Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 79
VALVAS — 1 OKTOBER 1982
7
mt onderzoeksprojekt naar Lange Golven
[aatschappelijke crisis iplossen via itruktuurveranderingen De zware maatschappelijke recessie, die we heden ten dage meemaken is geen uniek verschijnsel in de historie. Steeds vaker wordt de huidige tijd vergeleken met de jaren dertig. Blijkbaar herhaalt de geschiedenis zich volgens een bepaalde regelmaat. Ook deze konstatering is een herhaling. Onder andere de Rus Nikolai Kondratieff(1892-1930) konstateerde aan het begin van deze eeuw een merkwaardige opeenvolging van economische opbloei en neergang in de geschiedenis. Met een zekere regelmaat van zo'n vijftig jaar wordt een cyclus van opbloei en neergang afgelegd. Deze grondlegger van de theorie van de lange golven heeft zijn naam aan dit omstreden fenomeen meegeven. Nadien hebben min of meer frekwent wetenschappers zich over deze golfbeweging gebogen. Men konstateerde dat de krisisperiode zich niet alleen op economisch vlak aftekende, maar in vele maatschappelijke sektoren. Politieke onrust en omwentelingen kunnen met een grove rode lijn ook rond de periodes van diepe teruggang geschetst worden. Ook de afgelopen jaren is de diskussie rond de Kondratieffs weer opgelaaid. Vaak nogal polemisch van karakter. Sommige wetenschappers menen het ei van Columbus bijna herontdekt te hebben. Anderen menen met een stel zwak begaafden van doen te hebben, omdat het bestaan van lange golven nauwelijks aangetoond zou zijn. De VU politikoloog en historikus Ger van Roon raakte diep geïnteresseerd in het lange golven-debat en wist vele medegeinteresseerden om zich heen te verzamelen in de werkgroep lange golven. In februari 1980 ging de werkgroep van de VU officieel van start, gesteund door niet minder dan achttien vakgroepen, afkomstig uit zeven fakulteiten. Inmiddels lopen zo'n acht onderzoeksprojekten, die grotendeels door buiten universitaire organen gefinancierd worden. De overheid, de vakbeweging, het bedrijfsleven, de EEG, iedereen schijnt mee te doen aan een projekt dat naar men zegt uniek in de Nederland is. Op een afgelopen zomer gehouden internationaal historisch kongres in Boedapest werden de delegatie en de voordracht van de werkgroep althans zeer lovend ontvangen. Nadat de afgelopen tweeëneenhalf jaar gewerkt is aan het verzamelen van veel materiaal en cijfertjes leek het weer eens tijd om te gaan praten met een aantal van de medewerkenden. Inmiddels worden al meer dan tien onderzoeksplaatsen via het projekt gefinancierd. Aat Keet, Hans Bieshaar en Klaas Hoeksema zijn alledrie bij het projekt betrokken. De inzet van het interview was de achterliggende conceptie van het model van lange golven. Dat ook dat aan veranderingen onderhevig is blijkt onder andere uit het gegeven dat de ondervraagden de voorkeur geven aan de Engelse aanduiding Long Terms Fluctuations boven de golven benadering. Een statisch konjunktuurmodel wordt langzaam vervangen door een dynamisch fasen-struktuurbenadering. ^ '<laas: „In het verleden heeft bij het onderzoek naar lange golven pen beeld met een mechanische nslag overheerst. De golf werd bezien als een cyclus, die zich ptomatisch over een min of neer vaste tijdsperiode herhaalt. Het meeste onderzoek is gericht pp de beschrijving van die cycli m allerlei maatschappelijke terreinen. Daar heeft de economische golf, de Kondratieff, als uitgangspunt voor gediehd. Nu be|taat er binnen het projekt een Roenemende tendens om de lange Tconjunktuur meer als een opeenvolging van strukturele fasen in pe ontwikkelingsstadia van de maatschappij te bekijken. Vandaar dat nu ook het omslagfasepnderzoek een meer centrale plaats krijgt. Binnen dat onderp e k wordt gekeken naar hoe prentbreuken zich voordoen en Tioe herstel weer tot stand komt." Vans: „Het verschil bestaat hieruit, dat vroeger de golfbeweging binnen een vaststaand maatschappelijk systeem gedacht T^erd. Nu denken we meer in ermen van veranderingen in de naatschappelijke structuur die, na een inzinking, weer een periode van opbloei tot stand brengt. Er moet dan vanuit veel meer discipUnes dan alleen de econoTue naar gekeken worden. In het nechanische model ligt het accent met name op spreidingsefpecten vanuit de economie op andere maatschappelijke terreinen. Zoals we er nu tegenaan Kijken hoeft een inzinking en oppving niet per se vanuit de eco•nomie geïnitieerd te zijn, maar net kan ook uit sociale faktoren ontstaan."
