Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 309

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 309

6 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 2 MAART 1984

Gesprek met voorzitter prof. mr. W. H. Heemskerk

„Student met klacht over tentamens weet College van Beroep heus wel te vinden'' „Ik denk dat de student die een klacht heeft de weg naar het College van Beroep heus wel weet te vinden. In veel nieuwe examenreglementen wordt verplicht gesteld de mogelijkheid in beroep te gaan op de uitslagbriefjes te vermelden. En, in elke studiegids staat dat studenten beroep kunnen aantekenen als zij menen onterecht behandeld te zijn by tentamens of examens." Zegt prof. mr. W. H. Heemskerk, voorzitter van het College van Beroep voor de Examens aan de VU sinds deze centrale instantie op 1 januari 1982 in het leven werd geroepen en de afzonderlijke facultaire beroepscommissies verving. Het aantal ingestelde beroepen - gemiddeld één per maand - is niet bijster veel. Je daarop blindstaren zou echter te simpel zijn. Een gesprek met prof. Heemskerk over het nog prille universitaire beroepscollege, dat hij als een aanwinst voor de rechtspositie van de student ziet. „studenten gaan meestal eerst n a a r de studieadviseur. Die kan n a a r de studentendecaan verwijzen, die hen verder kan helpen," aldus prof. Heemskerk. Dat het aantal beroepszaken beperkt blijft - ook bij de andere universiteiten is dat het geval - is waarschijnlijk voor een groot deel te verklaren uit de preventieve werking die van het loutere bestaan van het beroepscollege uitgaat, veronderstelt hij. „Daarmee bedoel Uc dat zaken misschien eerder onderling worden geregeld op de faculteit zelf. Ik denk dat allerlei beroepen zo al worden voorkomen, maar om hoeveel zaken het gaat weten we natuurlijk niet." Als een student die sïich benadeeld voelt meent dat hü op zijn faculteit zijn gelijk toch niet krijgt, kan hij binnen dertig dagen na een beschikking die hem betreft een beroep instellen, al dan niet bijgestaan door een raadsman. Het College van Beroep stuurt dit dan eerst n a a r de betrokken examencommissie. Die wordt verzocht te proberen de kwestie alsnog minnelijk te schikken. Blijft succes uit, dan komt het tot een zitting van het beroepscollege, waarop de partijen worden gehoord. Tevoren heeft de examencommissie daarvoor een verweerschrift rnoeten schrijven. De uitspraak volgt doorgaans binnen veertien dagen.

Om te proberen een hoger tentamen- of examencijfer te krijgen, kunnen studenten in het algemeen beter een beroep achterwege laten omdat de kans op succes gering is. Toetsing aan de beide normen is dan vaak nauwelijks mogelijk volgens prof. Heemskerk, omdat zoiets al gauw specialistische kennis eist. En daar is het college onvoldoende voor geëquipeerd.

„Het lijkt me voor studenten wel prettig als zij niet meer binnen h u n eigen faculteit in beroep hoeven te gaan, maar dat n u kunnen doen bij een college dat overkoepelend boven alle faculteiten staat en is samengesteld uit vertegenwoordigers uit verschillende faculteiten," zegt prof. Heemskerk. „Een belangrijke functie van het college is dat het de rechtseenheid bevordert. Er wordt door voorkomen dat in iedere faculteit verschillende maatstaven worden aangelegd

„De studenten schijnen dit wel a a n te voelen. Beroepen over een cijfer zijn zeldzaam. Wel is er eens een beroep geweest over de berekening van een eindcijfer, afgeleid van cijfers voor verschillende onderdelen. Dat leidde tot vernietiging omdat het eindcijfer onbillijk was." Beroepen over de geldigheidsd u u r en van de toelating tot tentamens komen tot dusver het meest voor. Af en toe is er een uniek geval. Zo de eerste zaak die voor het College van Beroep

Jan van der Veen voor in wezen dezelfde vragen. Het komt ook de rechtszekerheid ten goede. Men weet dat er een bepaalde jurisprudentie wordt gevolgd. En de rechtsbescherming is wat duidelijker geregeld. De procedure is beter geworden." Prof. Heemskerk noemt de taak van het College van Beroep beperkt. „Er zijn maar twee normen waaraan wij in een concreet geval moeten toetsen. Het college kan beschikkingen aUeen vernietigen wegens strijd met een geldende regeling of met de redelijkheid en billijkheid. Maar dat laatste is natuurlijk, wel een heel ruime norm, waar wij veel mee kunnen doen."

