Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 209
AD VALVAS — 16 DECEMBER 1983
11
Henk de Graaf en Rob Hoppe laatste promovendi G. Kuypers op VU
Groene en rode beleidslijnen vanuit de grondtheorie van beleidsontwikkeling van politicoloog 6. Kuypers De politicoloog dr. Kuypers, die 1 september zonder veel ruchtbaarheid afscheid nam van de subfaculteit sociaal-culturele wetenschappen, geldt als één van de godfathers van de nog jonge wetenschap van de politicologie die kort na de oorlog voortkwam uit de vakken bestuurskunde en internationale betrekkingen bij verschillende juridische fakulteiten en later mede onder invloed van de Amerikaanse politieke wetenschappen een eigen leven ging leiden. Prof. Kuypers, oorspronkelijk jurist, schreef onder meer een omvangrijk standaardwerk over de beginselen van de beleidsontwikkeling (een van de vier hoofdvakken van het doktoraalprogramma politicologie) en een inleiding tot de grondbeginselen van de politiek waarin bepaalde standaardeenheden en definities werden geïntroduceerd. Kuypers promoveerde na zijn doktoraal rechten op een proefschrift over de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie in het licht van de Russische geschiedenis. Hij deed zijn doktoraal voor de VU door de Duitse bezetters gesloten werd en werkte de drie laatste oorlogsjaren bij het toen illegale verzetsblad Trouw waarvan hij na de oorlog nog enige tijd redakteur buitenland was. In de jaren zestig moest hij nogal wat stormen trotseren tengevolge van de eisen van studenten die een wat meer progressieve (marxistische) invulling van het studiepakket eisten, maar hij bleef om pedagogische redenen vasthouden aan een nogal klassieke wijze van doceren en toch tamelijk boeiende hoorcolleges. De promoties van Henk v. d. Graaf en Robertus Hoppe, die in hun proefschriften de rode en groene lynen van de theorieën van dr. Kuypers verder doortrokken betekenen het sluitstuk van de carrière van prof. Kuypers aan de subfakulteit. Prof. Kuyijers is nu 62 en was persoonlijk aanwezig bü de promoties.
Henk van de Graaf Henk v.d. Graaf werd geboren in 1941 en begon in '58 met een studie wiskunde aan de VU. Hij deed in '66 doktoraal examen en was van '63 tot '68 leraar wiskunde. In '68 kreeg hij een aanstelling als wetenschappelijk medewerker bij de v u ondanks het feit dat hij geen doctoraal politikologie had gedaan. Maar zijn wiskundige vooropleiding was voldoende om methodologie en beleidsontwikkeling te kunnen doceren waarbij het accent lag op logische modellen van beleidsontwikkeling en formele logica. Samen met Rob Hoppe, startte hij onder intensieve begeleiding van prof. Kuypers een leeronderzoek, een totaal nieuw onderzoeksprojekt naar de uitvoerbaarheid, het slagen en falen van een beleid en de faktoren die daarbij een rol spelen, waarop hij zijn proefschrift baseerde. Copromotor is dr. D. Nauta. In het proefschrift „Denken aan Doen", een onderzoek naar enkele methodologische aspekten van beleidsontwikkelingen, probeert De Graaf een methodologisch instrumentarium en definitiestelsel van het ontwikkelen, plannen, uitvoeren en eventueel falen of slagen van het overheidsbeleid te ontwikkelen. De overheid in onze samenleving handhaaft, organiseert, probeert problemen al dan niet effektief op te lossen, schept voorwaarden etc. en dit noemt men beleid (hoewel de Nederlandse staatsburgers daar wel eens andere bewoordingen voor hebben). Op de kwaliteit en effektiviteit van dat beleid wordt veelal ook kritiek geleverd waarmee de totstandkoming van dat beleid ter discussie komt. De Graaf gaat in zyn boek voornamelijk in op één aspekt van de totstandkoming van beleid: de beleidsontwikkeling.
