Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 321

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 321

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 9 MAART 1984

„Hou theologie op gezonde manier in stand"

Samenwerken met Kampen voor theologen problematisch De theologische faculteit is een zorgenkind voor de VU. Naast het feit dat er „gewoon" studenten opgeleid worden en wetenschap wordt bedreven, is de faculteit een spiegel van de confessionele grondslag van de VU. Vandaar dat zorgvuldig wordt omgesprongen met deze wetenschappelijke bakermat van Neêrlands gereformeerde wereld. Maar zelfs deze bijzondere faculteit kan niet ontkomen aan het taakverdelingsmonster: er moet bezuinigd worden. De tweefasenstructuur mag dan nog even wachten, nu reeds worden de taken binnen de faculteit aangepast. Dat heet: voorstellen daarvoor zijn geformuleerd. Tot 1988 moeten volgens dat plan vier hoogleraren verdwijnen, zes plaatsen voor wetenschappelijk personeel en één TAS-plaats. De D2-fase ondergaat een aanzienlijke herprogrammering en mogelijk komt er een samenwerkingsverband met de Theologische Hogeschool te Kampen. Over dat laatste heerst ernstige onenigheid tussen de faculteit en het College van Bestuur. Een taakaanpassingscommissie

Aart Bouwmeester van de theologische faculteit onder voorzitterschap van drs. S. J. Noorda is onlangs met een plan voor reorganisatie tot 1988 gekomen. Het CvB zegt nog geen ja of nee tegen deze blauwdruk, eerst moet de eventuele samenwerking met de Theologische Hogeschool in Kampen nauwkeuriger bekeken worden. Een samenwerking waar de faculteit n u niet bepaald juichend over is: „Samenwerking met Kampen is oninteressant, omdat Kampen op principiële gronden weigert onderzoek voor Voorwaardelijke Financiering a a n te melden," vertelt het taakaanpassingsrapport. Maar de deur n a a r Kampen wordt niet helemaal gesloten: wel k u n nen de instellingen rekening houden met elkaar bij de ontwikkeling van aandachtsvelden en specialismen. Primair op het gebied van onderzoek, maar ook op het vlak van de begeleiding van studenten in de D2-fase, de beroepsopleiding en de specialisatie in één van de theologische disciplines." Voorzitter Noorda kleurt dit standpunt nog wat in: „Kijk, theologie is een vakgebied dat bestaat uit een aantal sub-vakgebieden, die alle een eigen karakter hebben. Zo is systematische theologie nog het meest verwant met de filosofie en kerkgeschiedenis met de historische vakken. De huidige opvatting is, dat de combinatie van al die factoren typerend is voor de theologie. Je k u n t daar niet één onderdeel van missen. Voor wat betreft de basisop-

leiding is voor ons samenwerking dus onmogelijk." „Maar niet iedere theologische faculteit heeft én een godsdienstpsycholoog én een godsdienstsocioloog én een godsdienstpedagoog nodig. Met dat soort zaken, die wat meer aan de rand van de theologie liggen, k u n je gaan samenwerken. Dat gebeurt n u ook al." „Verdere samenwerking met Kampen kan niet. Een halve opleiding hier en een halve daar, daar heeft niemand baat bij. Heen-en-weer reizende docenten, dat is ook allerminst een ideale situatie."

Nuttig

Het CvB heeft daar een heel andere opvatting over. Dat ziet veel n u t in een samenwerking met Kampen. De rector, prof. dr. P. J. D. Drenth: „Eén van de mogelijkheden die we bekeken hebben is een uitwisseling van docenten tussen Kampen en de VU. Dat kun je horizontaal indelen door te zeggen: basisopleiding aan de VU en Kampen doet wat meer aan de ambtsopleiding, of vice versa, of je doet dat verticaal: een aantal vakken profileer je aan de VU en complementair profileer je Kampen." Evenals de faculteit ziet ook het CvB graag een volwaardige theologieopleiding aan de VU. Maar er zijn een aantal factoren die n a 1988 problematisch kunnen worden. Zto zyn daar de teruglopende studentenaantallen, de vraag of de opleiding tot godsdienstleraar n a a r de Nieuwe Lerarenopleidingen gaat verhuizen en of de minister uiteindelijk ook theologie onder de tweefasenstructuur zal

