Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 54

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 54

11 minuten leestijd

ADVALVAS — 23 SEPTEMBER 1983

6

Dagelijks komen er acm werkloze Dat een doctoraalbul geen enkele garantie meer vormt voor een goedbetaalde baan annex flitsende maatschap­ pelijke carrière is de laatste jaren wel duidelijk gewor­ den. Nu komen er dagelijks acht werkloze academici bij en is het totale aantal gestegen tot rond de 13.000. We hebben het dan over afgestudeerden waar de maat­ schappij een forse schep geld in heeft geïnvesteerd, zowel in de opleiding als in het levensonderhoud van de stu­ denten. Bij bestudering van de werkloosheidscijfers per studierichting doemt daarom onvermijdelijk een serie vragen op. Hoe heeft die spectaculaire stijging tot stand kunnen komen? Wat doen de beleidsmakers eraan? Hoe reageren de opleidingen? Wordt het zo langzamerhand geen tijd voor het instellen van studentenstops op basis van de maatschappelijke behoefte? Onze Nijmeegse col­ lega's René Buck, Bert Heffels en Ruud Keulers gingen op zoek naar antwoorden. Werkloosheid onder academi­ ci. Een somber verhaal. Werkloosheid onder academici is géén recent verschijnsel. Al in de­ cember 1972 waren ruim vijftien­ honderd afgestudeerden vergeefs op zoek n a a r werk. De toename van de omvang van het ver­ schijnsel is wél volkomen nieuw. Zoals de grafiek op de foto laat zien is 1982 het grote rampjaar. In dat jaar stijgt de werkloosheid van afgestudeerden van 7692 tot 11242, een stijging van veertig procent! In de eerste helft van dit j a a r zijn daar nog eens vijftien­ honderd werklozen bijgekomen. Anders gezegd, elke dag melden zich acht drs. of ir. bij een ar­ beidsbureau ergens in Neder­ land. Bij deze cijfers dient bedacht te worden dat niet alle afgestudeer­ den zich inschrijven bij een ar­ beidsbureau: „Zo'n tachtig pro­ cent van de afgestudeerden laat zich inschrijven bij een arbeids­ bureau", laat desgevraagd de heer J. Kwinkelenberg, medewer­ ker van het Bureau Arbeidsvoor­ ziening Academici (Ministerie •Sociale Zaken en Werkgelegen­ heid), weten. Het aandeel van de vrouwen on­ der de werklozen is de laatste ja­ ren redelijk constant, rond de 28 procent. Overigens lag dit per­ centage halverwege de zeventiger jaren tien procent lager. De werk­ loosheid onder vrouwelijke afge­ studeerden is het voorbije decen­ nium dus niet alleen absoluut, maar ook relatief, gestegen. Een andere indicatie van de pro­ blemen op de arbeidsmarkt voor academici, vormt het aantal werkzoekenden, die al langer dan één jaar ingeschreven staat bij een arbeidsbureau. Eind 1980 wa­ ren er dat 1395, eind juni 1983 blijken er al 4414 „langdurig" werklozen te zijn. In relatieve cij­ fers betekent dat dat drienenëen­ half jaar geleden bijna een kwart van alle werkloze afgestudeerden langer dan een jaar werkzoekend was, terwijl dat n u al 35 procent is. Vooral sociologen, antropolo­ gen, psychologen en biologen blij­ ven langduriger werkloos dan an­ dere academici.

Verschillen In de afgedrukte tabel zijn de werkloosheidscijfers van een groot aantal studierichtingen ge­ noteerd. Het aantal werkloze taalwetenschappers nadert met rasse schreden de duizend, waar­ bij vooral afgestudeerden Neder­ lands en Engels moeilijk aan werk komen. Daarentegen is de werkloosheid onder oud­studen­ ten latijn en grieks (nog) ver­ waarloosbaar. Mocht er iemand werk hebben voor 464 werkloze geschiedkundi­ gen, dan kan hij zich onmiddel­ lijk melden: de arbeidsburo's kunnen, oneerbiedig gezegd, leve­ ren uit voorraad. Dat ook econo­ men te lijden hebben onder de economische crisis, blijkt wellicht ook uit de omvang van de werk­ loosheid onder economen, ruim vijfhonderd in getal. Rechtsge­ leerden zijn er ook in overvloed, meer dan duizend zelfs.

