Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 303
9
AD VALVAS — 24 FEBRUARI 1984
Campagne om tekort aan „Europese" Nederlanders op te heffen
Werkloze academici kunnen ku een kansje wagen bij EG Eind september '83 waren er in ons land 1.302 werkloze juristen en 604 werkloze economen. Dat is niet mis op een totaal van 14.600 werkloze academici bij alle studierichtingen samen. Het doet zo wat merkwaardig aan dat er bij de Europese Gemeenschappen voor juristen en economen nog aardig wat banen openstaan. Vacatures voor andere disciplines zijn er niet zoveel, maar goed, daar zijn ook nog plaatsen vrij. Nederlandse academici zijn ondervertegenwoordigd bij de EG. In '78 werden er al kamervragen gesteld om meer bekendheid aan bet EG-carrièreperspeetief te gehet ven. Anno 1984 is het bet Bureau Internationale Ambtenaren (BIA), dat ressorteert onder de Rijkspsyehologjsebe Dienst, intensief met chologjsche voorliehting en werving begonvoorlichting nen bij de Nederlandse universiteiten en hogescholen. hogeseholen. Tilburg, Rotterdam en de beide Amsterdamse universiteiten waren al aan de beurt. De belangstelling op de VU v u de voor-vorige week was vrij groot. Ad Valvas ging er eens kijken. Bil de Europese gemeenschap Bij gemeensehap werken ongeveer 12.000 ambtenaren aan voorstellen, adviezen en beleidsvoorbereiding. Maar, betoogde prof. dr. R. Pourvoyeur, directeur publicaties en voorlichting bij de Raad voor de EG in Bourgondische taal, met het oog op de toekomst - het ideaal van de gemeenschappelijke m a r k t - zijn gemeenschappelyke nog tal van academici nodig voor de stroomlijning van overeenkomsten, de Europese wetgeving
en het wegwerken van verschillen in douanevoorschriften. De raad van ministers - tegenwicht voor de commissie - neemt de beslissingen. Prof. Pourvoyeur zei dat de intellectuele braintank van de raad van 1700 mensen ook best nog wat kan worden uitgebreid. Eén Europese superstaat met eventueel zelfs een doorbraakfunctie in de koude oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, tja, daar heb je met name heel wat juristen en economen voor nodig, aldus Pourvoyeur. Moet dat nou zo nodig? Is dat misschien toch niet verspilling, zo'n uitbreiding van het Europese ambtenarenkorps? Op die vraag uit de zaal antwoordde Pourvoyeur: „Die kritiek is volkomen ongegrond. Financieel is de EG zeer gezond en kapitaalkrachtig. Bovendien betekent uitbreiding
\ Vijf mannen en een vrouw - mevr. Sippel Sif van het BIA - vormden het Europa aanprijsende forum op de VU... (Foto AVC/VU)
schillende typen beoordelende instanties. Deze wetenschapsgebieden ztjn: scheikunde (incl. chemische technologie), psychologie, geschiedenis, politicologie/bestuurskunde, onderwijskunde, elektrotechniek, landbouwwetenschappen en economie. Als informatiebronnen hebben voornamelijk gediend: interviews met leden van elke beoordelende eommissie, en de voorstellen zelf, te zamen met de besluiten die daarover waren genomen. De onderzoekers hebben niet zozeer bekeken of de doelstellingen van de voorwaardelijke financiering met de tot nog toe gebezigde werkwijze worden bereikt, maar meer gelet op een drietal aspecten van de externe beoordeling, te weten: de wijze waarop de beoordelingscriteria werden geoperationaliseerd, de kwaliteit van de beoordeling zelf, en de legitimiteit van de beoordeling. Zoals bekend omvatten de doelstellingen van de voorwaardelijke financiering onder meer het universitair onderzoek toegankelijker te maken voor discussie op nationaal beleidsniveau, alsmede het op efficiënte wijze koppelen van onderzoeksgelden aan werk
van de hoogste kwaliteit. De onderzoekers melden in h u n rapport er de voorkeur a a n te geven het aan anderen over te laten, te oordelen of de beoordelingsprocedure bijdraagt aan deze doeleinden.
Verschillen Maar duidelijk is dat ze in dat opzicht h u n twijfels hebben. Allereerst waren er grote verschillen in de procedurele af wikkeUng van de beoordeling. Men richtte zich niet altijd op het bereiken van consensus: in sommige commissies lazen de leden elk een p a a r voorstellen, en werden de besluiten door de voorzitter „geïnduceerd", zoals het rapport dat noemt - waarmee eenvoudigweg bedoeld wordt dat zulke besluiten op onduidelijke gronden tot stand kwamen. Voorts - en dat wekt, aldus het rapport, nog veel meer ongerustheid - was de terugkoppeling n a a r de onderzoekers op zeer uiteenlopende wijzen geregeld: soms was die er helemaal niet, soms konden de voorstellen worden gewijzigd en opnieuw ingediend (zoals bij scheikunde), soms werden de concept-beoordelingen besproken met de instellingen (zoals bij elektrotechniek) en bij landbouwkunde tenslotte n a m de leider van de betreffende groep onderzoekers gewoon deel a a n de discussies in de beoordelingscommissie. Overigens had de minister de procedure uitdrukkelijk vrij gelaten.
