Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 154
ADVALVAS-i
„Momenteel lopen er in Nederland naar schatting 120 duizend academici rond. Als het postacademisch onderwijs blijft groeien zoals het nu doet mag je er van uitgaan dat op den duur ongeveer de helft van die 120 duizend jaarlijks een of andere nascholingskursus volgt". Aldus drs. Guus Rutgers, leidinggevende helft van het tweepersoons bureautje voor postacademisch onderwijs (PAO) op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. In een notitie die de toenmalige onderwijsminister Pais in augustus 1981 aan de Tweede Kamer stuurde, wordt voor de nabije toekomst uitgegaan van tussen de zeventig- en tachtigduizend kursisten die gemiddeld vijf dagen per jaar PAO volgen. Er zullen volgens diezelfde notitie jaarlijks drie- tot vierhonderdduizend mensuren wetenschappelijk personeel gaan zitten in de verzorging van rond de tweeduizend kursussen. Sinds 1975 is de verzorging van PAO een wettelijke verplichting van universiteiten en hogescholen. De grondwettelijke vrijheid van onderwijs maakt het echter mogelijk dat ook andere instanties PAO-kursussen organiseren. Gevolg van dit alles is een ware wildgroei van kursussen, al of niet getooid met het officiële PAO-etiket, op de meest uiteenlopende terreinen en in de meest uiteenlopende prijsklassen. Voor wie is PAO bedoeld? Wie maken er in werkelijkheid gebruik van? Hoe belangrijk is PAO als inkomstenbron voor de universiteiten? Hoe is het PAO georganiseerd en wat is de rol van belanghebbende „derden"? Is PAO een vorm van Betaald Edukatief Verlof? Gert Bielderman en Jos Speekman van KU-nieuws (Nijmegen) en Simon Kooistra van het Utrechts Universiteitsblad gingen op onderzoek uit. Het is niet voor niets dat er op de onderwijsbegroting maar vijf miljoen voor is ingeruimd, terwijl het PAO zich over een paar jaar helemaal zelf moet bedruipen. „Terecht",' vindt D'66-kamerlid Louise Groenman. Mensen met een onderwijsachterstand moeten wat haar betreft voorrang krijgen: „Als je bedenkt, dat veel mensen niet eens kunnen lezen of schrijven...." Voor veel academici is PAO echter pure noodzaak. Op dit moment kan het al verplichtend worden opgelegd aan onderwijsgevend personeel. In het voorontwerp van de wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg wordt de mogelijkheid geopend om artsen en andere medische werkers te toetsen op de kwaliteit van hun beroepsuitoefening; dat kan eventueel leiden tot het verplicht volgen van PAO. Wie bijvoorbeeld een tandarts heeft, die zich niet bijschoolt, is slecht uit. Op het gebied van tandheelkunde zijn namelijk veel nieuwe ontwikkelingen, o.a. op het terrein van de handvaardigheden, de behandeling van tandvlees en preventie (fluor). De
Embryo's Ingrid Riphagen reageert op prof. Kuiterts opvattingen over kunstmatige embryo's (Ad Valvas 10, 29 oktober): „De bezwaren die de VU-ethicus prof. dr. Kuitert aanvoert tegen het gebruik van reageerbuisembryo's als aanmaakmogelijkheid van menselijk weefsel ten behoeve van wondheling en transplantaties, lijken duidelijk gegrond. Immers, deze embryo's, niet voor die gebruiksmogelijkheid gemaakt maar er wel voor bewaard, zal nooit een normaal, onafhankelijk mensenleven gegeven zijn. Integendeel, op deze potentiële mensjes wordt weefselroof gepleegd ten behoeve van het twijfelachtige doel, mensen te sterken in hun overtuiging dat alles wat aan hun lichamelijkheid mankeert, herstelbaar moet zijn. Hiertegenover stelt prof. Kuitert daii de ethisch zuivere en volstrekt aanvaardbare toepassing van de kunstmatige aanmaak van mensenembryo's, te weten onvruchtbare echtparen, aan baby's helpen. Bij nader inzien is echter het fundamentele verschil tussen beide toepassingen onduidelijk. Blijkbaar mogen mensen er wél vrijwel onbeperkt op vertrouwen.
