Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 419
7
AD VALVAS — 4 MEM 984
Dr.Ir.H.L. Beckers, researchcoördinator Shell:
universiteit kan veel leren van het bedrijfsleven bij onderzoeksplanning Wat is de toekomst van het universitaire chemisch on derzoek in Nederland? Over deze vraag hield de Akademie Commissie voor de Chemie een tweedaags symposium in Lunteren met als titel: „Chemie vaarwel of welvaart." Hoewel de titel doet vermoeden dat het ging om een populaire bijeenkomst om het belang van de chemie nog eens aan te prijzen, was het een samenzijn van een honderdtal geselecteerde topmensen uit bedrijfsleven, universiteit en overheid. De directeurgeneraal voor het hoger onderwijs van het ministerie van O en W, Dr. R. J. in 't Veld, vond het in ie der geval belangrijk genoeg om de volle twee dagen aanwezig te zijn. Door middel van een direkte con frontatie van alle betrokkenen Maarten de Hoog werd geprobeerd om de plaats en de toekomst van het universitaire onderzoek te bepalen. Na alle stormachtige ontwikkelingen die ' Later noemde prof. dr. ir. D. de universiteit de afgelopen jaren Thoenes, sprekend als privé per heeft doorgemaakt is het tijd voor soon, „het een gangbare dooddoe een herbezinning op de rol van dit ner, vooral in de industrie, dat de onderzoek. Het is niet zo vreemd universiteit eigenlijk uitsluitend dat de chemici hierin het voor een onderwijstaak heeft en dat touw nemen. Daar is al jaren onderzoek aan de universiteit sprake van gestructureerd lande geen andere functie heeft dan lijk onderzoeksbeleid; zij waren de studenten tot onderzoekers op te eerste met een disciplineplan en leiden." Als dit echt zo was zou de term taakverdeling werd door den de universiteiten met een hen vóór Deetman, maar dan derde van de huidige middelen minder eufemistisch geïntrodu rond kunnen komen, denkt Thoe ceerd. nes. Onder deze trendsetters van het landelijk onderzoeksbeleid heers Beckers gaf aan dat de universi te hier en daar nogal wat verschil teiten veel kunnen leren van de van mening over hoe h u n disci ervaringen van het bedrijfsleven pline er in de toekomst uit moet bü het plannen van research n u zien. Toch werden een aantal maatschappelijke relevantie hoofdlijnen duidelijk: het funda steeds meer een criterium wordt mentele onderzoek blijft op de voor overheidsfinanciering zoals universiteiten de belangrijkste bijvoorbeeld bij de voorwaardelij plaats innemen; toegepast onder ke financiering. Volgens hem een zoek kan ook, mits het niet ten kleine revolutie, gezien de in de koste gaat van het fundamentele Nederlandse universitaire wereld werk en er moet beoordeeld wor diep gewortelde tradities op het den op de kwaliteit, m a a r naast gebied van vrijheid van onderwijs dit criterium moet ook de zinvol en onderzoek. Binnen de indus heid in de afweging een rol spe trie maakt men veel gebruik van len. scenario's voor het onderzoeksbe leid. Aangezien men de toekomst niet De Akademische Club van Che kan voorspellen moet men reke mici van de KNAW had er voor ning houden met verschillende gezorgd dat op het symposium de „mogelijke toekomsten". In mo verschillende belanghebbenden dellenberekeningen probeert allemaal aan bod kwamen. De men de consequenties van de ont overheid als voornaamste geldge wikkelingen op lange termijn te ver, de onderzoekers en de gebrui bepalen en dan zoveel mogelijk kers. Deze laatste categorie werd opties in het beleid open te hou vertegenwoordigd door in Neder den. land gevestigde multinationale ondernemingen, de belangrijkste afnemers van chemici en h u n on De tweede spreker B. J. in 't Veld derzoeksresultaten. Misschien is sloot hierbij aan door te wijzen op dat ook wel de reden dat binnen de scenario's die de Wetenschap de chemie zo'n voortvarend beleid pelijke Raad voor het regerings gevoerd kan worden. Het veld is beleid in de beleidsgerichte toe overzichtelijk en mede daardoor komstverkenningen heeft opge goed georganiseerd. Een klein steld. Alleen hanteert men hierin aantal organisaties met vele