Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 136
AD VALVAS — 11 NOVEMBER 1983
2
Academische Baad tegen een raad hoger onderwijs „Een onbeargumenteerde breuk met het verleden". Dat is kortweg de kritiek die wordt geuit in een concept advies opgesteld door de dagelijkse raad van de Academische Raad op de door minister Deetman eind september gepubliceerde plannen voor een nieuwe advies- en overlegstructuur in het hoger onderwijs. Hierin stelde Deetman voor om de Academische Raad en de HBO raad te vervangen door een kleine door de minister te benoemen Advies Raad Hoger Onderwijs (ARHO) en verder het overleg over WO respectievelijk HBO zaken te regelen in twee overlegkamers waarvan de voorzitter de minister van onderwijs is. Het is de bedoeling dat het pre-advies de komende maanden in de universitaireen hogeschoolraden wordt besproken waarna de Academische Raad op 13 januari het advies vaststelt. In het conceptadvies liggen de plannen, zoals de minister het voorstelde, „in het verlengde" van het wetsontwerp WWO 1981 dat nog moet worden behandeld in de Tweede Kamer. In dit wetsontwerp wordt de positie van de Academische Raad juist versterkt als overlegorgaan voor de instellingen van universitair onderwijs onderling. In de nieuwe voorstellen van Deetman houdt de Academische Raad op te bestaan en wordt advies alleen nog gegeven door de genoemde ARHO waarin echt geen vertegenwoordigers van het WO zitting hebben. Bij de adviestaak komen de instellingen (met name de universiteits en hogeschool raden) dus buiten spel te staan en wel ook in het overleg tussen de instellingen en de minister. De positie van de universitaire democratie wordt verzwakt. Het overleg tussen de
minister en de instellingen zal bovendien alleen maar gaan over de uitvoering van vastgesteld beleid. In het concept advies wordt er op gewezen dat de regeling zoals die n u wordt voorgesteld principieel afwijkt van de voorstellen in de WWO 1981, zonder dat die afwijking wordt beargumenteerd. Verder moet nog maar worden afgewacht of de minister het belangrijkste doel - het bevorderen van inzichtelijkheid en doelmatigheid - wel zal bereiken. Bovendien zijn er forse wijzigingen op het wetsvoorstel WWO 1981 in aantocht terwijl de advies en overlegstruct u u r waarover Deetman n u al een oordeel van de Tweede Kamer wil horen en de daaraan verwante planningsstructuur (waarover nog geen enkele duidelijkheid bestaat) pas in de invoeringswet van de WWO geregeld zullen worden. De dagelijkse raad wijst er in h a a r pre-advies verder op dat er volgens h a a r momenteel in het geheel geen sprake is van de vermenging van de functies van advies en overleg (één van de kritiekpunten van Deetman) omdat het overleg juist buiten de Academische Raad plaatsvindt in verschillende organen. Ook vraagt de dagelijkse raad zich af hoe het mogelijk is dat de Academische Raad niet als representatief voor de instellingen wordt aangemerkt. De AR is bij wet immers representatief. „De bestaande structuur wordt afgebroken", aldus het pre-advies „zonder dat er enige zekerheid bestaat dat de nieuwe structuur een oplossing biedt voor de door de minister gesignaleerde problemen." Advisering door een klein onafhankelijk orgaan zal bovendien noodzakelijk abstract moeten zijn, advisering door betrokkenen (zoals dat ook in andere sectoren gebruikelijk is) zal niet gemist kunnen worden zo stelt de dagelijkse raad die voorts wijst op het ruime gebruik dat momenteel van AR adviezen wordt gemaakt. In het advies wordt voor wat betreft de regeling van het overleg een alternatief voorgesteld dat aansluit bij de voorstellen in de
Beleid voor studenten bij op te heffen studies moet in voorjaar op poten staan De werkgroep „Student en taakverdeling" van de Academische Raad verwacht dat al in 1984 studenten bij op te heffen studierichtingen zullen willen vertrekken naar andere vestigingen voor dezelfde studie of een nieuwe studie willen beginnen. Daarom moet, zo meent zij, het beleid dienaangaande volgend voorjaar op poten staan. De werkgroep heeft de afgelopen week h a a r visie gegeven op de taak en\ werkwijze van de op te richten begeleidingscommissies bij studies die worden opgeheven. Volgens de werkgroep moeten ook studenten in de begeleidingscommissies zitting hebben naast vertegenwoordigers van de op te heffen en de ontvangende universiteit. De commissies moeten h u n taak ruim opvatten. Adviezen over de oplossing van problemen moeten bij de daarvoor bestemde beslissingsorganen worden aangedragen, zoals biJ faculteitsraden (over de programmering), de examencommissie van de ont-
