Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 351
AD VALVAS — 25 MAART 1983
5
Ervaringen op studiedag in Tilburg uitgewisseld
Woongroep steeds vaker alternatief voor alleen wonen of het gezin Het aantal woongroepen is de laatste tien jaar in Nederland gestegen van een paar honderd tot 6600. Deze forse stijging plaatst de samenleving en de woongroepen voor een aantal problemen. Het woningbouwbeleid is nog steeds voor het grootste deel afgestemd op gezinnen; binnen de sociale wetgeving wordt nauwelijks rekening gehouden met woongroepen en woongroepen worden door buitenstaanders wantrouwend bekeken. Ook het functioneren van de woongroep zelf verloopt niet probleemloos: het verloop is nogal groot en de spanning tussen individu en collectiviteit drukt vaak een groot stempel op de woongroep. Over woongroepen en de daarmee samenhangende problemen werd afgelopen zaterdag in Tilburg een studiedag gehouden. De bedoeling van die dag was het bestaande onderzoek over woongroepen te coördineren en ervaringen van en over woongroepen uit te wisselen. Dat gebeurde in werkgroepen. Wij keken in enkele ervan eens rond en noteerden onze ervaringen. Wat is een woongroep? In de regel wordt daaronder verstaan: een groep, bestaande uit drie of meer volwassenen, eventueel met kinderen, die een primair samenlevingsverband vormen als alternatief voor meer traditionele woon- en leefvormen. Een aantal kenmerken van woongroepen zijn: de groepsleden hebben zelf voor deze woonvorm gekozen, het wonen draagt een duurzaam karakter, de groepsleden wonen in één huis, zaken die het wonen betreffen vallen onder gemeenschappelijke taken of voorzieningen, en de huishoudelijke taken worden verdeeld. Uit deze opsomming zou afgeleid kimnen worden dat alle woongroepen ongeveer op dezelfde wijze georganiseerd zijn, maar niets is minder waar. Er is een zeer grote verscheidenheid aan woongroepen, al kan op grond van onderzoek n a a r woongroepen wel wat meer gezegd worden over samenstelling, opleiding etc. (sie hiervoor het kader elders op dese pagina).
besteed aan investeringen van duurzame goederen als wasmachine, stofzuiger en telefoon, die, omdat ze gemeenschappelijk gebruikt worden, per persoon goedkoop zijn. Door levensmiddelen in het groot in te kopen kan geld bespaard worden, evenals door een goede controle op de uitgaven. Samenvattend kunnen de kosten van het privélevensonderhoud in de meerpersoonshuishouding rond 20% gereduceerd worden. Hoewel deze cijfers gebaseerd zijn op een grote woongroep, valt te verwachten dat ook in een kleine woongroep geld bespaard kan worden. Ter vergelijking: in de woongroep waarin ik woon, is ieder van de zes leden per maand gemiddeld ƒ 350 ä ƒ 400 kwijt aan eten, energiekosten, twee kranten, twee opinieweekbladen, omroepabonnement en telefoonkosten. Deze kosten worden elke maand hoofdelijk omgeslagen. Iedereen houdt bij wat luj/zij heeft uitgegeven en dit wordt aan het eind van de maand verrekend.
Nivellering Roeleke Vunderink woongroep (vijf è zes mensen) doet iedereen volgens een bepaald rooster alle taken. Dat betekent één keer in de vijf è zes dagen koken en boodschappen doen, het bij toerbeurt schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten, de vuilniszakken buiten zetten en de kattebak schoonmaken. Andere taken worden door één, daartoe aangewezen, persoon gedaan, zoals de boekhouding en kontakten met officiële instanties. Klussen,. zoals een nieuw leertje in de k r a a n zetten of het bijhouden van het schilderwerk, worden vaak ad hoc toebedeeld. Dat kan ook wel in een kleine woongroep, waar ervoor gewaakt kan worden dat niet één persoon alle taken op zich neemt, en een ander niets doet.
Bij een grote woongroep ligt dit verrekenen moeilijker. Uit de werkgroep die over het thema „geld" werd gehouden, bleek dat een aantal woongroepen het anders opgelost hebben. Zij voeren h e t beginsel van de nivellering zeer ver door: alle salarissen van de werkende mensen worden bij elkaar gevoegd, ieder woongroeplid krijgt daarvan ƒ300 zakgeld en de rest wordt gebruikt voor h u u r , huishoudelijke kosten etc. Iemand anders vertelde dat zijn woongroep (80 mensen) had afgesproken een reis n a a r de VS te
van de groep vóór je eigen belang laat gaan. ren van een kapotte tv en het ge ven van financiële steun aan El Salvador, dan is het waarschijn lijk dat diegene die het meeste geld inbrengt, beslist wat er gaat gebeuren. En als hij wil dat de tv gerepareerd wordt, dan zal dat ook wel gebeuren. Zulke proces sen werken uiteraard zeer sub tiel, al blijkt uit het volgende voorbeeld dat het ook op een bot tere manier kan. Een (inmiddels opgeheven) Woongroep, voegde ook alle inkomens samen en gaf a a n ieder lid een gelijk deel, ook a a n de studerende leden die geen eigen inkomen inbrachten. Op een gegeven moment verweet ie m a n d die een hoog inkomen in bracht, een student, die zeer lang over zijn studie deed (duidelijk de dagen van voor de tweefasen struktuur) dat „hij van sijn geld leefde". Deze meneer had blijk b a a r nog niet het juiste bewust zijn ontwikkeld.
