Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 301

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 301

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 24 FEBRUAR11984

id nog een vrome wens wordt voor 100% door de EG betaald en vormt een 'directe actie'. Het feit dat energie-onderzoek een groter deel van de EG-begroting beslaat dan bijvoorbeeld industrie-onderzoek wil dus niet zeggen dat er méér energie-onderzoek plaatsvindt in Europees verband. Energie-onderzoek is voornamelijk een 'directe actie' omdat de schaal dat vergt; Kernfusie-onderzoek kan bijvoorbeeld wegens de omvangrijke kosten en installaties moeilijk in zijn totaliteit door één lidstaat worden uitgevoerd. Het is het enige onderzoeksgebied waarop al de nationale en EG-activiteiten in één programma zijn geïntegreerd. Na de directe acties (eigen onderzoekcentra) en de indirecte acties (gesubsidieerd of contractonderzoek elders) is de pot nog niet op. Er bestaan ook nog de zogenaamde „geconcerteerde of gezamenlijke acties", die met min of meer gesloten beurzen plaatsvindt. Het gaat om onderzoek dat in meerdere lidstaten al op eigen houtje wordt verricht en dat eenzelfde terrein bestrijkt. De EG probeert dat onderzoek op elkaar af te stemmen en stelt wat geld voor de uitwisseling van wetenschappers ter beschikking. (Tent: „Als je dingen bij elkaar stopt, komt er altijd meer uit dan ze afzonderlijk bereikt zouden hebben. Tot dat je de kritische massa bereikt natuurlijk, dan ontploft het."). Omdat sommige speerpunten uit het Kaderprogramma alleen afstemming van nationale acties behoeven, anderen met geld moeten worden gestimuleerd en weei anderen door de schaal alleen gezamenlijk kunnen worden uitgevoerd, is niet elk speerpunt even duur.

Onderhandelen

Tot zover het Kaderprogramma zoals dat in de boezem van Commissaris Davignon een algemeen Europees belang nastreeft. Ztoals gezegd moet echter ieder voorstel langs de meer nationaal georiënteerde Raad van Ministers. Daar kijkt men niet zozeer wat het voorstel voor Europa betekent, als wel wat de eigen lidstaat era a n heeft. Omdat de nationale bewindslieden niet voortdurend met h u n buitenlandse collega's in Brussel rond de tafel kunnen zitten, worden de voorbereidende onderhandelingen overgelaten a a n ambassadeurs en andere diplomaten (óók als het gaat om landbouw, verkeer of wetenschapsbeleid!). w y spraken met de diplomaat mr. Paul Brouwer, die na de ambassades in Londen, Parijs en Bangladesh (Brouwer: „men zegt altijd: wat verschrikkelijk om in de bush-bush te zitten, maar eigenlijk is dat het leukste werk.") n u al twee jaar in Brussel zit en zich met het onderzoeksbeleid bemoeit. Een energiek m a n die fijntjes uitdrukt hoe het in het onderhandelingsorgaan van permanente vertegenwoordigers voor de Raad van Ministers toegaat. Brouwer: ,,De Europese Commissie, in dit geval Davignon, komt met een Europees plan. Wij scheuren dat finaal aan stukjes om er vanuit de nationale deelbelangen iets heel nieuws van te maken". Als voorbeeld van hoe het toe kan gaan noemt hij de biotechnologie, een speerpunt uit het Kaderprogramma dat vooral via indirecte acties tot stand moet komen. De Fransen waren voor een beperkt programma, voornamelijk gericht op het opleiden van (hun) onderzoekers. Verder doen zij zelf al veel en een Europese opzet

'** '»fc^

vormt een gevaar voor h u n nationale concurrentiepositie, de anderen halen hen dan in. Nederland is echter weer voor, want wij doen nationaal nog te weinig en kunnen het dan via de EG mooi versterken.