vangende instelling (over vrijstellingen en de insluizing) en bij het college van bestuur (over eventuele verlenging van de inschrijvingsduur). Verder moeten de commissies ook gaan praten met de overbUjyende vestigingen van een bepaalde studie. Uiteindelijk bepaalt echter de ontvangende universiteit of zij studenten wil overnemen. De commissies blijven overgestapte studenten individueel begeleiden. De werkgroep van de Academische Raad is van mening dat het er voor alles op aankomt dat overstappende studenten zonder belemmeringen door kunnen studeren. Daarom moet allereerst gelet worden op welke voorkeuren studenten hebben. Studenten moeten zo min mogelijk tegen h u n zin n a a r elders hoeven té verhuizen, aldus de werkgroep. Enige duizenden studenten zullen met overstappen te maken krijgen. Zij studeren aan zeven van de dertien universiteiten en hogescholen. Aan de technische hogescholen (Eindhoven, Enschede en Delft), de landbouwhogeschool te Wageningen, de katholieke hogeschool in Tilburg en de rijksuniversiteit Limburg in Maastricht worden geen vestigingen van studies opgeheven. (UP, Bert Bakker; Red.)
WWO 1981. Volgens het alternatief moet de dagelijkse raad (uit de WWO 1981) van de Academische Raad als „bestuurlijk overleg" de onderlinge samenwerking tussen de universiteiten bevorderen en door de minister van onderwijs als het door hem gewengte representatieve overlegorgaan worden aangewezen. Dit bestuurlijk overleg waarin de onderlinge overlegorganen en tevens de disciplineorganen (waarin het zogenaamde middenniveau, de faculteiten) vertegenwoordigd zijn overkoepelen en zich bij het wegvallen van de adviestaak van' de Academische Raad ook kunnen buigen over studentenaangelegenheden. Het advies wijst verder de gedachte van Deetman dat de organisatie van het overleg tussen de universiteiten geheel aan henzelf moet worden overgelaten af. Dit moet net als het disciplineoverleg tenminste op hoofdpunten wettelijk worden geregeld. Het concept advies bekritiseert verder het ontbreken van een sociaal plan voor het personeel van de Academische Raad, dat in de nieuwe structur voor een deel overbodig wordt. Het vindt dat minister Deetman tekort schiet in zijn verantwoordelijkheid voor het personeel van de AR. Voorts wordt kritiek gegeven op het feit dat de door Deetman geraamde bijdrage voor de ondersteuning van het overleg binnen het WO (2 miljoen) „louter is ingegeven door bezuinigingen". De bezuinigingen van zo'n 7 miljoen k a n onmogelijk door de instellingen zelf worden bijgepast omdat daar toch al fors op de centrale diensten worden gekort. Het pre-advies bepleit verder nog het handhaven van de beroepsregeling zoals voorgesteld in de WWO waarin de Academische Raad het beroepsorgaan zou zijn voor de door de Colleges van Bes t u u r genomen besluiten. Uit het alternatief zoals dat in het pre-advies is opgesteld wordt niet duidelijk op welke wijze de Academische Raad tegemoet denkt te komen aan de kritiek over het functioneren, ook al ver-
Vervolg van pag. 1
voor het hoger onderwijs is gekozen voor onderbrenging in de wet op het HBO en niet in die op het WO. De scholen, die h u n vergoeding voor het opvangen van stagiairs onlangs zagen vervaUen, krijgen vanwege h u n zwaardere taak bij de leraars-opleiding een nieuwe vergoeding in het vooruitzicht gesteld. Dat wordt echter niet opnieuw een vergoeding aan de begeleidende docenten (soms in de vorm van taakuren), maar een uitkering aan de school. Eventueel kan voor dit geld een speciale schoolprakticum-functionaris worden aangesteld. De universitaire vakdidactici komen door deze nota in een nieuw stadium van onzekerheid. Wie moet er overgeheveld worden n a a r de NLO, wie kan bij de universiteit blijven en voor wie resteert er geen baan. Hoewel het departement stelt dat er geen bezuiniging wordt gerealiseerd door deze opzet van de lerarenopleiding, zal de krimpsituatie die zowel binnen de NLO's als binnen de universiteiten bestaat tot ontslagen leiden. Prof. Treffers, die de inhoud van de nota via een onderhoud met beleidsmedewerker drs. N. Dersj a n t n a a r buiten wist te krijgen, is zelf niet bepaald gelukkig met de nota. Zijn indruk is dat men in Den Haag nauwelijks beseft om hoeveel universitaire medewerkers het gaat.
