Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 94

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 94

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 14 OKTOBER 1983

Bijvak 'vrouwen en natuurwetenschappen' in januari van start

Wie zegt dat vrouwen niet abstract kunnen denken? „Zelfs een zeer oppervlakkige blik op de stand van zaken in de natuurwetenschappen leert dat vrouwen óf totaal afwezig óf sterk ondervertegenwoordigd zijn." Voldoende reden voor de start van een doktoraal bijvak 'Vrouwen en natuurwetenschappen'. Dit bijvak, dat gegeven wordt door medewerkster vrouwenstudies Marta Kirejczyk, zal in januari van start gaan. Marta Kirejcsyk werd eind vorig j a a r benoemd als medewerkster vrouwenstudies aan de Bèta-faculteit. Zij behoort officieel tot de vakgroep Algemene Vorming (voorheen GMAN), maar het is de bedoeling dat zij onderwijs aan de zes studierichtingen binnen de bèta-faculteit gaat verzorgen. Dat betreft dus de faculteiten wiskunde, informatica, n a t u u r en sterrenkunde, scheikunde, geologie en fysische geografie, en biologie. De aanstelling van Mart a is een gevolg van de aanvraag voor de pool vrouwenstudies, die in juni 1982 door de Universiteitsraad onder andere aan de bètafaculteit werd toegewezen. Het geringe aantal vrouwen op de universiteit komt wel het duidelijkst tot uitdrukking bij studierichtingen in de wat meer exacte hoek. Niet alleen het zeer kleine aantal vrouwelijke studenten is opvallend; vrouwelijke wetenschappelijke medewerkers zijn, met uitzondering van de situatie bij biologie, helemaal met een lantaamtje te zoeken. Vrouwen worden bovendien niet zelden minder geschikt geacht voor de exacte vakken, vanwege h u n ver-

Roeleke Vunderink meende geringe vermogen tot abstract denken. Toch waren er ook enkele vrouwen die zich binnen de natuurwetenschappen duidelijk manifesteerden. Maar, zo schrijft Marta in h a a r voorstel voor het onderwijsprogramma: „Als het belang van een ontdekking door een vrouw niet te ontkennen valt, dan wordt het vaak gekleineerd." Een voorbeeld daarvan is Marie Curie-Sklodowska, die nota bene twee keer de Nobelprijs kreeg uitgereikt. Zij ontdekte rond de eeuwwisseling het radium. Toch schreef Lord Rutherford, een Brits fysicus, in 1910 over haar: „Ik denk dat de arme vrouw verschrikkelijk hard gewerkt heeft, en haar boeken sullen erg bruikbaar sijn voor een jaar of twee, om de ondersoeker de moeite te besparen sijn eigen te gebruiken literatuur op te sporen. Een besparing die ik overigens niet op alle punten voordelig vind."

Nobelprijs

Inhoudelijk gezien richt het bijvak 'Vrouwen en Natuurwetenschappen' dat inmiddels door de fakulteitsraad is goedgekeurd, zich op de rol en positie van de vrouw in de natuurwetenschappen, op de belemmeringen die zij op de weg naar haar ontplooiing tegenkomt, alsook op de bijdragen die zij aan haar eigen emancipatie heeft geleverd en kan leveren. Allereerst wordt bekeken hoe het de kleine groep vrouwelijke natuurwetenschapsters is vergaan. Het gaat hier met name om een historisch overzicht. Daaruit is bij voorbeeld al gebleken dat er vrouwelijke astronomen waren die met h u n m a n of broer samenwerkten. Zij deden dit om toegang tot de universiteit te krijgen. Uit-

eindelijk ging de m a n of broer dan met de resultaten van het gezamenlijke werk strijken. W a n t vrouwen aan de universiteit, dät kon toen nog niet. Een ander voorbeeld is de Engelse Rosalynd Franklin. Zij werkte aan het DNA-onderzoek en stelde een belangrijke hypothese op waar toen niemand in geloofde. Enkele jaren later werd door een m a n dezelfde hypothese onderzocht die daar de Nobelprijs voor kreeg... ï n een volgend gedeelte van het bijvak wordt ingegaan op de sociale positie van vrouwen binnen de natuurwetenschappen. Het gaat hierbij ook om persoonlijke ervaringen, zoals de schijnbaar onoplosbare tegenstelling tussen beroepswetenschapster en moeder, de vervreemdende organisatie van wetenschappelijke instellingen, de achterstelling van meisjes op het terrein van de exacte vakken in het middelbaar onderwijs en het geringe aantal vrouwelijke medestudenten. Een derde deel betreft hedendaagse bijdragen van de wetenschap die gebruikt kunnen worden om de achtergestelde positie van vrouwen te rechtvaardigen. Bekende voorbeelden hiervan zijn de sociobiologie, het hersenonderzoek en de socialisatietheorie. Wij spraken met Marta Kirejczyk over h a a r bijvak. Binnen de sociale wetenschappen is het niet so moeilijk om aan te wijsen hoe vrouwonvriendelijk dese studies vaak sijn. Maar dat lijkt me bij studies als wiskunde wat ingewikkelder. Ga je je ook besig houden met de specifieke inhoud van dese studies? Marta Kirejsyk: „Dat verschilt per studierichting. Bij wiskunde is het inderdaad heel moeilijk om de inhoud zelf op sexisme te bekritiseren. Maar bij biologie is dat natuurlijk wel mogelijk. Iets anders is dat je bij al deze studies verschillende vragen k u n t stel-

