Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 173
AD VALVAS — 2 DECEMBER 1983
Akademie van Wetenschappen viert 175iarig bestaan met bijzonder symposium
Trippenhuis is geen ivoren toren meer „Een rustig, verstandig gezelschap van wetenschappers onder elkaar, een hooggeleerde Rotaryclub." Deze om schrijving van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen is afkomstig van de bioloog prof. dr. J. Lever, al dertien jaar lid van de sectie natuurkunde van de Akademie. Hij haast zich daaraan toe te voegen dat de Akademie meer is: Een instelling die op vele terreinen toponderzoek verricht, advieslichaam op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en beleid. De Akademie viert op 9 december in Utrecht haar 175jarig bestaan met een symposium over de gevolgen van de wetenschap onder het motto: Wetenschap ten goede en ten kwade. Koning Lodewijk Napoleon stelde bij decreet van 4 mei 1808 het Ko ninklijk Instituut van Weten schappen, Letterkunde en Schoone Kunsten in. Eerdere po gingen een dergelijk instituut op te richten waren verhinderd door de gedecentraliseerde s t r u c t u u r van de Republiek. Ook duldde de Leidse universiteit geen concur rentie. Pas in de Franse tijd werd het mogelijk, in navolging van h a a r Franse voorbeeld, een aka demie op te richten. Het instituut was onderverdeeld in vier klassen, per wetenschaps gebied ingedeeld. Ook hierin was een overeenkomst met het Franse Instttut National te zien. Toch was er een verschil met dit in 1795 opgerichte instituut, dat in de woorden van de historicus Hui zinga werd voorgesteld als een tempel, „een wetenschappelijke en artistieke voorzienigheid en gerechtigheid, voortdurend wer kende onder bengaals licht ten aanschouwe ener verbaasde me nigte". De Nederlandse versie ademde eerder de geest van nut tigheid. Toen de Fransen de aftocht had den geblazen, was het de soeverei ne vorst Willem die het be schermheerschap van het insti t u u t overnam. Bezorgdheid over het voortbestaan van h u n instel ling had de bestuurderen van het instituut genoodzaakt hernieuw de koninklijke steun te vragen. In 1816 zette het instituut h a a r bestaan voort onder de naam Ko ninklijk Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letterkun de en Schoone Kunsten in Am sterdam. In deze gestalte kon het instituut voortbestaan tot 1851, toen Thor becke de groeiende onvrede over het matig functioneren van de Nederlandse wetenschapsbeoefe ning liet uitmonden in de ophef fing van het Instituut. Eerder al had men zich beperkt tot een ge voelige vermindering van de sub sidie, maar de bestuurders van het instituut stelden een ultima tum: Als de korting niet van de baan ging, zou het Instituut op houden te bestaan. Interventie van de Koning stelde het einde toen enige tijd uit, maar in 1851 was het gebeurd. Thorbecke, zelf overigens lid van de derde klasse, was een principieel tegenstander van het Instituut: „De regeering moet zich, mijn inziens, van alle kunstige kweeking der weten schap onthouden. De regeering moet zich niet in plaats willen stellen van hetgeen ik de maat schappelijke n a t u u r k r a c h t noe men zal. Zij moet de wetenschap niet tot dreven en lanen willen aanleggen; zij moet ze vrij, in het open veld, laten groeijen." Deze opvatting van Thorbecke betekende het einde van het In stituut, maar het begin van de Akademie. De oude klasse van natuurwetenschappen werd om gezet in de Koninklijke Akademie van Wetenschappen. In 1855 werd deze Akademie wederom op getuigd met een afdeling ter be vordering van de taal, letter, ge schiedkundige en wijsgerige we tenschappen en zo ontstond de Akademie in haar huidige vorm. Deze verwarrende gang van za ken heeft er wel toe geleid dat menig honderdjarig bestaan van de Aakademie met grootse ge beurtenissen is opgeluisterd. Pas
Hidde van der Veen in 1958 werd hier een duidelijke lijn aangebracht met de viering van het honderdvijftigjarig be staan. Geheel in stijl sprak toen een enkele geleerde zijn feestelij ke woorden in de lingua franca van de negentiendeeeuwse we tenschap, het Latijn. Tijden veranderen en op 9 decem ber zal niemand de moed hebben, buiten een enkel vivat, crescat, floreat, het Latijn in de mond te
een baanbrekende taalkundige was, het lidmaatschap. Het ge vaar van plotselinge opheffing weerhield hem. Maandelijkse vergaderingen ge ven het lidmaatschap inhoud, maar, lezer, u en ik, wij worden toch nooit lid, dus we gaan over tot het andere gezicht van de Akademie, dat van het onderzoek. De Akademie heeft niet voor niets een begroting van zo'n 50 miljoen gulden, en dat geld gaat niet op aan de lunches tijdens die maan delijkse vergaderingen. In de vo rige eeuw kon de afschaffing van het jaarlijkse diner nog financiële ruimte scheppen. Die tijden zijn voorbij. Belangrijk onderdeel van de Aka demie zijn de raden en commis sies die de minister gevraagd en ongevraagd van advies kunnen dienen. Recent vroeg de minister nog advies over de tandheelkunde opleidingen in Nederland. Tal van wetenschappelijke prij zen worden door commissies van de Akademie verdeeld, waaronder de grootste in Nederland: De Dr. H. P. Heinekenprijs die uitge reikt wordt aan onderzoekers op het gebied van de biochemie en de biofysica.
