Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 259
7
AD VALVAS — 3 FEBRUAR11984
Onderwijsresearch helpt Geneeskunde en Tandheelkunde bij evaluatie onderwijsprogramma's
„Je wilt geen rapporten voor de bureaula maken" In 1981 werd bij Geneeskunde en Tandheelkunde een begin gemaakt met een nieuw studieprogramma. Beide studierichtingen liepen hiermee een jaar vooruit op de invoering van de twee-fasenstructuur. Teneinde het functioneren van de nieuwe programma's goed te kunnen beoordelen werd in 1981 tevens besloten tot het instellen van speciale commissies, die de programma's permanent evalueren. Aan deze commissies werden twee vertegenwoordigers van het Bureau Onderwijsresearch van de VU toegevoegd, Florence Pijpers-Drenth bij Geneeskunde en Willem van Os bij Tandheelkunde. Zij zijn degenen die in eerste instantie de verslagen van de commissies opstellen. Reden om met hen te gaan praten over de evaluaties, de rol van het Bureau Onderwijsresearch en de resultaten van tweeëneenhalf jaar evalueren. Het inschakelen van beide onderwijskundigen bij het evalueren van de nieuwe onderwijsprogramma's is niet zo maar uit de lucht komen vallen. Tussen Onderwijsresearch en Geneeskunde waren al contacten over de herprogrammering en Willem van Os heeft voor 1981 al deelgenomen a a n commissies die zich over de opzet van een nieuw programma bogen. Het systematisch evalueren is ook niet iets nieuws voor Onderwijsresearch. In de afgelopen tien jaren is onderzoek gedaan n a a r het functioneren van onderwijsprogramma's bij Economie, Psychologie, Sociale Geografie en Biologie. Het betrekken van Onderwijsresearch bij evaluaties heeft volgens Willem van Os dan ook in de eerste plaats het voordeel dat er gebruik gemaakt k a n worden van een grote ervaring op dit terrein. „In de tweede plaats gaat het er ook om dat we betrekkelijk veel know-how hebben over de uitvoeringsmogelijkheden, de instrumenten die meer of minder geschikt zijn. Met name Biologie hebben we gebruikt als een soort test-case, in de zin van: wat is handig, wat levert snel veel informatie op, wat levert informatie op waar je wat mee kan doen. J e hebt ervaring opgedaan met verschillende methodes van studietijdmeting, met het interviewen van docenten, het enquêteren van studenten. Op grond van die ervaringen beschik je over een arsenaal technieken als het gaat om de opzet van een evaluatie én de meest efficiënte en de meest informatieve wijze van uitvoering." Ten derde, en dat is denk ik het belangrijkste, heb je ideeën over de beste manier om er voor te zorgen dat die verzamelde informatie ook werkelijk gebruikt wordt als het gaat om het bijstellen van programma's, invoering van vernieuwingen, etcetera. Het heeft geen enkele zin om een onderzoek uit te voeren, of zelfs maar te beginnen, wanneer je geen redelijke
>£ELD> Bibliotheken Het advies van de Bibliotheekraad is bij minister Deetman in goede aarde gevallen. De raad geeft in zijn advies aan hoe de universiteitsbibliotheken in het kader van de Taakverdelingsoperatie kunnen bezuinigen. Deetman onderschrijft de opvatting
Leo Eüdedijk garanties hebt dat er met de resultaten van dat onderzoek ook iets gebeurt. J e wilt geen rapporten voor de bureaula maken."