Joop Voskuil Beleid wordt opgevat als een plan waarin een opeenvolging van handelingen en situaties wordt aangegeven die zo geordend zijn dat een bepaalde situatie, de centrale doelstelling van het beleid gerealiseerd kan worden. Beleidsontwikkeling is het proces van bedenken en beredeneren van het beleid. / Besluitvorming is het andere aspekt van de totstandkoming van het beleid, het is het proces van wilsvorming, waarbij factoren van macht, legitimiteit, kennis, financiële middelen en de wil van de doelgroep, de burgers dus, in het geding komen. En niet te vergeten de financiële middelen. Onder een methode van beleidsontwikkeling wordt verstaan een stelsel van regels die moeten leiden tot het ontwikkelen van een goed beleid. In het proefschrift wordt gebruik gemaakt van de handelingstheorie of praxiologie en van de formele logica om de logiciteit van een methode van beleidsontwikkeling te onderzoeken. Uitgangspunt is daarbij is dat een methode van beleidsontwikkeling kan worden uitgelegd in een aantal redeneringen die voor het ontwikkelen of beredeneren van een beleid worden voorgeschreven. Het proefschrift bevat twee grondige bijlagen: a. hoofdregels voor de ontwikkeling van nieuw beleid en b. een exemplarisch onderzoek voor de beleidsontwikkeling ten behoeve van de migrantenjeugd in Nederland waarbij vooral de participatie van de migrantenjeugd in het Nederlandse onderwijs, de optimale ontplooiing van migrantenkinderen (kinderen van gastarbeiders etc) en opheffing van achterstelling in ekonomisch, sociaal, politiek en kultureel opzicht werd onderzocht. Ook werden faktoren als behoud van eigen identiteit, cultuur, religie, versterking van de rechtspositie en discriminatiefaktoren in het beleidsontwikkelingsplan betrokken. Denken aan doen is de kern van de probleemstelling. Beleid begint met een plan en Uefst een goed plan. Een plan dat handelingen vermeldt die ook uitvoerbaar zijn en dingen die haalbaar zijn. Wie een plan heeft weet wat hij wil bereiken, Inj heeft dus een doel. Het plan omvat een uitgewerkt schema, een ontwerp, een opzet, een voornemen maar het heeft nog geen materiële vorm gekregen. Voor de uitvoering van het plan zijn besluiten en handelingen nodig en ten slotte de uitvoering. Er zijn verschillende keuzemomenten waarop beslissingen worden genomen, waarop macht en
gezag gaa.n meespelen, waarbij één of meer actoren in discussie of confrontatie gaan met de doelgroep en ten slotte zijn er financiële en materiële middelen nodig om de doelen te bereiken (in de beleidsontwikkeling gebruikt men de termen doelbomen en deeldoelbomen). Men kan beleid zien als een plan of als proces van een of meer georganiseerd systeem van handelen.
Middel en doel Beleid is geen georganiseerd sociale beheersing, maar het is vooreerst een plan waarbij een beleidsvisie moet worden ontwikkeld waarbij plannen verworpen of aangenomen worden. Hierbij gaat men uit van de perceptie van het bestaande en de perceptie van het beoogde doel. Voor de middelen om tot het doel te geraken worden offers in menskracht, geld en andere hulpmiddelen gevraagd. Pas in het plan wordt de keuze gemaakt tussen middel en doel. De keuzen moeten simpel maar deskundig zijn, liefst door meerdere deskundigen bepaald worden, soms zijn ze ingewikkelder ook voor deskundigen, soms zijn ze moeilijk maar eenvoudig weer te geven. Bij de vorming van het
delingen op grond van de planning van de beleidsontwerpers en er moet speelruimte zijn voor een tussensituatie waarin overleg wordt gevoerd met de uitvoerders van het beleid en doelgroep. Men kan niet „ins blaue hinein gaan werken". Van der Graaf gebruikt in deze fase de methode van de praxiologie, de handelingstheorie. Handeling wordt gedefinieerd als het teweegbrengen van een verandering in de wereld op grond van een causaal verband tussen handeling en doel. Bij het bereiken van dit doel maakt hij gebruik van methodologieën die gebaseerd zijn op de formele logica en twee grote tradities uit de wetenschapsfilosofie die hij aanduidt als de galileïsche en de aristotelische. De eerste noemt men wel teleologisch of finalistisch (op het doel gericht), de aristotelische traditie loopt parallel met het pogen langs finalistische weg dingen begrijpelijk te maken (understanding). Dit alles moet leiden tot een praktische redenatie die tot het gestelde doel leidt. Een derde denkwijze bij de beleidsontwikkeling is de deontische logica, de leer van het redeneren, het trekken van geldige conclusies uit premissen met een
