Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 300
AD VALVAS — 24 FEBRUARI 1984
25eshonderd miljoen Europese Rekeneenheden, ofwel anderhalf miljard Nederlandse guldens besteedt de EEG jaarlijks aan „onderzoek". Een respectabel bedrag, ondanks het feit dat de tien lidstaten ongeveer dertig keer zoveel aan „de wetenschap" besteden, wanneer je hun nationale budgetten bij elkaar optelt. Die anderhalf miljard verdwijnt voor ongeveer een kwart naar de eigen Europese onderzoeksinstituten. De rest vindt op tamelijk ongestructureerde wijze haar weg naar nationale onderzoekinstituten, universiteiten en het bedrijfsleven. Maar de EEG is druk doende orde te scheppen in de chaos van her en der gesubsidieerd onderzoek. Met de Europese commissaris Etienne Davignon voorop, wordt een omvangrijke onderzoeksstrategie speerpunt van een Europese industriepolitiek. Technologische vernieuwing in een gezamenlijk Europees verband, is het motto. Het budget moet van ƒ 1,5 miljard naar ƒ 2,2 miljard en alle onderzoekprogramma's maken deel uit van een samenhangend en vooral technologisch gericht „totaalplan", het kaderprogramma. Voor de Europese concurrentiepositie ten opzichte van de Verenigde Staten en Japan lijkt het noodzakelijk. Maar is het niet wat ambitieus in een letterlijk failliet Europa dat zich ruziënd van de ene top naar de andere begeeft? Waar liggen de gezamenlijke belangen van de tien lidstaten als het om een innovatief technologiebeleid gaat? Dat de Europese eenwording na zo'n dertig jaar meer kreukels en barsten te zien geeft dan „eenheid", kan na de top van Athene niemand meer zijn ontgaan. De belangrijkste oorzaak is dat het fundament van de Europese Gemeenschap (EG), het landbouwbeleid, verouderd en aan het verzakken is. Toen dat in de naoorlogse jaren gestalte kreeg, was er een duidelijk gemeenschappelijk belang van de lidstaten: het veiligstellen van de eigen voedselvoorziening. Het antwoord was een gezamenlijk landbouwbeleid; de eigen markt afschermen door „buitentarieven", stabiliseren van de prijzen en garanderen van het inkomen van de boeren. Nu, zo'n twintig jaar later, slokt dit landbouwbeleid bijna 70% van het hele budget van de EG op ter bekostiging van gigantische bo-
EefkeSmit Ruud Overdijk/UP landbouwoverschotten moeten worden afgebouwd en de omvangrijke som geld die zy nu opslorpt moet worden overgeheveld n a a r de nieuwe beleidsterreinen. De noodzaak van zo'n omwenteling wordt alom onderschreven, m a a r er komt een kink in de kabel als het gaat om het overhevelen van het geld. Geen van de regeringen van de tien lidstaten durft te riskeren dat thuis boze boeren de straat opgaan, omdat h u n inkomen keldert of, erger nog, h u n broodwinning maar zo goed als moet worden afgebouwd.
Rigide
d ^
.'#***.-- *
Europese commissaris (Foto CCE)
Davignon
terbergen, melkplassen en wijnzeeën. Het landbouwbeleid heeft tè goed gewerkt. De eigen voedselvoorziening is het probleem niet meer, maar er zijn wel andere problemen; intern met betrekking tot de verschillen tussen de lidstaten onderling en n a a r buiten toe met de tanende economische kracht van Europa ten opzichte van Japan en de Verenigde Staten. Met de uitbreiding van de EG n a a r tien lidstaten (en in de nabije toekomst wellicht twaalf als Spanje en Portugal toetreden) is de verdeling van de belangen anders komen te liggen. De welvaartsverschillen tussen het rijke noorden en bijvoorbeeld het arme Griekenland verscherpen de tegenstellingen. Men roept om een ander beleid; een sociaal beleid, om een beleid om de regionale ontwikkelingen gelijk te trekken en vooral om een Europees industriebeleid. De
De besluitvormingsstructuur van de EG werkt dit rigide systeem van moeizame veranderingen in de hand. De voorstellen worden gemaakt door de Europese Commissie, een veertiental „Europees denkende" commissarissen en h u n ambtenarenappar a a t (in totaal zo'n 10.000 mensen). De besluiten worden echter genomen door de Raad van Ministers, ofwel de gezamenlijke regeringen van de tien lidstaten, die uiteraard uiterst nationaal gebonden zijn. Daar komt bij dat de Raad van Ministers alleen unanieme besluiten neemt. Er hoeft dus maar één lidstaat bezwaren te koesteren en alles is van tafel. Bij een „hot issue" als het ombuigen van het landbouwbeleid liggen er voortdurend allerlei nationale (boeren)belangen dwars. Inmiddels is het budgetplafond van de landbouwuitgaven bereikt. De kosten van de overschotten worden echter nog steeds gemaakt omdat het beleid nog niet is veranderd. Geen geld meer en wel verplichtingen; de EG is letterlijk failliet. Toen dit probleem ook op de top van Athene weer niet kon worden opgelost, heeft één der bewindslieden op de persconferentie heel symbolisch gezegd: „We stonden aan de rand van de afgrond, maar we hebben een belangrijke stap voorwaarts gezet." In een notedop is dit de impasse waarin de EG verkeert; hangend boven de afgrond, wachtend op de val. De Europese ambtenaren en de politiek verantwoordelijke commissarissen werken echter vlijtig door, alsof er niets aan de hand is. Europees denkend werken ze op papier een Europees industriebeleid verder uit, landbouwbeleid of geen landbouwbeleid.
