Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 149

10 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 18 NOVEMBER 1983

Het verband tussen midlevencrisis en arbeidsvreugde in het secundair onderwijs

Lerares gelukkiger dan leraar „Geleidelijk kwam hij op de leeftijd, waarop hij oude mensen kende die hij nog gekend had toen zij zo oud waren als hij nu. Dat was een verbazende ontdekking, waardoor Inj zowel oude als jonge mensen met andere ogen ging bekijken, en allerleerst zichzelf. Terwijl hij vroeger nooit een spreekwoord zou hebben gebruikt zoals „Gedane zaken nemen geen keer" of „Het betere is de vijand van het goede" of „Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak", bereikte hij nu de leeftijd waarop zulke gezegdes voor hem vaak precies uitdrukten, hoe het was. Hij kwam tot de ontdekking, dat het niet eenvoudig gênante clichés waren, maar dat zij de gebalde levenservaring van hele generaties uitdrukten, - doorgaans nogal mismoedige waarheden, dat wel. Zij behelsden niet de wijsheid van hemelbestormers, want die zijn niet wijs, maar tot hen had hij nooit behoord. Dat was voorkomen." Dit citaat van Anton Steenwijk,held van de roman De Aanslag van Harry Mulisch i) wordt door Leo Prick (44), docent aan de lerarenopleiding van de VU, in zijn dissertatie over satisfactie en crises in de leraarsloopbaan =) gebruikt. De passage illustreert welke belangrijke ontwikkeling een volwassene omstreeks zijn veertigste levensjaar doormaakt. Prick onderzocht de arbeidssatisfactie van leraren en leraressen en vergeleek zijn resultaten met gegevens over volwassenen-onwikkeling, zoals die bekend zijn uit (meestal) Amerikaans onderzoek. Hij promoveerde op 17 november jl. De hierboven geïllustreerde berusting komt na een periode van spanning en heroriëntatie die ook bekend staat als „midlife crisis", of in de vernederlandste vorm midlevencrisis. De term werd in 1965 gemunt door een Engelse psycho-analyticus Jaques die de volgende ontwikkeling schetste: „Er is een verschuiving van radikaal verlangen en ongeduld n a a r een meer reflektief en tolerant conservatisme. Het geloof in de goedheid van de mens wordt vervangen door het besef fen de acceptatie van het feit dat die goedheid vergezeld gaat van h a a t en destruktleve krachten van binnenuit, die bijdragen tot de eigen ellende en tragiek van de mens". De oorzaken van de crisis, die van ongeveer 37 tot 42 jaar loopt, moeten in verschillende richtingen gezocht worden. Zo komt er in de late jaren dertig van het mensenleven het besef opzetten niet meer tot de jongeren te behoren. Verder ligt een belangrijke oorzaak in het functioneren in de werkomgeving. Het besef dat de eigen carrière niet wordt wat men ervan verwacht had en het feit dat men door jongeren op de carrièreladder wordt ingehaald, spelen daarbij een grote rol. Men gaat nadenken over eigen identiteit en, samenhangend daarmee, men gaat waarden die tot dan toe automatisch geaccepteerd werden, in twijfel trekken. Ook durft men een levenshouding aan te meten, die door de omgeving tot dan toe niet wenselijk geacht werd.

Mannenstudie Er is niet veel onderzoek n a a r deze ontwikkeling verricht. Het meeste komt uit Amerika, waar vooral managers uit het bedrijfsleven werden ondervraagd. Omdat managers meestal van het mannelijk geslacht zijn noemt Prick in het voorwoord zijn literatuurstudie een „welhaast exclusieve mannenstudie". Zijn eigen onderzoek in het veld heeft overigens betrekking op vrouwen zowel als mannen. De kennis omtrent de midlevencrisis is niet erg wijdverbreid, zoals dat het geval is met bijvoorbeeld de puberteit (Kind tegen moeder: „Jij hebt last van de overgang, ik van de puberteit"). Gevolg hiervan is dat er wel eens onderzoek gedaan is onder vol-

het werk is beduidend hoger bij vrouwen dan bij mannen. Dit laatste schrijft Prick toe aan de omstandigheid dat relatief veel vrouwen part-time werken (meer dan de helft) en dat veel vrouwen vroegtijdig het onderwijs verlaten. Deze „survival of the happiest" beïnvloedt de arbeidssatisfactie van zelfsprekend sterk. I n verband hiermee schrijft Prick: „Als gevolg van de ongunstige situatie op de arbeidsmarkt valt te vrezen dat vrouwen veel minder dan vroeger zullen besluiten h u n baan op te zeggen om later, als de kinderen wat minder tijd vergen, het werk als leraar te hervatten. Dit betekent dat in een aantal gevallen vrouwen te-