Henk van de Graaf flinks) en Rob Hoppe (rechts). beleid zijn drie fasen te onder- , bepaald normatief karakter scheiden: de beleidsontwikkeling, (waardeoordelen of morele maatde Iseleidsvorming en de beleids- staven). Dus bij voorbeeld de deuitvoering. ontische stelUng van Lubbers: Bij de beleidsvorming moet een „Ik mag niet stelen van miniactor vaak de beslissingen nemen mumiyders". Maar liefhebbers en daarbij wordt een zwaar be- kunnen de tamelijk ingewikkelde roep op zijn deskundigheid, methodiek in het proefschrift zelf machtsbasis, overtuigingskracht nalezen. en legitimiteit gedaan. Er zijn vier fasen in de beleidsontwikkeling: de voorbereiding en beslis- Rob Hoppe sing over varianten; het metho- De tweede promovendus Robertus dische wetenschappelijke sys- Hoppe werd op 23 juni 1950 in teem samen te stellen door spe- Hiltrup (Bondsrepubliek) gebocialisten; planning en prognoses ren. Hij studeerde aan de KU in voor de handelingen in de toe- Nijmegen en behaalde in '74 zijn komst en efficiency: de optimale doctoraal politicologie. In '74 haalbaarheid van de kosten-ba- werd hij wetenschappelijk medeten-kant en de bruikbaarheid werker aan de subfaculteit en hij van de middelen. gaf onderwijs in beleidsanalyse Planning kan een facet of een en beleidsvorming. Hij schreef deel van het systeem zijn, de plan- onder meer artikelen over de bening kan veel aan de poUtiek leidsontwikkeling in Suriname overlaten, werken in doelen of voor en vlak na de onafhankelijkalternatieven (ja/nee-model) en heid en hield zich verder bezig planning kan kracht van wet met de bestuurskunde in relatie krijgen op grond van streefcijfers. tot de toekomstplanning. Beleidsontwikkeling vereist han- In '75 begon hij onder leiding van
prof. Kuypiers aan het leeronderzoek, waar hij ook op promoveerde, zyn grote inspirators in de politicologie zijn Bertrahd de Jouvenel en Hanna Arendt. C!opromotor bü het proefschrift „Economische zaken schrijft een nota" was prof. dr. B. Goudswaard. Beleidsmakers treft vaak het verwüt dat zy niet slagvaardig en creatief zün. Ook planningstheorie en beleidskunde zien de alledaagse praktük van beleidmaken als „doormodderen". Door allerlei methoden en technieken van planning of beleidsvorming proberen deze wetenschappen daarin verbetering te brengen. Helaas is daarbü vaak verzuimd de alledaagse praktük van beleidsvorming grondig empirisch te onderzoeken. Daarom stelt Hoppe in zyn proefschrift juist vragen centraal als: „Hoe komt een beleid eigenUjk tot stand?" en „Hoe verloopt beleidsontwikkeling, d.i. het intellectuele rijpingsproces in alle beleidsvorming?" Hanteren beleidsmakers daarbü bepaalde ontwerpregels? Hoe verhoudt dat intellectuele rijpingsproces 2äch tot de politieke wilsvorming of besluitvorming over een beleid? Deze vragen worden beantwoord in een confrontatie tussen theorie en
(Foto: Bram de Hollander) praktük ontleend aan het leeronderzoek. Kennis van de praktijk wordt ontleend aan een beschrijving van de totstandkoming van de Economische Structuurnota of Nota inzake de selectieve groei van de toenmalige minister van economische zaken drs. R. Lubbers. Beleidstheorieën die in dit boek op de proef worden gesteld zün Kuypers' theorie over beleidsvorming in een poUtiek-bureaucratische opzet en theorieën over beleidsontwikkeling als Incrementalisme (Een soort doelmiddel-denken, Lindblom) en mixed scanning (Gelaagde selectieprocedure, Etzioni). Deze confrontatie tussen praktük en theorie leidt tot: het blootleggen van de in het onderzochte geval gehanteerde ontwerpcode, een theorie over beleidsvorming als dynamisch dualisme van beleidsontwikkeling en besluitsvorming en de herontdekking van prudentie (leer van het juiste midden van Aristoteles) als richtsnoer voor deugdelüke beleidsvoering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's