Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 369
3
AD VALVAS — 6 APRIL 1984
JOVD mag toch meedoen aan verkiezingen De JOVD zal toch mogen meedoen aan de universitaire verkiezingen; de exacte naamsaanduiding zal zijn „J.O.V.D. Amsterdam - V.U.". Dit is het resultaat van een compromis dat bereikt is tussen de kiescommissie en de JOVD. Door dit compromis hoefde het college van beroep verder geen uitspraak te doen over de kwestie.
naamsaanduiding om technische redenen onmogelijk is. De naam is namelijk te lang en past niet op de kiesformulieren. Dit technische probleem wordt n u verholpen door in de naamsaanduiding afkortingen te gebruiken. De kritiek van Eddie van den Boogaard richt zich erop dat de JOVD voor voldongen feiten is gesteld; dat de kiescommissie er
in het geheel geen rekening mee gehouden heeft dat de beroepsuitspraak ten gunste van de JOVD zou uitvallen. In plaats daarvan zouden tijdens de procedure de voorbereidingen voor de verkiezingen stilgelegd moeten worden. Volgens de heer Goldschmeding is er echter geen sprake van een vooringenomenheid tegenover de JOVD: „De voorbereidingen van de verkiezingen zijn een zeer langlopende procedure. We zijn al bezig met het treffen van één of andere regelgeving ter aanpassing van de kieslijsten voor het volgend jaar, zodat dit soort incidenten zich niet weer voor hoeft te doen." (Koos Neuvel)
Volgens de heer J. T. Goldschmeding van de kiescommissie is het belangrijkste dat de naamgeving geen ruimte laat voor verwarring; dat het niet gaat om de landelijke JOVD, of die van Amsterdam die dè kandidaten stelt voor de verkiezingen, maar dat dat uitsluitend bepaald wordt door de liberale jongeren aan de VU. De JOVD was bü monde van Eddie van den Boogaard zeer verheugd over dit resultaat: „Wij zijn tevreden met deze naamsaanduiding omdat onze identiteit er ruim voldoende in tot uitdrukking komt. Wij beschouwen deze overeenstemming als een groot succes voor ons, de kiescommissie heeft bakzeil moeten halen. Van de bezwaren tegen het meedoen van de JOVD omdat het een organisatie betreft die niet uitsluitend binnen de VU opereert, is weinig heel gebleven; men is overstag gegaan. Wij zijn blij dat deze zaak nu voorbij is, en dat we ons eindelijk kunnen storten op de zaak waar het werkelijk om gaat." Van den Boogaard sprak nog zijn verontwaardiging er over uit dat tijdens de beroepsprocedure meegedeeld werd dat de nieuwe
(Foto: AVC/VU)
Wetenschappelijke produktie universiteiten toegenomen De wetenschappelijke produktie van de instellingen voor w.o. is in 1982 vrijwel over de gehele linie toegenomen. In dat jaar werden 8901 mensen ingezet voor wetenschappelijk onderzoek, 661 meer dan in 1981 en zelfs 816 meer dan in 1980. Dit schrijft minister Deetman in het jaarlijks Wetenschapsverslag, een overzicht van de afzonderlijke wetenschappelijke verslagen van de instellingen. De toename in mensjaren, ingezet voor onderzoek, vond plaats vanuit alle drie de geldstromen, m a a r het sterkst binnen de tweede (ZWO) en de derde geldstroom, het contractonderzoek. ZWO kr;jgt daarbij in snel tempo meer aandacht voor de geestesen maatschappijwetenschappen. Het aantal mensen dat vanuit ZWO daar werd ingezet verdubbelde sinds 1980. Daartegenover n a m de aandacht van ZWO voor de natuurwetenschappen enigszins af. I n de derde geldstroom is op alle wetenschapsgebieden een opgaande lijn te vinden in het onderzoek, met uitzondering van de maatschappijwetenschappen. Over het algemeen valt op dat in 1982 de exacte wetenschappen, daaronder begrepen de medische en de landbouwwetenschappen, het meest van de groei hebben geprofiteerd. Ook het aantal dissertaties neemt toe. Binnen de natuurwetenschappen promoveert nog altijd het grootste aantal studenten (28,4%) maar dat betekent toch een afname ten opzichte van
1980, toen nog 30,9% promoveerde. Daartegenover wórdt het promoveren in de maatschappij- en geesteswetenschappen steeds populairder, van 2,4 % resp. 8,7 % in 1980 n a a r 3,7 resp. 11,9% in 1982. In de landbouwwetenschappen promoveerde in 1982 15,3%, ruim 3% meer dan in 1980. Gemiddeld promoveren 10 van de 100 studenten. In 1980 ging het nog om 8,5%. Tenslotte is in 1982 ook het aantal publikaties per onderzoeker gestegen, van 2,5 in 1980 en 1981, tot 2,7 in 1982. Tot de publikaties worden gerekend dissertaties, wetenschappelijke publikaties, vakpublicaties in niet-wetenschappeltjke tijdschriften en het totstandbrengen van octrooien. Minister Deetman noemt deze produktiviteit hoog, ook internationaal gezien (ongeveer één publikatie per jaar). Hij voegt er wel a a n toe dat hij niet weet of deze hoge produktie samenhangt met de selectie door de instellingen van wat wel en wat niet onder wetenschappelijke produktie wordt verstaan. (UP, Bert Bakker)
Vü-Jaarboek uit Onlangs is het VU jaarboek over de periode 1982/1983 verschenen. Het boek bevat o.a. het bestuursverslag over het cursusjaar 19821983, een lijst van nieuwbenoemde hoogleraren, een overzicht van wetenschappelijke congressen die in deze periode op de VU gehouden zijn, aantallen studenten, gepromoveerden e.d. Belangstellenden kunnen het jaarboek afhalen bij het Informatiecentrum, kamer lD-03, hoofdgebouw.