Belangen

Hoe liggen de nationale belangen over het algemeen? Brouwer: „Als een land het nationaal niet kan betalen, bijvoorbeeld door de

naast zijn er nog allerlei andere belangen. Zo is er onlangs ge-, p r a a t over het voortbestaan van het Europese onderzoekcentrum „Ispra" aan het Lago Maggiore. Daar werken zo'n 2500 mensen en de Italianen zullen om redenen van werkgelegenheid nooit iemand aan Ispra laten komen. Een ander voorbeeld is het tritiumonderzoek dat in het kader van het kernfusie-onderzoek plaats dient te gaan vinden. Dergelijk onderzoek kan profiteren met militaire research en kemwapenstaten als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk koesteren daarbij h u n eigen belangen." Het Europees idealisme maakt dus al snel plaats voor nationaal realisme. Het mooie, ambitieuze Kaderprogramma is na de onderhandelingsronden niet meer zo-

Europees ambtenaar H. Tent, hoofd van de afdeling Ondersoek (Foto CCE). schaal van het onderzoek, is men altijd voor. Als men onderzoeksgebieden wil versterken, is men ook voor, zoals Nederland met de biotechnologie. Als het onderzoek zuiver complementair is aan dat wat men nationaal al doet, is men wel geneigd tot afstemming. Niet meer echter als het duplicatie betreft, dan vreest men voor de eigen concurrentiepositie. Daar-

Technologisch

zeer een strategie in algemeen Europees belang, als wel een „package deal" met voor elk wat wils.

'Deskundigen'

Overigens vechten niet alleen de diplomaten dat uit. In een vroegtijdig, voorbereidend stadium wordt het Crest, Comité de Recherche Europeène Scientifique et Technologique om advies gevraagd. Daarin zitten de nationale „deskundigen". Voor Nederland bezocht tot voor kort drs. Geert van der Sterren van het ministerie van Economische Zaken de bijeenkomsten van het Comité (hij werkt n u bij WVC en is uit het Crest). Hij heeft duidelijk zo zijn vraagtekens bij het functioneren van het Crest: „Crest is ingesteld als adviesorgaan voor de commissie èn de Raad op het gebied van onderzoeksbeleid. In het Comité zitten vertegenwoordigers van de lidstaten, ambtenaren. Maar ik kon onmogelijk bijhouden wat er in Nederland allemaal voor onderzoek gebeurt. En zolang ik geen Nederlands onderzoeksbeleid voor me heb, kan ik moeilijk beoordelen wat we voorts nog op Europees niveau zouden moeten doen." Behalve Van der Sterren zit namens Nederland ook iemand in het Crest die wel van de hoed en de rand weet als het om wetenschapsbeleid gaat; dr. J. de Haan MBA, werkzaam op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen bij de hoofddirectie wetenschapsbeleid. Hij somt zonder problemen de Nederlandse zwaartepunten in het Kaderprogramma op: milieu, informatica, biotechnologie en materiaalonderzoek. De Haan signaleert het probleem dat het Crest geen financiële bevoegdheden heeft en eigenlijk alleen maar de inhoudelijke aspecten globaal kan beoordelen. In een gesprek met de secretaris van het Crest, drs. W. J. M. van Rij, werkzaam in Brussel bij de Raad van Ministers, zegt hij: „Het is een rare club mensen bij elkaar. Het ene land stuurt een hoogleraar die het leuk vindt en het andere land een of andere referendaris als Van der Sterren. Nou u begrijpt, dat wordt een Starclub die een soort Starwars spelen. Van Rij is niet de enige die weinig heil ziet in het Crest; ook de Europese Commissie heeft voorgesteld dit voorbereidend orgaan maar op te heffen. De wetenschappelij-

Rmp

ke adviezen kunnen dan nog wel redelijk zijn, een financiële afweging ontbreekt. Die wordt tijdens de definitieve onderhandelingen gemaakt en kan dan weer roet in het eten gooien. Ofwel: Crest bekijkt het prijskaartje niet goed en louter het wetenschappelijk belang bekijken, daar koop je niets voor.

