Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 81

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 81

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 7 OKTOBER 1983

5

Na vierjarige aanloopperiode

Bezinningscentrum oogst waardering „Kun je daar mediteren, of zo?" antwoordt een student tijdens een bliksem-onderzoek naar de bekendheid met het Bezinningscentrum bij de VU-bevolking. Ook de respondent die meent te doen te hebben met een wat warrig eufemisme voor de café-achtige ruimten die her en der over de gebouwen van de VU verspreid zijn, heeft het mis. Blijkbaar wordt het Bezinningscentrum eerder geassocieerd met ruisende palmen in plantebakken en oosterse mystiek of diepe fauteuils en goede gesprekken dan met onderzoek naar de grenzen van de wetenschap en het stimuleren van doelstelling-gericht wetenschappelijk werk. Naar aanleiding van het vierjarig bestaan en het beëindigen van de experimentele status sprak Ad Valvas met de studiesecretaris van het Bezinningscentrum (B.C.) dr. A. W. (Bert) Musschenga en dook in het verleden van het centrum dat, anders dan de naam zou doen vermoeden, in een uiterst gehörig en klimaatgevoelig onderkomen in het midden van de VU-campus gevestigd is. Vlak voor de vakantie besloot de universiteitsraad het experimentele karakter van het Bezinningscenirum te beëindigen en tot de definitieve instelling over te gaan. Opmerkelijk was de „U.R.brede" steun die het B.C. bij die gelegenheid kreeg. Bert Musschenga ziet dat als erg positief, vooral omdat vier jaar geleden, o.m. bij de P.K.V., grote weerstanden bestonden tegen het oprichten van een bezinningscentrum. Belangrijk p u n t van twijfel gold toen de noodzakelijkheid van zo'n centrum, vooral gezien het grote aantal aktiviteiten dat al ontwikkeld was in het verband van de doelstelling. Het bezinningscentrum ontstond in 1979 uit een initiatief van de Werkgroep Doelstelling. Deze werkgroep werd op h a a r beurt in 1974 opgericht, in de tijd dat de gemoederen aan de VU danig verhit waren geraakt omtrent de vraag of leden van de C.P.N, en andere sympathisanten van de communistische gedachte deel konden uitmaken van vertegenwoordigende lichamen, zoals faculteitsraden en universiteitsraad. Allerwegen werd de behoefte aan ander beraad over het functioneren van de doelstelling gevoeld. Dat werd de taak van de werkgroep. Zij hield zich echter niet bezig met wetenschappelijke bezinning rondom de doelstelling, reden waarom besloten werd tot het oprichten van het B.C. Bij het van start gaan nam het B.C. een aantal aktiviteiten van de Werkgroep Doelstelling over, zoals de VU-vieringen en de, blijkens Ad Valvas van twee weken geleden inmiddels bij het zestiende hoofdstuk belande kring rondom het (eenentwintig hoofdstukken tellende) evangelie van Johannes. De VU-vieringen kwamen in het vorige jaar in een impasse terecht en met het vertrek van de medewerker die belast was met de organisatie van de vieringen, Andries Kobus, is er een eind gekomen aan deze aktiviteit die bedoeld was „om de mensen aan de VU kennis te laten maken met andere wijzen van kennen en omgaan met de werkelijkheid dan die van de wetenschap".

Multidisciplinair De omslag in de waardering voor het B.C. zal niet in de eerste plaats veroorzaakt zijn door deze twee aktiviteiten. Belangrijker waren in de afgelopen jaren de studiegroepen, de gespreksgroepen en de lezingencycli. In de studiegroepen (en publicatiegroepen) probeert het B.C. een multidisciplinair forum bijeen te krijgen. Vakwetenschappers uit verschillende richtingen proberen, ieder vanuit zijn of h a a r eigen invalshoek, h u n visie te geven op een gemeenschappelijk probleem. Als voorbeeld moge gelden de n u aktieve groep met het thema Verzorgingsstaat. Daaraan nemen juristen, politicologen, economen, sociologen en sociaal-ge-

