Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 433

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 433

10 minuten leestijd

AD VALVAS —11 ME11984

Mevr. drs. E. Veltman verlaat de VU na bijna 20 jaar helpen van studenten

Je bent geen kneusje als je naar studentenpsycholoog toestapf' goed uit komen. Ik heb dat 19 jaar lang in een goede sfeer gedaan, zowel binnen het bureau, als naar de besturende colleges en de studenten toe. De VU'als geheel trok mij aan omdat ik daar van­ uit mijn christelijke geloofsover­ tuiging (die vooral gevormd is door mensen als Karl Barth en Miskotte) kon werken. Dat bete­ kent niet dat je principieel aan een christelijke instelling moet studeren; ik heb zelf aan de UvA gestudeerd. Je geloof vormt de achtergrond van waaruit je werkt. Het heeft te maken met hoe je tegen mensen aankijkt. Het betekent bijvoorbeeld dat je geen onbeperkt vertrouwen hebt in de goedheid van de mensen, wat niet wil zeggen dat je geen enkel vertrouwen hebt in de men­ sen."

'S^ÏS^A;.

'\'Jii$^^Jl

(Foto Ruud Smit)

„Je kunt zien dat mensen vaker naar ons toekomen omdat de situatie moeilijker is geworden. Maar de mensen zijn niet veranderd, de grondslagen van de problemen, de motieven van de mensen zijn nog steeds dezelfde." Dit is de mening van mevrouw drs. E. Veltman die na 19 jaar als studentenpsycholoog aan de VU gewerkt te hebben op 17 mei afscheid neemt. Zij vindt haar werk zo boeiend dat ze er nooit over heeft gedacht om via de VUT­regeling vroegtijdig te vertrekken. Zij heeft vrijwel vanaf het ontstaan van het bureau studentenpsycholo­ gen (in 1963) hier gewerkt. Hoewel de universiteit en het studentenleven in deze periode sterk zyn veranderd, zijn de psychische problemen van de studenten nog steeds hetzelfde. Misschien is de bui­ tenkant veranderd, de situatie van de student, maar de motieven van de mens in zijn doen en laten veranderen niet zo snel. Een terugblik van me­ vrouw Veltman over de verschillen tussen vroeger en nu, haar motieven en de psychische nood onder studenten. Vóór 1963 konden studenten te­ recht bij professor Van Wijn­ gaarden die incidenteel mensen hielp bij het oplossen van psychi­ sche problemen, die al dan niet verband hielden met de studie. Maar dit begon zoveel tijd in be­ slag te nemen dat er behoefte ont­ stond aan aparte studentenpsy­ chologen. Waren er in die tijd geen andere instellingen die hulp konden bieden in geestelijke nood en waarom zijn er aparte studen­ tenpsychologen noodzakelijk? Mevrouw Veltman: „Er waren wel instanties, maar die stonden ver van de studenten af en je had ook niet de indruk dat de proble­ matiek vaak van andere aard was dan waarop die instellingen, een IMP bijvoorbeeld, opgericht wa­ ren. Als een student problemen heeft met zijn studiekeuze, als het niet is wat hij er van verwacht had, dan is dat geen probleem waarmee je naar een IMP stapt. Het is belangrijk dat zo'n bureau dicht bij de studenten staat en kennis heeft van het reilen en zei­ len van de universiteit. Je hebt ook de mogelijkheid om contac­ ten te leggen met studentendeca­ nen, je kent de sfeer op de facul­

Maarten de Hoog teiten enzovoorts. Andere instel­ lingen hebben die kermis niet en daarom is het nog steeds goed dat er studentenpsychologen be­ staan." „Verder gaat het om mensen die relatief normaal functioneren, waarbij de storing niet zo om­ vangrijk hoeft te zijn, maar wel een grote uitwerking kan hebben, omdat studeren een kwetsbare bezigheid is. Het komt" aan op motivatie, zelfstandigheid en dat in een leeftijdsfase waarin je nog erg kwetsbaar bent, bezig bent je eigen identiteit te vinden. Je zit niet meer in een vaste groep zoals op school of thuis en je leeft in een situatie met veel vrijheden."

