Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 75

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 75

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 30 SEPTEMBER 1983 meldingen 25 keer in actie, 18 keer betrof het loos alarm, 7 keer een (begin van) brand. Enkele andere DVM-activiteiten in 1982 betroffen de verwerking en afvoer van radioactief afval, de registratie van stralingsdoses van radiologische werkers en de inzameling en afvoer van organisch- en anorganisch chemisch afval. Tenslotte verdienen vermelding de activiteiten gericht op de verbetering van veiligheid en milieu in de verschillende gebouwen. Zo is er door het College van Bestuur in begin 1982 een Stuurgroep "Veiligheidsvoorzieningen gebouw van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen ingesteld. Aanleiding hiertoe was met name de door de subfaculteit Scheikunde gesignaleerde problematiek met betrekking tot onduidelijkheden rond de na storingssignaleringen te nemen actie. De storingssignaleringen waar het hier om gaat, betreffen zowel het technisch functioneren van de installaties in het gebouw als specifieke veiligheidsvoorzieningen. Door de Stuurgroep is een Werkgroep Storingssignalering en Verwerking ingesteld. In de verslagperiode zijn o.a. de signaleringsmogelijkheden geïnventariseerd, gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. Er is een storingsboek voor de portiers samengesteld. Tevens is begonnen met een storingsafhandelingsboek voor de technici van de wacht. Verder is een voorstel uitgewerkt voor de completering van de brandrepressieve voorzieningen in het gebouw. Voor het in uitvoering nemen van de plannen zijn extra middelen ter beschikking gesteld. De Stuurgroep heeft zich voorts bezig gehouden met organisatorische problemen rond de te nemen actie n a a r aanleiding van storingsmeldingen en de verantwoordelijkheidsafbakening met betrekking tot techniek, onderhoud en veiligheid. In de Stuurgroep is tevens gediscussieerd over gebouwenautomatisering.

6.4 Bedrijfsmaatschappelijk Werk (BMW) Het BMW heeft als functie het bieden van hulp aan personeelsleden die door moeilijkheden in h u n werk of in h u n privéleven h u n taak niet goed kunnen vervullen. Door middel van gesprekken wordt n a a r een mogelijke oplossing gezocht. De gesprekken kunnen informatief, adviserend, steunend/begeleidend en bemiddelend zijn. De gesprekken zijn strikt vertrouwelijk. Door regelmatige publicatie van de spreekuurtijden, een interview in Ad Valvas, informatie tijdens de introductiedagen en de verspreiding van een folder over bedrijfsmaatschappelijk werk weten steeds meer personeelsleden het BMW zonder tussenkomst van derden te vinden. Daarnaast vindt verwijzing plaats door o.a. bedrijfsartsen, personeelsfunctionarissen, hoofden van dienst, collega's en externe hulpverleners. In 1982 zijn er 99 personeelsleden bij het BMW geweest. De hulpvragen lagen op verschillende terreinen: - materiële problemen - Werkproblemen - persoonlijke problemen - ziekte en handicap. Dikwijls was sprake van een combinatie van problemen. Wanneer dit noodzakelijk was - uiteraard alléén met toestemming van betrokkene werd contact opgenomen met derden, bijv. binnen de VU met afdelingshoofden, het personeelsfonds of buiten de VU met instanties als het Dercksencentrum, crisiscentrum, instellingen voor gezinshulp, bureaus voor levens- en gezinsmoeilijkheden, sociaal psychiatrische diensten e.d. In een aantal gevallen heeft begeleiding plaatsgevonden in samenwerking met deze organisaties. De problemen die medewerk(st)ers het BMW voorlegden kunnen als volgt worden onderverdeeld: Materiele problemen Huisvesting: Regelmatig komen aanvragen binnen om te bemiddelen bij het zoeken naar woonruimte. In de meeste gevallen kan het BMW slechts informatie geven over de vaak ondoorzichtige regels die gelden en instanties die zich bezighouden met huisvesting in Amsterdam en omgeving. Slechts in zeer bijzondere gevallen kon succesvol bemiddeld worden. Verder kon in 1982 een beroep gedaan worden op de tijdelijke woonruimte van het het ziekenhuis en de VU/AZVU-woningen. Financien: In verband met financiële problemen werden door het BMW contacten onderhouden met onder meer het Personeelsfonds en de Gemeentelijke Kredietbank en een medewerker van PZ in verband met inhoudingen op het salaris.

