, zou u daarom willen verhuizen. Kind: Mijnheer, mijnheer! Interviewer: Maar eerlijk gezegd, u wilt niet... Als u zou moeten verhuizen, zou u het wel graag willen hebben zoals het hier is, ja ja. Kind: Mijnheer... Respondent: Ja, omdat het gewoon prettig is. Interviewer: Ja. Dat is nu wel duidelijk. Dijkstra: „DeNederlandsemarktbureaus doenper jaar duizenden interviews. Allemaal keurig ingevulde vragenlijsten; ze zijn te goeder trouw. Geen vuiltje aan delucht, zouje zeggen. Maaralsjeprecies gaat kijken wat er aan de band is tijdens een interview-gesprek, dan zie je dat er hele gekke dingen gebeuren. Bijvoorbeeld een gesprek dat helemaed mis gaat: de Interviewer krijgt eigenlijk geen adequaat antwoord op de gestelde vraag. Dat soort dingen blijken natuurlijk niet uit een ingevulde vragenlijst, want daarop staat alleen een aangekruist hokje. En datrealiseren diemarktbureauszich te weinig." Bovenstaand voorbeeld komt uit Dijkstra's proefschrift.
De belangrijkste conclusie uit het onderzoek: interviewers die zich meer persoonlijk opstelden tegenover de respondenten, kregen Wü Dijkstra (foto AVC) over het algemeen nauwkeuriger, antwoorden dan interviewers een socio-emotionele of zakelijke met een zakelijke opstelling. styi niet geheel afdwingen, want Volgens Dijkstra wordt dit ver- een interviewer is ook maar een schil verklaard door het feit dat mens, zegt Dijkstra. Om die redein een persoonlijk interview- nen lijkt het hem wenselijk intergesprek (in het proefschrift heet viewers via proefinterviews te sehet een socio-emotionele stijl van lecteren naar styi waarin zij op interviewen) respondenten meer „natuurlijke" wijze functionegemotiveerd zijn hun best te doen ren. „Heb je dan voor een bepaald en na te denken over wat hun survey een socio-emotionele styi echte mening is. nodig, dan werk je met dat uitgeselecteerde groepje interviewers." In het experimenteel opgezette De socio-emotionele stijl wil dus onderzoek van Dijkstra was één niet zeggen dat de interviewers groep van interviewers getraind een gelijkwaardige gesprekspartals de respondent emotionele za- ner of hulpverlener is. „Een surken te berde zou brengen, te rea- vey-onderzoek moet een gestangesprekssituatie geren met bijvoorbeeld „Wat ver- daardiseerde velend voor u, al die moeilijkhe- blijven, zodat onderzoeksresultaden met uw buren" of „Ik kan me ten met elkaar vergelijkbaar blijvoorstellen wat het voor u bete- ven," beklemtoont Dijkstra. kende toen u dat huis kreeg toe- „Laatje die eis los, dan heb je met gewezen". Terwijl de groep inter- een heel ander type gesprek te viewers die getraind was zakelijk maken, waarin geheel andere hun werk te doen, daar geen aan- wetmatigheden aanwezig zijn." dacht aan mocht besteden. Hoewel het dus de moeite loont Veel interviews, georganiseerd interviewers te trainen, kan je door onderzoeks- en marktbu-
den door interviewers een cassetterecorder mee te geven en steekproefsgewijs de bandjes af te luisteren, stelt hij nuchter vast. Het probleem zit eerder in het ingewikkelde interactieproces tijdens het interview. „Respondenten laten zich niet zo gemakkelijk in het keurslijf van het gestandaardiseerde interview persen. Ze gaan voor een groot deel hun eigen gang. En interviewers zijn niet altijd in staat daar op een adequate manier op in te spelen en het gesprek terug te brengen op het punt waar het in de gestelde vraag om ging." Zo is het Dijkstra gebleken dat zo'n veertig procent van de antwoorden in de interviews van zijn eigen proefschriftonderzoek op een inadequate manier tot stand kwamen. Bij andere onderzoekingen zal dit getal wellicht nog hoger zijn, want Dijkstra's interviewers waren zeer getraind en zijn onderzoek bevatte talrijke controle-mechanismen.
Bibliotheek VU sluit weer
Maximum vakantieuitkering verhoogd
ernaar deze nabetaling over de maanden januari tot en met mei, tegelijk uit te betalen met het salaris over de maand juni 1983.
Zoals reeds in de dagbladen is gepubliceerd is de maximum vakantie-uitkering met ingang van, 1 januari verhoogd van ƒ 5200 per jaar tot ƒ 5600 per jaar, of wel van ƒ433.33 tot ƒ466.66 bruto per maand. Personeelszaken streeft
Deze nabetaling betekent een herberekening over de voorgaande maanden, met inbegrip van het inhoudingsbesluit 1982, loonbelasting etc. Betrokkenen zullen daardoor dus vijf salarisslips ontvangen.
In verband met noodzakeUjke herverdeling van werkzaamheden is besloten dat in de vakantiemaanden juli en augustus de uitleenbalies van de alfa-afdeling van de bibliotheek gesloten zijn tussen 12.30 en 13.30 uur; deze regeling betreft de balies op de 3e,
5e, 9e, He, 13e verdieping en geldt zowel voor het terugbrengen als voor het lenen van boeken. N.B.: De gamma-afdeling van de bibliotheek in het Hoofdgebouw blijft tussen de middag voor uitleen geopend. Eveneens in de maanden juli en augustus worden de leeszalen van de bibliotheek om 17.00 uur gesloten; de avondopenstelling vervalt dan dus.
Vorige week vrijdag werd met de uitreiking van de beker het zaalvoetbalseizoen van de ASVU afgesloten. De ASVU-beker werd gewonnen door Noortje Rol. Noortje rolde de finale binnen door in de halve finale VuVic (meer VIC dan VU) te verslaan en won in de finale van Azteca, dat in de halve finale Vulles buiten de deur van de sporthal had gezet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's