Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 303
5
AD VALVAS — 25 FEBRUAR11983
Konklusie forum over collegegelden, studiefinanciering en studentenvoorzieningen:
vormen van onderwijs. Met dit laatste worden vooral de studenten in het tweede-kans-onderwijs bedoeld. Ten slotte zal in een herzien stelsel uitgegaan moeten worden van een redelijke eigen bijdrage en zal de terugbetaling naar draagkracht moeten geschieden. Deze voorwaarden werden "door alle gesprekspartners onderschreven. Alleen Groenman maakte een voorbehoud. Zij stelde dat de onafhankelijkheid van ouders de toegankelijkheid van het onderwijs niet in de weg zou mogen staan. Lansink voegde daaraan toe dat afhankelijkheid leid in deze volgens de sprekers van ouders niet vervangen mocht onmogelijk. De universiteitsbla- worden door afhankelijkheid van den wisten enige tijd geleden, in banken. Hij zag de financiering navolging van de Volkskrant, de het liefst in handen van de nog op hand te leggen op stukken die te richten Postbank. Als dat niet binnen het ministerie circuleren mogelijk was, dan moest de hanen die over de herziening van het delingsvrijheid van banken ten stelsel van studiefinanciering opzichte van studenten door een handelen. Vooral van de kant van reeks van wettelijke maatregelen de studentendecanen is op deze beperkt worden. plannen nogal wat kritiek geuit. Lankhorst nam in dit koor een In de plannen is er sprake van het aparte rol op zich. De PPR pleit ai afhankelijk maken van de hoogte jaren voor een basisinkomen, een van de beurzen van leeftijd, bo- inkomen onafhankelijk van arvendien wordt het bedrag dat ge- beid. Binnen zo'n systeem moet leend moet worden rentedragend ook een inkomen voor studenten en verder is in de plannen een gerealiseerd kunnen worden. De stijging van de collegegelden tot financiering van het studentenmaximaal 4000 gulden opgeno- inkomen moest in zijn ogen komen. men van de nu in het arbeidsproces opgenomen academici die immers in de afgelopen jaren maxiUitgangspunten maal van hun opleiding hebben profiteren. In zijn woorDe politici waren terughoudend kunnen den klonk de roep om academicimet hun kommentaar op deze belasting en studieloon door, een plannen, omdat de minister ten tot op heden door de Studentenslotte officieel nog niets van zich bonden bepleite oplossing van het heeft doen horen. Politici diskus- vraagstuk van de studiefinanciesiëren, zoals bekend, met grote te- ring. genzin op basis van alleen kranteartikelen. Wel kon Van Witsen een aantal Min of meer in het verlengde uitgangspunten formuleren. De hiervan lag een suggestie van onafhankelijkheid van de ouders Lansink. In zijn speurtocht naar moet in een nieuw stelsel centraal de benodigde 40 miljoen was hij staan en er mogen geen financië- weliswaar even stil blijven staan le drempels voor de lagere inko-, bij de zogenaamde Smallenbroekmensgroepen opgeworpen wor- fondsen, potjes waarin medischden. Verder mag er geen onder- specialisten hun neveninkomscheid bestaan in de behandeling sten storten, om die later ondervan studenten in de verschillende ling te verdelen, maar zijn oplos-
Politiek niet van plan student te sparen Wat betreft het overheidsbeleid op het gebied van de „drieslag" van studiefinanciering, studentenvoorzieningen en de hoogte van de collegegelden verschillen de drie grote partijen, PvdA, CDA en VVD, slechts op details van mening. Dat bleek tijdens een op vrijdag 18 februari in de aula van de Universiteit van lAmsterdam gehouden forumdiskussie. De middag was belegd door drie op landelijk niveau opererende organisaties die zich samen de vertegenwoordigers van de studenten mogen noemen: De landelijke kamer van verenigingen (LKVV), het landelijk overleg HBO en WO bonden (het vroegere LOG) en het interuniversitair studentenoverleg (ISO). Zü hadden achter de groene tafel uitgenodigd de Tweede-Kamerleden Lansink (CDA), Den Ouden (VVD), Groenman (D'66) en Lankhorst (PPR). Namens de PvdA nam fractiemedewerker Van Witsen aan de diskussie deel. Ruim 150 studenten uit het hele land waren samengekomen om de voorzitster van de diskussie, Thera Wolf, een overzicht te horen geven van de maatregelen die de afgelopen jaren een toenemende druk op het studentenbudget hebben veroorzaakt. Het begon in 1980 met de afschaffing van de mogelijkheid om het collegegeld door middel van een promesse te voldoen. In 1981 werd datzelfde collegegeld verhoogd tot 750 gulden en het inschrijfgeld tot 150 gulden. In 1982 werd de rijksbijdrage voor de studentenvoor2äeningen verlaagd van 73 tot 55 gulden per student en nam het kabinet zich voor de collegegelden te verhogen tot 1026 gulden. In de tussentijd werd ook het examengeld voor extraneï meer dan verzesvoudigd tot 375 gulden. Al deze maatregelen werden of worden van kracht zonder dat de al jarenlang aangekondigde herziening van het stelsel van studiefinanciering in zicht is. De Tweede Kamer heeft een herziening van dat stelsel als voorwaarde gesteld voor haar goedkeuring aan komende verhogingen van het collegegeld. Thera Wolf, waarnemend voorzitster van de Amsterdamse