dub verschillende ideologische uit belrollen omvatten in bestuurlijk gangspunten in plaats van de opzicht de gehele chemie. De Aca prijs van ruwe olie. Hij vindt het demische commissie voor de che een belangrijke taak van de over mie, waarin de toponderzoekers heid om toekomstige ontwikke uit universiteit en bedrijfsleven lingen aan te geven waarmee de zijn verenigd, vervult vaak een wetenschap rekening heeft te initiërende rol en omdat de leden houden. Dat sommigen dit rich van deze commissie ook elders be ting aangeven tegenwoordig er langrijke functies vervullen Is varen als een aantasting van de het niet vreemd dat er een samen universitaire vrijheid vond hij hangend en slagvaardig beleid overdreven. ontwikkeld kan worden. De Nederlandse wetenschappers hebben vergeleken met h u n colle ga's in het buitenland zeer veel Bedrijfsleven inhoudelijke en budgettaire vrij heden. De overheid geeft alleen Dr. ir. H. L. Beckers, Group re globale indicaties en ziet af van search coördinator van de Shell, detailbeïnvloeding. Ook is vol maakte in de eerste inleiding dui gens hem het beleid stabiel, hoe delijk dat de industrie gebaat is wel dit door de meeste onderzoe bij fundamenteel onderzoek van kers anders wordt ervaren. Zo hoog niveau op de universiteiten. zijn sinds 1982 de totale middelen „Zulk onderzoek is essentieel voor voor het wetenschappelijk onder de opleiding van studenten tot wijs niet afgenomen en kenden ze goede, creatieve onderzoekers, en daarvoor een stijging. dat is toch prioriteit nummer één De voorzitter van de Stichting van de universiteit. Zonder fun Scheikundig Onderzoek in Ne damenteel onderzoek vallen er derland, de SON (ressorterend ook geen echte doorbraken te ver onder ZWO), Prof. dr. A. H. Stout wachten in de toekomst."
zeer ongelijkmatig te verdelen over de verschillende deelnemen de groepen. SON heeft volgens hem de taak het goede onderzoek te versterken en niet om de zwak kere broeders te helpen hogerop te komen.
": .'^^rf
Hierby wordt er n a a r gestreefd h e t beleid vooral van onder af op te bouwen (de „bottomup" stra tegie) en slechts in bescheiden mate „topdown indicaties" te verstrekken. Hij ziet bij de over heid juist de tegenovergestelde tendens, men wil teveel van bo ven af ingrijpen. In 't Veld be streed deze conclusie, zijn stelling was dat er op dit moment „geen overmatige hindering plaats vindt van het scheikundig onder zoek door dwingende topdown indicaties."
R. J. in 't Veld h a m e r wees er echter later op dat voor de chemie de formatieruim te de afgelopen driejaar drastisch is gereduceerd, vooral vanwege de dalende studentenaantallen. De middelen voor investeringen, ex ploitatie en de bibliotheek zijn nog veel sterker afgenomen. Hij concludeerde dat de huidige steun voor fundamenteel ónder zoek onvoldoende is om een stra tegisch reservoir van achter grondkennis en expertise op een voldoend breed terrein van de chemie te handhaven. Het is dan ook goed te begrijpen dat de che mici een groot voorstander zijn van studentonafhankelijke fi nanciering van het onderzoek. In 't Veld had natuurlijk geen geld meegenomen ter verbetering van de relatie tussen de scheikundi gen en de overheid, m a a r pleitte voor een betere inleving in de pro blemen van de ander; er is n u te weinig inhoudelijke discussie en geen uitwisseling van argumen ten.
Kwaliteit Waar de meeste mensen het over eens waren dat maatschappelijke relevantie, weliswaar verengd tot industriële relevantie, een steeds belangrijker criterium wordt, haalde Dr. Ir. H. G. van Eueren, voorzitter van de RAWB zijn stokpaardje, de kwaliteit van het onderzoek, weer eens van stal: „Het staat tegenwoordig bij vele (doch niet alle) betrokkenen en geïnteresseerden als een paal bo ven water dat de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek eer ste viool moet spelen bij de waar dering ervan." Voor het vaststellen van de kwali teit zijn en worden steeds verfijn der methoden ontwikkeld. Veel onderzoekers prefereren boven alles een , judgement by peers".