Buitenstaanders
Florence Pijpers-Drenth: Het heeft voordelen als iemand van buiten de faculteit adviezen moet geven. J e bent een buitenstaander dus je hebt niet allerlei belangen die met die faculteit verweven zijn. Dat geldt niet in die m a t e voor andere mensen die in de evaluatiecommissie zitten. Aan de andere k a n t wordt de m a c h t binnen de faculteit vaak bepaald door facultaire structuren. Daarom is een combinatie van enerzijds mensen van buiten de faculteit en anderzijds mensen van binnen de faculteit en tevens een commissie die een opdracht heeft van een bestuur van een faculteit n a a r mijn idee de ideale structuur. Geeft een bureau van buitenaf een advies, dan bestaat inderdaad het gevaar dat rapporten in een la verdwijnen. Daarom is zo'n facultaire commissie ideaal. Maar om dan weer het bezwaar van alleen mensen intern die allerlei belangen hebben en zelf in dat onderwijs verweven zijn tegen te gaan, is het weer noodzakelijk dat er mensen van buitenaf in die commissie zitten." Willem van Os en Florence Pijpers-Drenth zijn adviserend lid van de ingestelde evaluatiecommissies. Bij Tandheelkunde doet deze commissie concrete voorstellen en aanbevelingen voor veranderingen en verbeteringen in het onderwijsprogramma. Deze worden, vergezeld van een comment a a r van de onderwijscommissie van Tandheelkunde, besproken door de subfaculteitsraad die een principebeslissing neemt. De onderwijscommissie is dan vervolgens weer belast met de uitvoering van de beslissingen. Bij Ge-
van de raad dat vooral doelmatiger werken en meer landelijke samenwerking bezuinigingen op lange termijn kunnen bewerkstelligen. Hij is het ook eens met de opmerking dat dit om investeringen vraagt. Dit schrijft hij in een brief aan de colleges van bestuur, waarin hij het advies van de raad bekend maakt. Ondanks al het instemmen van de minister, zullen de universiteitsbibliotheken tot 1988 h u n steentje moeten bijdragen aan de 27 miljoen die de centrale diensten moeten inleveren.
Geen Zuidafrikaan De ambassadeur van Zuid-Afrika in Nederland is niet welkom bij de theologische faculteit a a n de Utrechtse universiteit. Het facul-
neeskunde gaat het ongeveer hetzelfde; de commissie doet daar alleen geen directe voorstellen. De verslagen van de commissies worden in eerste instantie opgesteld door beide onderwijskundigen. Florence Pijpers-Drenth wordt daarbij sinds september '82 bijgestaan door de onderwijscoördinator van Geneeskunde, Paul Peters. De verslagen worden dan n a bespreking onder de verantwoordelijkheid van de evaluatiecommissie doorgestuurd naar de raden en commissies van de (subfaculteit. ^
Zwaar programma De evaluatiecommissies van Geneeskunde en Tandheelkunde brengen per trimester een rapport uit. Het voordeel daarvan is dat tijdig op knelpunten en problemen ingesprongen k a n worden. Het evaluatieonderzoek wordt ook steeds herhaald; op die manier kan bekeken worden of veranderingen daadwerkelijk doorgevoerd zijh en tot verbeteringen geleid hebben. De rapporten zijn gebaseerd op gegevens over studieresultaten (met name tentamens), enquêtes onder studenten en interviews met docenten. Die interviews worden overigens alleen gehou-
den wanneer met een nieuw jaar van het studieprogramma (inmiddels is dat bij beide studierichtingen het derde jaar) begonnen wordt. Vooral de combinatie van de verschillende gegevens geeft volgens de onderwijskundigen een beeld van wat er in een j a a r gebeurd is en wat er eventueel mis is gegaan. Het grootste probleem bij beide studierichtingen bleek de zwaarte van het programma te zijn. Florence Pijpers-Drenth: „Medische studenten klagen voornamelijk over de hoeveelheid tijd die ze in h u n studie hebben moeten steken. Die is beslist aanzienlijk geweest. Zeker als je het vergelijkt met de tijdsbesteding bij andere faculteiten. Een medicijnenstudent moet hard werken. Vooral voor de kopgroepstudenten, de groep die steeds met een nieuw j a a r geconfronteerd wordt, is het een heel zwaar programma. Niet alleen qua tijd, maar zij moeten ook alle foutjes en missertjes opvangen. Daarna komt pas de verbetering. Aan de andere k a n t is het rendement bij Geneeskunde heel hoog. Officieel mogen de studenten twee jaar over h u n propedeuse doen. Als je n u ziet dat bijna 95 procent van de mensen die twee jaar geleden met h u n propedeuse begonnen zijn, n u zijn geslaagd en mogen doorstromen, dan is dat natuurlijk een prachtig resultaat." Willem van Os: „Vroeger was ook al bekend dat tandheelkunde- en geneeskundestudenten heel wat harder moesten werken dan bijvoorbeeld studenten uit de Sociale Faculteit. Dat is n u nog steeds zo. Eén van de conclusies uit het eerste jaar bij Tandheelkunde was dat het programma a a n de zware k a n t was. De studenten hebben er hard voor moeten werken. Het rendement van het eerste jaar was wel wat lager dan bij
Florence Pijpers-Drenth en Willem van Os teitsbestuur werd verrast met een brief van de ambassadeur, waarin hij aankondigde graag gevolg te willen geven a a n de uitnodiging voor het bijwonen van het afscheidscollege van prof. dr. Jonker. Het bestuur wist niets van een dergelijke uitnodiging af. De prof had gebruik gemaakt van een voorgedrukte uitnodiging „namens het dagelijks bestuur", zoals te doen gebruikelijk bij afscheidnemende hoogleraren in Utrecht. Inmiddels heeft prof. Jonkers zelf het besluit van de faculteitsraad, die de Zuidafrikaan niet op bezoek wilde hebben, meegedeeld. Deze zag daarop af van de uitnodiging. Prof. Jonker had de ambassadeur uitgenodigd als vertegenwoordiger van de vele theologische contacten die hij in Zuid-Afrika heeft.
