Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 461

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 461

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 25 ME11984

dagavond. Dan komt geen hond, dat weet iedereen." Een bestuurslid vertelt dat de eerste avond een succes was: „De eerste keer krijg je nog wat vrienden en vriendinnen in de zaal. Maar een tweede avond eenakters kijken, dat kan absoluut niemand opbrengen."

Overleg De zeven corpora in de „echte" studentensteden onderhouden contact over h u n toneelactiviteiten. De corpsleden bepalen welke stukken de toneelvereniging zal spelen. De voorkeur gaat in deze tijd uit n a a r het verbaal theater met een intellectueel sausje. Veel eenakters natuurlijk, die zijn kort en vragen meestal een kleine bezetting en zo kunnen er twee of meer groepen tegelijkertijd mee aan het werk. De meeste groepen werken zonder professionele begeleiding, een oudere speler met veel ervaring neemt dan de regie in handen. Naast het overleg van het studententoneel binnen de corpora valt er weinig structuur in de rest van het culturele studentenlandschap te ontdekken. Maar natuurlijk bestaat er wel een landelijk overleg Studium Generale en hebben de vier culturele organisaties van de VU, de UvA en de 'iniversiteiten van Leiden en Groningen regelmatig contact. Komt er opnieuw een coördinatie of misschien een organisatie voor studententoneel zoals de Stichting Nederlands Studententoneel (SNST) in de jaren zestig? Toen organiseerde de SNST niet alleen een jaarlijks festival (Stvtofes), maar werd ook deelgenomen aan buitenlandse festivals, werden leescommissies opgezet, werd een dramaturgie-archief aangelegd, werden studiedagen georganiseerd, enz. Ellen Boonstra, organisatie-medewerkster van de Amsterdamse CREA heeft er een hard hoofd in. Ze merkt op dat er vanuit Studium Generale niet veel te verwachten valt: „Studium Generale is landelijk heel weinig creatief. Het is alleen maar consumptief bezig." De groepen zelf hebben nauwelijks infrastructuur, speelruimte moet meestal gehuurd worden en archief en kantoorruimte is er al helemaal niet. Het spelen is een probleem. Men is erg aangewezen op amateursfestivals en het is heel moeilijk om de stukken te slijten.

Scènes uit „Tramhalte Beethovenstraat"

Leiden Er is in Leiden een groot aanbod van Studententheater en dat is voor een groot deel te danken aan het bestaan van het bijvak theaterwetenschap aan de universiteit. Afgestudeerden van die opleiding blijven actief toneelinitiatieven ondersteunen en zij stimuleren ook de experimentele aanpak van de studentengroepen. „De Noorderzon" was tot vorig j a a r de toneelgroep van de vakgroep theaterwetenschap. Zij speelden repertoire-toneel in een experimentele uitvoering. De Letterenvakgroep Russisch speelt „De Revisor" van Gogol, de vakgroep Duits speelde vorig jaar „Doktor Fysicus" de vakgroep Engels heeft een actief geselschap „The Lion and the Unicom", en

van Grete Weü, de produktie

ook nog een rondreizend gezelschap: het „Leiden English Speaking Theatre". De kwaliteit van dit vakgroepwerk is erg wisselend; het spelen is er niet alleen als ondersteuning van de studie, maar ook voor de pure gezelligheid. Ernaast zijn ook nog initiatieven die niet uitsluitend door studenten bevolkt worden. Zoals de mime-groep „Gruppo Tutto Dramatico", ontstaan uit de studentenbeweging en al lang gerenommeerd in het bewegingstheater. Of het „Tochtheater", dat via workshops van professionele theatermakers uit binnen- en buitenland, in de voetsporen van Grotowski, een zeer lichamelijke manier van spelen wil propageren. Jan Middendorp van het Toch-Theater: „De meeste mensen die hier in Leiden in het theater actief zijn hebben aan de universiteit het bijvak theaterwetenschappen gestudeerd. De contacten en de uitwisseling van ideeën in zo'n cursus hebben een stimulerende werking gehad. In een stad als Leiden komen culturele activiteiten überhaupt uit de studentenwereld. Of dit zo zal blijven weet ik niet. De laatste tijd is het wat minder vanwege de strakke studieplanning. Dat merken wij in ieder geval wel."

Wageningen - -X i-

WK Marga Minm, opgßimrd 4» im?..

Het plaatselijke toneelleven in Wageningen heeft een tijdje in de slop gezeten, maar sinds enkele jaren zit er weer vaart in. Studenten en ex-studenten van de Landbouwhogeschool zijn daar debet aan. H u n afkomst en oriëntatie blijkt duidelijk uit de namen van gezelschappen als „De Zingende Tractor", „Boeren als Marionetten", „Het Boerentoneel" en het „Boerinnentoneel". Wageningen biedt een gunstige voedingsbodem die uit diverse elementen bestaat: een kleine stad met een beperkt cultureel aanbod en een relatief omvangrijke instelling voor wetenschappelijk onderwijs. De studenten komen vaak uit een landelijke cultureel braakliggende - omgeving, die ze vanuit h u n opleiding aan de hogeschool niet alleen landbouwkundig maar ook cultureel willen ontginnen. Sommige Wageningse groepen gaan met h u n stukken dam ook regelmatig de boer op. Het „Boerentoneel" richt zich speciaal op landbouwproblemen zoals de ruüverjcaiveling en het „Consumententoneel" is oï^ezet vanuit de behoefte om mensen iets duidelijk te^maken. Hier l e ^ t n o g het vormingsthea-

van ,^ondag"