Europees onderzoeksb Strategisch
Een belangrijk onderdeel van het industriebeleid is een strategisch technologie-onderzoekbeleid. Etienne Davignon, Europees Commissaris voor Industrie en Onderzoek (twee aparte portefeuilles), heeft het initiatief genomen voor een Europees Strategisch Kaderprogramma op wetenschappelijk en technisch gebied. Doelstellingen van dat programma voor de komende vier j a a r zijn: 1. het sterker maken van de concurrentiepositie van de Europese Gremeenschap ten opzichte van J a p a n en de VS; 2. een oplossing vinden voor het beheer van grondstoffen en de energievoorziening; 3. de Noord-Zuidverhouding verbeteren en 4. het stroomlijnen van de Informatiemaatschappij die onafwendbaar is. Als politieke leus heeft Davignon zich de volgende kreet eigen gemaakt: „Amerika en Japan mogen toch niet de baas blijven," zo was in de Volkskrant van 14 j a n u a r i te lezen. Zeven speerpunten moeten deze doelstellingen verwezenlijken: • bevordering van het concurrentievermogen van de landbouw • bevordering van het concurrentievermogen van de industrie • verbetering van het grondstoffenbeheer • verbetering van het beheer van de energiebronnen • uitbreiding van de ontwikkelingshulp • verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden • verbetering van de doelmatigheid van het wetenschappelijk potentieel. Tot n u toe werd in het kader van de Europese onderzoekprojecten a a n alle zeven punten wel iets gedaan, maar niemand wist precies
trie te hebben aangegeven en het grootste struikelblok, het landbouwvraagstuk, voor een Europese industriepolitiek, zegt hij: „Tot nu toe heeft de toewijzing van onderzoeksgelden steeds op een ad-hoc basis plaatsgevonden; de korte termijn overschaduwde de lange termijn. Vandaar dat er ook zoveel geld n a a r het energieonderzoek gaat; de energiecrisis hebben daar de politieke prioriteiten gelegd, alle politici riepen om energie-onderzoek. Bovendien is het onderzoek n a a r kernfusie, wat voornamelijk in Europees verband plaatsvindt, erg duur. Kijk, het EG-budget voor onderzoek, 2,7% van het totale EG-budget, is natuurlijk maar een 'peanut'. Daarom is in het kaderprogramma voorgesteld het aandeel van onderzoek van 2,7 n a a r 4% te brengen. Dan kunnen we spreken van een hele redelijke peanut."
hoeveel en het overzicht ontbrak. Toen men één en ander op een rijtje zette, bleek bijvoorbeeld bijn a tweederde van het onderzoeksgeld n a a r onderzoek van energiebronnen te gaan, 18% naar de industriële concurrentiepositie en nog geen twee procent naar de doelmatigheid in de landbouw. In het Kaderprogramma is een nieuw plaatje gemaakt, met de nodige verschuivingen: Energieonderzoek moet terug van tweederde naar de helft van alle uitgaven, industrieel onderzoek moet van 18 % n a a r 28 %, onderzoek naar de arbeidsomstandigheden moet van 10% terug n a a r 7 %, het grondstoffenbeheer gaat van ruim 1% naar 2%, de landbouw stijgt van 1,8 naar 3,5 % en het onderzoek ten behoeve van ontwikkelingslanden maakt een grote sprong van een half n a a r vier procent. De paar procenten die overblijven, moeten worden aangewend om de wetenschappelijke doelmatigheid te stroomlijnen.
Half-financiering De budgetverdeling is overigens geen correcte afspiegeling van wat er nu werkelijk gebeurt aan onderzoek in Europees verband. Ongeveer driekwart van het geld wordt gebruikt voor de zogenaamde 'indirecte acties', waarbij Brussel slechts de helft van het onderzoekproject financiert. De universiteit of het bedrijf dat intekent op dergelijke door de EG uitgeschreven onderzoeksprojecten, moet zelf voor de andere helft zorgen, al dan niet via de overheid. Het grootste deel van de eerste twee 'speerpunten' (industrieel en landbouwkundig onderzoek) berust op een dergelijke half-financiering. Het energieonderzoek daarentegen vindt vrijwel geheel plaats in de zogenaamde Gemeenschappelijke Onderzoek Centra, eigen instituten van de EG (zoals 'Petten'). Dit
Ambitieus
Een ambitieus plan dat in ongeveer honderd pagina's wordt uitgewerkt tot een groot aantal deelplannen. In Brussel spraken we Europees ambtenaar Hendrik Tent, binnen het Directoraat-generaal Energie en Onderzoek hoofd van de afdeling Technologisch Onderzoek. Hij is één van de tienduizend ambtenaren die zich inzetten voor het algemene Europese belang. Over het Kaderprogramm a zegt hij: „Het vormt een grote ommezwaai in het onderzoeksbeleid dat tot nu toe is gevoerd. Een strategie is misschien een groot woord ervoor, maar het schept wel orde in de chaos." Na het belang van technologische vernieuwingen voor de Europese indus-
« V ï. i7
1
f' X
.^Vv:* ''
« ^ H
, . , = ^ W ^ ' ^ Sfe
,
. . • ^ .
.
*
* 't**;*'
**
' ^
^.l^....*^ •.'. t^.
^"^
'*'W*JI,5JJ.
•
ï **»
*"
». "
K^v"?^. " > • '*i'^
:
:*«
Berlaymont, gebouw van de Europese Gemeenschap in B russel (Foto: CCII
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's