Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 315

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 2 MAART 1984

Peter Lankhorst (PPR) op ISO-congres:

Maatschappij profiteert van studenten die universiteit mee hebben bestuurd „Zie erop toe dat de tweede fase, zo die komt, van een zodanig niveau is dat u meetelt op de buitenlandse markt. Laat u daarbij niet afleiden door zaken van democratische aard." Zo ziet Greetje Den Ouden-Dekkers, de nieuwe onderwijsspecialiste van de VVD, de rol van de student in de universitaire bestuursstructuur van de toekomst: de WWO '84. Over die WWO moet de Kamer binnen vijf- weken een oordeel hebben, en omdat Den Ouden's mening staat voor die van een meerderheid van de volksvertegenwoordiging dreigt de rol van de student in het universiteitsbestuur te zijn uitgespeeld. zy sprak zaterdag op een kongres op het Utrechtse landgoed Rhijnauwen, georganiseerd door het Interuniversitair Studenten Overlegorgaan, het behoudende jongere broertje van de studentenbeweging die in de mooie jaren zestig en zeventig de democratie bevocht. Ze stond daar overigens dit keer betrekkelijk alleen. Het PPR-kamerlid Peter Lankhorst en de voorzitter van de Utrechtse universiteitsraad Peter Sanger noemden vele redenen waarom een democratisch hoger onderwijs niet alleen beter is, maar ook efficiënter. Het enige wat de liberale pragmatica daar tegenin kon brengen was: „U hebt iets van de jaren dat de verbeelding aan de macht was. Maar de verbeelding heeft ons ook het paradijs niet gebracht." Inderdaad. De Wet Universitaire Bestuurshervorming die nu haar laatste dagen beleeft ging links destijds niet ver genoeg, merkte Lankhorst op. „De linkse partyen stemden tegen omdat de wet te weinig experimenteermogeiykheden bood. Nu is links vooral bezig te houden wat er is." Studenteninbreng is, betoogde hy, nu noodzakelijker dan ooit. Niet alleen op de instelUngen, waardoor te weinig doorstroming de wetenschappeiyke staf vergrijst. Ook de maatschappy heeft er profyt van. „Bedrijfsleven en overheid vragen mensen die kunnen besturen, weten te luisteren naar wat gaande is. Waarom zou je studenten dat niet bybrengen? Ik denk dat je juist de mensen uit de raden veel zult terugvinden in de maatschappy. Straks hebben we op die plaatsen alleen politico-

logen en bestuurskundigen. Hy moest, mèt de anderen, toegeven dat de belangstelling van studenten voor het raadswerk niet overhoudt. Een tekortkoming van de WUB wellicht. „Wil je dat verbeteren" waarschuwde Sanger, „dan moet je ongeveer alles laten waar je nu mee bezig bent. (...) Straks moeten in de faculteitsraden drie studenten het bestuur gaan controleren." „Kwestie van organisatie" vond Den Ouden, „van communicatie met de achterban". Maar toen Lankhorst haar erop attent maakte

de kondltie van schaatsers in de loop van de winter terugloopt. Dit leidt tot het niet lang vasthouden van de goede „vorm" tot in januari/februari. Dat lukt marathonschaatsers van 1 november tot in maart wel, maar zy trainen in de winter inmiddels wel door op de racefiets. Meer dan de sprint is het uithoudingsvermogen erg gevoelig voor meer of minder trainen. Uit onderzoek is bekend dat binnen een week al verminderde enzymactiviteiten in de spieren waargenomen worden, wanneer er minder getraind wordt. Zeker ook wanneer iemand op een hoog conditioneel niveau staat, dan leidt een week minder of niet trainen tot een teruglopen van de conditie. Dit overkwam de Golden Zweed Gustafson na de Olympische Spelen, toen hy in de week tussen de Spelen en het WK nauwelijks aan trainen toekwam. Ook de Ne-