Algemene Rekenkamer:
Kosten studentenvoorzieningen kunnen flink omlaag De Algemene Rekenkamer vindt dat de kosten van de studentenvoorzieningen zoals sport, psychologen, studentendecanen en cultuur aanzienlijk omlaag zouden kunnen. De Rekenkamer schrijft dit in haar verslag over 1983, dat zij naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
De Rekenkamer heeft in 1981 uitgebreid onderzoek gedaan n a a r het niveau van de studentenvoorzieningen bij alle instellingen. Wat dat betreft bestaan er aanzienlijke verschillen bij de instellingen, wat volgens de Rekenkamer het gevolg is van het ontbreken van richtlijnen voor deze uitgaven. Dat is h a a r een doom in het oog, want de bestedingsvrijheid van de instellingen mag er volgens haar niet toe leiden dat de instellingen „geheel vrij ztjn ten aanzien van de samenstelling en de uitvoering van het pakket van studentenvoorzieningen". Dat is nu wel het geval. De kosten voor de rijksoverheid kunnen daarom omlaag, constateert de Rekenkamer. Deze kosten zijn n u ca. 63 miljoen per jaar. De gemiddelde kosten per student: 427 gulden. Voor de VU is dat gemiddelde: 390. De kosten, die de VU aan gezondheidszorg spendeert zijn laag. Aan culturele en esthetische vorming besteedt de VU relatief veel geld. In augustus 1977 schreef de toenmalige staatssecretaris Klein van Onderwijs aan de instellingen een brief, waarin als beleidsvoor-
nemen stond dat wat betreft de „voorzieningen van sociale aard" de WO-studenten niet langer als een specifieke groep in de samenleving moeten worden gezien. Die studenten zijn echter nog steeds bevoorrecht, constateert de Rekenkamer nu. Bevoorrecht, zowel ten opzichte van andere studerenden als ten opzichte van de „werkende leeftijdgenoten". Dat is bijvoorbeeld het geval bij de lichamelijke vorming en sport, die bij alle instellingen op een hoog niveau ligt. Daar komt bij dat de bijdragen die studenten a a n de sportvoorzieningen hadden moeten betalen in 1978, 1979 en 1980 op resp. 40, 60 en 75 gulden lagen. In werkelijkheid echter weken bijna alle instellingen daarvan af. Ook in 1981 en 1982 was de bijdrage nog lager dan 75 gulden. Daardoor kwam over die jaren ruim 3 miljoen gulden te weinig binnen. Bovendien bleken alle instellingen, met uitzondering van Nijmegen, de opbrengst van de bijdrage opnieuw uit te geven, in plaats van deze als bate in de boeken op te voeren. Ten slotte profiteerde ook het personeel van de instellingen van de sportvoorzieningen, en dat is al helemaal niet de bedoeling. De kosten van deze studentenvoorzieningen voor de rijksbegroting kunnen daarom omlaag, is de conclusie van de Rekenkamer. Ook de kosten van de Universitaire gezondheidszorg zijn sterk uit de hand gelopen. Volgens staatssecretaris Klein moest deze vooral preventief zijn gericht, maar vrijwel overal werd óók gewone geneeskundige behandeling gegeven en dat was niet de bedoe-
ling want daarvoor moeten studenten bij gewone huisartsen terecht. De VU, Eindhoven, Limburg en Rotterdam krijgen in dit verband een pluim van de Rekenkamer, omdat deze instellingen in plaats van een eigen studentenarts overeenkomsten hebben met plaatselijke huisartsen of, in één geval, met de GGD. De kosten liggen aan die instellingen dan ook laag. Aan de UvA en de THT daarentegen is de studentenarts gewoon huisarts. Aan die laatste instelling functioneert bovendien een eigen tandheelkundige dienst, in strijd met de opvattingen van Klein en ook van Deetman, biykens een brief van de huidige minister aan de Rekenkamer. De kosten in Twente liggen als gevolg hiervan vier keer zo hoog als de gemiddelde kosten van de universitaire