Nota-Beiaard Vervolg vanpag. 1
tweeëneenhalf staat tot viereneenhalf ä vijf. Deetman denkt ongeveer achtduizend van deze nieuwe functies te kunnen creëren binnen de universiteiten en hogescholen. Daarnaast moeten ongeveer duizend plaatsen ontstaan bij geaffiUeerde bedrijven en instellingen, terwijl voorts Z.W.O. binnen het door haar gefinancierde onderzoek assistentschappen dient te financieren. Doel van dit alles is volgens Deetman iets te doen aan de problemen van de „verloren generatie", jonge wetenschappers die ervaring willen opdoen met onderzoek in het W.O., maar waarvoor geen ruimte bestaat als gevolg van de
Hidde van der Veen universiteitsraad, stelde aan het eind van haar inleiding dan ook aan alle forumleden de vraag hoe het mogelijk was dat de komende verhoging van het collegegeld lijkt door te gaan, ondanks het ontbreken van concrete plannen voor herziening.
Prioriteiten Het ontbreken van een voorstel van de minister doet de Partij van de Arbeid besluiten haar goedkeuring aan de verhoging van het collegegeld te onthouden. De christendemocraat Lansink betoogde dat hij al wekenlang.op zoek is naar 40 miljoen gulden. Dat bedrag zal het gat dat ontstaat door het niet laten doorgaan van de verhoging moeten vullen, maar, zo voegde hij daaraan toe, het aandragen van alternatieven is op zijn beurt ook weer een gevaarlijke zaak. Toen hij in het vorige jaar de minister van Volksgezondheid alternatieven voorlegde voor de voorgenomen eigen bijdrage van ziekenfondspatiënten, waren die alternatieven inderdaad uitgevoerd. Dat heeft het kabinet er dit jaar niet van weerhouden om de eigen bijdrage toch in te voeren. Bij het CDA op het ogenblik dus voorzichtigheid troef. Mevrouw den Ouden waarschuwde dat de komende nota van wijziging van de hand van de minister geen uitstel of afstel van de verhoging van het collegegeld zal bevatten en dat er dus vanuit gegaan moet worden dat de verhoging, ondanks de goede voome' mens van de Kamer, doorgang zal vinden. Zij zei deze gang van zaken te betreuren. Overigens schetste zij hoe moeilijk sommige kamerleden het hebben met het besluiten tot bezuinigen. Zij pleitte ervoor andere prioriteiten te stellen dan het wetenschappelijk onderwijs. Het buitengewoon onderwijs en de volwasseneneducatie dreigen in veel ernstiger mate de dupe te worden van het kabinetsbeleid. Als zij voor een keuze gesteld zou worden, zouden deze twee laatste posten zeker voorrang krijgen boven het universitaire onderwijs. Een verhoging van het collegegeld lijkt derhalve onafwendbaar. Het ontbreken van concrete plannen van de minister op het gebied van de studiefinanciering maakte een diskussie over het be-
sterke vergrijzing binnen het personeelsbestand. Het tweede belangrijke element in de nota is dat de eindverantwoordelijkheid voor de verlening van de eerstegraads bevoegdheid voor leraren bij de zogenaamde nieuwe lerarenopleidingen (N.L.O.'s) komt te liggen. De vraag of dit betekent dat de universiteiten geen tweede fase lerarenopleidingen gaan verzorgen beantwoordde Deetman ontkennend. Hij benadrukte dat het met deze opleidingen om samenwerkingsverbanden zou moeten gaan. Verwacht mag echter worden dat het in de praktijk voor universiteiten uiterst moeilijk zal blijken te zijn om een rol in deze opleidingen te bevechten, nu de eindverantwoordelijkheid bij de N.L.O.'s wordt gelegd. Ten aanzien van de beroepsopleidingen in de tweede fase werd door Deetman de profijtgedachte benadrukt, wat betekende dat de student hiervoor meer moet gaan
sing kwam uit een andere hoek: Alle problemen zouden opgelost zijn als de onderwijsgevenden over de hele linie in plaats van 1,85% niet minder dan 5% zouden inleveren. Hij verwachtte daartegen weliswaar verzet, maar dat zou niet onoverkomelijk zijn.
