Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 95
11
AD VALVAS — 8 OKTOBER 1982
VergeltJking recessie en fascisme toen en nu op siotcongres
hier. Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie doet wel onderzoek, maar bij mijn weten niet 'systematisch naar het verzet. In het buitenland is dat anders.
Vier conferenties over verzet vóór en tijdens Tweede Wereldoorlog Volgende week donderdag start aan de VU de eerste van een reeks van vier conferenties over het onderzoek naar het verzet vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog in de diverse Europese landen van Oost tot West en van Zuid tot Noord. In oktober, november en maart worden er drie werkconferenties gehouden die dan in mei, een niet toevallig gekozen tijdstip, worden afgesloten met een groot siotcongres in de aiila over recessie, fascisme en verzet in de jaren '30 en nu. Waar er de afgelopen 15 jaar vrij veel onderzoek is gedaan naar het anti-fascistisch verzet op lokaal, regionaal en nationaal nivo, zo vertelde mede-organisator VU-historicus Ger van Roon ons, is dat op internationaal nivo achtergebleven. Er ontstond dan ook sterk de behoefte om onderzoeksmettiodiek en theorie beter op elkaar af te stemmen. Het uitgangspunt van de conferenties is nu om tot een vergelijkende aanpak te komen. Enerzijds zal het verzet vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog onderwerp van studie vormen maar daarnaast ook de effecten van het verzet op de na-oorlogse ontwikkelingen. Wat is er terechtgekomen van de idealen van de verschillende verzetsbewegingen? De plannen voor deze serie conferenties ontstonden in gesprekken met een hoogleraar van de Poolse Academie van Wetenschappen en de Stichting vergelijkend Europees verzet waarvan Van Roon bestuurslid is, nam de organisatie op zich die in de praktik vooral op de schouders
Jaap Kamerling van de VU-historicus en het kongresburo van de VU kwam te rusten. Van 13 tot 17 oktober gaan onderzoekers en verzetsmensen uit Noord-, Zuid-, West- en Oost-Europa de diskussie aan met onderzoekers uit de beide Duitslanden en Italië. Op de tweede conferentie gaan mensen uit Oost-Europa en Oostenrijk die diskussie aan en in maart wordt dan het verzet in het Duitsland en Italië vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog met elkaar vergeleken. Het resultaat van de drie werkconferenties wordt vervolgens ingebracht in de grote slotconferentie, die ongetwijfeld veel en mogelijk zelfe koninklijke belangstelling zal trekken. Hoe is men tot deze conferenties gekomen, vroegen we Van Roon. Je zou kunnen zeggen dat er in de huidige periode van recessie zeker grote belangstelling zal bestaan voor die andere grote recessie (in de jaren dertig) en de
,,Homo netwerk weer aktief Zoals bekendgemaakt op de perskonferentie van 18 augustus jl. gaat het „FLIPO-kafee", na een zomerreces van drie maanden, weer draaien. De eerste kafee-avond is op 11 oktober in PH'31. De avond begint met de lesbische film „Aima en Edith", waarna de „Keuvel-en-Stap-Klup" wordt opgericht voor vrouwen die (óók) van vrouwen houden. De bedoeling is lesbische literatuur door te spitten en het (kulturele) leven van Amsterdam te ontdekken, of elders bezig te zijn. Voor de heren begint daarna de flikkerfllm „Faustrecht der Freiheit" van Rainer Werner Fassbinder uit 1974. Verder zal er de hele avond een info-stand aanwezig zijn. Na de film „geht die party richtig los" in de bar beneden. Verder gaat het studentenpastoraat ook dit jaar een gespreksgroep homofiUe opzetten. Omdat vorig jaar een gemengde groep niet werkte, zal er dit jaar in eerste instantie alleen een gespreksgroep zijn,bedoeld voor jongens / mannen. Alle mannelijke studenten en VU-medewerkers zijn welkom en met name diegenen die nog met zichzelf bezig zijn. De eerste avond zal op woensdag 20 oktober ajn in VE 90 (Van Eeghenstraat 90) vanaf 20.00 uur. De dia-serie „Zonder Bagage" zal dan vertoond worden. Deze 20 minuten durende serie gaat over het ontdekken datje anders bent dan anderen, het er-voor-uitkomen en de eerste stappen in de homo-wereld. Daarna kan hierover nagepraat worden.
reaktie daarop toen. Het is interessant om het verzet toen en nu met elkaar te vergelijken. En verder is natuurlijk de opkomst op dit moment van het neo-fascisme (Centrumpartij, National Front) een belangrijke aanleiding. Toen we de laatste anderhalf jaar die vormen van neo-fascisme zagen groeien, vonden we het tijd worden alarm te slaan en dat te kombineren met een inventarisatie van onderzoeksresultaten van de laatste 15 jaar, jaren waarin men minder glorifiërend en nuchterder over het verzet is gaan denken: in veel bezette landen was het slechts een minderheid die zich verzette.