Cijferklachten

JSKS'*'

Het College van Beroep tijdens de jongste sitting eind februari in een saak van medische studenten (Foto A VC/VU)

kwam. De examencommissie van de medische faculteit had de eerder a a n een student uitgereikte kandidaatsbul weer van hem afgepakt. De student zou eerst nog het tentamen medische statistiek moeten afleggen. Eens gegeven, blijft echter gegeven, oordeelde het College van Beroep. Meer dan de helft van de in de afgelopen twee jaar ingediende 25 beroepen was afkomstig van studenten in het medisch cluster en daarbinnen meestal geneeskunde. De juridische studenten waren met een vijfde van de beroepen ook sterk vertegenwoordigd, m a a r dat lijkt minder vreemd. Prof. Heemskerk: „In 1982 kwamen 9 van de 12 zaken uit het medische cluster, 75 procent dus. Maar we moeten niet alleen n a a r het aantal zaken kijken, maar ook hoe ze afgelopen zijn. Dan zie je dat twee beroepen weer werden ingetrokken, er twee minnelijk werden geschikt en drie afgewezen. Slechts twee beroepen werden gegrond verklaard." Een student hoeft niet van beroep af te zien doordat de procedure te tijdrovend zou zijn. De meeste zaken werden in vrij korte tijd, één soms twee maanden afgewikkeld. In één geval duurde het vier maanden, maar dat is tot op heden een uitzondering. Het betrof een medische student die snel wilde studeren, maar door h e t reglement belemmerd werd. Hij kon aantonen dat hij juist voor zijn kandidaats was geslaagd en wilde gauw doctorale tentamina doen, maar kon zijn bul feitelijk nog niet tonen, omdat hij die op die korte termijn niet had ontvangen. De student won, maar door allerlei omstandigheden zoals de vakantiemaanden waarin het beroep moest worden behandeld pas na geruime tijd.

Spoed Prof. Heemskerk zegt dat hij in die situatie behoefte voelde a a n de mogelijkheid van een kort geding. Dat zou hem in staat hebben gesteld om als voorzitter in dit spoedeisende geval een onmiddellijke maatregel te treffen. Volgens hem is dat een gemis in de hele beroepsregeling, die gebaseerd is op art. 40 van de gewijzigde WUB <Wet Universitaire Bestuurshervorming) en voor de VU in Regelen en Bestuursreglement. „Ik geloof niet dat aangenomen mag worden dat de voorzitter van het College van Beroep iets dergelijks zomaar mag doen, „aldus prof. Heemskerk. „Het enige dat hij mag is een beroep dadelijk niet-ontvankelijk verklaren als het heel duidelijk is dat een zaak niet bij het college thuishoort. Vermeden wordt dan dat de hele procedure in werking wordt gesteld." Wat in de procedure de meeste tijd kost is de minnelijke schikking. Prof. Heemskerk vindt dat een heel goede wettelijke eis „omdat dit soort zaken zich uitstekend leent voor het treffen van schikkingen. Het functioneert ook goed in de praktijk. Vaak is er wel een oplossing te bedenken als de examinator of examencommissie samen met een student om de tafel gaat zitten. De noodzakelijke bereidheid om dat te doen is er ook dikwijls." In 1982 werd een kwart van de zaken minnelijk geschikt. In 1983 was dat zelfs meer dan de helft van alle beroepszaken. „En het waren allemaal schikkingen waar de student erg tevreden mee was," zegt prof. Heemskerk. Partijen worden dus wettelijk gedwongen een schikking te proberen en als ze daartoe komen zit daar misschien meteen een stukje psychologische winst aan vast, zou je zeggen. Frustratieslakken worden meteen opgeruimd. Prof.