**
^*S * 4. t.
' A'5: ••^.ü.'^
Sfet*'
^Jf"'.: Üälli'i
Het Trippenhuis
.f^ji'.
aan de Kloveniersburgwal (foto B ram de Hollander)
nemen. Zelfs de twintigste eeuwse lingua franca, het Engels, zal niet gehoord worden. De Akademie heeft dan ook niet stilgestaan in de afgelopen vijfentwintig jaar.
Leden De Akademie bestaat uit twee af delingen, die van de n a t u u r k u n de en die van de letterkunde. Het aantal leden van deze secties is a a n een maximum gebonden. De getallen zijn respektievelijk hon derd en tachtig. De leden vullen zichzelf aan, wie had anders ver wacht? Sinds enige tijd is het mo gelijk, ook voor buitenstaanders, de Akademie te attenderen op po tentiële leden. De Akademie kiest uit de aangemelde kandidaten met tweederde meerderheid de opvolgers van de leden die vanaf dat moment rustend zijn. Behalve dit felbegeerde lidmaat schap is er ook de figuur van het corresponderend lid, ingesteld voor Nederlandse wetenschap pers die in het buitenland werk zaam zijn. Deze leden kunnen he laas het epitheton rustend niet verkrijgen. Terugkeer n a a r Ne derland betekent onherroepelijk het einde van het correspondent schap. Ten slotte kent de Akade mie ook buitenlandse leden. Ook een eer? In de voor de Akademie roerige jaren vijftig van de vorige eeuw weigerde Jacob Grimm, die behalve sprookjesschrijver ook
Spacelab Als h u n tevreden blikken niet voor de eeuwigheid waren vastge legd, zouden de geportretteerde oudleden van de Akademie be zorgd n a a r boven kijken. Het Trippenhuis, de vestiging van de Akademie op de grens van Am sterdams red light district, dreigt onder het gewicht van de bibUo theek te bezwijken. Die bibliotheek is de derde van Nederland en, vooral wat betreft tijdschriften op sommige vakge bieden de grootste van de wereld. Een Russische geleerde die zich wil verdiepen in de geschiedenis van zijn eigen revolutie moet zich wenden tot het aan de Akademie verbonden Internationaal Insti t u u t voor Sociale Geschiedenis, dat overigens ook met huisves tingsproblemen kampt. Onder leiding van de Nederland se commissie voor geofysica en ruimteonderzoek werden de na tionale kunstmanen ANS en IRAS in de lucht geschoten. Ook het Nederlandse deel van het Eu ropese Spacelab wordt door deze commissie GROC begeleid. Kenmerk van het wetenschappe lijk werk van de Akademie is het langetermijn karakter. Zo wordt in de alfahoek een bibliografie van de Nederlandse taal en let terkunde samengesteld en houdt men zich bezig met uitgave van de werken van Hugo de Groot en
Erasmus. Internationale groot heden. Met zusterinstellingen over de hele wereld houdt de Akademie kontakt, bovendien zijn er lid maatschappen van allerlei ande re internationale wetenschappe lijke instellingen. Deze functie trachtte de voorganger van de Akademie, of het Instituut zo u wilt, de Hollandsche Maatschap pij der Wetenschappen, ook al te krijgen. Het was toen de Leidse universiteit die h a a r daarvan weerhield. De bedreiging voor in ternationaal kontakt is n u gele gen in de bezuinigingen. De Aka demie is financieel voor 90% af hankelijk van het ministerie van onderwijs. Internationale contri buties worden berekend aan de hand van het Bruto Nationaal Produkt en dat betekent dat er jaarlijkse prijscompensatie nodig is. Dit jaar is die prijscompensatie toegekend, maar nadat dat in vo rige jaren niet altijd het geval is geweest, zijn er recentelijk kon takten verbroken. De Akademie is buiten de TVC operatie gebleven. Desalniette min zal er gereorganiseerd moe ten worden. Er geldt een korting op de personeelsbezetting van jaarlijks 2'/^%, en het is n u al zo
Zij kreeg daarop de opdracht het instituut te reorganiseren. Nu deze reorganisatie voltooid is, wordt het Herseninstituut door de Akademie beheerd en betrekt zij binnenkort een nieuwe behui zing binnen de muren van het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amster dam. Op de vleugels van de jaren zestig ontstond in de jaren zeventig het instituut van de wetenschaps voorlichting. Minister van we tenschapsbeleid Trip, lid van een door sociaaldejnocraten gedomi neerd kabinet, achtte daarin ook een taak voor de overheid wegge legd. Om de onafhankelijkheid van een Dienst Wetenschaps voorlichting te waarborgen zocht hij (en zijn opvolger) een koepel, waaronder zo'n dienst