Overheidsbeleid Naast de interne problemen van de woongroep, die overigens niet alleen om geld draaien, maar ook om bijvoorbeeld karakterver schillen en de schoonmaaktaken, is het overheidsbeleid nog niet erg afgestemd op woongroepen. In het sociale verzekeringsbeleid wordt nog geen rekening gehou den met woongroepen. Mensen die in een woongroep wonen en recht hebben op een uitkering, lopen het gevaar h u n uitkering te Een dergelijke regeling kan in deze maatschappij natuurlijk nauwelijks slagen. Want stel dat op een gegeven moment gekozen moet worden tussen het repare
Vol Sap
De situatie ligt wat anders bü een grote woongroep. De woongroep „Vol Sap", aan de Keizersgracht, Commune wellicht ook bekend als theater, Vaak wordt de woongroep verge- heeft zich vastgelegd op een zeer leken met de vooral in de jaren strikte organisatie. De woonzestig populaire commune. Deze groep, die uit 35 leden bestaat, vergelijking gaat volgens Tony heeft onderzocht in hoeverre woWeggemans, inleider van een van nen in een woongroep tijd en geld de werkgroepen, niet op. Type- bespaart. De werkgroep „woonrend voor de commune was bij- groep, zelfbeheer en ekonomische voorbeeld de ideologische kritiek vormgeving" handelde over dit op de samenleving, die als belang- - thema. Uit dit onderzoek blijkt rijk bindend element tussen de d a t bij het klaarmaken van eten leden functioneerde. Bij de woon- de werktijd per persoon bij een groep is wel sprake van gemeen- toenemende grootte van het huisschappelijke ideeën, maar deze houden afneemt. Dit is mogelijk leiden niet tot een gemeenschap- doordat een dergelijke huishoupelijke opstelling tegenover de ding zich kan voorzien van arbeidsbesparende apparaten. Bomaatschappij. Een ander verschil is de mate van vendien maakt het bij een groot privacy van de groepsleden. In aantal eters op een gegeven mocommunes was nauwelijks plaats ment niet veel uit of er n u 30 of 35 voor privéruimte en privégoede- mensen mee-eten (en in de woonren. In de woongroep daarente- groep Vol Sap wordt vdor 35 mengen wordt erg veel waarde ge- sen tegelijk gekookt!). Ook in de hecht aan privéruimte. Een derde inkooptijd van levensmiddelen verschil is de plaats van betaalde ligt per persoon aanzienlijk lager arbeid. 'Communes waren vaak dan bij gezinnen, onder andere gericht op het creëren van werk omdat er grote hoeveelheden voor binnen de gemeenschap. Bij veel personen ingekocht kunnen woongroepleden is het belangrijk worden. dat men een betaalde baan bui- Daar staat tegenover dat de orgatenshuis heeft. Het is vaak juist nisatie van een dergelijk huiseen reden - vooral bij vrouwen houden veel meer tijd kost dan in met kinderen - om in een woon- de gezinshuishouding. Er is veelgroep te gaan wonen. al een aparte boekhouder die dè Een van de grote voordelen van gang van zaken coördineert. Als woongroepen is dat het veel tijd alles bij elkaar wordt opgeteld, beaan huishoudelijke bezigheden spaart de meerpersoonshuishoubespaart. Taken worden in een ding echter 20% van het huiswoongroep gelijk verdeeld, en houdelijk werk. niet, zoals in een gezin, voorna- Ook op de kosten van het levensmelijk aan één persoon „toegewe- onderhoud kan bespaard worden. zen". In het geval van een kleine Uiteraard wordt er wel veel geld
nMi^-.:
In de meeste woongroepen wordt 's avonds gemeenschappelijk gegeten. Eén lid van de woongroep kookt dan voor de andere leden. Via een rooster worden de kookbeurten geregeld. (Foto: Bram de Hollander).