gezondheidszorg. Ook op andere studentenvoorzieningen scoort Twente hoog, maar de Rekenkamer wijst daarbij op het feit dat de Technische Hogeschool in Twente als enige van de instellingen een campus heeft. De Rekenkamer heeft daarbij niet gekeken n a a r het aantal studenten dat van de voorzieningen gebruik maakt. Voor Twente ligt dat op 90%, elders op ongeveer de helft daarvan. Ook de cultuur- en kunstvoorzieningen hebben een grote groei ondergaan. De grenzen daarvan zijn nooit door het ministerie aangegeven. Wel werd ooit in 1959 een beperkte overheidssubsidie genoemd van 2500 gulden per j a a r voor elke instelling. Afgezien van de huisvestingskosten geven instellingen echter tussen 100.000 en 700.000 gulden per j a a r hier-
a a n uit, in totaal 5,8 miljoen. ,,Hoe schril steken die bedragen tegen elkaar af," aldus de Rekenkamer, die vindt dat ook op dit gebied WO-studenten bevoorrecht zijn. „Herbezinning" is dan ook gewenst. Ten slotte wijst de Rekenkamer op het feit dat studentenpsychologen, evenals de universitaire gezondheidszorg, nauwelijks doorverwijzen n a a r de op dat gebied bestaande algemeen maatschappelijke voorzieningen. Opnieuw is de student bevoorrecht, ook al omdat de hulp kosteloos is. Minister Deetman'liet echter in een brief weten het aan de instellingen over te willen laten hoe veel geld zij aan psychologen uitgeven. Op een symposium van de Academische Raad over studentenvoorzieningen zei minister Deetm a n enige maanden geleden dat hij in de toekomst minder studentenvoorzieningen wil gaan betalen. Volgens zijn redevoering toen zou het ministerie in ieder geval voorzieningen blijven betalen op het „probleemniveau", om afhaken en studievertraging te voorkomen. Als voorbeelden noemde hij het decanaat en de studiefinanciering. Voor het overige moesten de instellingen zelf aantonen dat bekostiging van voorzieningen door de minister noodzakelijk is, maar „tapdansen en Strandzeilen" viel daar in ieder geval niet onder. Naar verwachting in de zomer zal een nota over de studentenvoorzieningen verschijnen. Volgens een zegsman van het ministerie gaat die nota echter nog verder dan de toespraak van de minister. Ook op andere terreinen wordt de
minister van Onderwijs nog door de Rekenkamer op de vingers getikt. Zo bestaat er al jarenlang een grote achterstand op het gebied van de controle en de goedkeuring van de jaarrekeningen van universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen. Die achterstand is eerder opgelopen dan afgenomen in het laatste jaar, constateert de kamer. Verder wordt al 16 jaar gewerkt aan een regeling van de octrooien auteursrechten van uitvindingen en publikaties binnen de instellingen. Een jaar geleden deed de rekenkamer een dringend beroep op minister Deetman om met die regeling haast te maken, ook vanuit het oogpunt van de kosten. Tevergeefs, want Deetm a n zei voor deze taak geen mensen te willen vrij maken, omdat die het te druk hebben met andere dingen. Een regeling op basis waarvan studenten tandheelkunde overal hetzelfde bijdragen aan de kosten van instrumentarium en verbruiksmateriaal laat al 9 jaar op zich wachten. De invoering van een landelijke regeling voor de aanvullende honorering van medische specialisten in Academische Ziekenhuizen, totstandgekomen in 1981, is nog steeds niet geregeld. Wat de laatste drie punten betreft maakte de Algemene Rekenkamer in voorgaande jaren telkens weer h a a r opmerkingen, m a a r kenneUjk zonder resultaat. Het verslag van de Algemene Rekenkamer zal in de komende maanden door de Tweede Kamer worden behandeld. (UP, Bert Bakker)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's