Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 422
AD VALVAS — 13 ME11983
12 De belangrijkste weg in Maseru is Kingsway, met z'n supermarkt, de drie banken, het kantoor van de premier, de ministeries, de tourist information, de wervingskantoren van de Zuidafrikaanse mijnen en nog veel meer. Kingsway, een drukke straat, drie kilometer lang, altijd vol met mensen, zwarte mensen. En ik loop daar tussen, als een witte buitenlander, elke dag weer van en naar mijn werk. Na twee maanden voel ik me aan de ene kant al helemaal thuis hier, aan de andere kant blijf ik een vreemde eend in de bijt. Vaak denk ik als ik een andere witte zie lopen: wat moet-ie hier? Dat is nog sterker het geval als ik naar de film ga, of bij de Italiaan ga eten. Dan zijn er opeens heel veel, een zaal vol. W9,t moeten ze hier? Die paar duizend witte mensen, of expatriates zoals ze zichzelf noemen, die in Lesotho wonen zijn eigenlijk onder te verdelen in twee soorten. Zij die werken bij één of ander project en zij die met iemand zijn meegekomen die werkt bij één of ander project. De laatste groep bestaat uit vrouwen en kinderen. Als expatriate heb je het niet makkelijk: je komt in een vreemd land wonen, waar mensen een vreemde (en moeilijke!) taal spreken, ver van vrienden en familie. Je moet je inwerken en je contract (mits niet verlengd) duurt maar twee jaar. Opschieten dus. Als expatriate heb je het ook best wel makkelijk: je verdient relatief veel, je woont over het algemeen goed, je werk is meestal nuttig en duidelijk, je maakt veel mee, ontmoet nieuwe mensen en ziet nieuwe dingen. Witte mensen zijn hier een minderheid, in een vreemde omgeving. Dus zoeken ze elkaar op, creëren ze hun eigen veilige wereldje. Een wereldje met duidelijke gedragscodes. Dat merk je als je naar feestjes gaat. Of zoals dat hier vaak heet: een braai (Afrikaans voor onze barbecue). Allemaal expatriates met een borrel rondom het houtskoolvuurtje, pratend over het land, de Basotho, de projecten. Stellige beweringen, veel generalisaties. Over alle baliemedewerksters hier die je altijd laten wachten of bot tegen je doen, over de burocratie waardoor alles fout gaat of niet gaat. Het kost me enige tijd om erachter te komen dat het niet zo veel te maken heeft met het feit dat zij er langer zitten dan ik, maar meer met, ja met wat? Met onzekerheid? Angst? Of gewoon ergens over willen praten wat niets of zo weinig mogelijk met jezelf te maken heeft?
Ongevaarlijke braaipraat. Ik voel me er niet zo thuis en ga ook naar andere mogelijkheden zoeken om mensen te ontmoeten. Ik vind er één in een zangkoor, dat voor de helft bestaat uit zwarte mensen. Zingen, een praatje maken en dan naar huis. Behalve de stellige uitspraken is een ander terugkerend fenomeen op de braai: de mè, de zwarte vrouw die de troep afruimt en afwast. Dat voelt heel dubbel. Het is naar om
6ÄLGALÄ100 De honderdste
Galgala.
Tekenaar Aad Meijer, bekend van de vorige 99 strips op deze achterpagin a en ander werk, pakt daarom ditmaal eens flink uit. Met meer tekening en minder woorden. Jubileren met oog voor bezuiniging dus. Even stilstaan bij zijn strips ontlokt Aad een kenschets: „Mijn prentjes vergen meer nadenken dan die van Trudeau, de bekende Amerikaanse krantestriptekenaar, van wie ik, zeg maar, een epigoon ben. Mijn stijl is vergelijkbaar." Aad Meijer, tekenaar voor het intellect. Heeft het niet zo op met collega's: „Striptekenaars zijn meestal nogal domoren." Uitzondering bijv. Dick Matena. En Aad Meijer, 7e jaars student Nederlands VU, afkerig van traditionalisme.
te zien hoe iemand jouw feesttroep moet opruimen, hoe een zwarte vrouw elke dag kookt en wast. Maar wij hebben ook zelf iemand in dienst die twee dagen schoonmaakt en wast. Waarom kan dat wel? Als witte ben je rijk in dit land, ook wij. Dat weten de (arme) Basotho ook: vrouwen komen aan je deur voor een baantje, jongens om je auto te wassen. Zij kunnen wat centen verdienen, van ons salaris. Dat dit argument heel plaatsgebonden is, merk ik uit afwijzende brieven uit Nederland. Tja, daar doe ik ook alles zelf. Mensen met geld hier hebben personeel in dienst. Dat zijn sommige zwarten en verder alle witten. Het klopt benauwend. Ook wij passen in het plaatje. Behalve de vrouwen die aan de deur komen weten natuurlijk meer mensen dat expatriates geld hebben. Als je wilt inbreken, moet je het däär doen. En expatriates op hun beurt weten ook dat ze met hun stereoapparatuur, met hun fotostoestellen en mooie auto's opvallen. En zo ontstaat het hele inbrekerscircus: vergrendelde huizen, soms met metershoge hekken en prikkeldraad. Zo kunnen zwarten en witten, naast elkaar, heel ver van elkaar leven. En dan de verhalen, de vele verhalen. Iedereen weetje wel een berovingsgeval te vertellen, de één nog enger dan de ander. Je bent in Lesotho absoluut niet meer veilig 's nachts. Zeker niet op straat, maar eigenlijk ook niet in je eigen huis. Gevolg hiervan is, dat sommige witten behalve de extra sloten op alle ramen zich nóg extra beveiligen. Door een nachtwaker in dienst te nemen. En dat is, inderdaad, weer een zwarte die voor 200 gulden in de maand de hele nacht buiten kan staan. Dat gaat ons te ver. Als je in een land als Lesotho komt te werken, kom je voor onverwachte en onprettige dingen te staan. Dingen die een direct gevolg zijn van je huidkleur. Maar niets is onvermijdelijk en niets staat vast. Ook hier niet. Ook hier kun je kiezen, je eigen grenzen stellen. Dat betekent dat je je aan de bestaande gedragscodes zult onttrekken, dat je niet een mè voor alle dagen hebt, datje niet meedoet aan het beoordelen en veroordelen van dingen voordat je er zelf mee bent geconfronteerd. Dat je niet alle verhalen gelooft en datje vriendelijk groetend ergens binnen kunt stappen en gewoon rustig op je beurt kunt blijven wachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's