15 Gezinshulp: In een enkel geval werd bemiddeld in verband met spoedeisende gezinshulp. Juridische kwesties: Personeelsleden met vragen van juridische aard werden verwezen n a a r bureaus voor rechtshulp, sociale raadslieden of een advocatencoUectief. Werkproblemen Dit jaar werd het BMW - meer dan in voorgaande jaren - met werkproblemen geconfronteerd. De problemen lagen op het gebied van: a. relatie met de leiding b. relatie met collega's c. leidinggeven d. onduidelijke situatie e. arbeidsomstandigheden Veelal betrof het ook hier een combinatie van problemen. Voor de aanpak van deze problemen werd overlegd met de betrokken personeelsfunctionaris en zo nodig met de afdeling Organisatie Ontwikkeling en de bedrijfsartsen. In een aantal gevallen werden gesprekken met meerdere personen, bijv. chef of collega's van de cliënt gevoerd met als doel begrip voor, verduidelijking en oplossen van een probleem. Persoonlijke problemen Dit betrof huwelijks- en andere relatieproblemen, gezinsproblemen, overlijden van gezins- of familieleden en psychische problemen, zoals depressiviteit, psycho-somatische klachten e.d. Een aantal cliënten is verwezen naar externe hulpverleningsinstanties. Ziekte en handicap Een aantal personeelsleden werd begeleid voor en n a een invaliditeits(af)keuring. Ook waren er contacten met enkele gepensioneerden. Voor gehandicapte personeelsleden werd bemiddeld in verband met voorzieningen.

6.5. Werkoverleg en dienstoverleg Bij het in werking treden van de regelingen Werk- en Dienstoverleg in 1979 was toegezegd dat na twee jaar bezien zou worden of deze overleggen naar verwachting functioneerden. Door verschillende oorzaken is pas eind 1982 een commissie begonnen met de evaluatie van het werk- en dienstoverleg. Doel van de evaluatie is: 1. het verzamelen van informatie over het functioneren van het werk- en dienstoverleg bij de verschillende diensten en bibliotheek (uitgezonderd de Bibliotheekraad). 2. het waar nodig en mogelijk aanvullen van de „Aanwijzingen" betreffende werk- en dienstoverleg en Contactraad Bureau Universiteit. 3. het verkrijgen van suggesties/aanbevelingen voor wijziging/verbetering van het overleg. 4. het indien mogelijk en gewenst geven van adviezen aan werk- en dienstoverleggen. De commissie Evaluatie Werk- en Dienstoverleg Algemene Dienst (WEDAD) bestaat uit vertegenwoordigers van de diensten FEZ, GITM, IBD en PZ. Besloten is aan de hand van een schriftelijke enquête n a te gaan of werk- en dienstoverleg op alle plekken waar dat verwacht kan worden ook wordt gehouden en of dit overleg n a a r tevredenheid functioneert. Inmiddels zijn de resultaten van de enquête verwerkt. Ongeveer 85 ä 90% van de werkeenheden die een formulier ontvingen zond dit ingevuld retour. Het vervolg op de enquête bestaat uit verschillende onderdelen: - ondersteuning/begeleiding (vanuit PZ) van werk- of dienstoverleg voor die werkeenheden die daar in de enquête om gevraagd hebben; - nader onderzoek n a a r die werkplekken waar geen werk- of dienstoverleg plaatsvindt of de informatie daarover (bij de commissie) ontbreekt; - nader onderzoek n a a r die werkplekken waar werk- of dienstoverleg is met een zeer lage frequentie en waar er aanwijzingen zijn dat het werkoverleg misschien niet zo functioneert als volgens de „Aanwijzingen" zou behoren. Uiteindelijk zullen eind 1983 de resultaten van de enquête en de eventuele vervolggesprekken in een eindrapportage aan het College van Bestuur worden verwerkt. Vanzelfsprekend zal de commissie in deze eindrapportage niet tot in detail de resultaten van alle verschillende werkeenheden/werk- en dienstoverleggen noemen. Volstaan zal worden met de algemene conclusies. Begin 1984 zullen op basis van deze eindrapportage de Aanwijzingen Werk- en Dienstoverleg worden aangepast c.q. aangevuld. Voor zover mogelijk zal daarbij rekening worden gehouden met de ontwikkeling (bij de Rijksoverheid) van de dienstcommissies nieuwe stijl. Het laat zich aanzien dat onder andere de functies van het werk- en dienstoverleg nader geformuleerd

zullen worden. Zo'n functie is met name de mogelijkheid voor medewerk(st)ers om invloed uit te oefenen op de besluitvorming die betrekking heeft op werk en werkomstandigheden. Een andere belangrijke functie is een goede informatie-uitwisseling. Ten slotte kan worden vermeld het streven van de commissie om de definitie van werk- en dienstoverleg aan te vullen met een indicatie van de onderwerpen die erin aan de orde mogen of moeten komen.