Voorzitter prof. mr. W. H. Hee-^kerk VU (Foto AVC/VU) Heemskerk: „Het is mogelijk dat het ook een psychologisch gunstig effect heeft. Als er een zaak door een uitspraak van het College van Beroep moet worden opgelost, krijgt altijd een van beide partijen ongelijk." Prof. Heemskerk wijst erop dat een student, voordat hij of zij een beroepschrift indient, vaak al langdurig met de betrokken examencommissie in bespreking is over zijn klacht. Studenten moeten wel beseffen dat dan de termijn van dertig dagen voor het indienen van een beroep verstrijkt. Als studenten te laat komen wordt h u n beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard. De wettelijke eis van een schikkingspoging is ook wel eens een overbodige formaliteit. Als er voordat het beroep werd ingesteld al langdurige schikkingspogingen zijn gedaan haalt een verzoek daaroverheen van het College van Beroep aan de faculteit om het nog eens te proberen weinig meer uit.

Raadslieden Het inschakelen van een raadsm a n of- vrouw kan een zegen voor de student zijn. Prof. Heemskerk vindt het in het algemeen zelfs verstandig als hij dat doet. „Zeker als het een raadsman is die meer met het bijltje heeft gehakt. Maar een student k a n het natuurlijk ook zelf doen. Het hangt er een beetje van af ook. Ik kan me voorstellen dat een juridische student gemakkelijker uit de voeten kan dan andere studenten. Voorzover ik weet is in het merendeel van de gevallen door studenten van een raadsman gebruik gemaakt." Raadsman, -vrouw of niet, de feiten komen toch wel min of meer bij elkaar. Ieder beroepschrift wordt door het College van Beroep geschikt geacht, al is het ene beter gemotiveerd dan het andere. Prof. Heemskerk denkt wel dat een student die het allemaal

van het College van Beroep op de op eigen houtje doet zichzelf eerder nadeel sial kunnen berokkenen doordat hij bijvoorbeeld een bepaald feit heeft vergeten te noemen. Er worden alleen beroepen behandeld tegen beschikkingen in concrete gevallen. Een beroep ingediend tegen een reglement leidt tot niets, want het College van Beroep is niet bevoegd daar een uitspraak over te doen. Prof. Heemskerk: „Maar het komt wel eens voor dat een beschikking een correcte toepassing van een reglement is dat echter ergens niet deugt. We hebben gezegd dat als een beschikking in strijd is met de redelijkheid en billijkheid in zo'n geval we die toch vernietigen, hoewel de examencommissie reglementair juist handelde. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat een reglement wordt gewijzigd." Het College van Beroep opereert onafhankelijk van universiteitsraad en college van bestuur, voorgezeten door iemand die tot lid van de rechterlijke macht moet kunnen worden benoemd. Dat is een eis die ook wordt gesteld aan de plaatsvervangend voorzitter. Administratieve rechtspraak in het wetenschappelijk huis. De beroepszaken worden van geval tot geval bekeken. Prof. Heemskerk: „Dat zal wel zo blijven, omdat het steeds over het concrete geval gaat, maar er zal zich wel een zekere jurisprudentie ontwikkelen daardoor." Het College van Beroep krijgt uitspraken van andere colleges toegezonden. Als het een soortgelijke zaak betreft, wordt er wel wat mee gedaan door het college a a n

de vu.

Intussen heeft het College van Beroep net weer een uitspraak gedaan. De betrokken studenten dolven het onderspit. De kwestie ging over de geldigheidsduur van (propedeuse)tentamens. De betrokken faculteit was de medische.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 309

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's