Gert Bieldennan Jos Speekman Simon Kooistra PAO is dus niet alleen in het belang van de academicus zelf, maar ook in dat van de aöiemers van zijn „produkt". Daarom ook sturen veel werkgevers (zowel bedrijfsleven als overheid) hun stafCunktionarissen naar PAO-cursussen. Guus Rutgers van het departement O en W: „De ontwikkelingen op het terrein van wetenschap en techniek gaan zo hard, dat een bedrijf dat niet investeert in nascholing van zijn personeel, onherroepelijk wordt gekonfronteerd met een achterstandsituatie. Je merkt wel dat het bedrijfsleven er financieel minder goed voorstaat. Waar men vroeger zonder bezwaar vijf mensen naar een kursus zond, wordt er nu maar eentje gestuurd met de opdracht om al het kursusmateriaal mee te brengen zodat het ten behoeve van de thuisblijvers kan worden dat een lichamelijk mankement als onvruchtbaarheid door de wonderen der medische technologie herstelbaar zal zijn, ook al moeten artsen daartoe gebruik maken van een ethisch hachelijke onderneming als het begin van mensjeskweek. Dat deze toepassing in principe mogelijk maakt dat de (met succes geïmplanteerde) embryo's uitgroeien tot normale zelfstandige mensen, neemt niet weg dat er, tenminste volgens de in de tekst geboden gegevens, vele overbodige embryo's moederziel alleen in- de koelkasten der laboratoria ach-, terblijven. Als ik het goed begrijp is het dus ethisch meer verantwoord om overbodige, zeer prille baby's in de vuilnisbak te gooien, dan om dat surplus iets minder pril als uitgangsmateriaal te gebruiken voor menselijke weefselkweek. Ik zou bijna tot de. conclusie komen, dat in een dergelijke ethiek de moederschapswens van een hogere orde is dan het nieuwe menselijke leven zelf en dat het beperkt doorkweken van bevruchte eicellen wél aanvaardbaar zou zijn, indien daarmee het dwingende doel van onvruchtbaarheidsgenezing gediend zou zijn. Ik vind het jammer, dat de slotzin van het artikel, waar het tenslotte allemaal om draait, niet met minder tegenstrijdigheid kon worden uitgewerkt".
Voor veel academici m gekopieerd. Toch zullen bedrijven altijd bereid blijven om geld in het PAO te investeren; ze weten dat het effekt sorteert." Dr. C.J.C.M. Boeren, sekretaris onderwijs van- het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO): „Bedrijven betalen alleen PAO- en andere kurussen voor hun werknemers als het bedrijfsbelang dat vereist. Als iemand 4H een bouwbedrijf werkt en klavecimbel wil leren spelen, betaalt de werkgever dat natuurlijk niet. Wel als het om een metselkursus gaat". In een SER-kommissie die de mogelijkheden voor Betaald Edukatief Verlof moest onderzoeken, lagen de werkgevers dwars. Het bezwaar van Betaald Edukatief Verlof is, aldus Boeren, dat de behoefte van de werknemers voorop staat en dat de werkgever moet betalen, ook als hij er geen belang bij heeft. „Onze financiën groeien niet tot in de hemel", aldus de VNO-sekretaris. Prof. Louis Emmerij, voorzitter van genoemde SER-kommissie, beschouwt Edukatief Verlof, evenals PAO, als een investering in mensen: „Het kan zowel de werkgever als werknemer ten goede komen. Ik vind het belachelijk om in elkaar uitsluitende kategorieën te denken." Boeren over dit argument: „Als je doorredeneert op makro-niveau kun je altijd wel een maatschappelijk nut aangeven. Wij willen alleen investeren in mensen als het nut voor de beroepspraktijk direkt aantoonbaar is. Wij aksepteren niet dat Edukatief Verlof een sekundaire arbeidsvoorziening wordt, die in CAO-onderhandelingen kan worden afgedwongen." Boeren zegt niet tegen Edukatief Verlof op
zich te zijn („PAO is er een vorm van"), maar tegen een algemene regeling ervoor. Het VNO is vertegenwoordigd in enkele PAO-organen en -voorbereidingskommissies, die er voor de verschillende deelterreinen zijn: technische wetenschappen, bedrijfs- en bestuurswetenschappen en rechten (indirekt via de Nederlandse Vereniging van Bedrijfsjuristen)., Tenslotte probeert het VNO in het PAO-orgaan sociale wetenschappen te komen, maar dat gaat met strubbelingen gepaard. Boeren: „Er zitten zo veel derden in, dat onze stem daarin onvoldoende zal worden gehoord. Bovendien zijn we maar in een beperkt aantal kursussen op dat gebied geïnteresseerd."