vatisme dat Jaques noemde terug te vinden. De instemming met de uitspraak „In een sollicitatiecommissie voor leraren zouden ook leerlingen zitting moeten hebben" neemt met het stijgen van de jaren dramatisch af. Even dramatisch neemt zij toe met de uitspraak „Een leraar is geen jeugdwerker". Ook „Veranderingen in het onderwijs zyn vrijwel nooit verbeteringen" is de oudere leraar uit het h a r t gegrepen. Dit laatste mag niet toegeschreven worden aan recente (Mammoet-Wet) veranderingen in het toenmaals honderd jaar lang vrijwel ongewijzigde onderwijs. Verder bleek uit recent onderzoek dat

Hidde van der Veen wassenen, waarin met leeftijdscategorieën gewerkt wordt, die geheel voorbijgaan aan de dramatische ontwikkelingen die zich omstreeks het veertigste jaar voordoen. Prick vergelijkt dat met het onderzoeken van kinderen waarbij geen verschil gemaakt wordt tussen de leeftijdscategorieën tien en zestien. Iedereen zal dat laatste als onzinnig bestempelen. Omdat in een identiteitscrisis de onverwerkte problemen van een vorige crisis weer opduiken, toont de midlevencrisis veel overeenkomsten met de adolescentiefase (die van halverwege de tienerjaren tot, in sommige gevallen, zesentwintigjaar kan duren). Zo zou menige plotselinge scheiding en verandering van werkkring op latere leeftijd vanuit de theorie van de midlevencrisis te verklaren zijn.

Midleven-literatuur

Overigens is het niet zo, maar dat geldt voor alle psychologische theorieën, dat iedereen het slachtoffer wordt van de geschetste rampen. Wel is het zo dat men er altijd in mindere of meerdere mate mee in aanraking komt. Wie zich in het beeld niet herkent, hoeft zich (het staat in zijn voorwoord) van Prick geen zorgen te maken.

Tegen hun zin I n hoeverre zijn de theorieën over de midlevencrisis ook bü leraren in het secundair onderwijs terug te vinden? Het blijkt dat studenten die opgeleid worden voor het leraarschap als belangrijkste reden voor h u n beroepskeuze opgeven dat ze graag met jongeren werken. Ook jonge leraren vinden dat één van de prettigste aspekten van h u n beroep. Toch worden ook leraren ouder en komen op een dag tot het inzicht dat ze niet meer tot de jongeren behoren, en, wat misschien nog wel erger is, ook de leerlingen zijn daarvan tegen die tijd overtuigd. Op een ander terrein verkeert de leraar eveneens in een aparte positie. Anders dan in het bedrijfsleven, en ook anders dan in de meeste vrije beroepen, ontbreekt het de leraar aan de mogelijkheid tot promotie of specialisatie. In grote lijnen is het werk aan het eind van de carrière gelijk a a n het werk waarmee hij of zij begon. D a t betekent dat een belangrijke bron van arbeidssatisfactie ontbreekt. Prick toont aan, dat mannen in de bedoelde leeftijdsfase, meer dan vrouwen, h u n gevoel van in een crisis te verkeren laten bepalen door h u n carrièremogelijkheden. Het gevoel van crisis is bij mannen sterker dan bij vrouwen. Opvallend is verder, dat men naarmate de leeftijd vordert meer gericht is op deskundigheid en minder op de persoonlijke band met de leerlingen. Dit geldt voor zowel vrouwen als mannen. De algemene tevredenheid met

derzoek van het onderwijs aliijd buitengewoon leraar-onvriendelyk gevonden. Zo heb ik dat ook ervaren in de tijd dat ikzelf leraar was. Het gaat volstrekt voorbij a a n die leraar. Nu ik zelf op een bedreigde plaats zit, merk Uc pas goed hoe onzekerheid over de toekomst een negatieve invloed heeft op de arbeidsbevrediging en, in het algemeen, op de mogelijkheid om te kunnen werken. Iedere aktiviteit op langere termijn is uitgesloten, als je niet weet of je er over een paar jaar nog zit." „Na de invoering van de mammoetwet is het even stil geweest, m a a r je kunt zeggen dat vanaf Van Kemenade om de vier jaar ingrijpend nieuwe plannen zyn gelanceerd. Dat is heel bedreigend, vooral voor oudere leraren. Het enthousiasme van minister en Kamer wordt op de scholen dan ook heel verschillend geapprecieerd." Een van de beleidsvoornemens van het ministerie is de herziening van de onderwijssalarissen (vervat in de zgn. HOS-nota). Belangrijk element in die nota is de invoering van promotiemogelijkheden in het secundair onderwijs. Een in het verband van dit proefschrift interessant voornemen, immers, het zou de arbeidsvreugde van menig onderwijsgevende aanmerkelijk kunnen verhogen. Het tegendeel is waar, volgens Prick. Het blijkt namelijk dat de belangrijkste taak binnen het onderwijs, het onderwijs geven zelf, uitgesloten is van deze promotiemogelijkheid. Het leraarschap als zodanig wordt daarmee juist gedevalueerd tot een tweede-rangstaak. Met andere woorden: een beloning voor het goed uitoefenen van de primaire (onderwijs) taak zit er niet in.