maken, maar daar het geld niet voor had. Afgesproken werd dat iedereen de financiële middelen voor zijn of h a a r eigen reis zou verzamelen. Na de afgesproken termijn was dit slechts acht van de 80 mensen gelukt, zodat de groep besloot door eigen bedrijfjes op te zetten dit geld bijeen te brengen. Door een aantal mensen in de werkgroep werden vraagtekens gezet bij het met een dergelijke manier met geld omgaan. Men vermoedde dat de materiële ge hechtheid van mensen zeer diep geworteld is, en dat je dat ook m a a r beter k u n t onderkennen. De voorstanders van een dergelij ke nivellerend^ regeling ant woordden hierop dat zoiets een geheel ander „bewustzijn" ver eist, nameUjk dat je het belang
verliezen als er andere woon groepleden zijn die een inkomen u i t betaalde arbeid hebben. Dan dreigt het gevaar van een afhan kelijkheidsrelatie die niemand wenst. Als noodoplossing wordt door sociale diensten tegenwoor dig vaak een stra/korting toege past. Ook het woningbouwbeleid is nog niet afgestemd op deze ontwikke ling. Tot nu toe wordt er alleen gebouwd voor gezinnen, en de laatste tijd ook voor de zg. HAT eenheden (huisvesting voor al leenstaanden en tweepersoons huishoudens). Specifieke woon ruimte voor woongroepen komt alleen vrij als de groep een huis koopt en dit zelf verbouwt, of wanneer de gemeente een ge kraakt pand aankoopt en dit tot jongerenhuisvesting verbouwt. De meeste woningbouwvereni gingen zijn wat huiverig om spe ciaal voor woongroepen te bou wen. Deze woningen moeten aan speciale eisen voldoen zoals een gemeenschappelijke ruimte en in principe even grote kamers voor alle woongroepleden. Een eenge zinswoning heeft wel een huiska mer, maar slaapkamers van ver
Woongroepen, hoe zitten ze in elkaar? De meeste woongroepen be staan uit drie ä ses leden, iets meer mannen dan vrouwen, met hbo of universitair oplei dingsniveau. De gemiddelde leeftijd is 26 jaar. De meeste woongroepen bestaan uitslui tend uit alleenstaanden (41,5%), terwijl 32,5% van de woongroe pen is samengesteld uit één paar en één of meer alleen staanden. Twintig procent van alle woongroepen hebben één of meer inwonende kinderen, waarvan de gemiddelde leeftijd twee is. De helft van het aantal leden van de woongroep is (werk)student. In tegenstelling tot wat men sou denken, be vindt het grootste aantal woon groepen sich niet in Amster dam, maar in Nijmegen. Vrij wel alle woongroepen bevinden sich trouwens in de universi teitssteden. Ten slotte is 61,5% van de woningen gehuurd, 28,3% is gekocht en slechts 7% is gekraakt. Het lage aantal ge kraakte woningen wekt in dit verband verbazing, omdat veelal werd aangenomen dat de meeste woongroepen vanuit de kraakbeweging ontstonden.
schillende grootte, niet bedoeld om in te wonen. Probleem bij speciale woning bouw voor woongroepen is dat men bang is dat n a tien jaar alle woongroepen opgeheven zijn, en dat er dan een groot aantal hui zen staan die nog veertig jaar mee moeten maar waar geen bestem ming meer voor te vinden is. Daar tegenover staan de woongroepen die h u n eigen woontechnische ei sen stellen. Oplossingen worden gezocht in de zg. cascobouw, waarbij wonin gen gemakkelijk omgebouwd k u n n e n worden, of een tussen vorm tussen kopen en huren. Daarbij zou het geraamte van het huis gehuurd worden, en de tus senwanden en deuren gekocht worden. Wanneer de bewoners het huis verlaten, nemen zij de wanden etc. mee, zodat de nieuwe bewoners een eigen bestemming a a n het huis kunnen geven. Na deel hiervan is onder andere dat niet iedereen het geld heeft om dit deel van het huis te kopen.
Kinderen Als reden om in een woongroep te gaan wonen wordt vaak de gezel ligheid of het niet alleen willen wonen genoemd. Voor met name vrouwen komt hier meestal een reden bij: het delen van de huis houdelijke taken en niet alleen de verantwoordelijkheid hoeven te dragen voor het opvoeden van kinderen. Naar de huishoudelijke arbeid van vrouwen in woongroe pen is door de afdeling vrouwen studies van de UvA een onderzoek verricht waaruit bleek dat vrou wen in woongroepen minder tijd kwijt zijn aan huishoudelijk werk dan vrouwen in gezinnen (sie voor een uitgebreidere beschrij ving van het ondersoek de boeken rubriek). Twintig procent van de woon groepen telt één of meer kinde ren. Aan het opvoeden van klnde
Vervolg op pag. 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's