kertijd zal ook het hele sociale leven erdoor veranderen." Klaas: „In het verleden was lange golf-beweging eigenlijk een heel abstrakt begrip. De werkelijkheid werd gementen in cijfertjes. Nu wordt er meer vanuit gegaan dat iedere maatschappelijke fase zijn eigen verhoudingen heeft. Ten tijde van de chip impliceert dat volstrekt nieuwe industriële verhoudingen. Vanuit de economie geredeneerd zullen andere maatschappelijke verhoudingen zich daaraan moeten aanpassen. Bij de gewone konjunktuurbeweging blijven de gevolgen en de oplossingen toch binnen het economisch veld, globaal gesproken."
Omslag - Het bestaan van lange golven, zeker buiten de economie, is niet onomstreden. Wat willen jullie precies onderzoeken? Hans: „Het is moeilijk om goede voorbeelden van lange golven te vinden, omdat de tijdsperiode waarover betrouwbare gegevens bestaan vaak te kort is. Van so-
die een nieuwe periode van stabilisatie inluiden. In zekere zin kan je die perioden beschrijven als maatschappelijke opbloei." Aat: „Met betrekking tot de lange golven zou je kunnen spreken over de levenscyclus van een bepaalde structuur. Als die ten einde is manifesteert zich dat in allerlei kwalitatieve veranderingen."
Samenhang - Moet als samenhang tussen die veranderingen aan omslagen in allerlei economische processen gedacht worden? Aat: „De vraag is hoe je die samenhangen gaat analyseren. Als je uitgaat van een min of meer mechanisch ontwerp is de economische golfbeweging basis van waaruit andere processen kausaal afgeleid worden. De economische golf veroorzaakt op een of andere manier die andere golfbewegingen. Wij zijn bezig met het ontwikkelen van een structuurmodel waarbinnen dat minder star in zijn werk gaat, maar wat dat betreft is er nog weinig kennis, dat is gewoon heel moeilijk. Het vereist een holistische benadering. De neergang van een bepaalde structuur manifesteert zich zowel in economische crisisverschijnselen als in bijvoorbeeld verhoging in de kriminaliteitscijfers. Het is een heel ander soort van redeneren." „Wat tot nu toe gepresenteerd wordt aan onderzoeksresultaten is erg kwantitatief van aard. Men komt met een stel cijfers, vaak zonder enige interpretatie. Op die manier ben je volstrekt abstrakt met geschiedenis bezig, zonder enige feeling met de historische realiteit. Bijvoorbeeld een prijsreeks over een agrarische maatschappij heeft heel andere sociaal-economische relevantie
weer niet. In tijden van diepe crisis blijkt de beperktheid van gangbare benaderingen. De economie werkt met schitterende modellen, maar het pijnlijke is, dat als de modellen geen effect meer hebben op het oplossen van de problemen ook gelijk de grenzen van de theorie, van het economisch paradigma bereikt zijn." - Staan we dan machteloos tegenover de huidige crisis? Aat: „Ik denk dat de ontwikkeling van techniek stuurbaar is. Aan het innovatieproces moet leiding gegeven worden, in een bepaalde richting gestuurd worden en daarmee ontwikkelen zich nieuwe maatschappelijke structuren." Klaas: „Economisch staan we misschien wel machteloos, want het sociaal compromis heeft zijn grenzen bereikt. Volledige werkgelegenheid is onhaalbaar bij de huidige technische vernieuwing. Zonder te zeggen dat het recht op arbeid over boord moet worden gezet - zeker binnen de bestaande instituties kun je dat nooit zeggen - zal toch gezocht moeten worden naar een andere maatschappelijk norm. Desnoods welzijn of zoiets." Aat: „Een algemeen kenmerk van een crisis is dat men teruggrijpt naar instrumenten uit voorbije periodes. Wat juist zou moeten gebeuren is het zoeken naar nieuwe mogelijkheden, naar nieuwe paradigma's om de unieke situatie die is ontstaan het hoofd te bieden." Klaas' „Je moet kijken wat voor doelstelling een samenleving heeft. Als je bijvoorbeeld de periode vanaf 1850 beziet is de norm om de stand van zaken m de maatschappij te meten de bedrijfsrendementen geweest. Na de jaren dertig heeft werkgelegenheid gedomineerd als derge-
dirk de Hoog fasenmodel. Daarbij wordt er vanuit gegaan, dat wanneer een samenleving zich van een fase naar een volgende fase tracht te bewegen, er zich dan een bepaalde labiliteit van oude maatschappelijke structuren gaat voordoen en dat manifesteert zich in een maatschappelijk crisis.
