Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 189
AD VALVAS — 9 DECEMBER 1983
Fersoneelsfonds VU weinig bekende maar sterke hulpbron voor noodgevallen „We hadden verwacht dat er gezien de terugloop van de economie meer beroep op het fonds gedaan zou worden, maar het aantal aanvragen blijft vrij constant." Penningmeester A. F. N. Groot van het Personeelsfonds van de VU vindt dat „heel merkwaardig". Een verklaring zou kunnen zijn, zegt hü, dat dat komt doordat lang niet elk personeelslid weet dat er zo'n fonds bestaat, waarvoor het precies is bestemd en hoe het werkt. Een verhaal over een weinig bekende, maar momenteel krachtige geldbron voor noodgevallen. „In 1981 steeg het aantal aanvragen om financiële hulp ineens tot 57. Toen dachten we als dagelijks bestuur, zie je nou wel, nu gaat het beginnen. Maar in 1982 waren het er weer 40 en we zitten totnutoe voor dit jaar op 30 aanvragen." En 1983 is alweer bijna afgelopen en de verwachte stijging blijft uit. Al tien jaar is het grofweg één procent van de VUbevolking per jaar dat aanklopt bij het Personeelsfonds. Het fonds werd in 1970 opgericht als de Stichting Personeelsfonds Vrije Universiteit. De in de toenmalige groeiperiode opgeschoten universiteit vond dat ook een iiersoneelsfonds niet mocht ontbreken. Bij alle uitstekende sociale voorzieningen in ons land zullen er altijd mensen blijven die tussen wal en schip raken en als we die als mede-personeelsleden een financieel buffertje kunnen bieden voor onverwachte tegenslagen, dan moeten we dat doen, was zo ongeveer de gedachte. Bij het belendende academisch ziekenhuis had men toen al een personeelsfonds, dat by grote bedrijven en instellingen geen uitzondering was.
Jan van der Veen
in de doelstelling van het fonds. Er moet sprake zijn van sociale nood die uitmondt in financiële nood."
twee leningen verstrekt aan personeelsleden die even klem zaten. Rust Voor een totaalbedrag van ƒ 2400. De heer Groot geeft er voorbeelVoor het doen van giften was den van. „We hebben allemaal geen aanleiding. Trouwens, die wel eens onvoorziene uitgaven die worden alleen bij hoge uitzonde- achter elkaar aankomen opeens. ring verstrekt. Een uitdrukkelij- Sommige mensen staan dan ke piek in deze verstrekkingen ä machteloos. Ze komen rood te fonds perdu deed sdch voor in staan bij bank en giro, in de 1979, toen in achttien gevallen op schulden. Het personeelsfonds die manier hulp werd verleend. kan zorgen voor schuldsanering, Totaalbedrag: ƒ 18.031. In datzelf- * zoals we dat noemen. Het is opde jaar werden 42 leningen ver- vallend dat het juist in die gevalstrekt. Totaalsom: ƒ 94.950. len als een grote rust wordt ervaSoms worden aanvragen om bij- ren dat al die schulden waarmee stand afgewezen. Groot: „Een iemand is geconfronteerd opeens duidelijk geval is dit. Het komt kunnen worden voldaan en dat er voor dat mensen naar het perso- nog maar één overblijft: die aan neelsfonds toekomen met de op- het personeelsfonds. Die dooit merking dat ze een nieuwe auto maandelijks af door een automawillen kopen. De bank vraagt zo- tische inhouding op het salaris en veel rente en men vraagt ons dan het afbetalen gaat op die manier of het personeelsfonds het geld min of meer onopgemerkt." niet wil lenen (de gewoonte is ren- Verder zijn er die met een achterteloos, red.). Maar zoiets past niet stalUge huur zitten, tandartskos-
HELP!
Het toenmalige college van directeuren legde de bodent in het fonds, vu-medewerkers die bereid waren mee te doen voor èen maandelijks bedrag tussen de vijftig cent en de vier gulden werden door een mededeUng in Ad Valvas en daaroverheen een persoonlijke brief geworven. De bedragen werden en worden automatisch op het salaris ingehouden. Minimum en maximum zijn omhoog gegaan tot één en vijf gulden. Al in het oprichtingsaaar werden
Ruim aandacht voor universitair onderwijs in nieuwe emancipatienota Deetman Volgend jaar zal een onderzoek worden begonnen naar studievertraging en uitval van vrouwen in het hoger onderwijs. Beide komen aanmerkelijk meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Aan de Vrije Universiteit en bij de Open Universiteit wordt als voorbeeld voor andere instellingen een emancipatiewerker aangesteld. Het functioneren van de coördinatoren voor vrouwenstudies, waarvan er nu negen op de dertien universiteiten en hogescholen zijn, zal worden geëvalueerd.
