Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 317

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 317

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 4 MAART 1983

7

Franse taal­ en letterkundige René Girard komt naar de VU

Huidige westerse cultuur is geen bescherming meer tegen geweld Geef aan twee kinderen elk een in alle opzichten gelijk stuk speelgoed en ze zullen vrijwel zeker ruzie krijgen over de vraag wie welk stuk speelgoed mag hebben. Ziedaar een eenvoudig voorbeeld van de theorie van de Franse taal­ en letterkundige René Girard over geweld. Het menselijk gedrag wordt in hoge mate bepaald door een bijna instinctief verlangen juist dat te willen hebben wat de ander heeft, concludeert deze eigentijdse denker, door specialisten op het terrein van de menswetenschap­ pen als een van de origineelste van het huidig tijdsge­ wricht beschouwd. Een in haar uitwerking opzienba­ rende theorie over de gewelddadige grondslag van de samenleving ^an een letterkundige die er niet voor te­ rugdeinst zich ook op andere wetenschapsgebieden te begeven. Op 15 maart geeft René Girard, als hoogleraar verbonden aan de Amerikaanse Stanford University, twee gastcolleges op de VU. Eén over Nietzsche en Wag­ ner (in het Engels) en één over het bijbelboek Job (in het Frans) in rep. zaal 12­A­OO en 12­A­05 van het hoofdge­ bouw. Een voorbeschouwing van Martin Hietbrink, me­ dewerker Franse taalkunde VU. René Girard kreeg sinds de jaren zestig grote bekendheid met zijn boek „Mensonge romantique et vérité romanesque" (1961). De laatste jaren trekken echter voor­ al zijn publicaties over het thema geweld de aandacht: „La violence et Ie sacré" (1972), „Des choses ca­ chées depuis la fondation du monde" (1978) en „Le bouc émis­ saire" (1982). Deze boeken zijn hoogst actueel. Er wordt een po­ ging in gedaan de cultuur te ana­

lyseren als een mechanisme dat i n de eerste plaats dient om de neiging tot geweld van de mensen te kanaliseren. Volgens Girard vervult de huidige westerse cul­ t u u r die functie niet meer en zijn we overgeleverd aan ons eigen (bijvoorbeeld kemwapen)geweld. De enige oplossing daarvoor is een leven en handelen volgens het bijbelse evangelie, althans in de radicale zin zoals Girard die zich denkt.

Girard sleept in zijn onderzoek de meest uiteenlopende verschijnse­ len aan. Bijv. in „Des choses ca­ chées" gaat het o.a. over de oor­ sprong van het houden van huis­ dieren, van het koningschap en komt ook de maagdelijkheid van Maria aan bod. Er een overzicht van te geven is ondoenlijk, maar theologen, filosofen, psychologen, ethnologen, antropologen, histo­ rici en last but not least letter­ kundigen, zij kunnen zich alle­ maal aangesproken voelen door de onderzoeksresultaten van Gi­ rard. Het bijna instinctieve verlangen van de mens te bezitten wat de andere heeft, noemt Girard „mi­ metische bezitsdrang" (mimesis d'appropriation). Die bezitsdrang krijgt van hem een centrale plaats in elke cultuur. De cul­ t u u r is daar als samenlevings­ vorm zelfs uit ontstaan, stelt Gi­ rard als hypothese. Daarvoor on­ derzocht hij tal van mythen. Hij veronderstelt dat de mythe het verhulde verhaal van een crisis in de samenleving is. Een crisis, ont­ s t a a n onder invloed van het „mi­ metische geweld". Deze crisis is het grondigst opgelost door het letterlijke offer van één van de leden van een samenleving, de zondebok (bouc émissaire), de aangewezen oorzaak. Girard haalt veelvuldig het voor­ beeld aan van het bijbelverhaal van de moord van Kaïn op Abel. Een standaard­voorbeeld van een ,,stichtende moord" (meutre fon­

Tweede Kamer wil belangrijke rol bij beoordeling operatieplan

Initiatief voor goed sociaal beleid taakverdeling ligt bij minister Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat mi­ nister Deetman zélf het initiatief neemt om te ko­ men tot een goede afwik­ keling van de werkgele­ genheidsgevolgen van de taakverdelingsoperatie. Verder eist de kamer een grote rol voor zichzelf op als het gaat om de beoorde­ ling van taakverdelingsbe­ slissingen. Dat blijkt uit een mondeling overleg tussen de vaste kamer­ commissie voor onderwijs en mi­ nister Deetman over diens be­ leidsnota taakverdeling en con­ centratie, die al in oktober werd gepubliceerd en waarin de aanzet werd gegeven tot de vorming van de bekende Taakverdelingscom­ missie (TVC) van de dertien colle­ ges van bestuur. Twijfel bestond er over de vraag of de gevolgde procedure de juiste is geweest. M^illems (PSP) sprak over een taakverdelingscommis­ sie die „blufpokerend en kwartet­ tend" tot een resultaat was geko­ men en W^allage (PvdA) noemde dit „een partijtje vrij worstelen voor de instellingen". Dees (VVD) vroeg in dit verband of de gevolg­ de procedure er wellicht niet toe had geleid dat eerder sprake was van een aanpak per instelling (verdeling van de pijn) dan van een disciplinegewijze benadering. Daardoor ontstond bij hem zorg over de vraag of de kwaliteit van onderwijs en onderzoek wel vol­ doende hadden meegewogen. Deetman vond de procedure ech­ ter zorgvuldig. Hij zette deze af tegen de weg die vóór het tot­

