Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 180
10
AD VALVAS — 2 DECEMBER 1983\ Dit is een Info-pagina. Infopagina's kunnen door VU-instanties tegen betaling worden benut voor publikatie van informatie die wegens uitvoe-
righeid en gedetailleerdheid niet in de Mededelingenrubriek thuishoort. Publikatie geschiedt buiten verantwoordelijheid van de redactie voor
de inhoud. De voorwaardenwaaronder van Info-pagina's gebruik kan worden gemaakt zijn ter redactie verkrijgbaar.
Loon- en inkomstenbelasting per 1 januari als gevolg wetsontwerp Tweeverdieners In de maand december 1983 zal de Eerste Kamer het wetsontwerp Tweeverdieners behandelen. Als gevolg van dit voorstel treden met ingang van 1 januari 1984 aanzienlijke wijzigingen op in de loon- en inkomstenbelasting met verstrekkende gevolgen. Wij adviseren daarom het onderstaande goed te lezen. In verband met de invoering van een nieuwe tariefgroepindeling dient een ieder, zoals vermeld in punt 5, een nieuwe werknemersverklaring in te vullen. Deze nieuwe werknemersverklaring wordt binnenkort - per interne post - toegezonden en wij verzoeken u deze verklaring - volledig ingevuld én ondertekend - vóór 15 december 1983 terug te zenden aan de Dienst Personeelszaken, hoofdgebouw, kamer lE-45.
1. Inhoud van het wetsvoorstel
Een zeer belangrijk element voor de gelijke behandeling is het voorstel tot wijziging van de horizontale tariefstructuur waarin centraal staat een voor alle belastingplichtigen geldende algemene belastingvrije som. Door de toekenning van eenzelfde algemene belastingvrije som aan iedere belastingplichtige, ongeacht burgerlijke staat of geslacht, wordt de basis gelegd voor een stelsel waarin de gelijkheid van belastingplichtigen voorop staat. Te zamen met de uitbreiding van de beperkte fiscale verzelfstandiging van de gehuwde vrouw en de integrale rolwisseling wordt hiermede tegemoet gekomen aan het in de maatschappij levende verlangen naar zowel fiscale verzelfstandiging van de gehuwde vrouw als gelijke behandeling van gelijke of vergelijkbare gevallen.
2. Horizontale tariefstructuur
a. Algemene belastingvrije som. De hoogte van de voor alle belastingplichtigen geldende algemene belastingvrije som ten bedrage van ƒ 7.38H) is gelijk aan die welke behoort bij de bestaande tariefgroep 2. b. Toeslagen op de algemene belastingvrije som Op de algemene belastingvrije som wordt aan binnenlandse belastingplichtigen een toeslag verleend indien h u n persoonlijke omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dit betreft: - alleenstaanden (ongehuwden van 34 jaar^) en ouder) die voor zich alleen een huishouding voeren); - alleenverdieners (één persoon brengt het inkomen aan voor het gezin of een andere leefeenheid); - bij na-alleenverdieners (één persoon brengt praktisch het gehele inkomen voor het gezin of een andere leefeenheid aan); - alleenstaande ouders. Tweeverdieners (twee personen brengen het inkomen aan voor het gezin of een andere leefeenheid) komen dus niet in aanmerking voor een toeslag, evenmin de ongehuwden die niet tot de alleenstaanden of de alleenstaande ouders worden gerekend. c. Hoogrte van de toeslagen op de algemene belastingvrije som Globaal weergegeven zijn de toeslagen op de algemene belastingvrije som met de daarvoor geldende criteria de^volgende: - de alleenstaande-toeslag, groot ƒ 2.540, voor de ongehuwde») belastingplichtige die bij de aanvang van het kalender 34 jaar of ouder is en die duurzaam voor zich alleen een huishouding voert; - de alleenverdiener-toeslag, groot ƒ 5.335, voor:
a. de gehuwde belastingplichtige wiens echtgenoot geen inkomen heeft dan wel een inkomen dat niet meer bedraagt dan ƒ 4.841; b. de ongehuwde belastingplichtige die bij de aanvang van het kalenderjaar 27 jaar^) of ouder is en die duurzaam een gezamenlijke huishouding voert met een andere ongehuwde belastingplichtige van 27 jaar») of ouder, ingeval deze laatste geen inkomen heeft dan wel een inkomen dat niet meer bedraagt dan ƒ 4.841; - de bijna-alleenverdiener-toeslag, groot ƒ 2.540, voor de hiervoor bij de alleenverdiener-toeslag aangeduide belastingplichtigen wier partner een inkomen heeft dat meer bedraagt dan ƒ 4.841 doch niet meer dan ƒ 7.381; - de alleenstaande-ouder-toeslag, groot ƒ 5.335, voor de ongehuwde belastingplichtige met afhankelijke kinderen ingeval deze belastingplichtige met geen ander dan eigen of aangehuwde kinderen dan wel pleegkinderen jonger dan 27 jaar een huishouding voert; - de aanvullende alleenstaandeouder-toeslag, maximaal ƒ4.076, voor belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de alleenstaande-oudertoeslag bij het verrichten van werkzaamheden buiten het huishouden terwijl tot dat huishouden een jeugdig kind behoort. De toeslag van ƒ 2.540 op de algemene belastingvrije som van ƒ7.381 brengt het totaal van de belastingvrije som op het niveau van de belastingvrije som voor de huidige tariefgroep 3 (ƒ 9.921). De toeslag van ƒ 5.335 brengt het totaal van de belastingvrije som op het niveau van de belastingvrije som voor de huidige tariefgroep 4 (ƒ 12.716) en tariefgroep 3 met toeslag (ƒ 9.921 + ƒ 2.795). De aanvullende alleenstaande-ouder-toeslag is gelijk aan de bestaande aftrek één-oudergezin. d. Voorgestelde tariefgroepindeling Ter onderscheiding van de huidige in Arabische cijfers aangeduide tariefgroepen worden de tariefgroepen in de nieuwe opzet van de tariefstructuur aangeduid in Romeinse cijfers. Ingedeeld wordt - in tariefgroep I: de belastingplichtige die geen toeslag op de algemene belastingvrije som geniet (b.v.s. ƒ 7.381); - in tariefgroep II: de belastingplichtige die de alleenstaandetoeslag of de bijna-aUeenverdiener-toeslag geniet (b.v.s. ƒ 9.921); - in tariefgroep III: de belastingplichtige die de alleenverdiener-toeslag geniet (b.v.s. ƒ 12.716); - in tariefgroep IV: de belastingplichtige die de alleenstaandeouder-toeslag geniet (b.v.s. ƒ 12.716).
e. Voor tariefgroepindeling beslissende toestand Voor de heffing van de inkomstenbelasting is onder het huidige regime de toestand bij het einde van het kalendeijaar of de belastingplicht beslissend voor de tariefgroepindeling. De voorgestelde regeling houdt in, dat voor het in aanmerking komen voor een toeslag op de algemene belastingvrije som en de daarmee samenhangende tariefgroepindeling niet de toestand op een bepaald tijdstip beslissend Is, maar de toestand gedurende een referentieperiode van ten minste zes maanden in het kalenderjaar. Zo moet men om in aanmerking te kunnen komen voor een toeslag op de algemene belastingvrije som in een kalenderjaar zes maanden voor zich alleen een huishouding voeren, met een ander een gezamenlijke huishouding voeren of gehuwd zijn e.d. Bij de heffing van de loonbelasting zal voor de tariefgroepindeling bepalend zijn de situatie van het moment met dien verstande dat de duurzaamheid van het voeren van een huishouding voor zich alleen of gezamenlijk zal worden afgemeten n a a r de toestand op dat moment in combinatie met de toestand gedurende de laatste zes maanden of de verwachting voor de komende zes maanden. Voor de leeftijdsgrenzen van 27 en 34 jaar die van belang zijn bij de tariefgroepindeling is beslissend de toestand bij de aanvang van het kalenderfaar. Oudere ongehuwden en de alleenstaande toeslag. Volgens het voorstel wordt de alleenstaande-toeslag voorbehouden aan de ongehuwde belastingplichtige die duurzaam voor zich alleen een huishouding voert. In verband met dit materiële criteriu m zou in principe de bestaande leeftijdsgrens van 35 jaar niet moeten worden gehandhaafd. Het laten vervallen van een leeftijdsgrens stuit echter op budgettaire bezwaren en op bezwaren van praktische aard. Met name bij jongere ongehuwden is het niet altijd duidelijk of met betrekking tot de huisvesting en de voorziening in eigen levensonderhoud kan worden gesproken van een duurzaam voor zich alleen voeren van een huishouding. In dit verband is tijdens de discussie over de nota „Op weg" gewezen op de