Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 370

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 370

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 6 APRIL 1984

4

Weinig aandacht voor werkgelegenheid op VESVÜ-congres over automatisering „Was eertijds het gereedschap het verlengstuk van de scheppende mens, nu wordt de mens het verlengstuk van een dode machine." Dit stelde drs. J. de Boer, directeur van de Gremeentelijke Sociale Dienst in Leeuwarden vorige week, tijdens een forum over „Automatisering en Werkgelegenheid", titel van een congres georganiseerd door de Vereniging van Economie Studenten Vrije Universiteit, VESVU. Prof. dr. P. A. Cornelis, hoogleraar bedrijfspsychologie a a n de VU, vond dat het werk en het systeem ondergeschikt kunnen en moeten zijn a a n de mens. Ondanks de zeer ingewikkelde computers die gemaakt zullen worden „kunnen we ze de baas blijven", zei hij vol vertrouwen in de toekomst. Daarbij is wel of niet automatiseren geen keuze meer. Er is geen weg terug, we moeten proberen concurrerend te produceren onder motiverende omstandigheden, aldus Comelis. Rentabiliteit en continuïteit moeten dan ook gelden voor de mensen in de vorm van inkomen en stabiele arbeidsplaatsen. Daarom introduceerde hij het begrip sinvol automatiseren. Voorwaarden hiervoor moeten volgens hem zijn: organisatie-analyse, systematische training van de gebruikers en kwaliteit van arbeid. Men moet nooit meer automatiseren dan de organisatie a a n kan, aldus Comelis. De mensen verliezen h u n angst voor de „wat grijpende, denkende en lopende automaten" als ze goed worden voorbereid. En door werkoverleg (invloed op werk) en werkstructu-

rering .(zinvol werk) kan volgens hem een aanval worden gedaan op de vervreemding. Aanaloog a a n de Japanse situatie ontstaat dan identificatie met werk en onderneming. Drs. J. H. Creemers, directielid van IBM Nederland, sloot zich op een aantal punten aan bij de heer Comelis. Hij vond automatisering - hoe kan het ook anders een absolute voorwaarde voor het op peil houden van onze economische concurrentiekracht. De gevolgen van de automatisering voor de arbeidskwaliteit zijn volgens hem niet duidelijk. „Er zijn positieve en negatieve invloeden." Omdat automatisering een

proces is kunnen in de ene fase positieve effecten zijn en in de volgende negatieve.

Tegenstrijdig Ondanks het onderwerp van het congres werd er niet uitgebreid gesproken over de invloed van automatisering op de werkgelegenheid. Misschien komt dit doordat, zoals prof. Comelis zei, er nogal tegenstrijdige gegevens over bestaan: Buchanan en Boddy en de OESO zien geen verband, de adviesgroep-Bathenau ziet een verhoogde werkloosheid en de Japanse minister van arbeid ziet een dalende werkloosheid.

Alleen de heer Creemers ging uitgebreid in op deze materie. Volgens hem ligt het verband tussen economische groei, werkloosheid en automatisering niet zo simpel: in de Verenigde Staten en in J a pan, de landen met de meeste automatisering, is het werkloosheidspercentage laag en het groeipercentage hoog. Wel kan automatisering soms werkloosheid creëren. Drs. W. van Lierop, verbonden a a n het economisch-sociaal instit u u t van de VU en als toehoorder aanwezig, was het hier niet mee eens. In de VS en J a p a n ontstaat op korte termijn geen werkloosheid omdat ze h u n aandeel in de

wereldhandel vergroot hebben ten koste van andere landen. Wanneer alle landen op grote schaal zouden gaan automatiseren dan zou ook in de VS en J a p a n werkloosheid ontstaan. Op lange termijn zal automatisering volgens hem altijd tot werkloosheid leiden. - Maar is een baan dan zo noodzakelijk, vroeg de heer De Boer zich af. In de primitieve maatschappij diende werken om in leven te blijven, maar tegenwoordig is het werk zelf een doel. Het arbeidsethos heeft de mens in onze tijd de overtuiging bijgebracht dat (loon)arbeid adelt. „Er is een griezelig baangericht denken ontstaan." Ook prof. J. H. van Oorschot, buitengewoon hoogleraar informatica a a n de VU, stelde in zijn inleiding de centraliteit van de arbeid a a n de orde. „Waarom is het n u niet mogelijk om ons net als de oude Grieken een vrije-tijdcultuur te permitteren: work for machines and life for humans?" (San Fu Maltha)

V.l.n.r. prof. P. A. Cornelis, prof. J. M van Oorschot, drs. J. de Boer en drs. J. H. Creemers. (Foto AVC/VU).

Kamer kritisch over meetellen studierendement en dissertaties bij financiering universiteit De Tweede Kamer staat kritisch tegenover het meetellen van studierendementen en het aantal dissertaties bij de financiering van de instellingen voor w.o. Dit jaar is een begin gemaakt met deze zogeheten „outputfinanciering" die overigens maar voor een gering deel de rijksbijdrage bepaalt. Vooral het aantal studenten a a n een instelling is bepalend voor die bijdrage, naast elementen als de hoeveelheid voorwaardelijk gefinancierd onderzoek of maatschappelijke dienstverlening a a n een instelling. Tijdens de jaarlijkse behandeling van het Algemeen Financieel Schema, de meerjarencijfers voor het w.o., wijdde PvdA-woordvoerder Wallage een uitgebreide beschouwing a a n de outputfinanciering, die volgens hem een nieuw element was. Voor de bepaling van de output zijn CBS-gegevens gebruikt over de studenten, die in 1970 h u n studie begonnen. Die cijfers zjjn volgens Wallage omstreden, omdat „een derde van de studenten ten onrechte niet, en een kwart ten onrechte wel wordt meegeteld." Minister Deetman legde de verantwoordelijkheid hiervoor In feite bij de instellingen, die, hoewel ze in de zomer van 1983 ak-