-

7. Personeelsbudget

-

In het Financieel Jaarverslag 1982 (dit verslag ligt o.a. bij het informatiecentrum ter inzage) k u n t u desgewenst uitgebreidere informatie vinden dan in dit kader in deze paragraaf gegeven wordt. De omvang van het personeelsbudget en wijzigingen daarin zijn echter direct van invloed op het aantal arbeidsplaatsen bij de VU, daarom wordt er in het Sociaal Jaarverslag wel enige aandacht aan besteed. De totale omvang van het personeelsbudget was in 1982 ƒ258.196.000,-. Besteed werd in totaal ƒ253.242.000,- zodat een overschot van ƒ 4.954.000,- resteerde. De verklaring voor dit overschot is te vinden in verschillende factoren: - een onderbezetting op de toegewezen formatie. Deze onderbezetting was voornamelijk het resultaat van de beleidskeuze de budgethouders toe te staan overschotten op de formatiebesteding mee te nemen naar 1983. Hierdoor krijgen de budgethouders de mogelijkheid de jaarlijkse inlevering op een meer geleidelijke manier tot stand te brengen. Bovendien kunnen gedwongen ontslagen daardoor (langer) worden voorkomen. - lagere sociale lasten dan geraamd was. - lagere uitgaven in verband met de interimregeling ziektekosten. - diverse andere kleine verschillen, waarvan het saldo positief was. - meer uitgaven in verband met uitzendkrachten en overige declaranten dan was verwacht (waardoor het saldo-overschot - vanzelfsprekend - lager werd). Het saldo van ƒ 4.954.000,- kon niet zonder meer in zijn geheel worden overgeheveld n a a r 1983. De regeling bestemming saldi bepaalt namelijk dat overschotten tot maximaal 1% van het totale subsidiebedrag mogen worden overgeboekt, na aftrek van schriftelijk vastgelegde verplichtingen. Een deel van het overschot (ƒ 1 miljoen) is om deze reden overgeschreven n a a r het zogeheten „egalisatiefonds onderhoud en verbouwingen". Deze reservering komt zeer goed van pas, omdat bij steeds teruglopende middelen tegelijkertijd meer kosten voor onderhoud verwacht moeten worden. Verder is ƒ 1,5 miljoen overgeboekt n a a r 1983 in verband met de onderbesteding in 1982 door faculteiten (zie ook hierboven), terwijl tevens door faculteiten n a a r keuze het verplichte vacaturepercentage kan worden verlaagd of een verhoging van het materiële budget kan plaatsvinden. Hiervoor is ƒ 500.000,- uitgetrokken. Het resterende bedrag wordt voor ƒ 1 miljoen gereserveerd voor een speciale knelpuntenruimte om de negatieve gevolgen van de TVC-operatie gedeeltelijk op te vangen en voor ƒ 800.000,- zal a p p a r a t u u r (bij voorbeeld in de informaticasfeer) kunnen worden gekocht. Enkele oorzaken van het overschot in 1982 werken door in 1983. Daardoor is voor 1983 het verplichte vacaturepercentage voor de faculteiten teruggebracht van 1,65 n a a r 0,2%. Verder konden aan de Beleidsruimte Onderzoek (BRO) 3 plaatsen worden toegevoegd en werd aan de Wetenschapswinkel en aan PZ ten behoeve van de Emancipatiecommissie ieder een halve formatieplaats toegewezen.

8. Diversen 8.1. Emancipatiebeleid De in het najaar van 1981 ingestelde Emancipatiecommissie stelde in juni 1982 een werkplan op voor 1982/1983, dat door het College van Bestuur werd goedgekeurd en door de Universiteitsraad werd vastgesteld. De commissie vergadert jaarlijks zes tot zeven keer plenair en werkt verder in drie subgroepen op het terrein van werksituatie, vrouwenstudies en studieloopbaan. De vergaderingen van de commissie en de subgroepen zijn openbaar. Een van de actiepunten van de subgroep werksituatie was het ondersteunen van de werkgroep kinderopvang. Deze steun bleek gelukkig niet meer nodig te zijn, omdat de crèche (het Olifantje) begin 1983 feestelijk kon worden geopend. De subgroep werksituatie besteedde in 1982 ondermeer aandacht aan: - een onderzoek n a a r de werkbeleving en werksituatie van TAS-vrouwen. Dit on-