Tot In Albanië Er bestaat in heel Europa veel belangstelling voor deze conferenties. Tot in Albanië toe. Op het ogenblik vindt er nog overleg plaats met de Sovjet Unie over een vertegenwoordiging uit dat land. De conferenties zijn ingedeeld in verschillende secties. De informatieve is bedoeld om een overzicht te krijgen hoe het verzet in de diverse landen is ontstaan en welk percentage van de bevolking aktief was. De thematische sectie behelst een discussie over de invloed van de jaren '30 op het verzet. Dan is er verder een sectie waar de accentverschillen binnen het verzet aan de orde komen: de strijdbare verzetsmensen, de meer humanitair gerichte en het vooral denkende deel van het verzet. Ook komen daarbij de
programma's en verzetsidealen ter sprake en wat daarvan later na de oorlog is gerealiseerd toen in veel gevallen ook onder verzetsgroepen de restauratie toesloeg. De sectie over de invloed van de dertiger jaren is verder weer uitgesplitst naar thema's als de militaire rol van de burokratie, de rol van de kerken etc. Er tussendoor komen de ervaringen van de aanwezige oud-verzetsstrijders aan de orde. Zij zullen konkretiseren wat de deskundigen onderzoeken. Het is voor het eerst dat ook het verzet in Duitsland en Italië zelf onderling wordt vergeleken en hoe dat stimulerend heeft gewerkt op het verzet elders in Europa. De Italianen vonden het trouwens helemaal niet zo leuk om aan hun fascistische verleden herinnerd te worden maar ze konden er natuurlijk niet onderuit dat er tenslotte een Mussolini is geweest.
Bezinnittgseentrum? De financiering van de vier conferenties is vooral een Nederlandse zaak. De Europese Culturele Stichting gafnogal wat en ook de Algemene Loterij Nederland. Is er op de VU en de andere Nederlandse imiversiteiten veel onderzoek gedaan naar het verzet voor en tijdens WO II? Van Roon: Op de v u nauwelijks, Ben van Kaam van vu-Magazine interesseert zich er wat voor en ik doe af en toe wat onderzoek, maar dan houdt het wel op. Hetzelfde geldt voor de andere imiversiteiten
In België, Frankrijk en Oost-Europa bijvoorbeeld. In verschillende landen heb je instituten die zich ermee bezighouden. En met name in de Oosteuropese landen iWordt de Tweede Wereldoorlog in lere gehouden. Dat heeft te maken met hun nationale identiteit. 'En voor de Russen is die oorlog de grote vaderlandse oorlog. Zouden de conferenties voor de VU ,gevolgen kunnen hebben? Van Roon: „Ik zou het prettig vinden als bijvoorbeeld de Vereni^g het Bezinningscentrum van de v u een formatieplaats zou bezorgen voor onderzoek naar het verzet toen en nu. Dat past geheel in de VU-traditie. En het Documentatiecentrum voor Nederlands Protestantisme? Ook dat zou daar bij kuimen worden betrokken, denkt Van Roon. „Op die manier komt dat Centrum wat uit z'n isolement! De conferentiereeks staat helemaal los van het Lange Golvenonderzoek van dezelfde wetenschapper, hoewel er natuurlijk zeker paralellen te trekken zijn tussen de recessie en het opkomend fascisme in de jaren 30 en nu. Wie weet schrijft Van Roon dus nog eens een boek over de conjunctuur van het verzet, luidt I het grapje dat al is vernomen. Hij hoopt verder dat de serie voor het Internationaal Comité voor de Geschiedenis van WO n aanleiding zal zijn meer aandacht te gaan besteden aan het onderzoek naar het verzet en de actualiteit daarvan. En op onze vraag of deze conferenties ook kunnen gaan leiden tot coördinatie van de internationale anti-fascistische strijd, antwoordt hij tenslotte dat een foUow-up van deze serie zou kimnen zijn dat er een internationale conferentie komt van anti-fascistische bewegingen in de diverse landen.