De bètawetenschappen gaat het relatief gezien nog redelijk, al is het aantal werkloze biologen gi­ gantisch hoog en vormen de werkloze scheikundigen een „goede" tweede. Het fabeltje dat technische wetenschappers nog goede kansen hebben op werk, k a n ook de pruUebak in: 693 werkloze technische wetenschap­ pers en nog eens 617 werkloze in­ genieurs bouwkunde is bepaald niet mis. De in Wageningen be­ staande vereniging van werkloze landbouwwetenschappers kan zich verheugen in een toenemen­ de belangstelling. In de medische sector is het ook niet alles goud wat er blinkt. Meer dan duizend artsen wach­ ten op een praktijk. Bij tandheel­ kunde is absoluut gezien het aan­ tal werklozen nog niet zo groot, m a a r de relatieve stijging is zéér groot. In ruim drie jaar tijd steeg de werkloosheid onder tandart­ sen van 17 tot 141! Voor apothe­ kers geldt hetzelfde verhaal als voor de tandheelkundigen: nog beperkte absolute werkloosheid, maar de markt slibt snel dicht. Bij de mens­ en maatschappijwe­ tenschappen valt de trieste situa­ tie bij sociologen en sociaal­geo­ grafen (incl. planologen) op, maar blijken de politicologen zich nog staande te houden. Tot slot blij­ ken maar liefst 1346 psychologen om te zien n a a r werk, terwijl ook het aantal pedagogen dat inge­ schreven staat bij een arbeidsbu­ reau aanzienlijk is en bovendien snel stijgt.

rijk deel voor rekening van de student zal moeten komen. Die blijkt namelijk volgens een heel stereotype manier een baan te vinden, een wijze die Ritzen om­ schrijft als het „tunneleffect": af­ gestudeerden blijven relatief lang zoeken n a a r een hele specifieke werkkring, die direct in het­A^er­ lengde van h u n studie Ugt. Pas als dat na lange tijd niet lukt, oriënteert men zich op een breder terrein. Ook op de universiteiten zal er het een en ander moeten verande­ ren. Daar hangt, aldus Ritzen, nog teveel een sfeertje van „je gaat toch de kwartaire sector in". Met name de onderwijsgevenden zullen zich op dat p u n t moeten heroriënteren, aangezien de per­ spectieven van de afgestudeerden sterk verminderd worden door deze blikvernauwing.

Bedrijfsleven Een andere complicerende factor in dat overschakelingsproces vormt het bedrijfsleven. In Ne­

sector het een en ander a a n het scheppen van werkgelegenheid te doen is vervat in de dit jaar ver­ schenen ministeriële notitie Bei­ aard. Minister Deetman van On­ derwijs en Wetenschappen wenst in die nota een mogelijkheid te zien om jaarlijks enkele duizen­ den afgestudeerden aan te kun­ nen stellen als , jonge onderzoe­ ker" voor een periode van vier jaar. Niet alleen goed voor de werkgelegenheid, aldus Deet­ man, maar tevens een geschikt middel om de vergrijzing in het wetenschappelijk onderzoek te­ gen te gaan en een poging om perspectief te bieden voor onder­ zoekers als aanloop voor een late­ re baan in de onderzoekswereld of elders in de maatschappij. Niet iedereen is even overtuigd van de heilzame werking van het plan, m a a r de minister lijkt daar niet wakker van te liggen. „Ik wil er wél op wijsen, dat in de voorstellen voor de twee­fasenstructuur, soals die er tot vorig jaar lagen, dat per­ spectief volkomen ontbrak. Som­ migen vinden echter dat ik ge­

die moeten sorgen voor de begelei­ ding en de rest van het onderwijs. Als de nota^Beiaard alleen een im­ puls geeft om in die richting te sorgen, dat een groot aantal jonge academici gedurende een viertal jaren een functie krijgt en mits vei­ lig is gesteld dat de universtaire organisatie ook kwalitatief haar taak kan blijven verrichten, sta ik daar helemaal achter."

Aanbod verminderen Er bestaat uiteraard nog een an­ dere mogelijkheid om het hoofd te bieden aan het overschot aan academici op de arbeidsmarkt, namelijk via een vermindering van het aanbod. In het afgelopen j a a r vielen vanuit Den Haag al voorzichtige geluiden te horen over afstemming van dat aanbod op de maatschappelijke behoefte. Geluiden die snel verstomden on­ der de storm van protest die op­ stak onder de onderwijsvragen­ den. Niettemin leeft het idee nog immer, al is de terminologie wat aangepast. Minister Deetman:

Naarmate de kolommetjes van de statistiek groter worden, neemt ook de sorriberheid toe onder nog niet afgestudeerden, (foto: Jan van Teeffelen)

Kwartaire sector De eerste die een jaar geleden aan de bel trok was de ­ toen nog Nij­ meegse, tegenwoordig Rotter­ damse ­ hoogleraar Tprof. dr. ir. J. Ritsen. Uit het regeerakkoord van 1982 en de Miljoennennota 1983 konkludeerde Ritzen, dat er grote problemen zouden komen in de kwartaire sector, globaal ge­ zegd dus de hele niet­commercië­ le dienstverlening, het traditio­ nele afzetgebied voor het meren­ deel der academici. Door de gigantische bezuinigin­ gen en ombuigingen in die sector is de vraag naar afgestudeerden drastisch verminderd. Volgens Ritzen is daar door de verant­ woordelijke ministeries niet of nauwelijks op ingespeeld. De ma­ nier waarop de overheid n u dan ook reageert is volgens hem dan ook te kwalificeren als paniek­ voetbal. Desondanks kunnen afgestu­ deerden nog slechts één kant op, die van de marktsector: „Dat wordt de keuse, óf werkloos óf dé marktsector. Op dit moment werkt so'n driekwart van de afgestudeer­ den in de kwartaire sector, m.aar de vraag naar academici is door de overheid stopgeset. Je moet dan wel trachten om via aanpassings­ processen te sorgen dat mensen in de marktsector terecht kunnen. Die processen hebben weliswaar tijd nodig, maar de overheid kan proberen om dat proces te beïn­ vloeden. " Aanpassing die voor een belang­