standkomen van de TVC was ge­ volgd, die van incidentele, centra­ le beslissingen. „Vergeleken hier­ mee doet het bestuurlijk minder fraaie zich niet voor," aldus Deet­ man. De Tweede Kamer wil tijdig be­ trokken worden. bij de verdere procedure, die moet leiden tot de­ finitieve taakverdelingsbeslissin­ gen. Eerder dan dat de minister met een definitief voorstel komt (in juni) wil zij invloed uitoefenen op de gang van zaken. Deetman zegde toe in mei aan de kamer een concept­standpunt toe te zenden, waarover de kamercommissie desgewenst kan debatteren. Het overleg met de instellingen moet dan nog plaatsvinden. Mevrouw Groenman (D'66) be­ pleitte aan de instellingen meer tijd te geven om h u n standpunt over het rapport van de TVC vast te stellen. De universiteiten moe­ ten vóór 15 april met een stand­ p u n t komen, wat betekent dat in een periode van krap zes weken faculteitsraden, subfaculteitsra­ den en universiteitsraden h u n s t a n d p u n t moeten vaststellen. Groenman achtte deze termijn onredelijk kort. Beinema (CDA) viel haar daarin bij, maar Deetman antwoordde dat het niet zijn zorg is hóe de instellingen tot de bepaling van h u n standpunt komen en was niet bereid de tijd ruimer te ma­ ken, alhoewel dat volgens Groen­ m a n niet ten koste hoefde te gaan van de voortgang van de taakver­ deling, „maar wel in het belang was van een goede besluitvor­ ming."

Sociale gevolgen Veel kritiek hadden de kamerle­ den van alle fracties op de wijze waarop Deetman zich voorstelt om de sociale gevolgen van taak­

verdeling op te vangen. De minis­ ter wil éérst beslissingen nemen over de taakverdeling en pas dan over het sociaal beleid. Alhoewel de meeste sprekers met hem eens waren dat werkgelegenheid geen criterium op zichzelf is waar taakverdelingsbeslissingen aan getoetst dienen te worden, acht­ ten zij zijn houding toch te af­ wachtend. Dees vroeg om een beleidskader waarin de mogelijkheden voor h e t sociaal beleid staan aangege­ ven. Groenman wilde „vermijd­ bare vernietiging" van werkgele­ genheid voorkomen en Beinema vond de volgens hem „positief te­ rughoudende" houding van Deetman ontoereikend. Deetman bleef echter bij zijn eer­ dere opvatting dat de verant­ woordelijkheid voor het sociaal beleid in belangrijke mate bij de instellingen ligt, alhoewel hij een zekere „nationale optiek" niet ontkende. Verschillende kamerleden be­ steedden opnieuw aandacht aan de ideeën van de VU­hoogleraren Goudswaard en Boeker, om te ko­ men tot een vierdaagse werkweek voor het wetenschappelijk perso­ neel. Beinema vroeg n a a r de idee­ en van de minister over een „clea­ ring house", een bestand van per­ soneel uit opgeheven functies, vanwaaruit eventuele herplaat­ singen bij andere instellingen zouden dienen te worden gecoör­ dineerd. Deetman zei dat voor vrijwillige arbeidstijdverkorting de deur bij hem openstaat, en dat hij over gedwongen arbeidstijdverkorting bereid was te overleggen met de vakbonden. Arbeidstijdverkor­ ting kon volgens hem echter geen middel zijn om onder concentra­ tie (beperking van het aantal ves­ tigingsplaatsen van een studie­

' ' V^^: 'V

René Girard dateur) noemt hij dit, omdat deze moord tot een nieuwe samenle­ ving leidde. Kaïn trekt op last van God weg en sticht elders de stad Henoch, die wordt bevolkt door zijn nakomelingen. Alle le­ den van zijn nageslacht dragen de schuld van de moord met zich. Zij zien echter ook dat zij er h u n bestaan aan te danken hebben. Daarom ontwikkelt zich een

richting door opheffing) uit te ko­ men. Willems (PSP) vroeg Deetman of hij in zijn volgende rapportage a a n de kamer nadrukkelijk aan­ dacht wilde besteden aan de posi­ tie van de student. Met name zouden volgens hem de wettelijke bepalingen ontbreken over het omzwaaien van de ene instelling n a a r de andere. Verder pleitte hij voor een soepele hante­ ring van de maximale termijn van inschrijving voor studenten die als gevolg van taakverdeling zouden moeten verhuizen. Deet­ man's antwoord verzonk echter in de bel voor de stemmingen, die a a n het mondeling overleg een eind maakte.