Misverstanden Wat sijn de verschillen met 19 jaar geleden in het werk? Mevrouw Veltman: „Ik ben be­ gonnen in de tijd dat de VU nog overzichtelijk was, er waren vijf ä zesduizend studenten en in het

begin was het bureau nog gehuis­ vest op de Van Eeghenstraat. Daar zaten ook de studentende­ canen en ­predikanten en de se­ cretaris van de Civitasraad. Hier­ door was je veel meer opgenomen in de VU want je ontmoette el­ kaar daar regelmatig en hoorde zodoende wat er zoal op de uni­ versiteit gebeurde. Je had toen ook veel meer contact met de stu­ dentenverenigingen; werd uitge­ nodigd bij bestuurswisselingen en bij de installatie van nieuwe leden. Ik vond het belangrijk om daar aanwezig te zijn, je hoorde wat er leefde onder de studenten en het was een aardige gelegen­ heid om de studenten zonder eni­ ge verplichting kennis te laten maken met het werk van de stu­ dentenpsychologen, wat toch drempelverlagend kan werken." „Bij de grootschaligheid van nu is alles veel meer geformaliseerd, het directe contact met de stu­ dentenwereld is er niet meer. Ook in de RSA (Raad Studenten Aan­ gelegenheden), waar de studen­ tenpsychologen tot 1982 onder vielen ­ MdH) was er toch ook alleen maar formeel contact. Het directe contact was erg nuttig om misverstanden weg te kunnen nemen over wat een psycholoog doet. Eén zo'n misverstand is dat je een kneusje bent als je naar een studentenpsycholoog gaat en een ander dat je vriendenkring heeft gefaald als je die stap zet. We wer­ den ook in de kennismakingstijd uitgenodigd om iets over ons werk te vertellen. Later is dat op­ genomen in de sociale introduc­ tie. Dat is een aantal malen heel leuk verlopen, maar toen bleek dat een massale aanpak niet zo geschikt was, werd er gekozen voor een decentrale opzet. Dat maakte wel dat^wij erg weinig mogelijkheden hadden om ons werk te presenteren." „Het is ook zo dat de studenten in die periode zo veel informatie krygehi dat je j^Jnoet beperken tot de meeste relevante zaken. Overigens heb ik de indruk dat de studenten die om nodig hebben ons wel weten tetvinden." . 'S

Wat trok u so aan in het werk van de studentenpsycholoog? 'Mevrouw Veltman: „Ik heb het altijd boeiend gevonden om jon­ geren te helpen die problemen hebben waar ze alleen niet zo

„Ik heb mijn werk ook gezien als opdracht, niet zozeer als zelfont­ plooiing. Ik heb de indruk dat ik toch heel wat mensen verder heb geholpen iets meer inzicht te krij­ gen in zichzelf, hun gevoelens, hun wensen en hun beperkingen. Dat geeft toch een bevredigend gevoel. De VU was voor mij ook aantrekkelijk omdat ik ver­ wachtte dat daar de problemen gekleurd zouden kunnen zyn door de geloofsproblematiek. Ik hpopte het bevrijdende van het evangelie naar voren te kunnen brengen, zodat mensen hun pro­ blemen konden oplossen zonder het hele geloof kwijt te raken, hoewel die stap soms onvermijde­ lijk was.

