Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 433
AD VALVAS — 20 ME11983
11
Positie Russische joden nog altijd miserabel De wiskundige Dr. Josef Begun is een van de vele Russische joden aan wie een uitreisvisum uit de Sovjet-Unie geweigerd is. Wat zijn zaak bijzonder maakt is, dat hij onlangs voor de derde keer door de autoriteiten gearresteerd werd. Omdat hij zich, vooral in zijn werk als leraar Hebreeuws, Inzet voor het behoud van de joodse identiteit in Rusland, is dezer dagen een protestaktie begonnen onder het motto: „Een veroordeling van Josef Begun is een veroordeling van joodse cultuur." Rabbijn Soetendorp, initiatiefnemer van de aktie, vertelde dit op een bijeenkomst op 11 mei in het kader van de Israël-week die georganiseerd was door het VU-comité „35 jaar Israël". Het comité trachtte met deze week „de voor velen zo ondoorzichtige situatie in het MiddenOosten te verhelderen". Behalve de bijeenkomst waarop rabbijn Soetendorp sprak, waren ook filmvoorstellingen, een tentoonstelling van cartoons en een forumdiscussie georganiseerd. Hoewel de indruk bestond dat de opkomst in deze week gering was, waren de organisatoren n a afloop toch tevreden, vooral over de aanwezigheid van 81 belangstellenden tijdens het forum onder het motto „35 jaar Israël, heilstaat desillusie of iets er tussenin?" Op deze vraag kwam uiteraard geen eenduidig antwoord, ook al maakte Volkskrant-journalist Paul Brill een begin met te con-
Hidde van der Veen stateren dat „in het krankzinnig stukje wereld dat het MiddenOosten is geen 'tussenin' bestaat". Maarten J a n Heijmans v a n Het Parool stelde vast dat de idee dat Israël een heilstaat zou zijn een gedachte is die vooral leeft onder christenen en veel minder onder joden. Dat Israël daarom een desillusie zou zijn ging alle leden van het forum, dat onder voorzitterschap van Dick Houwaart stond, te ver. Het wordt langzamerhand tijd Israël als een staat onder de staten te beschouwen was de teneur.
De twee genoemde journalisten e n de kranten waarvoor zij werken kregen een warm onthaal v a n publicist Hans Knoop. Hy verweet hen een te eenzijdige berichtgeving van het politieke leven van Israël. Er wordt n a a r zijn mening te veel aandacht besteed a a n de oppositie en te weinig a a n de regering-Begin. Van deze laatste moet het Nederlandse volk sinds 1977 gedacht hebben dat hij voortdurend op de rand van lichamelijke of politieke dood heeft gebalanceerd. Knoop herinnerde zich dat beide kranten het aantreden van Begin hadden becommentarieerd als het begin van een derde wereldoorlog of althans h e t begin van het einde van Israël. Heijmans' vaststelling dat d a t laatste waar was gebleken bestreed Knoop: „Ik constateer dat h e t sinds 1977 heel wat slechter gegaan is met de krant die de heer Heijmans vertegenwoordigt dan met Israël." Interessanter was de constatering van Knoop, ook door de a n deren onderschreven, dat de van oudsher socialistisch georiënteerde Arbeiderspartij hoe langer hoe meer het establishment vertegenwoordigt, terwijl Begins Likoedblok steeds meer aanhang wint bij de traditioneel armere oriëntaalse joden, die bovendien een steeds groter aandeel van de Israëlische samenleving gaan uitmaken. De integratie van deze laatste groep is de grote opgave
Tandheelkundige voorlichting ontoereikend, zeggen onderzoekers
Behoefte aan ombudsman bij gebitsproblemen Veel mensen zouden meer informatie willen hebben over tandheelkundige zaken. Simpele vragen als: hoe komt het dat mijn verstandskiezen niet doorbreken? Hoe voorkom je blaren onder je kunstgebit en kan ik garantie krijgen voor het plaatsen van een brug of kroon, blijven vaak onbeantwoord, öf de tandarts geeft een onbevredigend antwoord, óf de patiënt durft de vraag gewoon niet te stellen. Vraag en aanbod van informatie op tandheelkundig gebied zijn niet goed op elkaar afgestemd. Tot deze conclusie komt de werkgroep Voorlichtingskunde en Tandheelkundige Gezondheidszorg in het rapport „Tandheelkundige Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding (TGVO), de s t r u c t u u r van vraag en aanbod." Van september 1981 tot begin 1983 hebben drs C. B. M. van Riel (Andragologie RU Leiden), R. J. van Dyk (student Sociale Psychologie RU Leiden) en dr. M. A. J. Eykman (Sociale Tandheelkunde VU Amsterdam), in opdracht van het ministerie van welzyn, volksgezondheid en cultuur, een onderzoek gedaan n a a r welke vragen mensen hebben met beWßkkifle tof hüri ëjge'h gèüitetïl w M e thjförmatie- aóoi oftähß'Et-