Binnen het hoger beroepsonderwijs wordt een landelijke ontwikelingscommissie vrouwenstudies ingesteld. Zie hier enkele punten uit de nieuwe nota over onderwijsemancipatie „een stukje wijzer", die maandag 28 november door minister Deetman en staatssecretaris mevr. Ginjaar-Maas aan de Tweede Kamer is aangeboden. De bewindslieden doen een groot aantal voorstellen ter bevordering van de emancipatie in het onderwijs via lesprogramma's, personeelsbeleid en maatregelen om de verschillen bij de deelname aan het onderwijs tussen jongens en meisjes te verkleinen. Het is de derde nota van een reeks die in 1979 begon met de „Schets van eei> beleid voor emancipatie in het onderwijs en wetenschappe-
lijk onderzoek" en in 1980 een vervolg kreeg in de „Voortgangsnota onderwij semancipatie". Het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs komen in de nieuwe nota ruim aan bod. Behalve de al genoemde zaken zuUen voor dit en het volgend jaar de kosten worden vergoed van congressen, studiebijeenkomsten en gastdocenten die de emancipatie in het hoger onderwijs ten goede komen. Door de departementen onderwijs en sociale zaken is tenslotte geld beschikbaar gesteld voor de opzet van de Winteruniversiteit'Vrouwenstudies, die van 17 tot 23 december in Nijmegen wordt gehouden.
Meer vrouwen De nota geeft interessante cijfers met betrekking tot de deelname van vrouwen en mannen aan het
ten, een wasmachine of ander onontbeerlijk huisraad dat onverwachts moet worden vervangen. Of ook mensen die plotseling een buitenlandse reis moeten maken wegens overlijden van een ouder ver weg. In al dit soort gevallen kan het personeelsfonds bijspringen. Het is er voor de VU-werknemer, zijn gezin en bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad, als hij of zij kostwinner voor hen is (geweest), zeggen de statuten.
Terugloop Het Personeelsfonds werd in de eerste jaren door een kwart tot een derde van het personeel gestut, maar het aantal mensen dat het fonds met vrijwillige bijdragen steunt loopt al lange tijd terug. Niet hard, maar toch. In 1970 - het begin - waren er 538 deelnemers. Twee jaar later waren het er een kleine duizend. Toen begon de afkalving. De bijdragen daalden ook. Ter vergelijking: in 1970 kwam er ƒ 6.000 binnen, in 1972 / 22.000 en in 1974 / 20.000. In 1982 is dat hetzelfde als in 1974, maar het geld is intussen een flink stuk in waarde gedaald. Groot: „Die constante tenigloop in het aantal deelnemers is te verklaren. Mensen die met pensioen gaan of de dienst verlaten, die vallen af. En omdat er geen ledenwerfacties worden gehouden, komen er weinig nieuwe leden bij. Bij indiensttreding wordt weliswaar een foldertje met een aanmeldingsformulier verstrekt, maar men krijgt dan al zoveel papier, dat..., nee, het aantal nieuwe deelnemers is echt minimaal, vijf tot tien per jaar."
De heer A. F. N. Groot, penningmeester van het Personeélsfonds VU (foto AVC/VU). het fonds stoppen. Die subsidie is voorlopig stopgezet, omdat men het fonds krachtig genoeg vond." De penningmeester meent dat de behoefte aan het fonds in elk geval beter is af te palen als het bestaan ervan in de hoofden van de personeelsleden paraat is. Daar schort het aan, gelooft hij.