derland is slechts zes procent van de hoger opgeleiden werkzaam in de bedrijvensector, een percenta­ ge dat in ons omringende landen als Duitsland, Denemarken en Frankrijk aanzienlijk hoger ligt. Traditioneel is er in Nederland bijna geen enkel klein bedrijf dat een academicus in dienst heeft. Ritzen over de oorzaken daarvan: „Dat heeft natuurlijk voor een be­ langrijk deel te maken met de lo­ nen. Je suit er echter naar toe moe­ ten, dat werklose academici te­ recht komen op een lagere functie in het bedrijfsleven." De vraag is natuurlijk of daar­ door de werkloosheid niet ver­ schoven wordt in de richting van de lager opgeleiden. Ritzen vindt duidelijk van niet: „Zo iemand sit dan wel op een lagere funktie, maar hij vertegenwoordigt op die plek wel een meerwaarde. Hij geeft een betere invulling aan die funk­ tie dan een lager­opgeleide, het­ geen dus geen verdringing van één op één is, maar van één op een half. Een TH­ingenieur draagt nu eenmaal meer bij dan een HTS­er, simpelweg omdat hij langer gestVr­ deerd heeft. Als je dat niet meer gelooft, dan valt de reden weg om dat onderwijs nog langer in stand tehouden."

Beiaard Een van de mogelijkheden om toch ook binnen die kwartaire

woon door had moeten gaan vol­ gens het stramien dat mijn ambts­ voorganger Pais getrokken heeft. Welnu, als een meerderheid in het parlement vindt dat die weg moet worden bewandeld, dan valt dit perspectief voor vele duisenden weg. Gewoon wég." Ook prof. Jo Ritzen is van me­ ning dat er inderdaad goede kan­ ten zitten aan de nota­Beiaard, m a a r het gaat hem wat ver om te spreken van een 'banenplan'. „Het gaat om een herverdeling van de inkomens, er komt geen exta geld binnen bij de universiteiten. Je wordt als ondersoeker aange­ steld, maar dan met een lager salor­ ris, sodat er meer mensen aan bod kunnen körnen. Ik vind wel, dat tegenover dat lagere salaris vol­ doende ondersoeksbegeleiding moet staan. Nu lijkt het er te veel op, dat se ook flink wat onderwijs moeten gaan geven." Op het p u n t van die begeleiding richt zich ook een groot deel van de scepsis onder de universitaire bestuurderen. Ir. W. van Lieshout van het Nijmeegse college van be­ stuur is bepaald niet van mening, dat de nota is geschreven vanuit een weloverwogen visie op de or­ ganisatie van de universiteit, maar: „De nota heeft mijn sympa^ thie ais het gaat om de mogelijk­ heid grote aantallen jonge afgestu­ deerden aan werk te helpen. De vraag is alleen of het allemaal wél so kan als wordt voorgesteld, met name waar het gaat om diegenen

„Er treedt een duidelijke verschui­ ving op van werken naar vrije tijd. Die veranderingen in de samenle­ ving sijn ingrijpend van aard, waardoor, los van de vraag of er werk is, de behoefte aan onderwijs sal toenemen. Ik vind dvs, dat je de toestroom tot het wetenschappe­ lijk onderwijs als sodanig niet moet beperken, want dat sou in flagrante strijd sijn met de maat­ schappelijke ontwikkelingen." „De vraag of je binnen het aanbod van het wetenschappelijk onder­ wijs daarom maar alles op s'n be­ loop moet laten, is echter vers so­ veel. Er sijn studierichtingen, die seer kostbaar sijn, die afgestudeer­ den afleveren die op de arbeids­ markt in hoge mate niet­flexibel sijn of waarbij de maatschappelij­ ke behoefte sodanig gering is, dat een adequate opleiding niet moge­ lijk is. Neem bijvoorbeeld de lera­ ren: die moeten getraind worden in de klas en als er te weinig leer­ lingen sijn kun je niet in één klas een heleboel leraren^in­wording neersetten. B ij dat soort opleidin­ gen moet je seggen: het is verstan­ dig om de behoefte enigssins te be­ perken. Ik noem dat exces­bestrij­ ding en daarover kan het parle ment binnenkort ook een wets­ voorstel verwachten."

Voorzichtig zijn Een maatregel waarmee je overi­ gens niet voorzichtig genoeg k u n t omspringen, zo laat de his­

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's