Geen geld

Het prijskaartje blijkt ook het grootste blok aan het been van het o zo mooie Kaderprogramma te zijn. In de laatste Raad van Ministers over onderzoek is het programma weliswaar als zodanig goedgekeurd, maar is over de financiële paragraaf geen overeenstemming bereikt. Dus of het onderzoek kan opgroeien van een „peanut" tot een „redelijke pean u t " valt nog te bezien. Grootste dwarsligger is het Verenigd Koninkrijk met Thatcher voorop die op alle fronten roept: „I want my money back." Engeland wil eerst de hele EG-begroting geherstructureerd zien (en het aandeel van de landbouw teruggebracht) eer weer ergens geld n a a r toe gaat, in casu het Kaderprogramma. Nederlands diplomaat en Europees denker Paul Brouwer betreurt dit: „Het is niet helemaal eerlijk. Je mag het onderzoeksbeleid niet frustreren door het landbouwvraagstuk." Toch gebeurt dit. Brouwers Engelse collega Paul Richardson is hier hard in: „De EG moet dan voorlopig maar wat op het gesloten beurzen-vlak doen aan onderzoek. Meer gecoördineerde nationale acties tussen de lidstaten. Limits have to be put. It's not charity. More money for the European Community restricts our national freedom of movement." Een andere financiële strubbelaar is de Bondsrepubliek Duitsland. Het Kaderprogramma vinden ze prima, de Duitsers, maar niet tegen deze prijs. Toch laat de Duitse diplomaat Gruber weten het programma wel „unbedingt über die Bühne" te willen trekken, maar als er niet genoeg geld voor is, moeten er binnen het Kaderprogramma maar extra prioriteiten worden gesteld. Projecten die volgens hem in ieder geval door moeten gaan zijn de financiering van de gemeenschappelijke onderzoekcentra, het nieuwe programma voor informatietechnologie (ESPRIT) en het thermonucleaire fusieprogramma. Dit standpunt levert echter problemen op. Het Kaderprogramma is immers een uitgewogen packagedeal tussen de lidstaten met voor elk wat wils. Als dat wordt opengebroken, kan alles weer op de helling komen te staan. „Met name het bedrijfsleven zal dan gedupeerd raken", voorspelt Europees ocmmissie-ambtenaar Hendrik Tent. Een goed voorbeeld is het ESPRIT-programma, een uitwerking van het Kaderprogramma op het deelgebied van de Informatietechnologie. Tent: „Voor het eerst heeft de Europese industrie daarbij de Europese dimensie weer teruggevonden. Het voorziet in een omvangrijke samenwerking tussen onder andere Philips, Siemens en Olivetti. Die samenwerking is eerder mislukt, maar n u volstrekt nieuw en ook bittere noodzaak. Ik krijg er dan ook nog geen tranen van in de ogen dat ze nu opeens de handen in elkaar slaan. Als het onderzoek uit het programma in de competitieve sfeer komt, gaan ze toch weer elk h u n weegs. Maar in ieder geval ligt er n u een gezamenlijk programma. De Raad van Ministers heeft het goedgekeurd, maar enige landen willen er gezien de huidige financiële schaarste in de EG nog geen geld voor vrii maken. Daar hangt het n u op." Dezelfde moeizame weg lijkt het „basistechnologieën-programm a " (opgezet door Tent zelf) te gaan. 2500 Europese bedrijven en instellingen hebben in een eerste reactie al laten weten mee te willen doen, maar waar komt het geld vandaan? Als het over het Europese onderzoeksbeleid gaat, lijkt de beste typering die van wetenschapsbeleidman De Haan: ,,Op papier ziet het er allemaal zo verrekte mooi uit." En dat lijkt tot n u toe de belangrijkste verdienste van het Europese denkwerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 301

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's