koord waren gegaan met de outputfinanciering, nog steeds geen recentere en betere cijfers hadden geproduceerd. Wallage betoogde ook dat het bij outputfinanciering moet gaan om voor de instellingen beïnvloedbare zaken. Voor het studierendement zijn een boel elementen bepalend waarop de instellingen geen invloed hebben, zoals het aantal werkstudenten of buitenlandse studenten. Zijn zorg hierover werd door mevrouw Den Ouden (VVD) en door Van Baars (CDA) gedeeld. In de discussie met minister Deetman kwam men er niet uit of dit soort studenten n u juist wel of juist niet extra werk (dus extra kosten) met zich brengen, maar minister Deetman tilde daar niet zo zwaar aan: „Het studierendement is slechts één van de vele elementen in de financiering. Bovendien wijzen studies er op dat er wel degelijk ook verschillen zijn als gevolg van de manier waarop het onderwijs wordt gegeven." Alhoewel Deetman bestreed dat de outputfinanciering nieuw zou zijn (onder andere werd er al over gesproken bij de behandeling van de wet tweefasenstructuur in 1980) was hij op aandringen van de Kamer toch bereid tot nader overleg.

Waarschuwing

De woordvoerders in het debat

waren verder bezorgd dat het financieringsmodel voor het w.o., het z.g. Plaatsen Geld Model (PGM), de beleidsvrijheid van instellingen zou beperken. Deetm a n was het daar mee niet eens: „Er is een budget, er zijn taken. Het budget mag vrij worden besteed, als de taken vervuld worden." Wel waarschuwde de minister voor een steeds verdere verfijning van het PGM. Vanuit de instellingen blijkt geregeld de behoefte daartoe, maar hoe meer gedetailleerd, hoe preciezer taken en middelen op elkaar aansluiten en hoe minder ruimte er is, aldus Deetman, die zei dat zijn departement niet het hardst stond te trappelen om verder te detailleren. Overigens wees hij er op dat binnen de instellingen momenteel geregeld afgeweken wordt van de verdeling van middelen, zoals die op grond van het PGM tot stand komt.

door de regeringsfracties. „Afgesproken was: 258 miljoen netto. Die zijn ingevuld en door de Kamer goedgevonden, met uitzondering van het medisch cluster. Daarvan is alleen de omvang bekend, nog niet de inhoud van de maatregelen. Maar daar wil ik uitdrukkelijk a a n vasthouden. Het was al tegen mijn zin dat de invulling achterloopt bij de rest van de maatregelen." Dat kon Wallage niet overtuigen: ,,Alleen omdat de medicijnmannetjes later zijn met invullen kan toch niet een open gedachtenwisseling met de Kamer worden verhinderd?" Maar Deetman hield voet bij stuk: „Binnen het bedrag wil ik over alles praten. Maar de beperking zelf ligt tot de laatste gulden vast."

Niet afwentelen

WaUage steunde Deetman wel in diens afwijzing van een mogelijke Aandacht van de Kamer was er afwenteling van de TVC-bezuiniook voor de bezuinigingen in het gingen door de medische faculteimedisch cluster. Wallage betoog- ten op de (patiëntenzorg in de) de dat voor zijn fractie de omvang Academische Ziekenhuizen, en van de bezuinigingen in het me- door deze op h u n beurt op de algedisch cluster nog niet vaststond. mene ziekenhuizen. Deetman De beoordeling daarvan kan pas maakte onmiskenbaar duidelijk plaatsvinden na de invulling van zo'n afwenteling van problemen niet te zullen laten passeren. de maatregelen, aldus Wallage. Minister Deetman verzette zich Eerder had staatssecretaris Van echter fel tegen de suggestie van der Heijden a a n de Tweede KaWallage dat a a n het bezuini- mer toegezegd dat taken binnen gingsbedrag nog te tomen zou de patiëntenzorg van Academizijn. Hij werd daarin gesteund sche Ziekenhuizen niet zouden

komen te vervallen dan nadat daarvoor een alternatief gevonden zou zijn in de algemene ziekenhuizen. De patiëntenzorg is niet het enige terrein waarop strijd bestaat tussen de bewindslieden van Onderwijs en Volksgezondheid. Eerder al had Deetman gezegd de financiering van de huisartsenopleiding te willen beëindigen. Voor dit jaar is daar nog geld voor gereserveerd op de onderwijsbegroting, maar over de situatie volgend jaar is niets bekehd. Wallage zei dit onverantwoord te vinden. „De huisartsenopleiding mag geen pingpongballetje zijn dat heen en weer gaat tussen volksgezondheid en onderwijs." Hij zei van mening te zijn dat als de beide bewindslieden er niet uit komen, de Kamer dan een beslissing dient te nemen. Voor wat betreft de verdere ontwikkeling van de Rijksuniversiteit Limburg zei minister Deetm a n dat n u alle voorwaarden voor een uitbouw tot 6000 studenten in 1990 zijn vervuld. Daarvoor moeten die studenten zich wel aanmelden, dus „Limburg moet n u de boer op," aldus Deetman. Als het zo mocht zijn dat die studenten zich niet aanmelden, dan zal Deetman de zaak opnieuw bekijken, maar er komen dan „niet automatisch" weer nieuwe studierichtingen bij. (UP, Bert Bakker)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 370

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's