willen onderbrengen. Bovendien zit in het verschiet dat gereformeerde en hervormde opleidingen een zelfde studie gaan verzorgen. Dit alles bü elkaar maakt het niet waarschijnlijk dat de zes protestantse theologieopleidingen van dit moment n a 1988 nog zullen bestaan. Rector Drenth: „Ik denk dat de minister zich tweemaal zal bedenken voordat hü al die zes opleidingen gaat financieren. Hij zal het waarschijnlijk niet doen." „Wij hebben bekeken of het n u t tig is om ons samen met Kampen op de toekomst voor te bereiden. Het CvB en Kampen waren het daar over eens, maar de faculteit zag die noodzaak niet zo duidelijk zitten. In het kader van het lange-termijn-denken hebben we toch oriënterende gesprekken met Kampen gevoerd en nu is het

wachten op fie reactie van de faculteit." „Levensvatbaarheid" van theologie is blijkbaar een k e r n p u n t in de discussie. De VU, wiens grondslag een gereformeerde is, kan het niet maken om een verzwakte theologief aculteit onder h a a r gelederen te hebben. „Goed," lijkt de faculteit te zeggen, „er moet bezuinigd worden. Maar laten we dan alles in het werk stellen om de levensvoorwaarde voor de VU, een volwaardige theologie-opleiding, in stand te houden." Of zoals drs. Noorda zegt: „De universiteit heeft de budgettaire vrijheid om beleidskeuzes te maken. Men durft negatieve keuzes te maken door hele subfaculteiten op te heffen, durf dan ook positief te kiezen ten aanzien van de eigen identiteit, hou theologie op een gezonde manier in stand."

Alleen Nijmegen gaat zijn eigen weg

Universiteiten accoord met nieuw bezoldigingsbesluit De meeste universiteiten gaan accoord met het functieonderscheid tussen universitair docent (UD) en universitair hoofddocent (UHD) dat minister Deetman in zijn Bezoldigingsbesluit WO wil doorvoeren naar analogie met de Kernnota BUWP. Behalve het college van Nijmegen, dat enkel met UD's wil gaan werken, hebben de besturen hun handtekening geplaatst. Begin april wordt een eerste stap gezet op weg n a a r de invoering van een nieuw Bezoldigingsbesluit. Wetenschappelijk Onderwijs (BBWO). Het personeel dat vanaf de eerste van die maand wordt aangesteld zal worden benoemd in het nieuwe stelsel van functietyperingen: wetenschappelijk assistent, universitair docent, universitair hoofddocent en hoogleraar. De bedoeling is dat na 1 juli 1984 het zittend personeel ook in het nieuwe stelsel wordt opgenomen. Alle wetenschappelijke hoofdmedewerkers worden dan met behoud van het huidige salaris, aangesteld als universitair docent. Vervolgens kunnen zij solliciteren n a a r een functie van universitair hoofddocent. Het BBWO is afgeleid van het BBRA, het bezoldigingsbesluit rijksambtenaren, dat op 1 januari van dit jaar in werking is gesteld. Het BBWO is een op het wetenschappelijk onderwijs toegesneden vorm van dat BBRA. Nieuw aan beide bezoldigingsbesluiten is dat het rangenstélsél over boord is gezet. Het BBWO en BBRA werken met functies en daarbij behorende salarisschalen. Men stroomt als (semi)ambtenaar dus niet, zoals tot n u toe gebruikelijk, na verloop van jaren min of meer automatisch door n a a r de hoogste rang, maar men wordt, grof-

weg gezegd, betaald aan de hand van het soort werk dat men verricht. Het zogenaamde carrièrebeginsel wordt daarmee verlaten. Voor het niet-wetenschappelijk personeel op de universiteiten was een dergelijk systeem overigens al langer van toepassing. Een ander belangrijk verschil met vroeger is dat in het nieuwe ambtenarenstelsel voor alle functies tot die van secretarisgeneraal in totaal slechts 18 salarisschalen gelden. Het oude besluit van 1948 kende maar liefst 154 schalen, waarvan overigens een deel al geruime tijd niet meer werd gebruikt.