Zaklantaarn Een groot aantal problemen deed zich vervolgens voor bij het toepassen van de beoordelingscrite-
waaraan het Bureau Internationale Ambtenaren n u iets probeert te doen. Verder zijn de resultaten van de Nederlandse kandidaten bij de eerste selectie, het „concours", pover, waarbij van Nederlandse k a n t ook gezegd wordt dat die selectie aanvechtbaar is. Ook zouden Nederlandse academici die een Europese job nastreven niet van die geweldige doorzetters en lobbiërs zijn, vernamen wij. Executive-manager Adolfs van het Amsterdamse Europa-instit u u t (gevestigd in het voormalige Binnengasthuis) vond uiteraard dat juristen en economen niet helemaal n a a r Brugge hoefden. Hij stalde zijn kraam breed uit. I^a, en Petra Kelly was aanvoerster van de Duitse Grünen, een van de oud-leerlingen, d u s . . . Spelen politieke opvattingen een rol bij de selectie? Dus een minder grote kans om erdoor te komen als je communist of socialist bent? Die vraag kwam n a a r voren tijdens de forumdiscussie. Forumlid G. M. Hoogenbrink (Rijkspsychologische Dienst) zei dat er wel een antecedentenonderzoek plaatsvindt, maar als je communistisch bent, is dat geen bezwaar. Screening door de Binnenlandse Veiligheidsdienst, nee, dat gebeurt niet, sprak hij met stemverheffing. Het PSP-kamerlid Bram van der Lek suggereerde dat enkele jaren geleden in het Utrechts universiteitsblad. Dat er vorig jaar maar 23 Nederlandse kandidaten door het „concours" heen kwamen is volgens Hoogenbrink absoluut niet aan het antecedentenonderzoek te wijten. Maar goed, kom je door de „concours"-zeef heen - 70 tot 80 procent valt af - dan loont het de moeite wel. Na een proeftijd van negen maanden kan men een levenslange job krijgen met belastingvoordeeltjes en vrij hoge welvaartsvaste salarissen. De voorlichters van de EG en BIA beloofden een paradijs. (Joop Voskuil; bekort door J.v.d. V.)
-mm
Niemand weet precies wat goed onderzoek is
Het Amsterdamse rapport is gebaseerd op onderzoek in een achttal wetenschapsgebieden (dit vanwege de beperkte tijd die beschikbaar was) die te zamen representatief kunnen worden geacht, door spreiding over alfa-, bèta- en gammawetenschappen alsmede spreiding over de ver-
„Concours" Academici die een carrière bij de
Studenten uit Nederland waren er tot dusver zeldzaam; het lopende studiejaar is beslist een uitschieter met 13 Nederlanders of wel zo'n tien procent. Dat lage aantal zou o.a. te wijten zijn a a n een gebrek aan voorlichting,
w
Voorwaardelijke financiering
Watje overhoudt als je Potemkin-gevels afbreekt, valt te lezen in het rapport „De externe beoordelingsprocedure in de voorwaardelijke financiering", opgesteld door onderzoekers van de vakgroep Wetenschapsdynamica van de Universiteit van Amsterdam, in opdracht van het Ministerie van O W. De resultaten van het onderzoek liegen er niet om: kort gezegd is de externe beoordeling er niet in geslaagd goed onderzoek van minder goed te onderscheiden.
van het ambtenarenkorps een investering in economische groei. Daarvan kunnen in de toekomst alle lidstaten van de EG profiteren. Door grotere stroomlijning van de Europese organen wordt a a n de andere k a n t geprobeerd verspilling te voorkomen." Ook dr. E. Verploeg, gasthoogler a a r bij het Europese Instituut voor bestuurskunde in Maastricht zette nog eens een dikke streep onder het belang van een verenigd Europa. Wie zou wat anders hebben verwacht op deze voorlichtingsdag. „Veel mensen beschouwen de Europese eenwording als mislukt, maar juist daarom is het zo belangrijk om met volle kracht te blijven werken a a n de Europese aanpak, bijvoorbeeld op landbouwgebied."