(Foto Bram de Hollander) beoordeling door vooraanstaande vakgenoten. Het probleem hier van is dat de zeer goede en slechte onderzoekers wel boven komen drijven, maar dat over de midden moot moeilijk een oordeel is te ge ven. Overigens liet hij op dit sym posium de toevoeging weg, die hij enkele weken geleden maakte bij een lezing op de VU over het zelf de onderwerp dat 90 % van de toe hoorders tot deze middelmaat be hoorde. Deze interne beoordeling heeft ook als nadeel dat vriendjes politiek een rol kan spelen en dat een eens gegeven oordeel niet snel wordt gewijzigd. De methoden voor externe beoor deling, vooral de bibliometrische, zijn nog volop in ontwikkeling. Het tellen van publicaties en ci taten wordt steeds gebruikelijker bij het beoordelen van een onder zoeksgroep. Het beoordelen van individuele onderzoekers is aar dig voor het opstellen van een top tien, maar niet zo geschikt voor het onderzoeksbeleid. Naast de kwaliteit vindt Van Eueren ech ter ook dat de zinvolheid van het onderzoek een rol moet spelen in de afweging of iets gestimuleerd moet worden. Hij bedoelt hiermee „de mate van verwachting dat het onderzoek tot voor weten schap of maatschappij belangrij ke resultaten zal leiden."
Meer geld Eén van de belangrijkste organen voor de sturing van het chemisch onderzoek is de SON. De voorzit ter, Stouthamer gaf uitleg over het beleid dat de SON de afgelo penjaren heeft gevolgd. Het prin cipe van de verdelende rechtvaar digheid, waartegen Van Eueren waarschuwde gaat hier zeker niet op. Stouthamer is er een voor stander van om de steun binnen een bepaalde werkgemeenschap
De SON heeft bewezen in korte tijd h a a r beleid te kunnen bijstel len. Twee nieuwe werkgemeen schappen werden er de afgelopen jaren opgezet, waarvan de finan ciering geheel ten koste is gegaan van de 15 andere. Ook heeft men actief ingespeeld op de wens van de overheid het universitaire on derzoekspotentieel meer dienst b a a r te maken aan maatschappe lijke belangen met de start van het programma voor toegepast scheikundig onderzoek. Men hoopt dat het toegepaste onder zoek binnen de stichting nog sterk zal groeien, dit mag echter niet ten koste gaan van het fun damentele werk. Er moet dus meer geld komen voor de chemie en volgens Stouthamer is minis ter Deetman zich terdege bewust van de betekenis van dit onder zoek gezien zijn constatering dat: „De gestarte innovatiegerichte onderzoekprogramma's zich voor het overgrote deel oriënteren op deelgebieden van de chemie." Als de overheid wil innoveren zal ze er ook voor moeten betalen.
Alternatief Prof. dr. ir. D. Thoenes van de TH Eindhoven ontvouwde een geheel eigen onderzoeksbeleid. De voor waardelijke financiering is een goed idee maar is n u tot een enor me barrière geworden: „Door plotseling het grootste deel van het onderzoek hierbij in te delen, is er niets anders gebeurd dan dat hetzelfde onderzoek op andere formulieren werd beschereven." Onder een drietal voorwaarden wil hij graag opnieuw beginnen met de hele operatie: 10% van het onderzoek mag jaarlijks worden ondergebracht bij de voorwaarde lijke financiering, elk jaar moet een programma vooraf worden opgesteld en de criteria voor be oordeling moeten ook van te vo ren worden vastgesteld. Het on derzoek wil hy als volgt verdelen: één derde moet „wetenschapsge richt zijn, de helft uit de eerste en de helft uit de tweede geldstroom gefinancierd. Der derde geld stroom mag slechts 1020% be dragen en zo'n 50% moet geba seerd zijn op maatschappelijke behoeften zoals de nieuwe inno vatie gerichte onderzoekpro gramma's. Binnen zes jaar moet deze verdeling volgens hem te verwezenlijken zijn. De rest van de eerste dag en de woensdag van het symposium werden gebruikt om in discussie groepen verder te praten over de inleidingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's