RaadseoBimissies openbaar
Integreer studenten
Het college van bestuur van de rijksuniversiteit Utrecht heeft zich achter een uitspraak van de imiversiteitsraad geschaard dat de vergaderingen van de raadscommissies openbaar dienen te zijn. Die openbaarheid mag echter niet leiden tot een papierwinkel, vindt het college. Belangstellenden moeten er dan ook niet op rekenen dat ze de vergaderstukken regulier kunnen krijgen toegezonden. Overigens is de agenda beschikbaar en kunnen raadscommissies zelf hun vergaderwaar aan de man proberen te brengen als zij die interessant achten. Aan de meeste imiversiteiten en hogescholen geldt openbaarheid van commissievergaderingen als uitgangspunt. Nu ook het openbaarheidsprincipe ook aan de Utrechtse universiteit wordt gehanteerd, zijn er, voorzover bekend, nog twee universiteiten over waar dat niet zo is: de VU en de katholieke universiteit Nijmegen.
De gemeente en de woningcorporaties doen er goed aan om in het kader van de studentenhuisvesting groepjes van 3 ä 5 studenten » bestaande woningen te verhuren. Bovendien moeten groepen studenten de kans krijgen zich als groep woningzoekenden in te schrijven. Tot deze aanbeveling komt een stuurgroep, waarin de rijksuniversiteit Limburg, de gemeente Maastricht, de instellingen voor Hoger Beroepsonderwijs en de studentenvereniging Circumflex aldaar vertegenwoordigd zijn. Zelfstandig wonende studenten zullen, gezien de hoge prijzen die voor de schaarse kamers in de binnenstad betaald moeten worden, steeds meer op de Maastrichtse buitenwijken zijn aangewezen. Gezien de voorkeur die er bestaat voor de binnenstad, zou wonen in de buitenwijken aantrekkelilker gemaakt moeten worden. Op die manier kan een oplossing worden geboden voor de groeiende vraag naar goedkope kamers in Maastricht. In de periode 1982-86 moet er voor ca. drieduizend studenten woonruimte geschapen worden als gevolg van de groei van de universiteit en de hoger beroepsopleidingen.
Dierenartsen in de problemen Momenteel is er een groot overschot aan dierenartsen. Jonge dierenartsen proberen een positie te verwerven in de praktijk door de vermindering van mogelijkheden bij organisaties, instanties en ondernemingen. Uitbreiding van de dierenarts praktijken is in de nabije toekomst echter niet te verwachten en oudere dierenartsen kunnen steeds moeilijker ergens anders aan de slag komen. Op grond van deze gegevens heeft drs. S. van Harten, voorzitter van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, aangedrongen op een herhaling van het omstreeks 1970 uitgevoerde eerste prognose-onderzoek van de overheid naar de behoefte aan dierenartsen. Hy vindt dat de problemen aanleiding zullen geven tot toenemende spanningen. Binnen de maat-
»EELDb schappij vinden al een uitgebreide studie en discussie plaats over deze problematiek.
Tfldsebrlft Ekonomie
voor
Politieke
Het Tijdschrift voor PoUtieke Ekonomie bestaat deze maand precies vijfjaar. Opgezet als platform voor diskussie en theorievorming over politieke ekonomie van met name het sociale en ekonomische beleid, vakbondsvraagstukken en arbeidsverhoudingen, biedt het blad ruimte voor uiteenlopende zaken als werkgelegenheidsbeleid, staatsuitgaven, ziekteverzuim, energiebeleid, enz. In het eerste nunmier van de zesde jaargang onder meer: een artikel van Pol en Schenk waarin gepleit wordt voor een centrale planning van de elektriciteitsvoorziening waardoor ruim 4000 duurzame arbeidsplaatsen geschapen zouden kunnen worden; een artikel over privatisering, het uitbesteden en afstoten van overheidstaken naar de marktsektor; landbouw en gezinsbedrijf; vraagtekens by de effektiviteit van de loonmaatregelen in de jaren '70 en '80. Losse nummers van het Tijdschrift voor Politieke Ekonomie kosten ƒ 12,50, een abonnement ƒ37,50. Te bestellen door overmaking van het bedrag op giro 376008, t.a.v. Stichting Politieke Ekonomie te Amsterdam. Inl. Richard Hengeveld, tel. 020-256943 of Willem Oosterbeek, tel. 020929266.
De categorie kamerbewoners (eenderde van alle studenten) is voor 92% aangewezen op de particuliere kamermarkt. Zij betalen hoge huren, gemiddeld 225 gulden per maand volgens het prijspeil 1979 voor een kamer van zestien vierkante meter of nog kleiner. De stuurgroep stelt dat studentenkamers niet kleiner mogen zijn dan pakweg 20 vierkante meter, de huren niet hoger dan ca. ƒ 175,— per maand naar het prijspeil van 1979. De conclusies van de stuurgroep zijn gebaseerd op een enquête uit het najaar van 1979. Sinds die tijd zijn er zo'n 1000 studenten bijgekomen. Om die reden pleit de stuurgroep voor een nieuwe enquête.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's