erg kostbaar was. Er is in het WM-stelsel sprake van enkele beoordelingsmomenten, maar men moet het in de praktijk wel erg bont maken om geen gunstige beoordeling te krijgen. Vandaar dat de Kernnota BUWP, die een duidelijke grens stelt aan het aantal WP'ers op schaalniveau 150 dat een instelling in dienst mag hebben. Zoals de BUWP überhaupt de kwantitatieve grenzen aangeeft van alle vier functiecategorieën die men hanteert, uitgaande van de omvang van de toegestane leerstoelenformatie per instelling. Rond 1995 moeten de BUWP verhoudingen (hoogleraar: UHD: UD: wetenschappelijk assistent = \:Vk:2^h'3.) bereikt zijn. Eventueel wordt voor die tijd nog een vijfde categorie, de assistent-in-opleiding (AIO) ingevoerd. Verwacht wordt dat de definitieve versie van de nota Beiaard, die de AIO officieel zal introduceren, nog deze maand uitkomt. De op handen zijnde invoering van de BUWP/BBWO maakt per 1 juli de weg vrij voor intrekking van de al enkele jaren geldende maatregel waarmee de minister de salarissen van wetenschappelijk hoofdmedewerkers heeft bevroren op het niveau van schaal 148-anciënniteit 6. Wie van de WHM's aan de functievereisten voldoet komt, zolang het toegestane compartiment nog niet vol is, in aanmerking om UHD te worden. Wie buiten de boot valt blijft so wie so in (als we voor het gemak nog even de oude schaalbenaming aanhouden) schaal 148.

Momenteel kennen de universiteiten en hogescholen nog het wetenschappelijk medewerkerstelsel. Daarin worden drie rangen onderscheiden. Die van wetenschappelijk medewerker (salarisschaal 112), wetenschappelijk medewerker (schaal 130) en wetenschappelijk hoofdmedewerker (schaal 149A, een samensmelting van de ambtenarenschalen 148 en 150). Het WM-stelsel staat in het teken van de loopbaanplanning: wie redelijk functioneert komt op den d u u r vanzelf in schaal 149 terecht en glijdt dan rustig door n a a r het maximum-salaris. Al jaren geleden stelde het ministerie Er is nog discussie rond de vraag vast d a t dit weliswaar leuk, m a a r . I n hoeverre mensen die,,zich

straks UHD mogen noemen (en dus in schaal 150 komen) recht hebben op uitbetaling van gederfd salaris. Men heeft hen immers achteraf kennelijk ten onrechte een tijd lang geblokkeerd onder het niveau van de schaal waarin zij thuishoren. Minister Deetman lijkt in elk geval vastbesloten om geen compensatie uit te keren over de periode voor 1 juli 1984. Hij is van mening dat alleen vanaf 1 juli het beginsel van „te-

rugwerkende kracht" mag gelden. Het zit er namelijk a a n alle kanten In dat het nieuwe inschakelingsproces de nodige tijd in beslag gaat nemen. Het kan daarom voorkomen dat de laatste WHM's pas ergens in 1986 of '87 te horen krijgen dat ze inderdaad gekwalificeerd zijn voor een UHD-aanstelling. In zo'n geval zou men kunnen rekenen op een nabetaling. (UP/Jos Speekman)

Landelijke studentenbond in financiële problemen De vorig jaar opgerichte Landelijke Studenten VakBond (LSVB) verkeert met h a a r „bureau studentenbelangen" in grote financiële problemen. Subsidie-aanvragen bij de instellingen van het WO en het HBO, van wie de LSVB 50 cent per student vraagt, worden veelal afgewezen. Tot n u toe hebben alleen de universiteiten van Groningen en Nijmegen geldelijke steun toegezegd. Het College van Bestuur van de TH Delft heeft de Raad Voor Studentenvoorzieningen laten weten niet tot subsidiëring over te gaan voordat meer informatie is ingewonnen. Hoewel het „bureau studentenbelangen" in een aparte stichting is ondergebracht om voor subsidie in aanmerking te komen, zal de LSVB, wiens bestuurders tevens de stichting leiden, de voornaamste gebruiker zijn van het

bureau. De organisatie van de activiteiten, de voorbereiding van standpunten en de administratie van de LSVB worden door het bureau verzorgd, terwijl het bureau de hiermee gemoeide kosten aan de LSVB niet doorberekent. Het bureau stelt zich naast het ondersteunen van de LSVB ten doel informatiebron voor studenten en studentenorganisaties te zijn. De stichting geeft een blad u i t en zal als studentenpersbureau gaan fungeren. Nu er ook onvoldoende mankracht is om de subsidie-aanvragen van een mondelinge toelichting te voorzien en veel instellingen een afwachtende houding aannemen, wordt naarstig gezocht n a a r oplossingen. Meer advertenties en sommige activiteiten op een laag pitje, luidt vooralsnog het credo by de LSVB. • '*- ' j "^ (Gijs Droge, ÜP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 321

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's