Hidde van der Veen neeskundigen deel. Over het algemeen is het de bedoeling dat studiegroepen h u n resultaten op een of andere wijze publiceren. Publikatiegroepen zijn uitsluitend daarop gericht. Enkele onderwerpen die in het verleden in verschillende studiegroepen aan de orde kwamen zijn biomedische ethiek, over de toelaatbaarheid van medische experimenten en natuurwetenschap en theologie, met thema's als wat is werkelijkheid?, de verhouding tussen geloofstaal en natuurwetenschappelijke taal en de relevantie van het scheppingsbegrip in n a t u u r wetenschap en theologie. Met uitgeverij Ten Have heeft het B.C. een overeenkomst over het uitgeven van twee populairwetenschappelijke titels en één wetenschappelijke titel per jaar. Dit jaar verscheen onder redaktie van Musschenga zelf een bundel getiteld „De dialoog kritisch bezien", die onder de categorie „wetenschappelijk" gerangschikt moet worden. Voor de populairwetenschappelijke titels tekenden o.m. prof. Kuitert met een boek over euthanasie en zojuist verscheen van de hand van de vroegere voorzitter van de Werkgroep Doelstelling, prof. Van Olst, een boek over „Bijbel en Viering". Deze laatste categorie boeken komt overigens niet voort uit het werk van studie- of publikatiegroepen. De auteurs worden door het B.C. op persoonlijke titel uitgenodigd te publiceren. Liggen de Projekten van het B.C. dus voornamelijk op de grenzen van wetenschap, ethiek, werkelijkheid, bijbel en liturgie („viering"), ook de diskussie over de doelstelling in engere zin werd niet uit de weg gegaan. Naar aanleiding van het grote eeuwfeestcongres „VU tussen twee VUren" verscheen van de hand van J. P. Verhoogt „Stromen van instemming", een analyse van de verschillende houdingen die t.o.v. de doelstelling in te nemen zijn en ingenomen worden. Op de vraag of het B.C. met het werk in de studiegroepen niet op een terrein komt dat eigenlijk a a n de filosofen van de C.I.F. en a a n de vakfilosofen binnen de faculteiten behoort, antwoordt Musschenga dat het B.C. onderwerpen oppikt die de filosofen bij gebrek aan middelen moeten laten liggen. Bovendien is het zo dat het B.C. vanuit haar bijzondere verhouding tot de faculteiten de zo gewenste multidisciplinaire aanpak beter kan realiseren. Is het dan zo dat het werk dat ,het B.C. doet, niet gedaan zou worden als het B.C. niet bestond? ,,Dat zou je zo kunnen stellen" bevestigt Musschenga.

Vormingswerk Het Katholiek Studiecentrum in Nijmegen is het enige instituut in

universitair Nederland dat te vergelijken is met het B.C. Evenals het B.C. is het Nijmeegse instit u u t publicatiegericht, maar daarmee houdt de overeenkomst op. Het B.C. besteedt namelijk ook veel aandacht aan vormingswerk: gespreksgroepen en lezingen. Worden studiegroepen uit de aard der zaak voornamelijk gevormd door wetenschappelijk personeel, aan gespreksgroepen nemen ook studenten en TASpersoneel deel. Een greep uit de aan de orde gestelde onderwerpen: Geloof en (vak)wetenschap, oosterse en westerse religiositeit, aktuele problemen over vrede en veiligheid en derde-wereldliteratuur. Het aantal deelnemers van deze in de cursus 1981/82 georganiseerde gespreksgroepen lag tussen de tien en twintig. Grotere belangstelling krijgen de lezingencycli. Hoogtepunten in kwantitatieve zin waren de lezingen over de (destijds veel opzien barende) Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh. Deze „poging het programma van Bhagwan te begrijpen vanuit zijn eigen voor-

onderstellingen en doelen" trok tot twee maal toe een volle aula. ties, instellingen en aktiviteiten. Genoemd kunnen worden de commissie Studium Generale, het vormingscentrum, studentenpastoraat, het A.C.C., het Bezinningscentrum uiteraard en de Algemene en wijsgerige vorming vanuit de C.I.F. Musschenga vreest dat studenten onder invloed van de toenemende studiedruk minder snel geneigd zullen zijn van het vormingsaanbod gebruik te maken. De versnipperde vorm waarin dat aanbod zich aandient zou een keuze extrsr moeilijk maken. In de hoop dat een beter overzicht studenten stimuleert, moet in de ogen van Musschenga enige samenwerking tot stand komen. Een bijkomend voordeel is dat ook docenten een beter zicht op de „extracurriculaire" vorming krijgen en daardoor in staat worden gesteld zulk een aanbod ook in h u n onderwijspraktijk te laten doorklinken. Ten slotte is het B.C. ook buiten de universiteit aktief. Er bestaan, kontakten met de Wereldraad

is niet het geval, eenvoudig omdat er vroeger vrijwel niets gedaan werd op het gebied dat het B.C. nu bestrijkt. Integendeel, wij trekken mensen voortdurend aan h u n jasje. Na lichte aarzelingen voelt men zich over het algemeen wel aangesproken." Juist om deze laatstgenoemde functie noemde het B.C. zich in het verleden wel de „luis in de pels van de VU". Gezien de energie die het weet op te brengen is het B.C. een instelling om aandachtig te volgen. Zeker als wij daarin betrekken de gedachte die de eerder genoemde prof. Van Olst enige tijd geleden in Ad Valvas ontvouwde. Gevraagd naar de toekomst van de VU in het geval dat de doelstelling voor velen haar inhoud zou verliezen, zei hij: „Ik denkt datje daarover vrij nuchter moet zijn. Als aan de VU alleen maar mensen zijn die verbaal instemmen met de doelstelling en daar verder niets mee willen doen, dan moetje de VU als christelijke universiteit gewoon opheffen". Vervolgens filosofeerde hij toen over de mogelijkheid dat de VU in dat geval een gewone rijksuniversiteit zou moeten worden „met een wat verder uitgebreid bezinningscentrum". Zover is het echter nog niet. „En zover zal het niet komen ook," zullen velen daaraan toevoegen.

