Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 403

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 403

9 minuten leestijd

Verkjezingskatem

AD VALVAS — 20 APRIL 1984

3

Gesprek met drie personele vertegenwoordigers in universiteitsraad

„Werkelijke macht op de universiteit hangt af van toevalligheden" De tijden zijn veranderd. De universiteitsraad van tien jaar geleden verschilt hemelsbreed van die van nu. Stormachtige en langdurige vergaderingen met veel publiek op de tribune komen nog zelden voor. Soms worden vergaderingen zelfs afgelast. De motie, een laatste middel voor de raad om van zijn verontwaardiging blijk te geven, is een nog slechts voor zeer uitzonderlijke kwesties toe te passen artikel aan het worden. Bestuurlijk realisme, haalbaarheid en zakelijkheid zijn begrippen die je raadsleden steeds meer hoort gebruiken. Dertien jaar na de Wet Universitaire Bestuursher-* vorming (WUB) die de democratisering op de universiteiten inluidde, lijkt iedereen zijn plekje gevonden te hebben, verklaart drs. Peter de Boer, lid van de VU-raad voor het Demokratisch Akkoord (WP'ers en TASsers). Dr. Ceguin de Groot (Onafhankelijk WP): Ja, maar je kan ook stellen dat verzet tegen veel maatregelen uiteindelijk niet zoveel zin heeft. En Cees Zeijlemaker (Onafhankelijke TAS): Je kan zeggen, het is een rotmaatregel, die ons door Den Haag wordt opgelegd, maar laten we er het beste voor de VU proberen uit te halen. Een gesprek met drie vertegenwoordigers van het personeel over het raadswerk in de magere jaren, hun kritiek op de Haagse bedisselarij, hun frustraties; en hun onzekerheid over dat wat er aan staat te komen, de nieuwe Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs die de WUB (in '85?) gaat vervangen en de democratisering stevig reduceert ten bate van grotere doelmatigheid. Minder bevoegdheden voor de universiteitsraad (en de faculteitsraden), meer macht voor het college van bestuur (en de faculteitsbesturen).

De Groot: „Hier en daar hebben we wel iets bereikt, maar niet veel. Bij voorbeeld een terughoudende opstelling ten opzichte van de toetsingscommissie voor de voorwaardelijke financieringsprojecten. Maar het is allemaal betrekkelijk marginaal. De feitelijke situatie laat zien dat er nogal eens stations zo goed als gepasseerd zijn. Daar zijn we ongelukkig mee." „Ik heb niet het gevoel dat de raad kwalitatief onvoldoende tegenspel kan geven, maar ik denk dat de praktische benadering van de 'ambtenaariyke' k a n t van het bestuur het nogal eens moet winnen van de principiële. Als het gaat over onderwijszaken of aanpak van de personeelsproblematiek, dingen die op zichzelf best honorabel zijn, ook voor het college van bestuur, maar ze zijn niet haalbaar genoeg, dan valt de keus

Dr. Ceg. de Groot (Onafhankelijk

WP). (Foto AVC/VU)

lyken de discussies meer en meer. De Boer: „Iedereen heeft zijn plekje wel gevonden, krijg ik het idee. Toen de WUB pas was ingevoerd, moest dat plekje nog gevonden worden. Toen werd er jarenlang geknokt. Nu is er een soort evenwicht ontstaan." De Groot wijst erop dat je ook kan zeggen dat verzet tegen veel maatregelen toch niets meer uithaalt in deze zuinige tijd. Zeijlemaker geeft aan dat er ook een bepaalde traditie gegroeid is met betrekking tot de VU-begroting. De Groot: „Dat is waar, maar wat is er nu een zwaarder wegende kwestie geweest: de WUB of de TVC? Dat is de TVC, die is in korte tijd geklaard, terwijl de WUB jaren heeft gekost voordat men eraan gewend was.