Bijzondere karakter Een aardig interruptiedebatje ontspon zich tussen Lankhorst (PPR) en Beinema (CDA). De eer­ ste stelde dat het bij de beoorde­ ling van de vraag waar en hoe taakverdeling plaats kon vinden, verschil uitmaakt voor de positie van bijzondere (christelijke) in­ stellingen om welke studierich­ tingen het gaat. Bij tandheelkun­ de zou het bijzonder karakter duidelijk minder in het geding k u n n e n zijn dan bij bijvoorbeeld sociologie. Beinema reageerde daar bijzonder fel op: „Het is een zaak van de besturen van bijzon­ dere instellingen zelf hoe zij die vraag beoordelen", zo interrum­ peerde hij, daarmee onverwachts weer herinnerend aan de oude schoolstrijd. Deetman beaamde de opvatting van Beinema, maar stelde wel vast dat daar waar de bijzondere instellingen voluit in de groei ge­ deeld hebben in tijden van groei, dit ook bij de terugval in gelijke mate het geval moest zyn. Vrijwel alle woordvoerders vroe­ gen naar het gewicht van de ver­ schillende criteria die Deetman aanlegt bij de toetsing van voor­ stellen tot taakverdeling. Deet­ m a n wilde die vraag niet beant­ woorden, doch deelde mee dat dit gewicht pas bepaald kon worden in de concrete beslissingen. Bei­ nema merkte daarover op dat kennelijk „het plan niet alleen a a n de criteria, maar de criteria ook aan plan worden getoetst." PvdA­woordvoerder Wallage ­ oud­wethouder van Groningen ­

nieuwe cultuur met rituelen en geboden om enerzijds de herinne­ ring a a n de „stichtende moord" levend te houden en anderzijds een nieuwe crisis te voorkomen. (Denk bijv. aan de Tien Geboden.) Die nieuwe cultuur beschouwen zü als een geschenk van h u n van zondebok in godheid veranderd slachtoffer. Om die reden is die c u l t u u r heilig (le sacré).

Vervolg op pag. 8 vroeg n a a r het gewicht van het regionaal belang van een instel­ ling. Hij zei er geen voorstander van te zijn dat taakverdeling af­ stuit op het regio­argument, m a a r betoogde dat het gebruik van wetenschappelijke onder­ wijsvoorzieningen mede ^bepaald wordt door de (geografische) be­ reikbaarheid daarvan. Weten­ schappelijk onderzoek heeft dat uitgewezen. De minister was van oordeel dat de schaal van Neder­ land zo klein is dat dit gegeven niet overtrokken mag worden. Het regionale argument was voor hem van minder belang bij het maken van keuzes. Hij maakte echter een voorbehoud toen hij wees op de doelstellingen van re­ gionaal­economisch beleid, die deor taakverdeling onverlet ble­ ven. Tot slot zei Deetman dat hij van plan was om de plannen van de TVC aan een gedegen toetsing te onderwerpen. „Mijn opstelling zal er niet een zijn van: de uit­ komst is ƒ258 miljoen, laat het gehakketak tussen de instellingen maar zitten, ik neem het plan van A tot Z over. Dat zou onzorgvuldig zyn. Als mij bij toetsing zou blijken dat in de onderhandelingen sterkere posities hebben gedomineerd boven zwakkere en dat dit niet tot optimale beslissingen vanuit kwaliteitsoogpunt heeft geleid, dan zal ik mijn veranwoordelijkheid nemen en het plan bijstellen." Enkele kamerleden lieten zich verleiden te praten over inkomenspolitieke maatregelen, wanneer nieuwe bezuinigingen op het onderwijs zouden moeten worden doorgevoerd, omdat zij nóg een taakverdelingsbeslissing voorlopig onhaalbaar en ongewenst worden. Deetman constateerde dit vergenoegd. Hij zei niet per se afwijzend te staan tegenover die gedachte, maar kon de Kamer haar eigen standpunt van december voorhouden, die toen in het debat over de 1,85% korting op de onderwijssalarissen daarmee in meerderheid tandenknarsend akkoord ging, onder de voorwaarde dat dit de laatste specifieke korting zou zijn. Het kan verkeren. (UP, Bert Bakker).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 317

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's