ties wordt verstrekt over de gezondheid van de mond. Het belangrijkste dat uit dit onderzoek n a a r voren komt is dat tandartsen veel meer patiëntgericht moeten gaan werken, aldus dr Eykman. Men is té technisch bezig geweest, vaak zonder te denken aan vragen die by de patiënten zouden kunnen leven. De voorlichting over het gebit en alles wat daarmee samenhangt, heeft zich in de afgelopen twintig jaar vooral gericht op het voorkomen van ziekten, de preventie. Door de explosieve groei van gebitsziekten en het tekort aan tandheelkundige hulp gaven organisaties vooral informatie over tanden poetsen, verstandig snoepen etc. Nu blykt dat veruit de meeste mensen zitten met vragen die over behandelingstechnische kwesties gaan. Uit het onderzoek kwamen al 873 verschillende problemen n a a r voren, by een steekproef van 640. Vooral problemen van oudere mensen, terwyl de huidige voorlichting zich vaak op jongeren richt. Juist veel ouderen hebben vragen over de situatie in h u n mond. Denk aan mensen met een heel of een gedeeltelyk kunstgebit. Daarnaast is er nog een groep mensen die nooit by een tandarts komen omdat ze daar een enorme angst voor hebben. Ook aan deze groep zou meer aandacht moeten worden besteed. Dr Eykman heeft talloze brieven gekregen met vragen over behandeUngen, zakelyke vragen en vragen om h u l p omdat mensen niet (meer) n a a r de tandarts durven. Veel t^dai>se.ii^firi 4tgi^v.#feag(^a44 ze noren welke vragen er by véél
patiënten leven. Sommigen hadden daar nooit zo by stil gestaan. I n de opleidingen gaat men n u gelukkig steeds meer aandacht besteden aan gespreksvoering en het geven van voorlichting om een meer patiëntgerichte benadering te bewerkstelligen. Hoe tandartsen voorlichting
„MeTisen wiiÜen mèefinjormdiie
waarvoor Israël in de nabije toekomst staat. Tussen een groep aanwezige Palestijnen en Knoop ontstond nog een discussie over de schuldvraag bij het ontstaan van de Palestijnse kwestie („Niemand kampeert voor zijn plezier 35 jaar lang"), m a a r daarin werden geen nieuwe feiten aangedragen. Pas n a afloop wist Knoop de belangrijkste spreker van de groep de uitspraak t e ontlokken dat hij n a a r zijn geboorteland zou terugkeren, mits h y dezelfde rechten zou krijgen als de joodse ingezetenen van Israël.
Refusenik Terug n a a r de bijeenkomst met Soetendorp, de volgende dag. Soetendorp vertelde dat enige jaren geleden, ook in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit, een trib u n a a l georganiseerd was dat ten doel had de vrijlating van Dr. Michael S t e m te bevorderen. Vlak voor het begin van het tribunaal werd bekend dat het S t e m toeges t a a n was de Sovjet-Unie te verlaten. Later bleek op dezelfde dag de refusenik Anatoli Sjaranski opgep a k t te zijn. (Een refusenik is iem a n d aan wie een uitreisvisum geweigerd is). Sjaranski heeft een lijdensweg door verschillende Russische kampen en gevangenissen achter zich, een lijdensweg die nog steeds niet achter de rug is. De Engelse televisie maakte daarover een documentaire onder de titel „a difficult prisoner". Drie maanden geleden beëindigde Sjaranski een hongerstaking. Hij protesteerde daarmee tegen h e t feit dat hij geen post mocht krijgen van of versturen aan zijn familie. Het contact met de familie hebben de autoriteiten korte tijd toegestaan, maar onlangs weer verboden. Mocht Sjaranski weer tot een hongerstaking over-
zien, hoeveel tyd ze eraan (willen) besteden en wat zy als de oorzaak zien van de ontoereikende infor' matieverstrekking, is nog niet bekend. Dat zal een volgend onderzoek moeten uitwyzen.