Toevalligheden

Drs. P. J. M. de Boer (DAK-fractie). (Foto AVC/VU) De drie raadsleden blijken allen voor de raad te zijn gevraagd, maar dat is niet ongebruikelijk. Het raadswerk vergt veel inspanning. Cees Zeijlemaker, voorzitter van de Onafhankelijke TAS en vorig jaar voor een nieuwe Periode van twee jaar herkozen, geeft als „stiekeme reden" op dat hij het best leuk vond eens mee te maken. „De tweede reden was dat het een keer mijn beurt was in de trant van een corvee dat achteraf heel aardig bleek te zijn." En als niet de minste belangrijke reden gold voor hem „dat het gewoon nuttig is dat de raad bemand wordt door mensen die belangstelling voor en affiniteit met het bestuurswerk hebben." Zeijlemaker is adjunct-secretaris/beheerder van de letterenfaculteit. De twee andere gesprekspartners sluiten zich ongeveer bij hem aan. Peter de Boer, bijna twee jaar in de raad en n u weer kandidaat, werkzaam bij de dienst Financieel-Economische Zaken, ziet het raadswerk óók als een bestuurlijke leerschool. Ceguin de Groot, die zijn eerste raadsperiode idem bijna achter de rug heeft en opnieuw kandidaat staat, zegt nog eens ja te hebben gezegd „gezien het beperkt beschikbare arsenaal van mensen" in zijn district. „Maar ik doe het wel van harte, anders was dat niet gebeurd." Hij is wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de subfaculteit Duits. De Boer koos voor het Demokratisch Akkoord (DAK) omdat het de enige van de drie personeelsfracties is waarin zowel het geluid van de wetenschappers als dat van het technisch en administratief personeel wordt gehoord. „Ik vind dat completer. Daarnaast manifesteren we ons met

Jan van der Veen een programma, dat door de twee elementen ook evenwichtig kan zijn. Voor de besluitvorming is het goed dat je k u n t terugkoppelen en zeggen: wat staat er in ons programma? Hoewel de bestuurlijke flexibiliteit soms aangeeft dat je iets anders moet doen."

Grondhouding „Wij hebben geen officieel programma," zegt Zeijlemaker. „Maar op een enkele uitzondering n a hebben we ons altijd kunnen vinden in een gemeenschappelijk stanpdunt. Ik denk dat er bij ons een soort (positieve) grondhouding bestaat van vertrouwen in wat je wordt voorgeschoteld door het college van bestuur. Soms kom je wel tot diametraal andere opvattingen, maar het werkt goed." Hij zegt het geledingenprincipe - TAS en W P apart een prima principe te vinden. Voor het DAK voelde hij niet. „Ik wilde me niet vastleggen op een aantal vooraf ingenomen standpunten die meer op het algemeen-politieke vlak lagen naar mijn perceptie." Bij het Onafhankelijk W P heeft men weliswaar ook geen programma, maar, geeft De Groot te kennen, er is wel een lijn. „Die is reactief ontstaan uit de ervaring van onze raadsleden en doorgegeven aan nieuwkomers. Een soort opvatting van hoe te reageren op het beleid en de structuur zoals we die in de raad aantreffen." Hoe kijken ze terug op h u n raadsperiode totnutoe? Het drietal demonstreert een mengeling van onvrede en weinig voldoening.

Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs zyn de heren het roerend eens in h u n kritiek. De Boer: „Dat de doelmatigheid in het bes t u u r erdoor wordt verhoogd is p u u r een verkoopargument van Den Haag. Op geen enkele wijze heeft men berekend wat dat kost. Besturen kan doelmatiger door de organen kleiner te maken, denkt men, omdat er veel papier omgaat en veel bla-bla wordt gehoord. Men heeft zich geen moment afgevraagd of de betrokkenheid bij het bestuur die er n u is niet toch een betere organisatie is." Zeijlemaker: „Mee eens." De Groot: „Meer dan dat." De PKV-studenten vroegen zich tijdens de jongste raadszitting zo ongeveer rethorisch af of het nog wel zoveel zin heeft in de raad te blijven zitten als de WWO wordt ingevoerd. De raad als adviesorgaan, weliswaar met behoud van het budgetrecht, maar zonder recht van initiatief. De drie denken er toch wat genuanceerder over en geven de voorkeur aan de twijfel.