Verborgen factoren Met wat voor problemen komen de studenten nu naar de studentenp­ sycholoog? Mevrouw Veltman: „Een veel voorkomend probleem is het au­ toriteitsconflict. Dat kan zowel de studie als het contact met do­ centen beïnvloeden. Soms zijn mensen zich dit goed bewust, maar vaker is het een verborgen factor. Het is belangrijk in ons werk dat je deze verborgen facto­ ren op het spoor komt. Het is net als in de wiskunde; voor de oplos­ sing van een probleem moet je eerst alle relevante gegevens heb­ ben. Daarom is de formulering van het probleem zo belangrijk, als je het juist kunt formuleren ben je vaak al een eind op weg naar de oplossing. Een autori­ teitsconflict kan zich bijvoor­ beeld uiten in de vorm van: Ei­ genlijk kan ik het niet verdragen dat ik dit boek moet bestuderen, dat de schrijver meer weet dan ik." Daar komen dan vaak ver­ borgen grootheidsgevoelens bij: „Ik had het boek zelf willen schrijven." Het komt verder nogal eens voor dat mensen in meer of mindere mate problemen hebben met het leggen van contacten, vaak lukt oppervlakkig contact nog wel maar leveren diepergaande con­ tacten meer problemen op. Er zijn ook mensen die sterk vereenza­ men, maar dat zijn toch de uit­ zonderingen. Hiernaast komen natuurlijk nog vele andere pro­ blemen voor." Is er veel veranderd in de proble­ men? Mevrouw Veltman: De afgelopen twintig jaar zijn de problemen niet erg veranderd. Mensen ko­ men wel vaker naar ons toe, om­ dat de situatie moeilijker is ge­ worden; maar een moeilijke situ­ atie is op zichzelf niet de reden waarom mensen komen, ze ko­ men omdat zij het binnen die si­ tuatie niet zo goed kunnen red­ den. De mensen zijn niet zoveel veranderd en wat er ten grond­ slag ligt aan de problemen is daarom ook niet zo erg veranderd. Mensen komen vaak met een geï­ soleerd probleem dat je op zich

kunt oplossen door de nadruk op „het hoe" van het probleem te leggen, maar daarnaast is er ook altijd de vraag naar het waarom, de motieven. Dat ligt meer in de mensen zelf, en die veranderen niet zo erg. Als je van buitenaf kijkt, lijken het vaak eenvoudige problemen. Vrienden kunnen vaak onvol­ doende helpen, omdat ze het van buitenaf benaderen en meestal niet de mogelijkheid hebben om verborgen factoren te zien. Ze staan ook in een bepaalde relatie tot die ander. Bij de psycholoog kan de student hiet alles komen, omdat hij dan niet een relatie op het spel zet.

Kwetsbare positie Wat kan de psycholoog bijdragen aan het oplossen van problemen? Mevrouw Veltman: „Het is na­ tuurlijk zo dat mensen hun pro­ blemen zelf op moeten oplossen en dat ook willen, maar dat bete­ kent niet alléén oplossen. Veel mensen verwarren dat nog wel eens. Je moet als psycholoog sa­ men met de mensen werken aan de oplossing. Men kan ook veel leren als je merkt dat je niet de enige bent die met een bepaald probleem zit; daarom kan het ook helpen in een kleine groep onder leiding van een psycholoog er over praten. Studenten doen wel vaker een beroep op een psycho­ loog dan leeftijdgenoten onder andere door hun kwetsbare posi­ tie. Ik heb het echter nooit meege­ maakt dat mensen ten onrechte bij ons kwamen bijvoorbeeld om­ dat het modieus zou zijn om bij een psycholoog langs te gaan. Hoewel alle mensen problemen kennen worden het in de situatie van de student eerder „echte" (ac­ tuele) problemen. Studeren is na­ melijk een open situatie waarbij je op alle terreinen zelf structuur aan moet brengen en, omdat de resultaten pas op langere termijn komen, moet je bevredigingen kunnen uitstellen naar een later tijdstip." Is er verschil tussen de studenten uit de verschillende faculteiten in de mate waarin men een beroep doet op de studenten­psycholoog? Mevrouw Veltman: „Uit de socia­ le faculteit komen relatief meer mensen dan uit andere. Dat heeft te maken met de inhoud van de studie. Als je je interesseert voor de problemen van anderen van sociale of psychische aard zul je ook die problemen bij je zelf be­ langrijk vinden en daarop letten. Vanuit de sector wiskunde en na­ tuurwetenschappen komen min­ der mensen. Het kan zijn dat mensen daar anders met proble­ men omgaan maar misschien ook wel te lang wachten en niet weten dat het heel gewoon kan zijn om naar een studentenpsycholoog te gaan."

Advertentie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 433

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's