Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 263

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 263

10 minuten leestijd

11

AD VALVAS — 3 FEBRUAR11984

Uit onderzoek naar toekomstverwachtingen blijkt:

Scholieren zien meeste toekomst in economie, wiskunde en techniek Hoeveel middelbare scholieren kiezen er in de nabije toekomst nog voor een vorm van Hoger Onderwijs? De instellingen die dat onderwijs verzorgen zouden er een lief ding voor over hebben om dat vrij nauwkeurig te weten te komen. Jaarlijks worden er door de taakgroep Wetenschappelijk Onderwijs Ramingen Studenten Aantallen (WORSA) weliswaar schattingen gemaakt van de aantallen en tellingen uit het verleden. Allerlei belangrijke aspecten als studiefinanciering, arbeidsmarktpositie en inkomensverwachtingen blijven in die berekeningen buiten beschouwing. Toch kunnen juist die factoren van wezenlijke invloed zijn op de keuze van de middelbare scholier voor een vervolgopleiding. Vandaar dat het Nijmeegse Economisch Instituut en het Instituut voor Onderwijskunde al sedert twee jaar bezig zijn met een grootscheeps onderzoek naar de toekomstverwachtingen van middelbare scholieren uit de hoogste klassen van de HAVO en het VWO. De eerste voorlopige resultaten van dat onderzoek werden dezer dagen bekend gemaakt. UP-verslaggever Ruud Keulers sprak daarover met projectleider David Kodde. Leerlingen van de HAVO en het VWO, voor wie het eindstation in zicht is gekomen zijn in groten getale van mening dat ze goed geïnformeerd zijn over datgene wat hen na de middelbare school te wachten staat: weinig kans op een baan en als alternatief daarvoor de mogelijkheid om door te studeren in een groot scala aan studierichtingen binnen het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) en het Wetenschappelijk Onderwijs (WO). Niet dat men zich daarna verzekerd acht van een bevredigende plaats op de arbeidsmarkt, gekoppeld aan een riant inkomen, maar de kans daarop wordt door met name de VWO-leerlingen een stuk hoger ingeschat. En dat men zich terdege informeert over die toekomstperspectieven blijkt wel uit schattingen die de scholieren hebben gemaakt van de kans die men heeft om na afloop van de vervolgstudie inderdaad een baan te vinden. Die schattingen komen namelijk vrijwel overeen met de trieste realiteit zoals die in de statistieken van de diverse arbeidsbureaus is terug te vinden. Ter illustratie aan de leerlingen werd in de enquête gevraagd hoe men de werkgelegenheid inschatte voor een zestal universitaire studierichtingen, te weten letteren, medicijnen, wiskunde en techniek (waaronder dus ook de „hogeschool-vakken"), sociale wetenschappen, rechten en economie. Ruim zeventig procent van de leerlingen bleek van mening dat economie en wiskunde techniek de beste garanties vormden voor een latere baan; dat rechten ook nog wel redelijke vooruitzichten bood, maar dat dit voor medecijnen al stukken minder het geval was. In letteren en sociale wetenschappen bleken tenslotte nog slechts weinig leerlingen vertrouwen te hebben. Toch blijken ondanks die sombere toekomstverwachtingen nog steeds veel scholieren n a h u n afstuderen te kiezen voor een studierichting met, naar zijn verwachten, weinig kansen op een baan. ^en van de redenen daarvoor is volgens projectleider drs. D. A. Kodde van het Economisch Instituut gelegen in de hoogte van de studiebeurs. Tot nu toe heeft hij namelijk in het onderzoek geen financiële belemmeringen kunnen constateren bij leerlingen om te gaan studeren. Desondanks verwacht hij dat dit aspect in de nabije toekomst wel degelijk een belangrijke rol zal gaan spelen. ^

Financële drempel „Op het moment van de enquête voelde niemand sich belemmerd om vanuit financiële redenen aan het Hoger Onderwijs te gaan deelnemen, maar bij een duidelijke verlaging van de studiebeursen sal

dat wel degelijk een rol gaan spelen, evenals de dalende inkomenspositie van de ouders." Maar er ligt nog een andere waarschijnlijk belangrijkere reden ten grondslag aan de keuze van die bepaalde studierichtingen, namelijk de omstandigheid dat men gezien het gekozen vakkenpakket op de middelbare school, gewoonweg geen andere kant meer uit kan. Veel middelbare scholieren gaan er terecht vanuit, dat de kans op een baan meteen na het behalen van het eindexamen wel erg miniem is, zodat in ieder geval gekozen wordt voor een - liefst academische - vervolgopleiding. Het vakkenpakket, dat men enkele jaren daarvoor heeft geko-