(VU) die dit jaar loopt.

ter en het is aan het spel van de studenten zondermeer te zien dat het toneelmatig aspect ondergeschikt is aan de boodschap. Het studententoneel heeft in Wageningen altijd al een rol van betekenis gespeeld. Al in 1928 hielden de studenten zich intens met theater bezig, onder de geestdriftige leiding van regisseur Adria a n Hooykaas, een actief man die ook de twee belangrijkste vooroorlogse studentengroepen in Amsterdam, de „Amsterdamse Studenten Toneel Vereniging" en „TUSA" regisseerde. Van 1961 tot 1969 organiseerde Wageningen, met steun van stad en hogeschool het jaarlijkse Studenten Toneel Festival (Stutofes), waaruit dan weer de Stichting Nederlands Studenten Toneel (SNST) groeide tot een organisatie met zo'n vijftig aangesloten groepen. In 1968 komt er zwaarwegende kritiek op Wageningen als vaste stek voor Stutofes. „Wageningen is voor een festival te geïsoleerd" heet het en met de kreet „Kuit u u r kent geen grenzen" wordt beslist om het festival langs de universiteiten te laten rouleren. Sommigen in de SNST-leiding willen van h u n festival een proloog van het Holland Festival maken en dat lukt één keer. Maar intussen wordt er steeds slechter gespeeld en minderwaardiger materiaal aangedragen. De kloof tussen de geëngageerde leiders van het SNST en de plaatselijke groepen groeit. Sommige toneelgroepen vluchten voor het geëngageerde geweld, de verplichte improvisaties en de eindeloze vergaderingen over het leggen van verbindingen met de studentenstrijd. Zij zoeken opnieuw h u n heil bij de inmiddels uitgedunde corpora. Uiteindelijk verdwijnt Stutofes n a een festival in 1975 in Nijmegen en blijven de eenakterfestivallen van de gezelligheidsverenigingen. Het wordt stil op het studentenpodium in Nederland. Studenten spelen nog wel toneel, m a a r de term „studententoneel" verliest zijn kracht. Actie, lef, creativiteit en bruisend toneelspel maakt in de zeventiger jaren plaats voor oubolligheid en amateurisme. Zijn er oorzaken voor die teloorgang? Volgens Bart Dieho, docent aan het Utrechtse Instituut voor Theaterwetenschappen, begonnen de verschillen tussen professioneel-, amateur- en studententoneel zo rond 1970 te vervagen. Eén oorzaak was de opkomst van het vormings- en margeto-

neel. De kritische en politieke functie van de studenten werd daardoor overgenomen. Uit dat vormingstoneel ontstond het ,,doelgroepen toneel": vrouwentoneel, flikkertoneel, toneel bij manifestaties en acties. Studenten verlegden het strijdtoneel letterlijk en figuurlijk van de universiteit naar de straat. Zij mengden zich onder het volk en als ze hier of daar in gezelschappen zaten, dan was dat niet als student, maar als lid van een actiegroep, van een buurtcentrum. Experimenteren met toneelvormen gebeurde na 1970 steeds meer binnen kleinere groepen die, mede dankzij de toen makkelijk verkrijgbare subsidie, als paddestoelen uit de grond rezen. Dit professionele of semiprofessionele margetoneel speelde de stukken die oorspronkelijk door studenten werden opgevoerd. Een andere oorzaak voor het verdwijnen van het studententoneel als avant-garde is de vervaging van het onderscheid tussen student en niet-student. Dat betekende minder belangstelling voor het universitaire verenigingsleven. En omdat er veel meer voorzieningen kwamen in buurtcent r a en andere maatschappelijke instellingen, was men voor toneel ook niet meer aangewezen op studentenverenigingen.

Toekomst Ziet Johnny Kuiper (Handke/Weiss-gezelschap) een opbloei zoals na de Tweede Wereldoorlog met die nationale maar ook internationale festivals nog mogelijk? Kuiper is pessimistisch: „We hebben nu acht jaar geprobeerd om het studententoneel nieuw leven in te blazen. Wë hebben alles gedaan wat maar mogelijk was. Het enige resultaat is dat mensen gaan zeuren over h u n betaling om te mogen spelen, dat ze het studententoneel uitsluitend gebruiken als een springplank voor de toneelschool of een figurantenrolletje bij het Publiekstheater. Het epigonisme viert hoogtij, de neiging om professionals na te apen is heel groot. Het studententoneel wordt voor een belangrijk deel kunstmatig in leven gehouden. Er is dadendrang noch inspiratie om een nieuw soort studententoneel van de grond te tillen. Een deel van de taak van het studententoneel is gewoon overgenomen door het repertoiretoneel. Behalve wat vormexperimenteren gebeurt er aan de universiteiten nog nauwelijks iets bijzonders. 'Maar ^wle weet, misschien komt dat nog."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 461

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's