woord in de toelichting WWO 1981 die er op neer komt dat de raad te veel een verzamelplaats van instellingen zou moeten zijn e n onvoldoende toekomt a a n h a a r andere taken. I n de afgelopen jaren is er nogal een negatief beeld over het functioneren van de raad ontstaan. Ook in politieke kringen wordt regelmatig gewezen op het slecht functioneren van de AR, zoals onlangs nog door Wallage (PvdA) in zijn eerste reactie op de plannen van Deetman. Of die kritiek voldoende bodem vormt om deze plannen door de Tweede Kamer goedgekeurd te krijgen is echter de vraag. Enige weken geleden sprak woordvoerder Lansink (CDA) al tegenover de UP zijn verwondering uit over de plotseling verschenen notitie van Deetman, aangezien over de WWO 1981 nog steeds onduidelijkheid bestaat. Belangrijk voor de beoordeling van de notitie van Deetman zal daarbij zijn de vraag in hoeverre met de plannen de greep van de overheid op het wetenschappelijk onderwijs wordt verstrekt. In de notitie van Deetman wordt gewe-
zen op het voorkomen van „onnodige overheidsregulering" en stelt hij voor de instellingen zelf verantwoordelijk te stellen voor de organisatie (een belangrijk deel van de financiering) van een overleg. Tegelijk wordt echter de Academische Raad (in meerderheid door het WO zelf samengesteld orgaan) vervangen door de geheel door de minister van onderwijs benoemde ARHO. Bovendien wordt de rol van de universiteits- en hogeschoolraden beperkt en wordt de onderwerpen waarover wordt overlegd beperkt tot de uitvoering van het beleid. In zoverre wijken de voorstellen van Deetman nogal af met de huidige situatie en met de voorstellen van de WWO '81, waarin juist de betrokkenheid van het gehele WO bij de beleidsvorming centraal staat. De Tweede Kamer dient te beoordelen of deze „trendbreuk" h a a r goedkeuring k a n wegdragen. Het advies van de Academische Raad dat op 13 j a n u a r i wordt vastgesteld zal daarom ook aan hen worden uitgebracht.
Debat over wetenschappelijk onderwijs
Instant koor Eerst
Prof. dr. H. Verheul (oud rector VU) zal één van de sprekers zijn in een debat over het wetenschappelijk onderwijs beleid in de eerstkomende jaren. Dit debat wordt georganiseerd door de JOVD Amsterdam. Ook mevrouw Den Ouden, lid van de tweede kamerfractie van de VVD zal spreken. Belangstellenden zijn welkom op 14 november om 20.00 u u r in het Stikkerhuis, ingang Bar „Libertijn", Nieuwe Zijdse Voorburgwal 288.
Orgelconcerten Elke woensdag is er in de aula van het hoofdgebouw om 12.45 een orgelconcert. De concerten duren ongeveer 20 minuten en de toegang is vrij.