'

zen, beperkt dan weliswaar het aantal alternatieven, maar alles is in dat opzicht beter dan meteen n a de school n a a r sociale zaken. Bovendien tonen de werkgelegenheidscijfers aan dat een universitaire opleiding, op dit moment althans, inderdaad meer mogelijkheden biedt om aan een baan te komen, al was het alleen m a a r door iemand met een mindere opleiding „weg te drukken." Subsidie op de arbeidsmarkt heet dat in wetenschappelijk jargon. De vraag is of de verwachtingen in dat opzicht niet te hoog zijn. David Kodde: „Op den d u u r misschien wel, want dan treedt-het volgende proces in werking: op het moment dat economie en rechten, bijvoorbeeld, nog goed scoren, zie je dat de deelname aan die studies sterk stijgt. Na vier of vijf jaar .echter, afhankelijk van de duur van de opleiding, zal dus een groot deel van die mensen op de arbeidsmarkt terecht komen, hetgeen dan uiteraard een verslechtering van de arbeidsmarktpositie voor die beroepsgroep met zich mee kan brengen. Kortom, als de verwachtingen goed zijn stromen er veel mensen toe, die zo op den duur h u n eigen arbeidsmarktsituatie om zeep helpen." Kodde voegt daar overigens nog a a n toe, dat uiteraard niet iedereen zich bij de keuze van de studie zal laten leiden door het perspectief op de arbeidsmarkt: „Een deel van de scholieren kiest duidelijk voor zelfontplooiing of men heeft gewoon nog geen zin om te gaan werken. Daarnaast heb je nog een categorie mensen die, om nog een beetje gemotiveerd te kunnen studeren, ervan uitgaan, dat het

voor hen wel mee zal vallen."

Vakken Opvallend weinig verschil bestaat er voor wat betreft het verschil in toekomstverwachtingen tussen HBO en WO. Weliswaar verwachten de scholieren een iets grotere kans te hebben op een baan via het universitair onderwijs, maar kwa vakken waarmee dat zou moeten gebeuren ontlopen beide opleidingen elkaar niet zoveel. Ook bij het HBO scoren de equivalenten van de letteren-studies (pedagogische opleidingen) en de sociale wetenschappen (sociale academies, etc) het laagst, en de technische vakken en economie (HEAO) het hoogst. Desondanks valt ook het HBO nog een grote deelname aan de „slechte" vakken te constateren: met name de pedagogische academies en de overige lerarenopleidingen trekken veel studenten, waarbij opvalt dat het daarbij in meerderheid gaat om vrouwelijke studenten. Vrouwelijke studenten blijven in relatief toenemende mate kiezen voor juist die studierichtingen, waarvoor de vooruitzichten op een baan niet al te rooskleurig zijn. Volgens Kodde moet de verklaring daarvoor grotendeels gezocht worden in de samenstelling van de studiepakketen op de middelbare school, waardoor vrouwelijke scholieren lang niet zo flexibel zijn als mannelijke leerlingen. De laatsten zijn traditioneel eerder geneigd om vakken als wiskunde, economie of natuurkunde in h u n pakket op te nemen, waardoor het aantal alternatieven n a de middelbare school aanzienlijk toeneemt. Daarnaast doet zich

Studenten bij biologie niet tevreden

Vr - '

il

1 \

»

X

Foto: Bram de Hollander.

Eerste aangepaste flat Uilenstede in gebruik De tweedejaars rechtenstudente aan de VU Marjan Graven heeft dinsdag officieel de sleutel overhandigd gekregen voor de eerste voor gehandicapten aangepaste oudbouw-flat op Uilenstede (Woontoren C, 114). Ze kreeg die uit handen van de Amstelveense wethouder voor huisvesting J. F. Eger (op foto: linksachter). De eerste plannen voor aanpassingen van flats voor gehandicapte studenten dateren van enige jaren geleden. De stoot daartoe werd gegeven door de Werkgroep Voorsieningen Gehandicapten VU samen met de VU-afdeling Bouwsaken. De gedachte is ses tot tien flats voor gehandicapten te reconstrueren. In de nieuwbouw op Uilenstede (Hospitium) sijn twee direct voor gehandicapten ontworpen wooneenheden gebouwd. (Red.)