Democratie niet strijdig met efficiency Verhoging van doelmatigheid is één van de argumenten waarmee de WWO '84 verkocht wordt. Dat argument had het zwaar te verduren. „Democratie en efficiency zyn niet strijdig" stelde Sander. „Is het efficiënt als binnen 25 minuten over een studieprogramma besloten wordt, wat later niemend interesseert? Dat is bestuurlijke beunhazerij." OverJiet verkleinen van de bestuursorganen merkte hy op: „Een klein college kan slagvaar-

diger zyn als ik de leden mag benoemen." En over de wetenschappers die het weer voor het zeggen krijgen: „Zyn wetenschappers efficiënt? Daarvan is my de laatste dertien jaar niets gebleken (...) „In wetenschapscommissies wordt een hoop onzin uitgekraamd, maar ik heb nog nooit gehoord dat het zou komen door de inbreng van studenten." Kortom: de in de WWO '84 voorgestelde veranderingen worden niet ge-" rechtvaardigd door gebeurtenissen in het wetenschappeiyk onderwys. Ook niet door die erbuiten. „Zelfs by de taakverdeling" zei Lankhorst „heeft de huidige struktuur er niet toe geleid dat de minister zyn zin niet kon doorzetten." Dat een wetenschapper een betere bestuurder zou zyn, gelooft overigens zelfs het VVD-kamerlid niet. Waarom moet hij dan wél de dienst uitmaken? „Een univer-

Folklore

Op het congres sprak ook nog prof. Engels, rektor-magnifikus te Groningen, die een lans brak voor de zelfstandigheid van de instellingen en meer vrijheid vroeg voor de „bestuurlyke folklore" die op elke universiteit weer anders is. Alle sprekers vonden dat de wet het aantal leden in een faculteitsraad (voorstel: 15) niet dwingend moet voorschrijven maar binnen een maximum aan de instellingen overlaten. Zowel Lankhorst als Den Ouden vonden het idee dat de minister het College van Bestuur benoemt, terwyi de U-raad het ontslaat, niet gelukkig. Lankhorst echter wil de raad ook laten benoemen, terwyi de VVD-woordvoerster de ontslagbevoegdheid van de raad uit de wet wil halen. Beide kamerleden vielen erover dat aan de WWO'84 nogal wat belangrijke en moeiUjke punten, zoals planning en overleg- en adviesstruktuur ontbreken, die in de „invoeringswet" geregeld zullen worden. „Vooruitschuifwetgeving" noemden ze dat. Sänger bracht te berde dat Deetman tegenwoordig onderscheid maakt tussen onderwysgebonden en niet-onderwysgebonden studentenvoorzieningen, waarby de laatste wel zullen worden wegbezuinigd dan blyft alleen de decaan. „Studenten moeten dan ï^^t" voor de rest de maatschappy in." „Dat is op zich niet slecht," vond Lankhorst, „als je ze dan ook de Het VVD-kamerlid G. den Ouden-Dekkers poseert samen met rector magnificus prof.-dr. L. J. Engels van de financiële middelen geeft om dat te betalen." Groningse universiteit voor de camera tijdens een ontspannen wandeling op landgoed Rhijngauwen (foto Werry Crone). (UP/Utrecht)

Trainingsrecept Vervolg van pag. 5

dat die achterban daar in deze tweefasentyd dan wel tyd én geld of studiebeurs van moet krijgen, antwoordde ze: „wy gaan daar geen miyoenen voor uittrekken die niet gedekt zyn. Dan moeten ze weer voor de bouwpot van de universiteiten af."

siteit is geen parlement, waar de leden op basis van geiykwaardigheid het belang van de hele samenleving in het oog houden. Een universiteit is een maatschappeiyk organisatie en daar moeten degenen die verantwoordeiyk zyn voor onderwijs en onderzoek ook de beslissingsbevoegdheid hebben. De student is er kort en heeft als konsument een korte termyn-belang, terwyl de wetenschapper meer de lange termyn-visie heeft." De tegenwerping van aanwezige studenten dat wetenschappers geneigd zyn hun belang te verdedigen in plaats van het belang van de wetenschap, terwyi de studenten die zó weer vertrokken zyn in de regel opkomen voor het belang van generaties na hen, kon Den Ouden niet overtuigen, zy wil de student slechts als „informatiebron" zonder beslissingsbevoegdheid. „Niet het getal, maar de inbreng is belangrijk." Straks beslist de Kamer over WWO '84. Dan zal niet de inbreng van argumenten maar het getal, de kortstondigheid van politieke macht de doorslag geven.

derlanders reisden na het EK in Noorwegen naar Davos, vandaar weer enkele dagen naar Nederland en toen weer naar Sarajevo. In die tyd is er veel gereisd en weinig getraind. Daardoor liep mogelyk de goede conditie, die zy toonden op het EK in Larvik, terug.