Allemaal minder
De TH Delft moet overgaan tot een tijdelijke collectieve arbeidstijdverkorting, wanneer in het kader van de TVC-operatie gedwongen ontslagen niet voorkomen kunnen worden. Dit voorstel komt van de vier centrales van het overheidsperconeel a a n de TH. Zij vinden dat het College van Bestuur zoveel mogelijk gebruik moet maken van de mogelijkheden van beleidsmaatregelen die gedwongen ontslagen k u n n e n voorkomen, zoals de VUT en de 55-plus regeling. Mocht de doelstelling van de TVC dan nog niet gehaald worden, dan moet worden overgegaan tot een algehele arbeidstijdverkorting van één jaar. Is de T H dan nog niet uit de problemen, dan vinden de centrales een verlenging van maxi-
Geneeskunde. In het tweede j a a r bleek dat rendement van de propedeuse dan toch wel mee te vallen."
Tevredenheid De evaluaties hebben daadwerkelijk tot veranderingen en verbeteringen geleid. Bij Geneeskunde werd tijdens het eerste jaar van evalueren al besloten dat de omvang van alle vakken in het eerste jaar van de studie met tien procent zou moeten worden verminderd. Daarnaast heeft er een verschuiving van de vakken onderling plaatsgevonden. Met name het derde trimester bleek namelijk erg zwaar te zijn, zeker in vergelijking met het eerste trimester. Bij Tandheelkunde vonden er ook onderlinge verschuivingen plaats. Tot een algemene korting van de omvang van de stof is het echter niet gekomen. Wel werden sommige vakken in omvang gereduceerd. De angst voor de bureaula bleek uiteindelijk ongegrond te zijn: beide onderwijskundigen zijn zeer tevreden over de samenwerking en de resultaten. Florence Pijpers-Drenth: „Na één jaar evalueren was er niet meteen een fantastisch programma. Die Ulusie had ik ook niet. Maar het is toch belangrijk dat door het mechaniek van de herhaling ook de mensen die het sterkst vasthouden aan h u n oorspronkelijke opzet toch iets gaan veranderen of verbeteren. Met de samenwerking binnen de commissie ben ik ook zeer tevreden. De constructie vind ik ook heel goed werken. Voor ons zou het heel frustrerend zijn hele dikke rapporten te schrijven waarvan je het idee hebt dat er helemaal niets mee gebeurt. Maar dat idee heb ik niet. Er is echt iets a a n de gang. En dat maakt het werk heel leuk."
(foto A VC/VU) maal nog een jaar aanvaardbaar. Het CvB staat op het standpunt dat de arbeidstijdverkorting het praktisch onmogelijk maakt nog goed personeel aan te trekken en is daarom niet dolenthousiast over dit plan.
Mannenstudies
De landelijke werkgroep „Mannenstudies" bestudeert het sexgebonden gedrag van mannen. Als één van de eerste doelstellingen op korte termijn is het opzetten van een landelijke „kaartenbak" met relevante literatuur, daarnaast wordt een overzicht gemaakt van personen en groepen die op dit moment met onderzoek op dit terrein bezig zijn. Voo. • vragen Bert van Herk, Vrolikstraai £39, A'dam, tel. 659986
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's