Aanbevelingen
W a t er met de resultaten van dit onderzoek gaat gebeuren is moeilyk te voorspellen. Eén van de aanbevelingen die de onderzoekers doen is het opzetten van een proefproject met patiëntencontactpersonen, een soort „tandartsombudsman", aldus dr Eykman. Er biy kt behoefte te bestaan a a n een neutrale instantie die een onafhankeiyk advies over bepaalde gebitsproblemen kan geven. Verder ziet men een centrale voorlichtingsrol voor organisaties als het Ivoren Kruis en de Nederlandse Maatschappy ter Bevordering van Tandheelkun-
ovéf''behandehng
gaan, dan moet ernstig gevreesd worden voor zijn leven. De 51-jarige Josef Begun dreigt het volgende slachtoffer van het Russische beleid t.a.v. joden te worden. Totdat hij in 1971 zijn uitreisvisum aanvroeg, was Beg u n werkzaam aan het centraal instituut van onderzoek i n Moskou. Na zijn verzoek om een vis u m werd hij ontslagen. Nadien voorzag hij in zijn levensonderhoud met het geven van lessen Hebreeuws. Dat is niet erkend als „sociaal zinvol werk". In 1977 werd hij gearresteerd wegens „parasitisme". Hij werd voor een peitiode van twee jaar overgebracht n a a r Siberië. N a die twee jaar werd hy verbann e n n a a r een dorp op 100 kilomet e r afstand van Moskou. In oktober 1982 werd hy tydens een bezoek in Moskou korte tyd vastgehouden en op 7 november opnieuw, deze keer in Leningrad, opgepakt. Hy werd n a a r de Wladimir-gevangenis, 150 kilometer ten noordoosten van Moskou, gebracht. Sindsdien is van officiële zyde niets meer over hem vernomen. Er moet dan ook gevreesd worden dat hy ten tweeden male berecht zal worden en dat hem een langdurige vrijheidsstraf boven het hoofd hangt. De zaak-Begun is symptomatisch voor het beleid dat de Sovjet-Unie voert t.a.v. joden die een uitreisvis u m aanvragen. Alarmerend is intussen de daling van het aantal daadwerkelyk verstrekte uitreisvisa. Mochten in 1979 nog 51.303 joden vertrekken, in 1982 daalde d a t aantal tot 2.692. Er wachten nog ongeveer 380.000 joden op een uitreisvisum. Juist vanwege deze laatste ontwikkeling riep rabbyn Soetendorp op tot een massale deelname aan de jaarlykse demonstratie voor de Russische ambassade. Dit jaar vindt deze op 1 oktober plaats.
de. Die voorlichting moet dan wel meer inhouden dan preventie alleen. Als de tandarts alleen informatie verstrekt en dus niet behandelt, zal dat ook financieel gehonoreerd moeten worden. De t a n d a r t s gebruikt dan nameiyk toch zijn deskundigheid en m a a k t tyd vrij om de vraag te bestuderen en te beantwoorden. De werkgroep vindt dat dit dan ook beloond moet worden. Het belangrykste vindt de werkgroep toch wel dat de tandheelkunde de zorg beter moet gaan afstemmen op de behoeften van de patiënt. Niet zozeer op technisch vlak, maar vooral op sociaal gebied. In het tandheelkunde onderwys zal meer aandacht besteed moeten worden aan het geven van individuele voorlichting a a n mensen en aan het oplossen van hulpvragen van de patiënt. Kortom een benadering waarin de patiënt centraal staat. (P-V.)
. )* 9 7 i 11 ;1 die de tandarts geeft". (Foto: Peter van Vliet)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's