studentenhuisvesting. Ook kan, eveneens vooral ten aanzien van studerenden, worden gewezen op het verschijnsel dat derden (meestal de ouders) mede voorzien in het levensonderhoud van de belastingplichtige en daarom in aarmierking kvmnen komen voor kinderbijslag of, in de plaats daarvan, voor buitengewone-lastenaftrek. Uit doelmatigheidsoverwegingen zou een leeftijdsgrens aansluitend op die welke voorkomt in de regelingen inzake de kinderbijslag en de buitengewone-lastenaftrek voor de hand hebben gelegen. Dan zou de alleenstaande ongehuwde zodra het jaar verstreken is waarin voor het laatst op die regelingen een beroep kan worden gedaan, dus direct n a het jaar waarin hij 27 j a a r is geworden in aanmerking k u n n e n komen voor de alleenstaande-toeslag indien hij duurzaam voor zich alleen een huishouding voert. Verlaging van de leeftijdsgrens van 35 n a a r 27 jaar zou echter een budgettair offer vragen van ƒ 70 miljoen. Een dergelijk budgettair offer is volgens de bewindslieden onder de huidige omstandigheden niet verantwoord. Daarom is besloten de bestaande leeftijdsgrens van 35 jaar t e handhaven. De leeftijdsgrens van 34 jaar dient uit een oogpunt van gelijke
behandeling algemeen te gelden, derhalve ook voor personen die gehuwd zijn geweest of duurzaam gescheiden leven. De alleenstaande-toeslag komt niet toe aan ongehuwde belastingplichtige die met een of meer anderen een gezamenlijke huishouding voert. Het gaat hier niet alleen om huishoudingen van een m a n en een vrouw die met elkaar leven als waren zij getrouwd, maar ook om andere situaties van samenleving en samenwonen zoals die in familieverband (ouder kind, broer - zus, broers, zusters, oom - nicht, enzovoorts), of op basis van vriendschap (vrienden, vriendinnen, collega's) of anderszins. Voor de alleenstaande-toeslag komt, als een uitzondering op het voorgaande, wel in aanmerking de alleenstaande ouder van 34 jaar of ouder die een huishouding voert met geen ander dan één of meer eigen of aangehuwde dan wel pleegkinderen waarvan het oudste kind bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt. Alleenverdieners en bijna-alleenverdieners Na het verlenen van de alleenverdiener-toeslag en de bijna-alleenverdienertoeslag wordt in de horizontale tariefstructuur (de belastingvrije sommen) rekening gehouden met de financiële verzorging die een belastingplichtige jegens een ander op zich heeft genomen, kortweg aangeduid met de „zorgplicht". Hierbij behoeft het niet te gaan om een juridische verplichting. Voor zover de ander k a n beschikken over voldoende eigen inkomen behoeft hij de bepaling van de fiscale draagkracht van de belastingplichtige aan die zorgplicht geen gevolg te worden toegekend. Daarom is er een samenhang tussen het recht van de belastingplichtige op de alleenverdiener-toeslag of de bijna-alleenverdiener-toeslag en de inkomenspositie van die ander. De alleenverdiener-toeslag of de bijna-alleenverdiener-toeslag k a n niet alleen binnen het huwelijk worden genoten maar ook door een ongehuwde belastingplichtige die duurzaam een gezamenlijke huishouding voert met een andere ongehuwde belastingplichtige wiens inkomen de daarvoor gestelde grens niet overschrijdt. Ten aanzien van ongehuwd samenwonenden kan evenwel uit doelmatigheidsoverwegingen een leeftijdscriterium niet worden gemist. In het voorstel is daartoe de hiervoor in het kader van de alleenstaande-toeslag als voor de hand liggend aangemerkte leeftijdsgrens van 27 jaar opgenomen. Immers ook hier kan zich tot die leeftijd de situatie voordoen dat anderen, waarbij met name valt te denken aan de ouders, met fiscale erkenning (hetzij door het genieten van belastingvrije kinderbijslag hetzij door vervangende buitengewone-lastenaftrek), mede voorzien in het levensonderhoud van degene met wie de belastingplichtige een gezamenlijke huishouding voert. De leeftijdsgrens van 27 jaar zal niet gelden voor ongehuwden met een of meer afhankelijke kinderen in'een samenlevingsverband waarin de ene partner zich jegens de ander kwijt van de zorgplicht. Deze situatie zal in materieel opzicht de situatie van een gezin van een gehuwd echtpaar met kinderen in de regel zozeer nabij komen dat er naar de mening van de bewindslieden aanleiding bestaat voor die ongehuwd samenlevenden geen leeftijdscriterium toe te passen. De mogelijkheid om in aanmerking te komen voor zo'n toeslag in situaties waarin meer dan twee