Konjunktuw - Praat je dan inhoudelijk over heel iets anders dan de traditionele economische konjunktuurbeweging? Hans: „Die economische konjunktuurbeweging is over het algemeen van veel kortere duur. Maar er zijn economen die de lange golf gewoon als een verschijnsel zien van bijvoorbeeld voorraadproblemen. Ik denk niet dat wij er zo tegenaan kijken. We hebben toch meer een maatschappelijke benadering. De ontwikkelingen van de auto en de spoorwegen hebben allebei enorm bijgedragen aan het herstel van de economie na een zware crisis. Dat is voor de economische verklaring zeer belangrijk.
Maar tegelijkertijd hebben de spoorwegen en de auto een geweldige invloed gehad op het maatschappelijke leven als geheel, omdat het kwalitatief nieuwe mogelijkheden bood. Juist in zulke samenhang zijn wij geïnteresseerd. Zoiets zie je nu met de chip gebeuren. De invoering "^o-t: „Je zou ons structurele ont- daarvan zal economisch geweldiverp kunnen beschrijven als een ge gevolgen hebben, maar tegelij-
Drie onderzoekers van het project Lange Golven v.l.n.r.: Aat Keet, Hans Bieshaar en Klaas Hoeksema. ciale ontwikkelingen bestaan vaak helemaal geen historische gegevens die statistisch te bewerken zijn. Maar er zijn wel aanwijzingen voor golven buiten de economie. Volgens kriminologen is in de jaren dertig een duidelijke omslag ontstaan in het juridische denken. Nu schijnt dat in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ook gebeurd te zijn. En als je ziet dat er in beide perioden een zware depressie aan de gang was geeft dat een handreiking dat er iets wezenlijks gebeurde.
dan die van een industriële maatschappij. Als de voedselprijzen stijgen duidt dat in de ene samenleving op schaarste, een crisisverschijnsel, terwijl dat in een industriële maatschappij juist een indikatie kan zijn dat het goed gaat. De stijging van prijzen kan in verschillende maatschappijen heel verschillende dingen betekenen. Als je dat niet in ogenschouw neemt ben je puur abstrakt bezig."
Klaas: „Wat in ieder geval beschreven kan worden is dat er fluktuaties in eeh reeks van maatschappelijke velden plaatsvinden in een betrekkelijk korte tijdsperiode. Tot voor kort werd daarvan vrij automatisch aangenomen dat dat veroorzaakt werd door de economische konjunktuurbeweging. Maar het is niet voldoende om alleen met empirische, statische beschrijvingen te werken. Op een gegeven moment zijn de institutionele grenzen bereikt, waarbinnen maatschappelijke verhoudingen zich nog verder kunnen ontwikkelen. Dan ontstaan structurele doorbraken
- De meeste onderzoeksprojekten worden van buiten de universiteit igefinancierd. Vanwaar die grote belangstelling? Klaas: „Dat is geen toeval. Ook in de jaren dertig was er grote belangstelling voor konjunktuuranalyses. Er is heel duidelijk behoefte aan inzicht en begrippen over hoe het komt dat dergelijk grote fluktuaties plaatsvinden. Er is een ontstellend gebrek aan iets als een konjunktuurbarometer. Het gevaar van zo'n bai'ometer is natuurlijk wel, dat je Tiet je armen over elkaar gaat zitten wachten tot het weer goed gaat. Zo werkt het natuurlijk ook
Toeval
lijke norm. Die norm is momenteel binnen de huidige instituties niet meer haalbaar." Aat: „Ik denk dat je het anders moet formuleren. Namelijk datje een probleem hebt gecreëerd, dat birmen de bestaande structuren niet op te lossen valt. Dat betekent dat je het probleem van arbeid anders moet organiseren." - Kan je zoiets organiseren dan? Hans: „Stukjes van zo'n proces wel. Volgens economen is technologische ontwikkeling niet te beheersen omdat ze het als exogeen aan het systeem beschouwen. Dat is natuurlijk heel extreem. Er zijn ook economische factoren van invloed op technische ontwikkeling en los daarvan moeten er mogelijkheden gecreëerd worden om die greep wel te krijgen. Maar van sturing moet je niet te veel verwachten, want dan zit je toch snel weer met een mechanisch model. Het zijn veranderingen in tijd, die eenmalig zijn en eigenlijk niet echt te overzien. Hooguit kan je proberen de schok in de maatschappij geleidelijker te laten verlopen, zodat het niet tot een katastrofale cnsis komt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's