Bijzondere expositie in VU-restaurant

ftito AVC/VÜ

Hans Koetsier - door middel van een video-gesprek wordt het proces duidelijk gemaakt dat ligt tussen zijn laatste advertentie 'Quality etcetera' en de uitwerking van een onderdeel daarvan. J. C. J. van der Heyden - de totstandkoming van een schilderij, waarbij aan de hand van reisfoto's het balanceren tussen abstractie en werkelijkheid duidelijk wordt gemaakt. Theo Kuypers - zijn affiniteit met primitieve kunst wordt door middel van schetsjes, krabbeltjes en foto's, ontstaan op zijn reis n a a r Australië voor de bestudering

len. Het gaat dan vooral om de veronderstellingen die daaraan ten grondslag liggen. J e k u n t je afvragen of het voor de wetenschap iets uit had gemaakt of er meer vrouwen bij waren geweest. Allereerst hóe de onderzoeken worden gedaan, maar ook hoe de wetenschappelijke bevindingen worden toegepast. Waarom moest de ontdekking van de splitsing van het atoom leiden tot het atoomwapen? Marie Curie dacht n a de ontdekking van het radium ook voornamelijk aan toepassing in de medische sfeer. Later is er ook een andere bijgekomen. Maar nog even voor de goede orde: ik wil niet beweren dat de natuurwetenschappen er dankzij vrouwen beter uit zouden zien. Het zou misschien kunnen, maar dat moet nog blijken."

Lerares

Krijgen vrouwen binnen de rwrtuurwetenschappen met specificTee problemen te maken? „Dat denk ik wel. Want om zich te kunnen handhaven moeten veel vrouwen zich wel aanpassen. Er moeten dus gewoon méér vrouwen natuurwetenschappen gaan studeren. Dat betekent dat je al op de scholen moet beginnen met meisjes te stimuleren ook de exacte vakken te kiezen. En meer vrouwelijke leraressen, want de voorbeeldwerking die van een lerares wiskunde uitgaat kan enorm zijn." Nog even over je bijvak. Wanneer

Vervolg vanpag. 1

Kunst en wat eraan vooraf ging In de maand oktober is in het Exposorium van de VU (restaurant hoofdgebouw) een aparte tentoonstelling te zien getiteld: 'Een k u n s t w e r k . . . en wat eraan vooraf ging'. Deze tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de Nederlandse Kunststichting. Het publiek in een tentoonstelling wordt geconfronteerd met kunstuitingen die dikwijls het resultaat zijn van een langdurige ontwikkeling. De getoonde werken zijn een momentopname hiervan en eigenlijk kunnen alleen degenen die een kunstenaar regelmatig volgen, zien wat eraan vooraf ging. Een confrontatie met de voorgeschiedenis van een werk kan verduidelijken hoe en waarom de kunstenaar tot nieuwe vormen kwam en wat hierop van invloed was. Deze tentoonstelling toont een ontwikkelingsproces aan de hand van voorwerpen, knipsels, foto's, video, ideeën, voorstudies en gebeurtenissen die in onderlinge samenhang en n a selectie door de kunstenaar geresulteerd hebben in een kunstwerk. Hierbij zijn zes vooraanstaande Nederlandse kunstenaars uit verschillende disciplines betrokken. Marije de Goey - uitgangspunt is h a a r monumentale opdracht voor het voormalig Gerechtsgebouw te Zwolle waarbij getoond wordt hoe de presentatie van h a a r vrije werk de inspiratie blijkt te zijn voor de gerealiseerde vormen in Zwolle.

Marta Kirejcsyk (Foto AVC/VU)

van het Aboriginalwerk, zichtbaar. Auke de Vries - tekent met ijzerdraad. Zijn kunstwerk ontstond uit schetjes, en foto's die omgezet worden in het driedimensionale. Carel Visser - de verbondenheid van zijn werk met de n a t u u r zoals deze in 'de turkse stok' tot uiting komt, krijgt een duidelijker dimensie door de toevoeging van vondsten en herinneringen aan een vakantie in Turkije. De tentoonstelling wordt begeleid door informatiefolders over de zes individuele kunstenaars. Deze zijn in de tentoonstellingsruimte verkrijgbaar. (John Vriese.)