Specialisten? Het slechte presteren op de Olympische Spelen werd in de pers nogal eens geweten aan het optreden van specialisten uit andere landen. Ook Heiden, Schenk waren goede all-rounders en specialisten. Is de Canadees Boucher, brons op de 500 m, goud op de 1500 m een specialist te noemen? Fysiologisch gezien vereist het schaatsen van de 500 m andere kwaUteiten dan het schaatsen van de 1500 m. Is Karin Enke een speciaUste? M.i. lykt er van specialisatie in het langebaanschaatsen geen sprake te zyn, hooguit op de 500 m. De term specialist komt naar voren, omdat de laat-

ste jaren na het tydperk Eric Heiden het nivo van het all-round schaatsen niet is toegenomen. .Hierdoor konden schaatsers uit de ontwikkelingsschaatslanden (Oostenrijk, Roemenië, Polen, Finland) het internationale nivo bereiken. Ook het Nederlands record op de 1500 m van Hans van Helden staat al jaren. De Olympische tyden van Eric Heiden zyn niet verbeterd. Het zegt iets over de stabilisatie van de prestaties in het all-round schaatsen. Al eerder werd in dit verhaal gesproken over het feit dat veel Nederlandse schaatstrainers geen gebruik maken van het internationaal vooraanstaande schaatsonderzoek dat aan de Interfakulteit L.O. van de VU verricht is en wordt. Voorbeelden: 1) op internationale congressen tonen de Oostbloklanden de meeste interesse in het onderzoek. Russen en Oostduitsers nemen alle gegevens van gepresenteerde posters over. zy prijzen het gedane onderzoek. 2) Vorig jaar werd er uitvoerig onderzoek gedaan naar de techniek van de Nederlandse en Oostduitse dames. Wie toont veel belangstelling? De Oost-Duitse trainer! De huidige Nederlandse damestrainer heeft er geen notie van genomen. 3) In 1982 werd een sprintconditietest ontwikkeld. Nederlandse trainers hebben er weet van.

maar maken er geen gebruik van. Andere redenen, waarom Nederlandse schaatsers slecht presteren zyn: - ruzie en afgunst tussen de trainers; - nieuw aangestelde trainers halen geen informatie by hun voorgangers, iedere nieuwe trainer moet alles weer opnieuw gaan ervaren; "^^ - het ontbreekt veel trainers aan kennis en overzicht om de informatie uit trainingsliteratuur en inspanningsfysiologie naar de praktyk te kunnen vertalen; - iedere vorm van psychologische begeleiding is taboe.

Aanbevelingen In het licht van dit verhaal de volgende aanbevelingen voor het leveren van schaatsprestaties: - veel meer accent op de kwaliteit en kwantiteit van de wintertraining. Oostduitse schaatsters zouden volgens de berichten in november wel 200 ronden per dag geschaatst hebben. Nederlanders halen nog niet een kwart hiervan; - veel meer op conditie van het uithoudingsvermogen trainen op het ys en naast het ys (fietsen). Dit kan uniek hier in Nederland. - niet al in oktober/november naar buitenlandse trainingskampen gaan, maar gebruik maken van het Nederlandse klimaat

om hier veel op het uithoudingsvermogen te trainen, o.a. op de racefiets en door deelname aan enkele marathons. - pas voor belangrijke internationale wedstrijden in januari met een goede conditie naar snellere banen gaan, indien EK en WK op een snelle baan gehouden worden. - beter gaan trainen dan de concurrentie. Trainen zy 20 uur per week, dan zouden de Nederlanders 21 uur per week moeten gaan trainen met behoud van de kwaliteit. Dit gaat ten koste van de maatschappelyke positie van de schaatsers in ons land. In de Oostbloklanden is veel trainen en topprestaties een garantie voor een levenslange goede maatschappelyke positie. Dit is in ons land niet het geval, waardoor de drijfveer om alles voor de topsport over te hebben, niet gestimuleerd wordt. - by slecht weer (veel regen, storm, sneeuw) extra trainen op de schaatsplank, op rolschaatsen b.v. in veilinggebouwen. Uit eerder genoemd onderzoek is gebleken dat dit effektieve alternatieven zyn. Dit - op de Hollandse situatie toegespitst trainingsrecept voor schaatsprestaties - is goedkoper en dat is voor de schaatsers en de armlastige KNSB ook belangrijk. Jos Geijsel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's