Or^uaen De PAO-voorbereidingskommissies zijn vijf jaar geleden opgericht om voor hun vakgebied het nascholingsgebeuren in kaart te brengen. De bedoeling is dat ze alle worden omgevormd tot een pubUekrechtelijk orgaan. Op dit moment is alleen technische wetenschappen zo ver. Tandheelkunde, sociale wetenschappen, geneeskunde en bedrijfs- en bestuurswetenschappen staan op het punt „orgaan" te worden. In de kommissies en organen zijn behalve de instellingen voor hoger onderwijs en andere PAOverzorgers een aantal „derden" opgenomen, waaronder werkgevers en academische beroepsgroepen. Vooral de laatste hebben een grote stem in het kapittel. Voorbeelden zijn het NIP, waarbij bijna zestig procent van de Nederlandse psychologen is aangesloten, de KNMG, een ge-
zelschap dat kanoptreden namens tachtig procent van de medici in ons land en de NederlandseOrde van Advokaten. De organen en voorbereidingskommissies stellen vast welke kursussen worden aangeboden aan het publiek. In de praktijk komen zowel de universitaire instellingen als de koördinerende PAO-instanties met onderwerpen op de proppen. De jaaromzet van PAO-kursusgelden ligt op het ogenblik rond de dertig miljoen gulden. Zoals overal geldt ook hier dat vele varkens de spoeling dun maken. Niettemin, in een tijd van ingrijpende bezuinigingen is PAO een aantrekkelijke inkomstenbron voor de universiteiten en hogescholen en daardoor inzet van een slag om de gunst van de student-op-herhaling.
Priisaispraken Tussen de universiteiten zijn inmiddels voorlopige afspraken gemaakt over de prijsstelling van PAO-kursussen. Uitgaande van het onwrikbare principe dat alle onkosten door de kursusgelden moeten worden gedekt, hanteert men een vaste sleutel om de hoogte van het kursusgeld voor een bepaald PAO-programma te bepalen. Guus Rutgers: „Die vaste tarieven zijn in de eerste plaats bedoeld om dwaze konkurrentieverhoudingen tussen de universiteiten onderUng te vermijden. Daarnaast willen we voorkomen dat een universiteit zegt: wij zijn bereid om terwille van de verovering van de markt een tijdlang zelf subsidie in PAO-aktivlteiten te steken. Op den duur wordt zo'n universiteit door vermindering van de rijksbijdrage
Beeld van een bijeenkomst van een PAO-kursus over het nieuwe burgerlijk wetboek, dat mede door het ministerie van Justitie werd opgezet.
Studiedag vrouwen en ontwapening Is dienstplicht voor vrouwen emanciperend? De discussie hierover binnen de vrouwenbeweging is nog niet afgesloten. Vandaar dat het Vormingscentrum van de VU dit als één van de 4 thema's heeft gekozen voor haar discussiedag over „Vrouwen en Ontwapening". Andere thema's, die aan de orde zullen komen zijn: „Vrouwen in oorlogen". „Vrouwen en seksisme in het ruilitaire apparaat en
„Vrouwen, wetenschap en bewapening". Het initiatief voor deze dag is uitgegaan van vier vrouwen: Liesje Croles (andragoge), Carla Schulte (studente biologie aan de UvA), Marjan Kiel en Greetje de Jong (beiden werkzaam bij het vormingscentrum van de VU). Marjan Kiel: „We begonnen eigenlijk met de vraag: Hoe komt het dat vrouwen zich daar, tot voor kort, nooit mee bezig hebben gehouden? Liesje Croles: „vrouwen organiseren altijd wel vredesdemonstraties maar hebben weinig vat op het mihtaire apparaat. Er zitten weinig vrouwen in het leger en weinig vrou-
wen op beta-faculteiten die zich met het onderzoek dat met bewapening verband houdt, bezighouden. Het leger is een typische mannenaangelegenheid en vrouwen moesten altijd maar zorgen dat er kinderen werden geboren en de productie draaiende gehouden werd. Daarmee houdt verband dat vrouwen überhaupt heel weinig over oorlog en de wetenschappelijke achtergronden ervan hebben nagedacht. We willen daarom die dag de vraag stellen: Wat is nou de veran^ woordelijkheid van vrouwen die zich in de wetenschappelijke wereld bewegen in het tegengaan, van de bewapening." De organisatie heeft ook daarom gekozen voor de vorm van een discussiedag voor vrouwen die op de universiteit werken of studeren. Wel zijn er mensen „van buiten" uitgenodigd: vrouwen voor vrede, vrouwenbladen en allerlei vrouwenorganisaties zijn aangeschreven. De dag wordt gehouden op 17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's