In Ad Valvas van 13 januari werd bericht over het structuurplan van de subfaculteit Biologie. Het leek erop alsof de gehele subfaculteit instemde met het plan tot opheffing van de vakgroep Biosystematiek. Een uitspraak van prof. Lever, voorzitter van de taakaanpassingscommissie, dat het een goed plan was omdat de studenten voor-stemden, schoot de studentenfractie uit de subfaculteitsraad echter in het verkeerde keelgat. Ze hadden wel voorgestemd, maar vonden het daarom nog geen goed plan. Raadslid Joke van Wesem: „We hebben voorgestemd omdat dit het enige alternatief was, wij weten ook geen betere oplossing, m a a r eigenlijk is het gewoon een slecht plan. Er verdwijnt een afstudeermogelijkheid." Mederaadslid Theo Traas vult aan: ,,Het cellulaire onderzoek, genetica en experimentele dierkunde worden versterkt, omdat daarmee geld te verdienen valt, voor de systematiek bestaat juist veel aandacht van studentenzijde, m a a r dat telt niet mee." Volgens deze twee studentenvertegenwoordigers is het onderwijs duidelijk de dupe geworden van de bezuinigingen. Het onderwijs zal voornamelijk door vaste medewerkers gegeven gaan worden. Joke vindt dit duidelijk een verarming: ..Alle student-assistenten verdwijnen, terwijl juist deze het dichtst bij de studenten staan, ook het aandeel van de tijdelijke staf loopt terug, de stu-

het opvallende verschijnsel voor, dat mannelijke scholieren zich gedurende de laatste periode op de middelbare school steeds meer gaan richten op die opleidingen waar ze nog enig toekomstperspectief van verwachten, terwijl h u n vrouwelijke collega's geneigd 2ujn om vast te blijven houden a a n h u n reeds eerder gemaakte plannen, waaruit geconcludeerd zou kunnen worden dat zij zich minder gelegen laten liggen aan h u n kansen op de arbeidsmarkt.

Drastisch Toch Ujkt het meer dan aannemelijk, dat die toekomstverwachtingen van de middelbare scholieren op den duur drastische consequenties gaan hebben voor bepaalde studierichtingen. Zeker wanneer het perspectief op een baan via een dergelijke opleiding nog verder daalt in de ogen van de scholier. Een aantal van die studierichtingen tracht sinds kort het tij te keren via een aanpassing van de onderwijsprogramma's aan de situatie op de arbeidsmarkt. Een goede zaak, aldus David Kodde, maar je moet ook daar, alweer niet te veel van verwachten: „Het zijn in feite kruimels die er overblijven op de arbeidsmarkt en het is logisch dat iedereen zich daarop stort. De kansen op een baan worden daardoor echter slechts met hooguit enkele procenten verhoogd. Dat betekent uiteraard niet, dat de opleidingen moeten nalaten om het onderwijs zo flexibel mogelijk te maken, waardoor de studenten in ieder geval voor die kruimels in aanmerking blijven komen." (UP, Ruud Keulers Nijmegen)

denten krijgen du^ vooral te maken met vaste medewerkers, waardoor de afstand onderwijsgevenden-studenten veel groter wordt." Ook betreuren zij het dat er zo weinig plaatsen zijn voor tijdelijke medewerkers, dat betekent voor hen weer een stuk minder perspectief op de arbeidsmarkt. Zij hopen dat In de uitvoeringsfase van het plan die nu begint, er nog mogelijkheden zijn om wat bij te sturen. De kans daarop lijkt gering, omdat, volgens hen, de besluitvorming grotendeels binnenskamers plaatsvindt, bulten de vertegenwoordigende organen, zoals de raad, om. (M. d. H.)

Studenten in tijdnood s t u d e n t e n in de tweef asen-strukt u u r hebben over het algemeen wel studieproblemen, hoewel zij dat zelf niet altijd als zodanig erkennen. Dit concluderen een aantal tweedejaars pedagogiekstudenten aan de Rijksuniversiteit in Utrecht n a een enquête onder h u n jaargenoten. Meer dan de helft van de ondervraagden zegt geen probleem met h u n studie te hebben, maar noemt wel de enorme hoeveelheid studiestof, de daarmee samenhangende tijdsdwang en het ontbreken van de mogelijkheid een persoonlijke visie op de stof te ontwikkelen. De onderzoekers verklaren deze paradox uit het feit dat de studenten erop ingesteld zijn dat het studieprogramma zwaar zal zijn en daardoor de tijdnood accepteren. Van de 226 studenten die in 1982 aan h u n pedagogiekstudie begonnen, had slechts 23 procent de propadeuse in juli 1983 en bijn a 54 procent in augustus 1983.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's