zou kun nen floreren. Die koepel werd ge vonden in de Akademie, zodat er n u sprake is van een Dienst We tenschapsvoorlichting bij de Akademie. Als eerste in Neder land kreeg deze dienst een eigen voorlichtingsstatuut. Daarin wordt de onafhankelijkheid gega randeerd op een wijze die verge lijkbaar is met die van een redac tiestatuut voor een dag of week blad. De Dienst Wetenschapsvoorlich ting is organisator van het sym posium dat de Akademie ter gele genheid van haar 175jarig be staan houdt. De opzet en thema tiek van het symposium is zoda nig gekozen dat het vermoeden bestaat dat het de dienst zelf is, die het brein is achter dit evene ment. Het hoofd van de dienst, Hermans, ontkent ons vermoe den en zegt dat de ideeën afkom stig waren uit het hoofdbestuur van de Akademie en dat de dienst zelf slechts de invulling heeft ver zorgd. De opzet van het symposium is tamelijk bijzonder voor Neder land. Is het niet vaak zo dat een studiedag gevuld wordt door een aantal sprekers, die n a het uit spreken van h u n rede gezamen lijk achter een tafel plaatsnemen om zich als forum over vragen te buigen die vanuit een zaal op hen afgevuurd worden? En is het niet vaak zo dat zo'n forum slechts een oppervlakkig gebeuren is? Hermans en de zijnen hebben een andere aanpak gekozen. Verschillende geleerden van (ten minste) nationale faam, waaron der de eerder genoemde prof. Le ver, zullen een betoog houden over de positieve en negatieve kanten van h u n vak, en met name van de gevolgen van h u n onderzoek. Dat betekent dat er gesproken zal worden over erfe lijkheid, over kernonderzoek (oudPhilipsman Casimir), over geesteswetenschappelijke theo rieën en maatschappelijke toe passing daarover en over voor lichting (de Delftse filosoof en i voormalig voorzitter van de VPRO prof. Doorman). Ten slotte mogen wij op heftig vuurwerk re kenen als het woord wordt ver leend aan het brein achter minis ter Deetman: R. J. in 't Veld. Bijzonder aan de opzet is niet deze rij van sprekers, maar de oplos sing voor het bovengenoemde fo rumprobleem. In plaats van vra gen uit de zaal te beantwoorden, zullen de sprekers één voor één in debat gaan met hooggeleerden die zich in de finesses van het onderwerp van h u n gespreks partner hebben ingewerkt. De be doeling is dat zij de gedachten en gevoelens van de zaal zullen ver woorden.
dat geld bestemd voor arbeids plaatsen aan materiële kosten op gaat. Directeur Van der Mei acht strukturele ingrepen dan ook on ontkoombaar. Die moeten gevon den worden in de personele sfeer (al wordt de overheid van al die wachtgelders ook niet veel wijzer, in de ogen van Van der Mei), of in ' de materiële sfeer. Dat laatste be tekent dat instellingen zullen moeten fuseren of worden sa mengebundeld. Binnen de Aka demie zijn er nogal wat verschil lende aktiviteiten. Samenbunde ling van instellingen binnen het verband van de Akademie lijkt Toen in het vorig jaar in Amster dan ook niet voor de hand te lig dam een congres was georgani gen. Beter ware het dat de minis seerd n a a r aanleiding van het ter de taken die hij de Akademie rapport „ Wetenschap als gemeen toeschuift ook met de bijbehoren goed", dat een inventarisatie van de gelden vergezeld zou doen de aktiviteiten op het gebied van gaan. Onlangs werd een deel van de wetenschapsvoorlichting de bibliotheek tot zwaartepunts p)oogde te zijn, luidde een veelge bibliotheek verheven. De beno hoorde klacht: Wie geeft er n u digde sommen geld blijven voorlo eens een goed voorbeeld van hoe pig uit. het zou moeten? Dat ontbrak na melijk aan genoemd rapport. Welnu, hier is een voorbeeld van Wetenschapsvoorlichting een op een breed pubUek gericht En dat terwijl de Akademie nooit evenement dat fundamentele te beroerd is een klusje voor de vragen op het gebied van de we minister te doen. Toen in 1976 het tenschap aan de orde stelt op het Nederlands instituut voor her niveau van datzelfde brede pu senonderzoek een zachte dood bUek. leek te gaan sterven, niet in de Dat de Akademie daarmee aan laatste plaats dankzij een duwtje toont de ivoren toren verlaten te van de toenmalige staatssecreta hebben, is dan alleen maar mooi ris Klein in die richting, kwam er meegenomen. Quod erat demon groot protest van de Akademie. strandum.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's