Aanvragen voor Info-pagina's (minimaal halve pagina) richten aan: Redactie Ad Valvas, Hoofdgebouw kamer OD-01. Tel. 4330 of 6930. persorien ongehuwd duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren is\echter beperkt tot één van hen en alleen op gezamenlijk verzoek. Daarmede wordt onder meer voorkomen dat in verband met de inkomenspositie van één persoon twee of meer andere tot dezelfde huishouding behorende ongehuwde belastingplichtigen zich zouden aanmelden voor het verkrijgen van zo'n toeslag. Alleenstaande ouders De alleenstaande-ouder-toeslag wordt volgens het voorstel alleen verleend aan die ouders die een huishouding voeren met uitsluitend eigen of aangehuwde kinderen of pleegkinderen die geen van allen bü de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt, en aan ouders die voor zich alleen een huishouding voeren. Dit laatste betreft situaties waarin de kinderen die voor h u n levensonderhoud van de belastingplichtige afhankelijk zijn, niet of niet meer tot diens huishouding behoren (bij voorbeeld elders studeren, in een inrichting verblijven of tot het gezin van de gewezen echtgenoot van de belastingplichtige behoren). Door voor de tot het gezin van de belastingplichtige behorende kinderen de leeftijdsgrens van 27 j a a r aan te houden komt ten aanzien van de alleenstaande ouder de fiscale positie van ongehuwde tweeverdiener (of eventueel die van alleenverdiener of bijna-alleenverdiener) pas in beeld nadat een van die kinderen deze leeftijdsgrens heeft gepasseerd. Zolang dat niet het geval is wordt a a n die ouder de alleenstaandeoudertoeslag verleend. Dit geldt dus ook indien een of meer kinderen voor het bereiken van de 27jarige leeftijd eigen inkomen, bij voorbeeld loon uit dienstbetrekking, hebben. Dit komt overeen met de situatie van een gehuwde alleenverdiener, tot wiens gezin immers eveneens verdienende kinderen kunnen behoren zonder dat dit de belastingplichtige zijn fiscale alleenverdienerspositie doet verliezen. Nadat een thuiswonend kind de leeftijdsgrens van 27 jaar heeft gepasseerd treden echter ten aanzien van de alleenstaande ouder fiscale consequenties op. Dan is immers de situatie ontstaan waarin ongehuwden van 27 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voeren. Afhankelijk van de inkomenspositie van het thuiswonende kind wordt die alleenstaande ouder ingedeeld in tariefgroep I, II of i n . De voorwaarden voor de aanvullende alleen-staande-ouder-toeslag zijn ontleend aan de huidige bepaling inzake de aftrek één-oudergezin: de belastingplichtige moet werkzaamheden buiten het huishouden verrichten tenvijl tot zijn huishouden ten minste een kind behoort dat bü de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt. Evenals aan de aftrek één-oudergezin staat aan de aanvullende alleenstaande-ouder-toeslag in de weg het recht hebben op kinderbijslag voor een kind van 16 j a a r of ouder dat de huishouding verzorgt.
3. Verdergaande verzelfstandiging gehuwde vrouw De gehuwde vrouw wordt thans zelfstandig belast voor globaal genomen haar inkomen uit tegenwoordige arbeid. Alle overige inkomensbestanddelen van de gehuwde vrouw worden te zamen met de inkomensbestanddelen van de m a n bij deze laatste belast. I n het wetsvoorstel wordt uitbreiding gegeven aan de fiscale verzelfstandiging van de gehuwde vrouw. Deze uitbreiding wordt bereikt door, onafhankelijk van de sexe, ieder van de echtgenoten zelfstandig te belasten voor met name genoemde inkomensbestanddelen, te weten die inko-
Vervolg
oppag.11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's