Verder mag de overheid zich niet met de inrichting van het onderwijs bezighouden en mag een tegenvallend rendement geen financiële consequenties hebben. Eenstemmigheid (althans statistisch) bestaat er ook over de toelatingscriteria voor het nieuwe hoger onderwijs. Men is het erover eens dat iedereen met een middelbare-schoolopleiding toegang tot het hoger onderwijs moet hebben; ook vindt men eensgezind dat de universiteiten geen inhaalprogramma's voor scholieren met achterstand hoeven te organiseren. De conclusie luidt derhalve dat HAVO en VWO niet nu gelijkgeschakeld moeten worden, m a a r dat nadere eisen t.a.v. de toelating afhankelijk gesteld moeten worden van de reorganisatie van het middelbaar-onderwijs. Wat betreft de toelating worden dus de kool en de geit gespaard. D a t geldt ook voor de functie van het vernieuwde hoger onderwijs: „Het hoger onderwijs in de toekomst moet kunnen bijdragen tot de oplossing van de huidige danwel toekomstige maatschappelijke problemen, ter voorbereiding van gewenste veranderingen", het moet „in sterkere mate dan heden" bij(jragen aan externe democratisering en sociale mobiliteit en bovendien moet het zo ingericht zijn dat het „o.a. de industriële vernieuwing" kan bevorderen. Ten slotte moeten de sociale, intellectuele en ethische ontwikkeling van de student (in deze volgorde) gestimuleerd worden. De emotionele en fysieke ontwikke-

gaat het beginnen en voor wie is het bedoeld? Marta Kirejcsyk: „Het zal in principe in januari beginnen, en het collectieve gedeelte zal tot juni doorlopen. Dit bijvak is in principe bedoeld voor alle vrouwelijke én mannelijke studenten aan de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen. Maar andere studenten zijn ook welkom, als h u n faculteit tenminste toestemming heeft gegeven." Een onzekere factor in het geheel is Marta's aanstelling. In tegenstelling tot alle andere medewerksters van de pool vrouwenstudies, wordt haar werk na een jaar geëvalueerd. Daarna zal over verlenging besloten worden. Hoewel de commissie die de UR daarover adviseert al in het begin heeft laten doorschemeren dat de plaatsen in principe verlengd zullen worden, blijft het een onzekere situatie. Bij een plaats uit de pool vrouwenstudies hoort ook het opzetten en uitvoeren van onderzoek. In de drie jaar die haar, ^Is het meezit, nog op de VU resten, wil Marta Kirejczyk onderzoek gaan doen naar de situatie van vrouwelijke studenten in de n a t u u r wetenschappen. Ze wil met name weten hoe h u n motivatie is en welke problemen ze zoal in h u n studie tegenkomen. Want dat meisjes te dom zouden zijn voor wiskunde wil er vandaag de dag gelukkig niet meer in. Inlichtingen over het bijvak zijn te verkrijgen bij Marta Kirejczyk, tel. (548)3569 (donderdag en vrijdag).

ling en de ontwikkeling van de maatschappelijke weerbaarheid vielen af. Misschien mogen ze de volgende keer wel meedoen. Bij het ter perse gaan van dit n u m m e r waren slechts de samenvatting van het onderzoek en de tweeënzestig conclusies en aanbevelingen beschikbaar. De, van uitgebreide grafieken, pijlen en schema's voorziene, samenvatting doet vermoeden dat wij hier eerder te maken hebben met een methodologisch experiment dan met een beleidsrelevante inventarisatie van meningen. Wat moeten wij met een conclusie als deze: „De opheffing van statusverschillen tussen HBO en WO in het licht van de ontwikkeling van één stelsel van hoger onderwijs, wordt - zij het met de hakken over de sloot - als belangrijk gezien"? Deze poging om een zo groot aantal deskundigen op één lijn te krijgen Hjkt weinig anders dan orakeltaal te kunnen opleveren. H. v.d. V.

Rechtzetting In het artikel van vorige week „Bezinningscentrum oogst waardering" zijn door een storende fout op de zetterij bij de opmaak van de pagina enkele alinea's verwisseld. Halverwege het verhaal wordt het daardoor wel even puzzelen. De kolom boven de foto met Bert Musschenga naast de aanhef loopt twee regels door in de kolom ernaast en vervolgt in de derde kolom onder het konterf eitsel van Bert. Onder aan de pagina gekomen leze men dan weer verder in de volgende kolom bovena a n de pagina regel drie. (Red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 94

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's