Vergaderingen Het algemeen bestuur van het Personeelsfonds komt een of enkele keren per jaar bij elkaar, onder meer om de jaarstukken vast te stellen, het financieel verslag en het jaarverslag van de secretaris. Verder komt het accountantsrapport aan de orde. Daarmee wordt het dagelijks bestuur gedechargeerd. Steeds is daarna direct een deelnemersvergadering georganiseerd. Die werd in Ad Valvas aangekondigd. Doorgaans bleef de belangstelling tot minder dan de vingers van een hand beperkt. Het is voorgekomen dat er niemand kwam opdagen. Opwindend is het allemaal natuurlijk niet zoiets. De praktische taak ligt bij het dagelijlts bestuur, voorzitter, secretaris en penningmeester. Dat zijn op het moment prof. dr. mr. J. van Baars, drs. J. van Waning en de heer Groot. De laatste zit al vanaf 1976 in het bestuur. De eersten zijn net komen kyken. Het dagelijks bestuur behandelt de aanvragen. Van de verleende hulp wordt eens per kwartaal verslag gedaan aan het algemeen bestuur.
Het bestuur ziet dat ook wel, maar vindt het tot op heden niet echt nodig tot een ledenwerfactie over te gaan. Waarom zou het ook, zou je zeggen. Het fonds groeit jaarlijks door. Het geleende geld komt terug en giften worden niet in die mate verstrekt dat de aanwas daardoor om zeep wordt geholpen. Eind vorig jaar bedraagt het fonds ƒ 223.000, waarvan ƒ 130.000 aan hulpleningen aan personeelsleden uitstaat. Een kerngezonde zaak dus. Moet je niet eigens een bovengrens stellen aan de omvang van het Personeelsfonds? Groot: „Dat is natuurlijk de vraag waar het om gaat. In het bestuur is daar nog niet over gepraat. Maar ik kan er wel wat meer over zeggen. Tot een aantal jaren geleden kreeg het fonds ook nog een subsidie van de universiteit. Per personeelsUd mag het college van bestuur een gulden in
Een laatste vraag aan de heer Groot. Wordt de regel dat personeelsleden alleen naar het fonds kunnen stappen als ze voor meer dan een halve werkweek op de VU bezig zijn strikt toegepast? Groot: „Nee, dat denk ik niet. Maar we zijn nog niet geconfronteerd met aanvragen van mensen die voor minder dan vijftig procent in VUdienst zyn."
hoger onderwijs. 63% van de eerstejaarsstudenten in 1981 was man, maar voor alle ingeschreven studenten lag dit in dat jaar op 69%. De deelname van vrouwen neemt dus geleidelijk toe. In 1970 was de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke studenten in het WO nog 80 tegen 20. Meisjes zijn echter nog altijd sterk ondervertegenwoordigd in de technische en de bèta-wetenschappen. Veel aandacht heeft de nota voor het personeelsbeleid binnen het onderwijs en op het departement van onderwijs en wetenschappen. Geconstateerd wordt dat vrouwen sterk ondervertegenwoordigd zijn, en bovendien voor een groot deel in deeltijd werken» waar mannen dat nauwelijks doen. Het werken in deeltijd zal volgens de nota krachtig worden gestimuleerd, door onder meer deeltjjdontslag mogelijk te maken en bovendien alle functieniveaus voor deeltijd open te stellen. Interessant is dat momenteel een evaluatie gaande is naar de gevolgen van de bezuinigingen in het onderwijs voor vrouwen. Het ontslagrisico is voor vrouwen doorgaans groter omdat zij minder
lang werken en er daarom het eerst weer uitgaan. Dat is in tegenspraak met het beleid dat poogt het aandeel van vrouwen juist te vergroten. De Tweede Kamer heeft begin dit jaar aangedrongen op positieve discriminatie bij ontslag. Als de evaluatie daartoe aanleiding geeft zal daartoe ook worden overgegaan. Het huidige ambtenarenreglement noemt de anciënniteit momenteel echter nog als voornaamste factor voor het vaststellen van de volgorde van ontslag. De grootste aandacht heeft de nota voor het primair en voortgezet onderwijs. Geconstateerd wordt dat meisjes nog lang niet maximaal van hun formeel gelijke onderwijskansen gebruik maken. En volgen ze wel een voortgezette opleiding, dan kiezen ze, ook omdat de schooldekaan hen dat adviseert, minder vaak natuurkunde. De nota wil de keuze van zwakke pakketten tegengaan door de eis te stellen dat een vakkenpakket toelating moet bieden tot tenminste 2 opleidingen in verschillende sectoren van het HBO of het WO. (UP, Bert Bakker)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's