op de praktische oplossing." De Boer: „Dingen als een taakverdeUngsoperatie, een voorwaardelijke financiering van onderzoek, die worden vanuit Den Haag op je afgeschoten. Je k u n t er niet bar veel meer aan veranderen. Daarentegen kan je veel meer besturend bezig zijn voor eigen VU-aangelegenheden, zoals bü voorbeeld het buitenlandbeleid, en er je principes in laten doorklinken. De keiharde randvoorwaarden van ^buiten, daar k u n je met je creatieve gevoelens tegenaan botsen. Dat is soms frustrerend, vooral als je het gevoel krijgt te worden gemanipuleerd, zoals bü de TVC. De raad zei akkoord, maar een goed sociaal beleid is een harde voorwaarde, maar vervolgens heeft men het sociaal beleid losgekoppeld en op een laag pitje gezet, kregen we het idee." Zeijlemaker vindt dat de universitaire democratie beslist werkt in de zin van de raad als medevormgever van het VU-beleid naast het college van bestuur. „Harmonie waar mogelijk, conflict waar nodig," is zijn standpunt. „Steeds op allerlei p u n t e n harde kritiek op het college van bestuur te leveren hoeft voor ons niet. De aanwezigheid van de raad werkt op zich al in de richting die wij willen." Hij is het eens met de teneur van wat De Boer even tevoren opmerkte: „Als DAK nemen we nooit extreme standpunten in, we willen reëel zijn en proberen het belang van de organisatie voorop te zetten. Want in wezen gaat erom: je zit er met zijn allen voor de VU." De drie raadsleden zeggen dat er in de comissies efficiënter wordt gewerkt. In de raadzaal verzake-

Men heeft zich n u veel sneller bij de dingen neergelegd. Personeel én studenten."

Signalen De Boer vindt dat de raad met moties, ook al zetten ze zakeUjk gezien misschien geen zoden meer aan de dijk, toch signalen kan afgeven richting Den Haag om te laten zien in welke sfeer besluiten waarmee de raad het eigenlijk helemaal niet eens is worden genomen. „Dat moet dan toch op een goed moment ginds worden opgepikt. Je k u n t niet constant dingen over je heen laten komen." Zeijlemaker: „Als je het er niet mee eens bent, moet je dat natuurlijk wel laten merken, m a a r daar achteraan moet wel bestuurlijk realisme komen." De Groot: „En de haalbaarheid." Is het even hikken dan slikken? De Groot: „Ja, en dan razendsnel aan het werk." Over het ontwerp voor de nieuwe

C. Zeijlemaker (Onafhankelijke

Zeijlemaker: „De formele macht van de universiteitsraad wordt natuurlijk zonder meer geringer. Dat is geen goede ontwikkeling. De raad heeft al niet eens zo erg veel macht. Maar de werkelijke m a c h t op de universiteit hangt af van toevalligheden. Van krachtige figuren in de universiteitsraad of in het college van bestuur. Van een goed ambtenarenapparaat. Van de wandelgangen. En je zou kunnen zeggen dat zelfs bij een heel vergaande ontdemocratisering de verhoudingen binnen de universiteit toch nog goed blijven. Maar ja, het kan ook verkeerd ^uitpakken. Ik kan daar geen eenduidig antwoord op geven." De Boer meent dat er zoveel factoren in het spel zijn dat hij maar liever geen voorspelling wil doen. De Groot: „Twee aspecten. Afgezet tegen de huidige situatie zie ik geen aanleiding om tot die nieuwe maatregelen over te gaan. Ik vind dat het best functioneert. Als het eenmaal zover is, zijn er, denk ik, waarschijnlijk wel wegen te vinden om toch nog invloed uit te oefenen als raad. Op het eerste gezicht, zeg ik, zal het wat gecompliceerder worden, want om uiteindelijk via het controlerecht op begrotingen beslissingen door te drukken zal een hogere graad van inzicht en kennis in die moeilijke materie vragen dan nu op andere fronten nodig is om initiatieven te ontwikkelen. Dus ik acht het op het eerste gezicht een nadeliger situatie waarin we terechtkomen."

TAS). (Foto AVC/VU)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 403

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's