Ongelijkheid studentenvoorzieningen die buiten de sfeer van de direkte studiebegeleiding liggen hebben hun langste tijd gehad. Alle partijen zijn het erover eens dat de subsidiëring van studentenvermaak een onaanvaardbare ongelijkheid tussen leeftijdgenoten heeft geschapen. Weliswaar kondigde men aan ook hierbij terughoudend te zijn, zolang er geen nieuw systeem van studiefinanciering is, maar het ergste moet gevreesd worden. Het afschaffen van deze uitgaven betekent wel dat het over enige tijd gedaan zal zijn met subsidie op Studentensport, op mensavoorzieningen, op studentenpsychologen en op vormingswerk voor studenten, om enkele voorbeelden te noemen. Conclusie aan het eind van de middag was dat er voor studenten in het wetenschappelijk onderwijs weinig bü de politici te halen is. Dat betekende dan ook dat na afloop van deze op een steenworp afstand van het Maagdenhuis gehouden bijeenkomst een heuse aktievergadering belegd werd. Het was de bedoeling om tijdens de behandeling van de begroting voor onderwijs en wetenschappen te demonstreren en aktie te voeren. De organisatoren bleken niet in staat deze akties uit te stellen in verband met het uitstel van de begrotingsbehandeling. Dat betekent dat voor het eerst sinds jaren de lakens en verfbussen weer uit de kast gehaald kunnen worden. Gtezien de belangstelling voor de aktievergadering moeten de verwachtingen ten aanzien van de massaliteit van het protest overigens bescheiden blijven.
De forumbijeenkomst vorige week vrijdag in de aula van de UvA. Foto Bram den Hollander
betalen dan tot nog toe was voorzien. Hoe hoog de bijdrage zal worden wilde Deetman echter nog niet prijsgeven. Ook de rangenopbouw van het wetenschappelijk personeel zal in de toekomst ingrijpend worden gewijzigd. Dit voornemen was al bekend uit de kernnota BUWP uit 1979, maar de invoering van de gewijzigde rangenstruktuur moet volgens Deetman sneller verlopen, in samenhang met onder andere de taakverdelingsoperatie. Ook het aantal kroondocentschappen zal wellicht versneld worden verminderd. In de bedoeling Ugt het aantal hoogleraren van 3100 terug te brengen tot 1000. De tot dusver voorgenomen struktuur verandert bovendien door de creatie van de nieuwe functie van assistent in opleiding. In de toekomst zal het verder mogelijk worden om faculteiten, subfaculteiten en studierichtingen van verschillende instellin-
gen te laten fuseren. Dit zal bij de uitvoering van de taakverdelingsoperatie en met name bij de opheffing van studierichtingen het personeel binnen disciplines waarin opheffing aan de orde is, in een gelijkwaardige positie plaatsen. Onduidelijk is echter wie voor de gefiiseerde faculteiten de verantwoordelijkheid zou moeten dragen en op welke wijze de regering de instellingen in de gelegenheid zal stellen tot het voeren van een sociaal beleid op het punt taakverdeling. Beiaard geeft ten slotte licht op de totale gevolgen voor de werkgelegenheid van de in gang zijnde veranderingen, gecombineerd met de nieuwste voorstellen. Uitovering van de plannen zou betekenen dat rond 1995 21.000 mensen als wetenschappelijk personeel in de instellingen werkzaam zullen zijn, momenteel ligt dit op 15.500. Bij deze berekeningen is echter meegenomen het effect van ongeveer achtduizend assistenten in opleiding. Naast deze
nieuwe functies staan tenminste 3500 arbeidsplaatsen die zullen worden opgeheven als gevolg van de verschillende voornemens. Bij die laatste gaat het om functies die binnen het huidige W.O. bestaan en op een hoger niveau staan dan de assistenten die ervoor in de plaats komen. Deetman wilde zich dinsdag nog niet uitlaten over het maandag door de taakverdelingscommissie gepubliceerde taakverdelingsplan. Wel zei hij, gevraagd naar de verhouding tussen concentratie en afslanking, dat de operatie „na overleg met het parlement" en dus nadat de minister beslissingen over taakverdeling heeft genomen, aan zijn randvoorwaarden hiervoor zal voldoen. Deetman wil in het plan 75% concentratie, het plan van de TVC bestaat uit 50% concentratie, aldus de voorzitter van de TVC, Hoffman, maandag op de {jersconferentie hierover. (V.P., Bert Bakker)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's