-

-

-

-

-

derzoek zal in 1983 worden uitgevoerd door drie studentes Sociale Psychologie. Naar verwachting zullen in het voorjaar van 1984 de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt kunnen worden. het aanstellen van een emancipatiemedewerkster bij de VU. Inmiddels heeft het CvB een halve formatieplaats gereserveerd voor twee jaar. De besteding daarvan zal worden bezien in relatie met een subsidie-toekenning van het Ministerie van Sociale Zaken voor een emancipatiemedewerkster voor 20 u u r per week voor de duur van 3 jaar. het opzetten van een vormings- en opleidingsprogramma voor vrouwen aan de VU. In 1983 zal door twee stagiaires bij de Dienst Personeelszaken een onderzoek worden gedaan naar omvang en aard van de behoefte a a n vormings- en opleidingsfaciliteiten. De subgroep vrouwenstudies hield zich in 1982 met o.a. de volgende onderwerpen bezig: inventarisatie van de mogelijkheden voor publikatie van scripties e.d. op het gebied van vrouwenstudies. het Vormingscentrum van de VU verlenen van steun bij de inventarisatie van activiteiten betreffende vrouwenstudies in zowel onderwijs en onderzoek. Deze inventarisatie kwam inmiddels gereed en werd op ruime schaal verspreid. het verlenen van - financiële - steun aan UvA/VU EVA. het bevorderen en ondersteunen van initiatieven voor het organiseren van studiedagen of open dagen vrouwenstudies. Het is de bedoeling in 1984 een (of meer van dergelijke) dag(en) te organiseren. De voornaamste activiteiten van de subgroep studieloopbaan betroffen: het bevorderen van onderzoek naar oorzaken van en remedies tegen studievertraging en studiestaking van vrouwelijke studenten. De subgroep verleende in dit verband medewerking aan de indiening van een BRO-aanvraag. het vragen van aandacht voor de wellicht bestaande specifieke problemen voor vrouwelijke studenten bij studiebegeleiders, studentendecanen en anderen die regelmatig met problemen van studenten worden geconfronteerd. het nagaan of deeltijdstudie mogelijk is tegen naar - rato - betaling van collegegeld. Dit bleek niet mogelijk te zijn. Daarom is door de commissie een brief opgesteld die door het College van Bestuur aan het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen werd gezonden. In deze brief wordt de minister gevraagd de wetgeving op dit p u n t aan te passen.

8.2. Personeelsvereniging Begin 1982 kreeg de personeelsvereniging een geheel nieuw - gekozen - dagelijks bestuur. Door het dagelijks bestuur werd wekelijks vergaderd; het bestuur vergaderde maandelijks. Een van de bestuurlijke onderwerpen was de statuten-wijziging, waarbij doel, lidmaatschap en bestuurssamenstelling van de vereniging de belangrijkste punten waren. De leden van de Personeelsvereniging zijn inmiddels over de voorgenomen wijzigingen geïnformeerd en in twee algemene ledenvergaderingen werden de wijzigingen goedgekeurd. De doelstelling van de Personeelsvereniging is in de nieuwe statuten als volgt 'verwoord: „De vereniging stelt zich ten doel ontspanning te verschaffen a a n allen die lid zijn van de vereniging, waardoor tevens de onderlinge sociale contacten bevorderd kunnen worden". In 1983 zal het huishoudelijk reglement waar nodig en gewenst worden gewijzigd en indien noodzakelijk ook het reglement van orde. Nieuw in de statuten is de bepaling dat oud-personeelsleden lid kunnen blijven van de Personeelsvereniging n a h u n pensionering, VUT, afloop tijdelijk contract of ingeval van invaliditeitspensioen. Voor het lidmaatschap zijn deze leden (voor 1983) per j a a r ƒ 15 contributie verschuldigd. De Initiatief Groep Gepensioneerden heeft al gewerkt aan ontmoetingsmogelijkheden voor alle oud-medewerk(st)ers. Het is de bedoeling dat deze groep verenigingsleden als zelfstandige groep met een eigen bestuur, onder auspiciën van de Personeelsvereniging gaat functioneren. De Personeelsvereniging, die op dit moment meer dan 3000 leden telt, organiseerde in 1982 weer tal van activiteiten; waaronder badminton, basketbal, indoortraining, tafeltennis, yoga, volleybal, tennis, zwemmen, windsurfen, zeevissen, kerststukken maken en paardrijden. Verder konden 3 filmavonden worden bijgewoond, cursussen Engels worden gevolgd, reizen geboekt en kaarten voor concerten en theatervoorstellingen via de Personeelsvereniging (vaak met korting) worden gekocht. De meeste van deze activiteiten en wellicht nog meer en/of nieuwe, zullen in 1983 ook worden ontplooid.

Met deze diapositieve regel wordt het Info-deel in deze krant afgesloten. Voorwaarden Info-pagina's zie begin.

-.^^^:imM^Ê^f^MM:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's