Ook de vorm van de opleiding, de sterke concentratie op het schoolpracticum, vindt Treffers minder gelukkig. „Een jaar lang één oefenvorm, namelijk de praktijk op school, is rijkelijk lang. Het is nu al so dat wanneer de school in sieht komt de interesse voor allerlei vakken als adolescentiepsychologie afneemt. Ik vrees dat er geen tijd sal sijn voor enige afstand en reflectie". De verantwoordelijkheid van de NLO's voor de tweede fase doet Treffers ook vrezen, dat de universiteit de band met het onderwijsveld gaat verliezen. Weliswaar gaan universitaire medewerkers meewerken aan de tweede fase, blijven er twee maanden lerarenopleiding in de eerste fase en behoudt de universiteit de onderzoekstaak, de directe band met de praktijk gaat verloren. „En ik ben bang dat daardoor bepaalde beroepsaspecten in de sittdieprogramma's op den duur verloren gullen gaan. Ook ome eigen ondersoekstaak komt op een geïsoleerd eiland terecht". Een positief puntje voor de studenten in de nota is het beoogde toelatingsbeleid. Berekeningen hebben uitgewezefi dat de gemiddelde leeftijd van de leraar in 1990 vijftig jaar is. Dit komt vooral doordat biJ teruglopende leerlingen-aantallen de jonge, recenteItjker aangestelde docenten het eerst worden ontslagen. Gredacht wordt n u aan een verplicht te stellen leeftijdsmix in het lerarencorps of een garantie dat van elke jaargroep studenten een bepaald percentage een baan krijgt. (UP, Groningen, Martin Broesterhuisen)
(Bert Bakker/UP)
Voor de Kerstzang 1983 op de VU is de medewerking van het instantkoor weer gewenst. Daan Admiraal is bereid het koor te dirigeren, ook repetitieruimten en -tijden zijn vastgelegd. Het wachten is op de zangers. Zij die mee willen doen, worden verwacht op woensdag 16 november om 12.00 u u r in de UR zaal op de tweede etage van het hoofdgebouw. Tot kerst zal er elke woensdag van 12.00 u u r tot 13.00 u u r worden gerepeteerd.
Kring Derde Wereldliteratuur Op 26 oktober is de Kring DerdeWereldliteratuur voor het eerst bij elkaar geweest. Er waren zes mensen. Deze hebben besloten om door te gaan, ondanks het kleine aantal. De volgende bijeen komt wordt gehouden op donderdag 15 december in de vergaderzaal van het bezinningscent r u m in Provisorium III. Het boek „Een droog wit seizoen" van André Brink wordt dan besproken.
Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 of Postbus 7161, 1007 MC Amsterdam, tel. 020-5484330, b.g.g. 5486930. Redaktiebureel: kamer OD-01, hoofdgebouw VU. Redaktie: Jan van der Veen (hoof dredakteur). Jaap Kamerling, Wim Crezee, Piet Verhoeven, Marianne Creutzberg (redaktieassistente). Medewerkers: Leo Endedijk, Aart Bouwmeester, Boeleke Vunderink, Hidde van der Veen, Frans Hogendoom en (niet red.) dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Steve de Reus, Peter Wolters, Kees Keuch (Audiovisueel Centrum VU), Bram de Hollander. Tekenaar: Aad Meijer. Universitaire Pers: Ad Valvas werkt met andere universiteits- en hogeschoolbladen samen in de „Universitaire Pers". Coördinatie-adres: Utrechts Universiteitsblad, Boothstr. 6, 3512 BW Utrecht. Beléidraad: mevrouw T. A. van Bottenburg (vrz.),.drs. C. J. M. van (jerven, P. Haring, G. H. de Jong, J. Paardekoper, prof. J. van Putten, dr. J. N. Zaal. Sekretariaat beleidsraud: ir. B. G. K. Krijger, kamer 2D-05, hoofdgebouw VU, tel. 020-5482696. Advertenties: opgave bij Bureau Van Vliet BV, Postbus 20,2040 AA Zandvoort, tel. 02507-14745, behalve „A(ijes". Adjes: max. 30 woorden, kosten ƒ7,50 kontant. Alleen voor VU-personeel en studenten. Opgaven vóór maandag 10.00 u u r t.b.v. nr. diezelfde week. Produktie: Randstad-Handelsdrukkerij BV (Perscombinatie), Stationsweg 38, 1431 EG Aalsmeer, tel. 02977-25141. Toezending: per jaargang ƒ 15,-, bij vooruitbetaling te voldoen op postgiro 283200 t.n.v. VU, onder vermelding van „codenummer Ad Valvas 5-31010-00-0420". Klachten over toezending: dienst Pers en Voorlichting, kamer lD-03/2, hoofdgebouw VU. Tel. 020-5482671.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's