Ministerie in de fout Het ministerie heeft rekenfouten gemaakt. De bezuinigingsbedragen die het vaststelde voor de acht medische fakulteiten en de ziekenhuizen komen niet overeen met de bijgeleverde „verdeelsleutel" en ook aan die sleuteLliggen verkeerde gegevens ten grondslag. Waaraan moeten wij ons houden, aan de verkeerde sleutel of aan de foute uitkomst? Dit schreven woensdag de acht betrokken universiteitsbesturen a a n minister Deetman van Onderwijs. Meer overeenstemming hebben ze de afgelopen weken niet weten te bereiken. Een gezamenlijk tegenvoorstel voor de verdeling en de verdelingsmethodiek komt er definitief niet. De minst getroffen instellingen weigeren dat. De enige die n u nog verandering kan aanbrengen is de minister, als hij zijn fouten herziet. In afwachting daarvan zijn de acht betrokkenen alvast begonnen de „foutieve" bezuinigingen om te zetten in intern e maatregelen.

Studiesecretaris van het Besinningscentrum (Foto AVC/VV) Na cycli over de eigentijdse onderwerpen „Fascisme en racisme" en „Zelfrealisatie" (Het Iktijdperk) komt het B.C. dit najaar met een cyclus over „Dood en hiernamaals", een cyclus waarin de dood vanuit een vijftal verschillende invalshoeken belicht zal worden. Bovendien worden in het kader van deze cyclus drie films van de Zweedse cineast Ingm a r Bergman vertoond. Ook in het geval van deze cyclus ligt de vraag voor de hand of er niet andere instanties aan de VU zijn die deze aktiviteiten voor h u n rekening zouden kunnen nemen. Het blijkt dat ook hier de belangrijkste kandidaat, het vormingscent r u m VU, andere prioriteiten stelt, meent Musschenga. Wel is er inmiddels informeel een begin gemaakt met besprekingen die moeten leiden tot een betere coördinatie van het vormingsaanbod a a n de VU. Dat vormingsaanbod is verspreid over een groot aantal organisa-

dr. Bert Musschenga

van Kerken en met de (Nederlandse) Raad van Kerken. Van het Multidisciplinaire Centrum voor Kerk en Samenleving, onderdeel van laatste instantie, is Musschenga adviseur.

Alibi Wij keren terug n a a r de al eerder genoemde UR-vergadering waarin het B.C. het groene licht kreeg. Naast de algemene tevredenheid (die overigens ook samenhangt met het kleine budget van het B.C. en zijn geringe politieke profilering) werden ook kritische opmerkingen aan het adres van het B.C. gesignaleerd. Alle kwamen hierop neer dat B.C. ervoor moet waken een alibi-functie te krijgen. Musschenga gelooft niet dat dat gevaar bestaat: „Een alibifunctie veronderstelt dat sommige dingen die vroeger wel gedaan werden n u niet meer gedaan worden, omdat het Bezinningscent r u m daarvoor is opgericht. Dat

Een van de meest in het oog springende blunders was het verwisselen van Utrecht en de Universiteit van Amsterdam, die van respektievelijk 13 en 9 goede onderzoeksgroepen werden beticht terwijl het omgekeerde het geval is. Utrecht moet daardoor te weinig, Amsterdam te veel bezuinigen. Een andere misser: de aantallen wetenschappelijk personeel werden berekend volgens een methode die pas over enkele jaren is ingevoerd. De afspraak was, uit te gaan van werkelijk aanwezige wetenschappers. ( L i n Tabak/UP)

Sociale bewegingen Zaterdag 8 oktober organiseert de Vereniging voor Wetenschappelijke Werkers het congres 'Wetenschap voor de Sociale Bewegingen', 's Morgens worden vijf onderzoeksprojekten gepresenteerd en 's middags zijn er diskussiegroepen over vak-, milieu-, vrouwen- en Derde Wereldbeweging, 's Avonds gaat het over de contouren van een progressief wetenschaps- en technologiebeleid in de tachtiger jaren. Plaats: CSB-gebouw, Kromme Nieuwengracht^ 39, Utrecht. Tijd: 9.30 tot 22.30 uur. Deelname: ƒ 10,—.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 81

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's