EG ambiëren moeten eerst een zgn. „concours", een test van kennis en vaardigheden afleggen. Wat de talen betreft is kennis van het Frans daarbij voornamelijk belangrijk. Wie over de „coneours"-drempel heen komt - dat zijn er doorgaans niet zo heel veel - kan de daarachter lonkende job, vooralsnog voor een proeftijd binnenstappen. Het „concours"-systeem is in ons land onbekend. Om gegadigden uit onze contrei er niet te onwennig tegenover te laten staan, wordt door het BIA een simulatie-examen afgenomen, zowel schrifteijk als mondeling. Wie zijn kansen op een baan bij de EG wil vergroten, kan te voren a a n een post-doetorale cursus van een jaar beginnen, bijv. aan h e t Europa-college te Brugge. Er zijn ook beurzen voor beschikbaar. De studieriehtingen zijn rechten, economie, sociale en politieke wetenschappen. Academici uit andere studieriehtingen kunnen daar ook op intekenen vanzelfsprekend. De kosten bedragen ƒ 9.000,-, inclusief intern wonen. Er zijn jaarlijks zes beurzen weg te geven, elk ƒ9.000,groot.
ria. De handleiding, die de beoordelaars van O W kregen, bood weinig houvast: het moest gaan om een globale beoordeling (dat wil zeggen, aldus de handleiding, anderssoortig dan bij tweede geldstroom- of researchpoolplaatsen), zonder detailbemoeienis. Wel met het accent op de nog te verrichten onderzoeksprestaties. Een van de beoordelingscommissies reageerde hierop in een brief aan de minister met te constateren dat men zelfs voor de gebruiksaanwijzing van een zaklantaarn een gedegener handleiding mag verwachten. De interpretatie van de aanwijzingen van het ministerie leidde dan ook tot verschillen tussen de commissies. By landbouwkunde en elektrotechniek (beoordelaars resp. de NRLO, Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, en het KIvI) werd bijvoorbeeld meer op maatschappelijke relevantie gelet dan bij de overige, die dit criterium vaak als bijkomstig beschouwden: men hechtte in het algemeen veel sterker aan de wetenschappelijke kwaliteit. Maar dat zegt ook niet zoveel: hoe operationiseer je dat criterium? Publikaties tellen? Citaties tellen? Doctoraten tellen? Of valt er eigenlijk niet goed te operationaliseren? De meeste beoordelaars kwamen er niet uit.
Cohesie Ook de cohesie-eis (een programm a moet uit minimaal vijf voltijdse krachten (f.t.e.) bestaan, en moet daarbij een duidelijke samenhang vertonen; soms tegenstrijdige eisen) was problematisch: hield men zich daar strak a a n - en dat gebeurde bijvoor-
Wie serieus geïnteresseerd is in een postdoctorale studie m Brugge kan voor een beurs contact opnemen met J. F. Meijsing, ministerie O. en W., tel. 07(^742742; men dient zich voor 30 apnl a.s. op te geven. Inlichtingen over de concoursen, cursussen in Brussel, Luxemburg, Florence en Bologna zijn in te winnen bij het BIA, p/a Rijkspsychologische Dienst, Eisenhowerlaan 138, Den Haag, tel. 070-514001; daar is ook het informatiecentrum voor Europese instellingen; er is een 2maandelijkse internationale vacaturegids; verder informatie bij: Voorlichtingsbureau Europese Commissie, Lange Voorhout 29, Den Haag, tel. 070-469326.
beeld bij economie en scheikunde - dan moesten soms programma's van coryfeeën op het betreffende vakgebied worden afgewezen. Ook bij het toepassen van kwantitatieve indicatoren, zoals aantallen publikaties, bestonden er bij de beoordelaars aarzelingen: bekend is bijvoorbeeld dat elke instelling z'n eigen opvattingen heeft over wat wel en niet tot wetenschappelijke publikaties gerekend moet worden (dit hangt vooral met de selectie van tijdschriften samen), zodat zelfs in de objectieve sfeer gerede twijfels op z'n plaats zyn. Hetzelfde geldt, zo blijkt uit het rapport, voor de hoeveelheid tweede en derde geldstroomonderzoek in het programma: ook die is niet op te vatten als een uniforme maat voor kwaliteit.
Citaat Met een heel mooi citaat geeft het rapport tenslotte het fundamentele probleem weer dat speelt als je onderzoeksvoorstellen door vakgenoten laat beoordelen men houdt volgaarne het belang van het eigen vakgebied in het oog, en zal dus niet al te veel voorstellen afkeuren: „(...) dan denk je toch aan die banen die er aan vast zitten, a a n de mensen, die misschien op straat komen te staan. Dan denk je, als het m a a r even kan, dan zeg je gauwer ja, vooral in deze tijden". En hiermee biJt de externe beoordeling - en daarmee het gehele proces van voorwaardelijke financiering zich niet alleen in de eigen staart, m a a r slokt zichzelf bovendien op. Onderzoekbeleid vormgeven is niet eenvoudig. (ÜP, Enschede/Jan Jetse Zijlstra)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's