Leo Prick gen h u n zin zullen blijven doorwerken om zodoende h u n baan vast te houden voor later. Met een dergelijke gang van zaken is niemand gediend. Integendeel: dit is ongunstig zowel voor de betrokkenen zelf als voor de werkgelegenheid.

Tolerant conservatief Verderop in Pricks onderzoek is het reflektief en tolerant conser-

Foto AVC/VU vakorganisaties in het onderwijs zich altijd tegen veranderingen hebben afgezet. Besturen van deze organisaties worden over het algemeen bemand door oudere leraren. In het verleden is uiteraard wel onderzoek gedaan n a a r het functioneren van het onderwijs. Meestal wordt echter voorbijgegaan aan de rol van degene die de resultaten zal moeten toepassen: de leraar. Prick: „Ik heb het on-

Interessant deel van Pricks dissertatie zijn de bladzijden, g:ewijd aan de literatuur. Veel Uteratuur, met name romans, komt tot stand in de jaren van de midlevencrisis en Prick zegt in zijn zesde stelling dan ook: „Kennis van de psychologie met betrekking tot de volwassenenontwikkeling is onontbeerlijk voor de onderzoeker op het gebied van de moderne literatuur." Het openingscitaat van dit artikel is er een illustratie van (hoewel boekenboer Mulisch zelf al wat ouder is). Duidelijker is de relatie tussen midlevencrisis en roman-inhoud a a n te wijzen bij Couperus, die op 41-jarige leeftijd Van oude menschen de dingen die voorbijgaan schreef. Het boek heeft als centraal thema een veranderend levensperspectief, veroorzaakt door confrontatie met de dood. Op vergelijkbare wijze kan werk van Thomas Mann (Tod in Venedig) en Simone de Beauvoir (Tous les hommes sont mortels) beschouwd worden. Als 38-jarige stelde De Beauvoir in dat laatste boek aan de orde de kloof tussen wat men heeft nagestreefd en wat men daadwerkelijk heeft bereikt. Typisch iets van de midlevencrisis en typisch iets om een artikel mee te besluiten. 1) De Aanslag, p. 215 2) Leo G. M. Prick, Het beroep van leraar, satisfactie en crises in de leraarsloopbaan, Amsterdam, VUboekenhandel, 1983. f 27,50.

Academische ziekenhuizen over vele bezuinigingen:

Tatiëntenzorg komt in gevaar' Het bureau academische ziekenhuizen vindt dat minister Deetm a n onvoldoende de konsekwenties van de vele verschillende bezuinigingsmaatregelen t.a.v. de academische ziekenhuizen heeft doordacht. Het bureau schrijft dat in een brief aan de kamercommissies voor Onderwijs en Volksgezondheid. Het vraagt in de brief om uitgenodigd te worden op de hoorzitting die door de Tweede Kamer wordt gehouden ter voorbereiding van de Onderwijsbegroting. Volgens het bureau komt door de combinatie

van maatregelen de patiëntenzorg sterk in gevaar aangezien op de overige functies van de academische ziekenhuizen moeilijk k a n worden bezuinigd. Het gaat daarbij niet alleen om de taakverdeling maar ook om de extra bezuiniging op de rijksbijdrage van 1984, de daadwerkelijke beddenreductie en de invoering van de zogeheten budgetfinanciering. Ook in het nieuwe richtlijnenstelsel van de wet tarieven gezondheidszorg moeten de academische ziekenhuizen een veer laten. Volgens het bureau is dit

stelsel echter alleen op het takenpakket van de algemene ziekenhuizen geënt. (UP, Bert Bakker)

Op vrijdag 25 november om 20.00 u u r treedt in de aula van de VU de Chileense muziekgroep Ortiga op. Voorverkoop van toegangsbewijzen en meer informatie over deze groep is te verkrijgen in de hal van het VU-hoofdgebouw tijdens de middagpausse van 21 tot 25 november.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's